← België

ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20091026.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 26 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20091026.3 Rolnummer: 2002AR1304 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-10-26 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-07-02 20:29 Fiche

  1. Een fout van de overheid kan voortvloeien uit het opeenvolgend uitvaardigen van gebrekkige regelgeving binnen een onredelijk lange termijn.
  2. In de oorspronkelijke versie van artikel 37 van de wet van 29 maart 1962 werden minder beperkingen ingelast dan thans het geval is voor het bekomen van planschadevergoeding. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Overheidsaansprakelijkheid - Uitvoerende macht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Planschade en -baten Vrije woorden: Fout van de overheid bij het vastleggen van het urbanistiek karakter van een grond. - Planschade - Overgangsrecht - Art. 35 van het Vlaams decreet van 22 oktober
  3. Artikel 85 DORO - Verschillende regeling en voorwaarden. Vaststelling van de omvang van de schade. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2002/AR/1304 INZAKE VAN : Het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, ten verzoeke van de Vlaamse Minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1010 BRUSSEL, Arcadengebouw, Blok F, 6de verd., appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 19 maart 2002, vertegenwoordigd door Meester NicK DE WINT loco Meester Bart BRONDERS, advocaat te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat 106, 1ste kamer TEGEN : 1) Mevrouw C. C., 2) De heer J. C., 3) De heer H. C., 4) De heer JL C., , PLANSCHADE geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester Patrik DE MAEYER, advocaat te 1160 BRUSSEL, Tedexcolaan 7, Gelet op de procedurestukken buiten deze reeds vermeld in de tussenarresten van 19 maart 2007 en 4 maart 2008: · de conclusie van appellant neergelegd ter griffie op 29 mei 2009; · de syntheseconclusie van geïntimeerden neergelegd ter griffie op 10 juli
  4. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 21 september 2009 en gelet op de stukken die zij neerlegden. De zaak werd, voor zoveel als nodig, volledig hernomen ter zitting van 21 september 2009 gelet op de gewijzigde samenstelling van de zetel. I. Precedenten: feitelijke en procedurele. 1.
  5. De essentiële feitelijke gegevens, zoals o.a. uitvoerig uiteengezet in voornoemde tussenarresten, kunnen als volgt samengevat worden: - Een perceel grond, eigendom van de consorten C., en gelegen in Koksijde - Oosduinkerke, op de hoek zeedijk - Prof. Blanchardlaan, kreeg bij K.B. van 6 december 1976 houdende het gewestplan Veurne - Westkust de bestemming "natuurgebied"; Diezelfde bestemming was eveneens opgenomen in het M.B. van 28 december 1973 houdende vaststelling van het ontwerp - gewestplan Veurne - Westkust; - Het gewestplan werd op dat punt vernietigd door de Raad van State bij arrest gewezen op 24 juni 1980; - Bij besluit van de Vlaamse Executieve van 18 november 1987 houdende aanvulling van voornoemd K.B. van 6 december 1976 werd aan het desbetreffende perceel opnieuw de bestemming "natuurgebied" toegekend; - Dit besluit werd andermaal vernietigd door de Raad van State bij arrest gewezen op 26 november 1996; Gezegd arrest werd betekend aan het Vlaamse Gewest op 21 februari 1997 doch werd eerst gepubliceerd in het B.S. op 22 augustus 1998; - Bij dagvaarding betekend op 7 april 2000 vroegen geïntimeerden het Vlaamse Gewest te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding t.b.v. 270.601.250 BEF of 6.708.029,77 euro wegens het uitblijven van een (nieuwe) bestemming van hun perceel (= huidige procedure); - Bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot voorlopige vaststelling van het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, afgekort RUP genoemd, werd het perceel van geïntimeerden andermaal bestemd als "natuurgebied"; - Bij besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005 tot definitieve vaststelling van het ontwerp van gewestelijk RUP werd het perceel eveneens bestemd als "natuurgebied"; - Op 9 mei 2005 dienden geïntimeerden andermaal een verhaal in bij de Raad van State, ditmaal tegen voornoemd besluit; - Ter zitting van 11 december 2006 hebben geïntimeerden hun aanvankelijke vordering herleid in die zin dat zij thans nog enkel ten titel van schadevergoeding het verschil vorderen tussen de planschadevergoeding die zij eertijds hadden kunnen vorderen bij toepassing van artikel 35 van het decreet van 22 oktober 1996 en de planschadevergoeding, zoals thans georganiseerd bij toepassing van artikel 85 DORO (= minder gunstige regeling) ; - Bij arrest gewezen op 6 november 2008 werd dit annulatieberoep verworpen. 1.
  6. Sedert november 2008 staat derhalve wettelijk en onherroepelijk vast dat de eigendom van geïntimeerden zich in natuurgebied bevindt . II. Beoordeling. 2.
  7. Sedert de invoering van de stedenbouwwet in 1962 bestaat in hoofde van de bevoegde overheid - in deze thans het Vlaamse Gewest - de verplichting om de ruimtelijke ordening van het land vast te stellen in plannen. Deze verplichting brengt voor de eigenaars mee dat zij gehouden zijn hun eigendom te gebruiken overeenkomstig de bestemming die in de onderscheiden plannen is vastgelegd. De stedenbouwwetgeving voorziet niet in enige vervaltermijn waarin de overheid aan haar verplichting moet voldoen wat niet wegneemt dat de overheid gehouden is haar beslissingen te nemen binnen een redelijke termijn. Het overgrote deel van de gewestplannen zagen het licht vanaf medio
  8. Ook het Gewestplan Veurne - Westkust werd rond deze periode goedgekeurd, meer bepaald bij K.B. van 6 december
  9. Ingevolge opeenvolgende vernietigingsarresten gewezen door de Raad van State heeft het tot februari 2005 geduurd - d.i. gedurende 29 jaar - vooraleer geïntimeerden zekerheid kregen over de uiteindelijke bestemming die aan hun eigendom werd gegeven. Een dergelijke lange termijn die het Vlaamse Gewest benutte vooraleer een geldig bestemmingsplan te kunnen opstellen, maakt een overschrijding uit van die redelijke termijn. De onderscheiden arresten van de Raad van State bewijzen erga omnes dat het Vlaams Gewest in haar opeenvolgende pogingen sedert 1976 om de bestemming van de eigendom van geïntimeerden vast te leggen, telkens fouten beging - dit tot in 2005 - die telkens aanleiding gaven tot een vernietiging van het bestemmingsvoorschrift. Na het eerste vernietigingsarrest van de Raad van State van 24 juni 1980 duurde het meer dan 7 jaar - tot het besluit van 18 november 1987 - vooraleer appellant aan de eigendom van geïntimeerden een definitieve bestemming gaf en na het tweede vernietigingsarrest van 26 november 1996 - aan het Vlaamse Gewest betekend op 21 februari 1997 - duurde het opnieuw 6 jaar - tot het besluit van 12 december 2003 tot voorlopige vaststelling - om aan het desbetreffende goed een (weliswaar nog voorlopige) bestemming te geven. In dit verband is het nuttig te verwijzen naar het arrest van de Raad van State gewezen in deze zaak op 26 november 1996 en waarin o.a. gesteld wordt: " Overwegende dat de erfgenamen van verzoekster (= huidige geïntimeerden) in hun laatste memorie daaraan toevoegen dat het middel afgeleid is niet alleen uit de schending van artikel 9 van de stedenbouwwet, doch eveneens uit de schending van de regel van behoorlijk bestuur volgens dewelke een beslissing binnen een redelijke termijn moet worden genomen en die zijn verantwoording vindt in de plicht van de overheid niet enkel de rechtszekerheid te waarborgen, maar ook te vermijden dat de bewijsvoering te moeilijk of onmogelijk wordt. ... Overwegende dat de stelling van verzoekster kan worden bijgetreden; dat immers het feit dat een te lange tijd verstrijkt tussen het einde van de drie jaar durende gelding van een voorlopig vastgesteld ontwerp - gewestplan en het tijdstip waarop het gewestplan definitief wordt vastgesteld, tot gevolg kan hebben dat zowel het ontwerp - gewestplan als de adviezen die erover worden verstrekt, evenals de bezwaarschriften die door de particulieren ertegen werden ingediend, hun geldigheid als processtukken verliezen of gewoon niet meer pertinent zijn doordat binnen die tijd genomen beslissingen of veranderingen in de toestand of andere omstandigheden te verreikende wijzigingen aan de bestemming van het betrokken gebied zouden hebben aangebracht; ... Dat verzoekster terecht doet gelden dat na veertien jaar het bij M.B. van 28 december 1973 voorlopig vastgesteld ontwerp - gewestplan Veurne - Westkust geen wettige grondslag meer vermocht te zijn voor de vaststelling van het bestreden aanvullend gewestplan. " Ook de Raad van State sanctioneerde appellant reeds in deze zaak omwille van de onredelijke lange termijn waarin het zijn beslissingen nam. De uitleg van appellant dat gezien de complexiteit en het evolutieve karakter van ruimtelijke ordening het voeren van het ruimtelijk beleid gepaard met een grondige aanpak meer tijd en inspanning zouden vergen, overtuigt het hof niet. Sedert 1976 (= definitieve gewestplan) heeft appellant telkens alle aanvragen van geïntimeerden verworpen gezien het de mening was toegedaan dat de eigendom gelegen was in een natuurgebied. Het besluit van appellant om aan de eigendom van geïntimeerden de bestemming te geven van "natuurgebied" stond derhalve al jaren vast en hieromtrent hoefde er dan ook niet "een ingewikkeld ruimtelijk beleid" gevoerd te worden. De fout van de overheid - het opeenvolgend uitvaardigen van gebrekkige regelgeving binnen een onredelijk lange termijn - staat in deze dan ook vast en het bestreden vonnis wordt op dit punt bevestigd. 2.
  10. Uit de onderscheiden vernietigingsarresten is nergens af te leiden dat de bestemming "natuurgebied" ooit in vraag werd gesteld. De opeenvolgende bestemmingsvoorschriften werden telkens vernietigd wegens een gebrek in de motivering/schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur vanwege het Vlaamse Gewest . Het Vlaamse Gewest heeft verder steeds expliciet als standpunt ingenomen dat het de eigendom van geïntimeerden beschouwde als natuurgebied. Elke bouwaanvraag of stedenbouwkundig attest - ingediend op verzoek van geïntimeerden - werden telkens - zelfs zonder geldig bestemmingsvoorschrift - stelselmatig afgewezen omdat het goed geacht werd gelegen te zijn in natuurgebied. Er staat zodoende afdoend vast dat de eigendom van geïntimeerden steeds aangezien werd als gelegen in "natuurgebied" en dat deze bestemming mits een geldige procedure en zonder de opeenvolgende en herhaalde fouten vanwege het Vlaamse Gewest bij het opstellen van de verschillende bestemmingsplannen op een rechtsgeldige wijze vanaf het begin - d.i. vanaf het van kracht worden van het gewestplan Veurne - Westkust dd. 6 december 1976 - bekend zou zijn geweest door geïntimeerden. 2.
  11. Gezien de procedureslag die door geïntimeerden gevoerd werd vanaf het vastleggen van het ontwerp - gewestplan Veurne - Westkust waarbij hun eigendom de bestemming kreeg "natuurgebied" staat eveneens afdoend vast dat zij ten gepaste tijde tevens zouden zijn overgegaan tot het instellen van een planschadevergoeding. Geïntimeerden zijn er immers steeds van overtuigd geweest en zijn dit nog dat hun eigendom - gelet op de karakteristieke kenmerken van het perceel - in objectieve zin bouwgrond is (= de normale bestemming) en zij desgevallend recht hebben op vergoeding indien hun goed toch "omgevormd" wordt tot natuurgebied . Uit de gegevens van het dossier blijkt overigens zonder ernstige twijfel dat de eigendom van geïntimeerden wel degelijk voldoet aan de voorwaarden om aangezien te worden als objectieve bouwgrond, met name het perceel is gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, is omgeven door andere gebouwen en is technisch geschikt om bebouwd te worden. 2.
  12. In de oorspronkelijke versie van artikel 37 van de wet van 29 maart 1962 werden minder beperkingen ingelast dan thans het geval is voor het bekomen van planschadevergoeding. Het behoort dan ook in deze een deskundige aan te stellen - waartoe de eerste rechter eveneens en terecht overging - doch de opdracht dient enigszins aangepast te worden mede gelet op de wijzigingen die geïntimeerden aanbrachten aan hun oorspronkelijke vordering. Alle overige door partijen ingeroepen middelen zijn niet terzake dienend in het licht van wat voorafgaat. 2.
  13. Geïntimeerden hebben ter zitting van 21 september 2009 om de toepassing gevraagd van het basistarief voor vorderingen die niet in geld waardeerbaar zijn . Zij hebben deze terecht begroot op 1.200 euro . Dit bedrag komt hen toe als de in het gelijk gestelde partijen. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Geeft akte aan geïntimeerden van hun gewijzigde vordering. Bevestigt het bestreden vonnis met dien verstande dat aan de deskundige bijkomend als opdracht wordt gegeven: - De waardevermindering van het desbetreffende perceel te ramen op grond van de criteria geldend voor het bekomen van planschadevergoeding na het inwerkingtreden van het gewestplan Veurne - Westkust dd. 6 december 1976 en diezelfde waardevermindering te ramen op grond van de thans geldende beginselen inzake planschadevergoeding (waaronder het decreet van 27 maart 2009 tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijk plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid, van kracht sedert 1 september 2009). Veroordeelt appellant in de kosten van hoger beroep, begroot - in hoofde van hemzelf op euro 1.386 (186 rolrecht + 1.200 rechtsplegingsvergoeding), en - in hoofde van geïntimeerden op euro 1.200 rechtsplegingsvergoeding; Verwijst de zaak bij toepassing van artikel 1068, tweede lid Ger.W. opnieuw naar de eerste rechter. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 26/10/2009 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Nathalie DE RIJCK, Raadsheer, Isabelle DE RUYDTS, Raadsheer, Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS I. DE RUYDTS N. DE RIJCK A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.