id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 10 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20091110.1 Rolnummer: 2007AR3251 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2009-11-13 Raadplegingen: 121 - laatst gezien 2026-07-02 20:34 Fiche Overeenkomstig artikel 2 § 1 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst is deze van toepassing op alle landverzekeringen voor zover er niet wordt van afgeweken door bijzondere wetten. De wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst is dienvolgens niet toepasselijk op luchtvaartverzekeringen ongeacht of deze zaakschadeverzekeringen dan wel aansprakelijkheidsverzekeringen of persoonlijke verzekeringen zijn. Deze verzekeringen blijven beheerst door de verzekeringswet van 11 juni 1874 in de mate dat er niet van afgeweken wordt door bijzondere wetten (artikel 3 Wet 11 juni 1874) . UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Lening - Bruikleen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Landverzekering - Landverzekeringscontract in het algemeen HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Landverzekering - Schadeverzekering - Aansprakelijkheidsverzekering HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Andere (verzekeringen) HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Landverzekering - Schadeverzekering - Zaakverzekering Vrije woorden: Crash van een vliegtuig. Luchtvaartverzekeringen. Wet van 25 juni 1992? Wet van 11 juni
- Bruikleen van een vliegtuig. Crash. Verjaringstermijn inzake de vorderingen van de slachtoffers. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 2007/AR/3251 INZAKE VAN : De heer Luc NUYDENS, wonende te 2300 TURNHOUT, Steenweg op Gierle 333, appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 12 oktober 2007, vertegenwoordigd door Meester PAKLONS loco Meester Annemie VAN DEUN, advocaat te 2360 OUD-TURNHOUT, Steenweg op Turnhout 87/1, 1ste kamer TEGEN : 1) Mevrouw Gerarda NEYT, wonende te 1741 WAMBEEK, Hertstokweg 4, eerste geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester BOSMANS loco Meester André VAN DROOGENBROECK, advocaat te 1730 ASSE, Stationsstraat 69, 2) De naamloze vennootschap BELGISCHE MAATSCHAPPIJ VAN LUCHTVAARTVERZEKERINGEN AVIABEL, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 54, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0403.248.004, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Marc GODFROID en Meester DE LOOSE, advocaten te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3, 3) Mevrouw Anna DE BRUYN, wonende te 9200 DENDERMONDE, Klinkaertstraat 75, 4) De heer Daniël DE BRUYN, wonende te 9220 HAMME, Schaubeke 21, 5) Mevrouw Aleidis DE BRUYN, wonende te 9340 LEDE, Bergstraat 28, 6) Mevrouw Gisela DE BRUYN, wonende te 9060 ZELZATE, Wachtebekestraat 129, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Joris DE BOECK loco Meester Jean-Pierre WESTERLINCK, advocaat te 9100 SINT-NIKLAAS, Parklaan 44,
- voorgaande: 1.
- verzoekschrift tot hoger beroep: Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 10 december 2007, heeft Luc NUYDENS hoger beroep ingesteld tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 12 oktober
- Het vonnis werd niet betekend, het hoger beroep is regelmatig naar vorm en termijn. 1.
- korte samenvatting van de feiten: 1.2.
- Op 24 september 1997, omstreeks 18u05, is te Wichelen een vliegtuig van het type Bellanca Super Viking, geregistreerd in de Verenigde Staten onder het nummer N28158, neergestort en volledig uitgebrand. Beide inzittenden, de piloot, de heer Erik De Bruyn, en de passagier, de heer Tom Peeters, zijn bij dit ongeval om het leven gekomen. 1.2.
- Luc NUYDENS, huidige appellant op hoofdberoep, was samen met wijlen de heer Erik De Bruyn eigenaar van dit verongelukte toestel. 1.2.
- Er was een overeenkomst opgemaakt betreffende het respectievelijk gebruik van het toestel (deze overeenkomst - stuk 1 uit het dossier van Gerarda NEYT - is niet gedateerd, ze bevat nochtans in de tekst de zinsnede ‘tot hiertoe en dit is 28 juni 1995" waaruit kan afgeleid worden dat de overeenkomst van die datum dateert). De beide mede-eigenaars hebben - met het oog op het afsluiten van een verzekeringscontract - de waarde van het vliegtuig bepaald op 1.600.000 BEF (artikel 4). Voor het overige bevat deze overeenkomst een regeling en verdeling van de beschikbaarheid van het vliegtuig voor elk van beide mede-eigenaars alsmede een verdeling van de onkosten en regeling van de wijze van de bijdrage in deze onkosten. Tot slot wordt de tekst van de bijakte bij de persoonlijke verzekering (zie hierna) overgenomen. 1.2.
- De omstandigheden van het ongeval kunnen als volgt worden samengevat: de heer De Bruyn, als piloot, en de heer Peeters, als passagier, waren om 17u45 op de luchthaven van Deurne opgestegen voor een pleziervlucht. Na het opstijgen heeft de heer De Bruyn koers gezet in de richting van zijn woonplaats te 9260 Wichelen, Moleken 54; eenmaal daar aangekomen zou hij enkele malen boven zijn woning gecirkeld hebben; tijdens het maken van een tweede cirkelbeweging is het vliegtuig neergestort in een weide dicht bij de woning van piloot De Bruyn. Het Parket van Dendermonde opende een opsporingsonderzoek en stelde de heer Taverniers, inspecteur Luchtvaartpolitie, als deskundige aan. Dit onderzoek werd later geseponeerd. De deskundige kwam tot volgende besluitvorming: "In het licht van de sporen op de grond, van de korte afstand afgelegd op de grond en van de hoge verticale snelheid (neus van het vliegtuig naar beneden gericht) kan worden besloten dat tijdens een bocht genomen tegen lage snelheid het vliegtuig stijgkracht (stall) heeft verloren en dat de piloot op dat ogenblik misschien met motorproblemen te kampen kreeg. 3.
- : Besluiten • 3.2.
- : De bestuurder bezat een geldige vergunning en was bevoegd om zijn taak uit te voeren. • 3.2.
- : Het bewijs van luchtvaardigheid van het vliegtuig was geldig. • 3.2.3.: Tijdens het technisch onderzoek na het ongeval werden aan de motor geen defecten vastgesteld. • 3.2.4.: Terwijl het vliegtuig in de nabijheid van de woning van de piloot vliegt, duikt het in bocht bruusk met de neus naar beneden. Vermoedelijk heeft het verlies aan stijgkracht plaatsgehad op een hoogte die onvoldoende was voor de piloot om de situatie nog te kunnen rechtzetten. • 3.2.5.: Het ongeval had voor de twee inzittenden een dodelijk afloop tot gevolg. 3.
- : Vermoedelijke oorzaak van het ongeval. Tijdens het nemen van een bocht is het vliegtuig met de neus naar beneden gedoken als gevolg van een verlies aan stijgkracht. De getuigen op de begane grond vermelden dat tijdens deze bocht de motor tekenen van haperingen vertoonde, maar tijdens de expertise kon de oorzaak van die haperingen niet worden achterhaald." De B.A.-verzekeraar van dit vliegtuig, de N.V. BELGISCHE MAATSCHAPPIJ VAN LUCHTVAARTVERZEKERINGEN (hierna "N.V. AVIABEL"), (polis nr. 120.021) (stuk 1 AVIABEL) belastte op haar beurt het bureau "DE KEERSMAECKER" als expert ten einde de omstandigheden van het luchtvaartongeval te achterhalen. Deze deskundige besluit: "We kunnen geredelijk aannemen dat er geen motorproblemen zijn geweest. Wat ook mede-aanleiding moge zijn geweest tot dit ongeval, de geringe vlieghoogte is de enige echte oorzaak van dit schadegeval." Deze deskundige citeert voor het overige de besluitvorming uit het verslag van de deskundige aangesteld door het parket. 1.2.
- De erfgenamen van wijlen Eric DE BRUYN betwisten de deskundige verslagen. Op basis van verklaringen van getuigen die gewag zouden maken van het sputteren van de motor voor de crash, leiden zij af dat het neerstorten van het vliegtuig niet het gevolg was van de handelingen van de piloot maar dat mogelijke motorproblemen het neerstorten hebben veroorzaakt. 1.2.
- De heren Nuydens en De Bruyn hadden naast de B.A. verzekering eveneens bijkomende ‘persoonlijke verzekeringspolissen varend personeel' bij AVIABEL afgesloten (polissen nr. 64.264 en 64.265) (stuk 2 AVIABEL). Deze polissen voorzien een vergoeding van 2.000.000 BEF in geval van overlijden van Erik DE BRUYN als piloot of passagier van een standaard toerisme vliegtuig. Het kapitaal komt toe voor 800.000 BEF aan Luc NUYDENS en voor 1.200.000 BEF aan Gerarda NEYT. De dekking geldt voor alle lichamelijke ongevallen die aan de piloot overkomen vanaf het ogenblik dat hij plaats neemt in het luchtvaartuig totdat hij het verlaat (artikel 3 algemene voorwaarden). Artikel 6 van de algemene voorwaarden (stuk 2 dossier van N.V. AVIABEL) bepaalt dat de ongevallen overkomen in de hierna vermelde voorwaarden steeds uit de verzekering gesloten zijn: 1° Wanneer de verzekerde zich opzettelijk aan een nutteloos gevaar blootstelt, of wanneer hij de van kracht zijnde wetten en reglementen die op de luchtvaart betrekking hebben, niet naleeft, of zij van nationale of van Internationale aard zijn, behoudens geval van overmacht. (2° tot 9° ....) 10° Als gevolg van roekeloze of niet verrechtvaardigde evoluties veroorzaakt door het normaal besturen van het luchtvaartuig inbegrepen de scheervluchten, behoudens geval van overmacht. Artikel 20 van dezelfde voorwaarden bepaalt: "iedere eis tot betaling van de vergoedingen door dit contract voorzien, moet, op straf van verval, ingesteld worden binnen de termijn van een jaar te rekenen van de datum af van hun eisbaarheid." De bijlage nr 2 aan de polis voorziet hoe de vergoedingen moeten verdeeld worden wanneer het toestel beschadigd is en de verzekeringnemer overleden is. 1.
- de vorderingen van de partijen voor de eerste rechter: Bij exploot van 23 januari 2004 werd AVIABEL gedagvaard op verzoek van Luc NUYDENS ten einde zijn aandeel in de vergoeding bepaald in de ‘persoonlijke verzekeringspolissen varend personeel' te bekomen. Er werd een bedrag gevorderd van euro 19.831,48 te vermeerderen met de vergoedende intresten en de kosten. Bij hetzelfde exploot werden mevrouwen Bertha SCHOOFS en Gerarda NEYT (erfgenamen van wijlen Erik DE BRUYN) gedagvaard teneinde hen in solidum te horen veroordelen tot het betalen van hetzelfde bedrag (de helft van de waarde van het vliegtuig) en dit omwille van het feit dat wijlen Erik DE BRUYN aansprakelijk zou zijn voor het ongeval en het vernielen van het toestel. Mevrouw SCHOOFS was de moeder van Eric DE BRUYN. Mevrouw Gerarda NEYT was zijn levensgezellin. Ingevolge een authentiek testament verleden voor notaris DE SMET te Wetteren had Eric DE BRUYN zijn levensgezellin aangeduid als erfgename aan wie het grootst beschikbaar gedeelte van zijn nalatenschap toekomt. Bij conclusie neergelegd op 15 september 2004 heeft Gerarda NEYT een tussenvordering ingesteld tegen AVIABEL tot betaling van het bedrag van euro 22.310,42, zijnde haar aandeel van 3/4 als erfgenaam van wijlen piloot De Bruyn in het saldo van de vergoeding ( euro 30.000) voorzien in de bovenvermelde individuele verzekeringspolissen. Bij conclusie neergelegd op 4 december 2006 hebben de erfgenamen van wijlen mevrouw SCHOOFS (hierna ‘de consorten DE BRUYN') eveneens een tussenvordering ingesteld lastens AVIABEL tot betaling van het bedrag van euro 7.436,80, zijnde hun aandeel van 1/4 als erfgenamen van wijlen piloot De Bruyn in het saldo van de vergoeding ( euro 30.000) voorzien in de bovenvermelde individuele verzekeringspolissen. 1.
- de bestreden beslissing: De bestreden beslissing besliste wat volgt: Geeft akte aan de erfgenamen van mevrouw Schoofs, mevrouw Anny De Bruyn, de heer Daniël De Bruyn, mevrouw Aleidis De Bruyn en mevrouw Gisela De Bruyn, van hun gedinghervatting. Verklaart de hoofdvordering van de heer Nuydens tegen Aviabel en de tussenvordering van de erfgenamen Schoofs, mevrouw Anny De Bruyn, de heer Daniël De Bruyn, mevrouw Aleidis De Bruyn en mevrouw Gisela De Bruyn, tegen Aviabel onontvankelijk. Verklaart de tussenvordering van mevrouw Neyt tegen Aviabel ontvankelijk maar ongegrond. Verklaart de hoofdvordering van de heer Nuydens tegen mevrouw Neyt en de erfgenamen van mevrouw Schoofs, mevrouw Anny De Bruyn, de heer Daniël De Bruyn, mevrouw Aleidis De Bruyn en mevrouw Gisela De Bruyn, onontvankelijk voor zover zij is gesteund op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, en ongegrond voor zover zij is gesteund op een contractuele basis. Veroordeelt de heer Nuydens, mevrouw Neyt en de erfgenamen van mevrouw Schoofs, mevrouw Anny De Bruyn, de heer Daniël De Bruyn, mevrouw Aleidis De Bruyn en mevrouw Gisela De Bruyn, elk tot één derde van de kosten in hoofde van de nv Aviabel. Begroot deze kosten op 364,40 euro (rpv). Veroordeelt de heer Nuydens tot de kosten van het geding in hoofde van mevrouw Neyt en de erfgenamen van mevrouw Schoofs, mevrouw Anny De Bruyn, de heer Daniël De Bruyn, mevrouw Aleidis De Bruyn en mevrouw Gisela De Bruyn. 1.
- de vorderingen zoals gesteld voor het hof: Voor het hof herneemt Luc NUYDENS (bij conclusie neergelegd op 25 mei 2009) zijn oorspronkelijke vordering tegen de N.V. AVIABEL, hij herneemt ook zijn oorspronkelijke vordering ditmaal tegen mevrouw Anny De Bruyn, de heer Daniël De Bruyn, mevrouw Aleidis De Bruyn en mevrouw Gisela De Bruyn (de erfgenamen van wijlen mevrouw Bertha SCHOOFS) en tegen mevrouw Gerarda NEYT. Hij vordert een veroordeling in solidum¸ minstens elk voor hun erfdeel. Hij begroot de rechtsplegingvergoeding in graad van hoger beroep op euro 2.
- De N.V. AVIABEL concludeert (bij conclusie neergelegd op 27 april 2009) tot de afwijzing van de hogere beroepen. Zij stelt een incidenteel hoger beroep in. Zij bestrijdt de beslissing in de mate dat deze de vordering van Gerarda NEYT ontvankelijk heeft verklaard en vordert in hoofdorde dat deze vordering onontvankelijk zou verklaard worden. Mevrouw Gerarda NEYT stelt bij conclusie (neergelegd op 26 juni 2009) een incidenteel hoger beroep in. Zij vordert de bevestiging van het vonnis waar het de vordering van Luc NUYDENS onontvankelijk, minstens ongegrond verklaart. Zij vordert evenwel dat het vonnis a quo gedeeltelijk zou gewijzigd worden voor wat de tussenvordering betreft die door haar werd ingesteld lastens de N.V. AVIABEL. Zij vordert derhalve de N.V. AVIABEL te veroordelen tot betaling van een bedrag van euro 22.310,42 (dit bedrag wordt gevorderd onder voorbehoud) te vermeerderen met de verwijlintresten vanaf de datum van de feiten namelijk 27 september 1997, de gerechtelijke intresten en de gerechtskosten met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding voorzien bij K.B. van 21/10/
- Zij begroot het bedrag niet in haar conclusie. Ter terechtzitting vraagt zij dat de rechtsplegingvergoeding zou begroot worden op het basisbedrag ( euro 2.000). De erfgenamen van mevrouw SCHOOFS, de consorten DE BRUYN vragen de bevestiging van het eerste vonnis. Zij begroten de rechtsplegingvergoeding in graad van beroep op euro 4.
- bespreking: 2.
- de vorderingen gericht tegen de N.V. AVIABEL 2.1.
- verjaring ? De N.V. AVIABEL laat in hoofdorde gelden dat de vorderingen, in de mate als deze tegen haar zijn ingesteld door Luc NUYDENS en door Gerarda NEYT, niet ontvankelijk zijn omwille van verjaring. Artikel 20 van de polis voorziet dat "iedere eis tot betaling van de vergoedingen door dit contract voorzien, (...) op straf van verval (moet) ingesteld worden binnen de termijn van een jaar te rekenen van de datum af van hun eisbaarheid." Volgens de verzekeraar zijn de vergoedingen eisbaar vanaf het moment van het schadegeval, het overlijden van de verzekerde (het betreft de persoonlijke verzekering varend personeel) dit is 24 september
- De vordering door Luc NUYDENS werd ingesteld in januari 2004, deze door Gerarda NEYT in september 2004 en deze door de nabestaanden van mevrouw SCHOOFS pas in december
- Indien de polisvoorwaarden gelden, zijn de vorderingen van Luc NUYDENS en van Gerarda NEYT dienvolgens verjaard (onder voorbehoud van wat hierna gesteld wordt aangaande de afstand van het inroepen van de verjaring voor wat de vordering van Gerarda NEYT betreft). 2.1.
- toepasselijke wet ? Luc NUYDENS en Gerarda NEYT laten gelden dat de korte verjaring zoals gesteld in de polis, niet van toepassing is om reden dat de wet op de landverzekeringsovereenkomsten van 25 juni 1992 in artikel 34 voorziet dat de verjaringstermijn voor elke rechtsvordering, voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst, drie jaar bedraagt. In de persoonsverzekering begint de termijn, wat de rechtsvordering van de begunstigde betreft, te lopen vanaf de dag waarop deze tegelijk kennis heeft van het bestaan van de overeenkomst, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de verzekeringsprestaties opeisbaar doet worden. Ingevolge artikel 3 van deze wet zijn haar bepalingen van dwingend recht, tenzij uit de bewoordingen zelf blijkt dat de mogelijkheid wordt gelaten om er van af te wijken door bijzondere bedingen. Dit betekent dat, indien de wet op de landverzekeringsovereenkomst van toepassing is, het contractueel beding dat een kortere vervaltermijn voor het instellen van de vordering voorziet, niet toepasselijk is. De N.V. AVIABEL betwist evenwel dat de wet van 25 juni 1992 toepasselijk is. Zij houdt voor dat voor wat luchtvaartverzekeringen betreft, de oude wet van 11 juni 1874 nog steeds van toepassing is. Deze wet laat afwijkende conventionele bedingen wel toe. Overeenkomstig artikel 2 § 1 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst is deze van toepassing op alle landverzekeringen voor zover er niet wordt van afgeweken door bijzondere wetten. De wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst is dienvolgens niet toepasselijk op luchtvaartverzekeringen ongeacht of deze zaakschadeverzekeringen dan wel aansprakelijkheidsverzekeringen of persoonlijke verzekeringen zijn. Deze verzekeringen blijven beheerst door de verzekeringswet van 11 juni 1874 in de mate dat er niet van afgeweken wordt door bijzondere wetten (artikel 3 Wet 11 juni 1874) . De polisvoorwaarden gelden dus met het gevolg dat de vorderingen binnen het jaar na het schadegeval dienden ingesteld te worden. De vordering van Luc NUYDENS is duidelijk buiten deze termijn ingesteld. 2.1.
- moet de vordering ingesteld zijn binnen het jaar na het schadegeval of volstaat het dat een aanspraak aan de verzekeraar werd gericht binnen deze termijn ? Luc NUYDENS houdt voor dat er geen sprake kan zijn van verjaring, nu hij naar zijn bewering binnen het jaar na het schadegeval, een eis tot vergoeding heeft gericht tegen N.V. AVIABEL. Hij verwijst dienaangaande naar zijn aangetekende brief van 11 december 1997 (stuk 12 uit het dossier van appellant). De inhoud van deze brief luidt als volgt: "In uw brief hebben wij vernomen als zou het toestel N28158 op zeer lage hoogte hebben gevlogen. Wij kunnen niet indenken waar U zulke ONJUISTE inlichtingen ingewonnen hebt. We zijn er zeer zeker van dat Erik De Bruyn nooit onder de minimum veiligheidshoogte zou vliegen. De getuigenissen dewelke wij vernomen hebben, zijn dat het toestel blijkbaar motorstoring had terwijl het zich in rechte lijn van zijn woning verwijderde. Ten gevolg van dit probleem is het toestel beginnen dalen en heeft de piloot getracht om een noodlanding uit te voeren. We hopen bijgevolg dat U voor een spoedige afhandeling van dit spijtig ongeval wil zorgen. Gelieve voor het verdere verloop ook steeds mij (Luc Nuydens) te kontakteren. N.B.: U heeft een hernieuwing van de polis 120.021 naar ons toegestuurd. Daar het toestel volledig vernield is, lijkt het ons ook logisch dat er geen verzekering niet meer voor nodig is." In deze brief wordt enkel gevraagd dat voor een spoedige afhandeling zou gezorgd worden. Deze brief kan niet aanzien worden als "een eis tot betaling van de vergoedingen" zoals deze contractueel voorzien zijn. Het hof is van oordeel dat de zinsnede uit de polis naar verluid van dewelke "een eis tot betaling moet ingesteld zijn" betekent dat de vordering voor de rechter moet ingeleid zijn binnen de gestelde termijn. Hoe dan ook, zelfs als zou aangenomen worden dat het zou volstaan dat de schadelijder zijn aanspraken binnen de contractueel bepaalde termijn via aangetekend schrijven aan de verzekeraar zou bekend maken, dan nog voldoet de brief van 11 december 1997 niet aan deze vereiste. De vordering in de mate als gesteund op de verzekeringspolis en in de mate als gericht tegen de N.V. AVIABEL, is verjaard en dus niet toelaatbaar. 2.1.
- deed de N.V. AVIABEL afstand van het middel van verjaring opzichtens Gerarda NEYT ? Gerarda NEYT laat gelden dat de ontvankelijkheid van haar vordering door de N.V. AVIABEL niet wordt betwist. Dit is onjuist. Voor de eerste rechter liet N.V. AVIABEL expliciet gelden dat "mevrouw Neyt betreffende de verjaring van haar vordering lastens (N.V. AVIABEL) ten onrechte stelt dat deze laatste afstand heeft gedaan van de exceptie van verjaring" . Gerarda NEYT laat gelden dat de N.V. AVIABEL bij schrijven van 22 december 2000, nadat de verjaringstermijn verstreken was, afstand zou gedaan hebben van de verjaring. In bedoeld schrijven, gericht aan de advocaat van Gerarda NEYT, motiveert de N.V. AVIABEL waarom zij niet kan akkoord gaan met de zienswijze als zou de piloot geen fout hebben begaan. In datzelfde schrijven wordt gesteld "gezien de standpunten blijkbaar niet verzoenbaar zijn, zijn wij bereid om dit dossier door vrijwillige verschijning voor te leggen aan de bevoegde rechtbank". De rechter oordeelt in feite of er (stilzwijgende) afstand van recht is en kan deze slechts afleiden uit feiten die voor geen andere uitleg vatbaar zijn nu stilzwijgende afstand van recht niet vermoed wordt (art. 824, lid 1 en 3 Ger.W.) . Te dezen kan uit de enkele omstandigheid dat de N.V. AVIABEL in het schrijven van 22 december 2000 niet expliciet de toelaatbaarheid van de vordering betwist, niet afgeleid worden als zou zij afstand doen of gedaan hebben van deze exceptie. Het incidenteel hoger beroep van de N.V. AVIABEL is op dit punt gegrond. De vordering van Gerarda NEYT in de mate als gericht tegen de N.V. AVIABEL is niet toelaatbaar. 2.
- de vorderingen gericht tegen de respectieve erfgenamen van wijlen Eric DE BRUYN: 2.2.
- grondslag van deze vorderingen: Luc NUYDENS laat gelden dat deze vorderingen een contractuele grondslag hebben. In zijn hoedanigheid van mede-eigenaar van het verongelukte vliegtuig vordert hij de helft van de waarde ervan terug van de nabestaanden van de mede-eigenaar. Er wordt geen schriftelijke overeenkomst tussen de mede-eigenaars, die de rechten en plichten ingeval van een crash regelt, voorgelegd. De niet gedateerde overeenkomst (waarvan kan aangenomen worden dat zij dateert van 28 juni 1995 - zie hiervoor punt 1.2.3.) voorziet een regeling voor het gebruik van het toestel en een wijze van verrekenen van de onkosten. Uit de omstandigheid dat elk van de mede-eigenaars het toestel alleen mocht gebruiken moet afgeleid worden dat het de wil van de partijen was dat wie het toestel gebruikte er ook voor aansprakelijk was om het toestel veilig en wel terug ter beschikking van de mede-eigenaar te stellen. Artikel 577-2 § 5 B.W. stelt dat de mede-eigenaar recht heeft op het gebruik en het genot van de gemeenschappelijke zaak, overeenkomstig haar bestemming en in zover zulks met het recht van zijn deelgenoten verenigbaar is. Hij mag zijn mede-eigenaars niet verhinderen de zaak eveneens overeenkomstig hun rechten te gebruiken en het genot ervan te hebben . Wanneer één van de mede-eigenaars het goed verliest (zoals te dezen ingevolge de crash van het vliegtuigje) dan is hij gehouden het verlies dat hieruit voortvloeit voor zijn mede-eigenaar, aan deze te vergoeden. Het recht een goed (dat deels aan een ander toebehoort) te gebruiken impliceert de verbintenis tot teruggave. Artikel 1875 B.W. stelt dat bruiklening een contract is waarbij de ene partij aan de andere een zaak afgeeft om daarvan gebruik te maken, onder verplichting voor degene die de zaak ontvangt, die terug te geven na daarvan gebruik te hebben gemaakt. De verbintenissen die uit de bruiklening ontstaan, gaan over op de erfgenamen van degene die te leen ontvangt (artikel 1879 B.W.). De lener is gehouden als een goed huisvader voor de bewaring en het behoud van de geleende zaak te zorgen. Hij mag zich slechts ervan bedienen voor het gebruik dat door de aard der zaak of door de overeenkomst bepaald is; één en ander op straffe van schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat (art. 1880 B.W.). Indien de lener zich van de zaak bedient voor een ander gebruik, of gedurende een langere tijd dan hij mocht, is hij voor het verlies aansprakelijk, al is dit ook door toeval ontstaan (artikel 1881 B.W.). Het is enkel wanneer de lener overmacht bewijst, dat hij vrijuit gaat . Bij ontstentenis van een schriftelijke overeenkomst mag - op grond van de gedragingen van de mede-eigenaars - aangenomen worden dat het hun gemeenschappelijke wil was dat de rechten van de mede-eigenaars beheerst zouden worden door een stilzwijgend contract van bruiklening. 2.2.
- toepassing van deze principes in concreto: Te dezen staat het vast dat Eric DE BRUYN het toestel niet heeft kunnen teruggeven derwijze dat hij, behoudens bewijs van vernielen van het toestel ingevolge overmacht, gehouden is tot vergoeding van de schade, die de mede-eigenaar die het gebruiksrecht (over zijn aandeel) van het toestel aan Eric DE BRUYN toestond, lijdt ingevolge de vernieling. De erfgenamen van wijlen Eric DE BRUYN beweren maar bewijzen niet dat het toestel is gecrasht enkel ingevolge een motordefect en niet (minstens mede) ingevolge een te laag vliegen door de piloot. Een aantal getuigen maakt weliswaar gewag van het sputteren van de motor van het toestel doch de expertise van het wrak heeft geen enkel mechanisch of motorisch defect van het toestel aangetoond. De subjectieve observatie van personen die zich op de grond bevonden is niet van aard om de bevindingen van de deskundige (in het bijzonder de deskundige aangesteld door het Parket - zie hiervoor) te ontkrachten. De vraag of er al dan niet reserve brandstoftanks aan het toestel aanwezig waren, doet hieraan geen afbreuk. Hoe dan ook volstaat het loutere feit dat er geen onomstotelijk bewijs is bijgebracht van de oorzaak van de crash niet om aan te nemen als zou zulks ipso facto impliceren dat de piloot geen vliegfout heeft gemaakt en dat er toch een - niet bewezen - mechanisch defect als oorzaak van de crash zou moeten weerhouden worden. De deskundige aangesteld door het Parket stelt dat "in het licht van de sporen op de grond, van de korte afstand afgelegd op de grond en van de hoger verticale snelheid (neus van het vliegtuig naar beneden gericht) kan worden besloten dat tijdens een bocht genomen tegen lage snelheid het vliegtuig stijgkracht (stall) heeft verloren en dat de piloot op dat ogenblik misschien met motorproblemen te kampen kreeg". Er is een eventualiteit dat er - na het door de deskundige als gevaarlijk omschreven vlieggedrag van de piloot - een mechanisch defect is ontstaan ("misschien"). Er is geen bewijs van deze laatste hypothese. De erfgenamen van wijlen Eric DE BRUYN bewijzen de overmacht niet. Integendeel, uit de bevindingen van dezelfde deskundige blijkt dat Eric DE BRUYN met het vliegtuig op gevaarlijke wijze een bocht tegen te lage snelheid heeft genomen. Hij is dienvolgens voor het verlies aansprakelijk. Dit is eveneens het geval wanneer het verlies zelf door toeval zou zijn ontstaan (zie artikel 1881 B.W.). 2.2.
- verjaring van deze vorderingen: De vorderingen ex contractu verjaren door verloop van 10 jaar (artikel 2262bis § 1 B.W.). De termijn neemt aanvang op 27 juli 1998 bij het in werking treden van de wet van 10 juni
- Deze vorderingen waren dienvolgens niet verjaard op 23 januari
- 2.2.
- besluit wat de vorderingen betreft gericht tegen de erfgenamen van wijlen Eric DE BRUYN: De vordering van Luc NUYDENS, in de mate als gericht tegen de erfgenamen van wijlen Eric DE BRUYN, gesteund op diens contractuele aansprakelijkheid, is gegrond wat het principe betreft. Luc NUYDENS vordert de helft van de waarde van het vliegtuig te weten de tegenwaarde van 800.000 BEF, thans euro 19.831,
- Gerarda NEYT betwist het bedrag van de vordering niet. De consorten DE BRUYN laten gelden dat Luc NUYDENS enkel aanspraak kan maken op de reële waarde van het toestel op het ogenblik van de crash. Luc NUYDENS van zijn kant betoogt dat Eric DE BRUYN bij schrijven van 21 januari 1995 heeft bevestigd (weliswaar opzichtens de N.V. AVIABEL) dat aan de overlevende piloot een bedrag van 800.000 BEF zou toekomen . In een contractuele aansprakelijkheidsvordering kan de schadelijder enkel aanspraak maken op de schade die hij heeft geleden (waarbij weliswaar de criteria van het damnum emergens en het lucrum cessans in aanmerking worden genomen - artikelen 1149 tot 1151 B.W.) tenzij hij kan aantonen dat de contractpartners zijn overeengekomen om de schade conventioneel op een welbepaald bedrag te bepalen of een welbepaalde wijze van berekening van de schade - afwijkend van de regels van het gemeen recht - te voorzien. Dergelijke regeling ligt voor in de verhouding tussen de N.V. AVIABEL en de respectieve mede-eigenaars. Noch het verzekeringscontract, noch het schrijven van 21 januari 1995 leveren evenwel het bewijs van een overeenkomst tussen DE BRUYN en NUYDENS omtrent de waarde van het toestel op 24 september
- Het past dienvolgens Luc NUYDENS toe te laten - mits tegenspraak door de consorten DE BRUYN en Gerarda NEYT - om het bewijs bij te brengen van de waarde van het vliegtuig Bellanca 17 met kenteken N 28158 op datum van de crash. Hiertoe wordt de zaak uitgesteld zoals hierna bepaald. Er is geen aanleiding om de consorten DE BRUYN en Gerarda NEYT in solidum te veroordelen. De erfgenamen zijn gehouden in verhouding tot hun aandeel in de nalatenschap. Op grond van de voorgelegde stukken is Gerarda NEYT legataris van het grootst beschikbaar gedeelte van de nalatenschap van wijlen Eric DE BRUYN . De consorten DE BRUYN en Gerarda NEYT zijn het erover eens dat Gerarda NEYT een aanspraak heeft op 3/4de van de nalatenschap en dat de consorten DE BRUYN een aanspraak hebben op 1/4de van de nalatenschap. Deze zelfde verhouding geldt dienvolgens wat de gehoudenheid betreft tot vergoeding van de schade geleden door Luc NUYDENS.
- de gerechtskosten: Er is geen aanleiding om de rechtsplegingvergoeding op euro 4.000 te bepalen. Het geschil vertoont geen objectieve complexiteit. Gezien het hoger beroep deels gegrond is, vertoont de vordering ook geen kennelijk onredelijk karakter. De rechtsplegingvergoedingen dienen dienvolgens bepaald te worden op het basisbedrag van euro 2.
- OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoofdberoep en de incidentele beroepen van Gerarda NEYT en van de N.V. AVIABEL ontvankelijk; Verklaart het hoger beroep van de N.V. AVIABEL gegrond; Hervormt het bestreden vonnis in deze zin dat de tussenvordering van Gerarda NEYT niet toelaatbaar wordt verklaard; Veroordeelt Luc NUYDENS en Gerarda NEYT elk tot de helft van de kosten van de N.V. AVIABEL wat het hoger beroep betreft en vereffend in haar hoofde op euro 2.000; Verklaart het hoger beroep van Luc NUYDENS deels gegrond; Hervormt het bestreden vonnis in die zin dat de vordering van Luc NUYDENS in de mate als gericht tegen Gerarda NEYT en tegen Anny DE BRUYN, Daniël DE BRUYN, Aleidis DE BRUYN en Gisela DE BRUYN principieel gegrond wordt verklaard; Stelt de zaak - enkel wat de consorten DE BRUYN, Gerarda NEYT en Luc NUYDENS betreft - uit op de zitting van dinsdag 2 februari 2010 om 12 uur teneinde deze partijen toe te laten conclusie te nemen, stukken voor te leggen en hen te horen omtrent de waarde van het vliegtuig Bellanca 17 met kenteken N 28158 op datum van 24 september 1997; Zegt voor recht dat Anny DE BRUYN, Daniël DE BRUYN, Aleidis DE BRUYN en Gisela DE BRUYN samen gehouden zijn tot 1/4de van de schadevergoeding en dat Gerarda NEYT gehouden is tot 3/4de van deze schadevergoeding; Houdt de veroordeling tot de gerechtskosten, wat deze partijen betreft, aan; Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 10/11/2009 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer dd. Voorzitter, Marc BOSMANS, Raadsheer, Marc DEBAERE, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE M. BOSMANS A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div