← België

ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20091215.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20091215.2 Rolnummer: 2007AR2463 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-12-16 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-07-02 20:48 Fiche Artikel 1209 Ger. W. De in het kader van een gerechtelijk bevolen vereffening-verdeling aangestelde notaris heeft een wettelijke inlichtingsplicht, alsook een verzoeningsopdracht t.a.v. de deelgenoten. Respectieve rol van de boedelnotaris en boedelrechter sinds de invoering van het gerechtelijk wetboe: het staat thans vast dat het niet aan de rechtbank toekomt de concrete vereffening/verdeling op te maken, maar dit is uitsluitend de taak van de boedelnotaris. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Onverdeelde goederen - Gerechtelijke verdeling Vrije woorden: Artikelen 1205 tot 1224 Ger. W., inzake de gerechtelijk bevolen vereffening-verdeling. Rol van de gerechtelijk aangestelde boedelnotaris (artiokel 1209 Ger. W.). Wettelijke inlichtingsplicht. Verzoeningsopdracht. Rol van de notaris bij blijvend meningsverschil tussen de deelgenoten. Vernieuwde rol van de boedelnotaris en de boedelrechter sinds de invoering van het Gerechtelijk Wetboek. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2009/ A.R. nr. 20047/AR/2463 INZAKE VAN : Mevrouw H. V., appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 14 augustus 2007, vertegenwoordigd door Meester Sven DE KERPEL loco Meester Pieter DERVEAUX, advocaat te 1930 ZAVENTEM, Eglantierenlaan 72, 1ste kamer TEGEN : De heer A. T. M., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Kristien DE LUYCK loco Meester Eric THIRY, advocaat te 1180 BRUSSEL, Hippolute Boulengerlaan 49,, ..... I. Voorwerp van de vorderingen. 1.1. De oorspronkelijke eis van geïntimeerde strekte ertoe

(1)te horen zeggen voor recht dat de vakantiewoning te B. openbaar diende verkocht te worden,
(2)een notaris te horen aanstellen die voor de veiling zal instaan en de opbrengst van de verkoop zal verdelen tussen partijen als naar recht,
(3)een tweede notaris te horen aanstellen om de weigerende of niet - verschijnende partij te vertegenwoordigen en
(4)de kosten ten laste te horen leggen van de massa. Bij conclusie werd deze vordering uitgebreid en vroeg hij
(1)appellante te veroordelen tot betaling van een bezettingsvergoeding van 800 euro per maand met ingang van 1 september 2005, plus de gerechtelijke intresten, dit voor de periode waarin appellante de vakantiewoning niet verhuurde en er alleen de beschikking en het exclusieve genot over had,
(3)vooraleer recht te doen m.b.t. die bezettingsvergoeding een deskundige aan te stellen met als opdracht de gebruikelijke huurwaarde van een dergelijke vakantiewoning te ramen met ingang van 1 september 2005 en
(4)appellante te veroordelen om rekening en verantwoording af te leggen m.b.t. de huurgelden die zij geïnd heeft via Eurorelais met ingang van diezelfde 1 september 2005. Appellante stelde een tegeneis in en vroeg
(1)te zeggen voor recht dat beide partijen voor de helft eigenaar zijn van de vakantiewoning te B.,
(2)geïntimeerde te veroordelen tot betaling van (
  1. a)het bedrag van 17.500 euro plus de gerechtelijke intresten, (
  2. b)het bedrag van 24.375 euro plus de wettelijke verwijlintresten vanaf 28 juni 2005 minstens de gerechtelijke intresten en
(3)een provisie van 605 euro + 588 euro + 9.945 euro , onder voorbehoud van wijziging, plus de gerechtelijke intresten 1.2. De eerste rechter heeft
(1)bevolen dat zou worden overgegaan tot de bewerkingen van vereffening en verdeling van de tussen partijen bestaande onverdeeldheid, waaronder een woning gelegen te B.,
(2)notaris P. Dauwe met standplaats de Oudergem aangesteld als instrumenterende notaris die hij machtigde om een beroep te doen op een deskundige teneinde eventueel de waarde van die woning te bepalen alsmede de huurwaarde,
(3)notaris F. Van Achter met standplaats te Halle aangesteld als tweede notaris,
(4)notaris J. Castermans met standplaats te Gedinne aangesteld met het oog op de openbare verkoop en er de niet verschijnende of weigerende partijen te vertegenwoordigen en
(5)de kosten ten laste gelegd van de massa. 1.3. Het hoger beroep van appellante beoogt de toekenning te horen bekomen van haar oorspronkelijke tegeneis met dien verstande dat bijkomend een provisie gevraagd wordt van 355,74 euro plus de gerechtelijke intresten. Zij vraagt tevens de hoofdvordering (= het uit onverdeeldheid treden) ongegrond te verklaren en zij verzet zich tegen de uitvoerbaarheid van het bestreden vonnis. 1.4. Geïntimeerde vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis. II. De Feiten. 2.1. Partijen zijn niet gehuwd maar hebben een tijdje samengewoond. Op 4 november 2002 kochten zij in onverdeeldheid een vakantiewoning te B.. Naar zeggen van appellante werd de koopprijs integraal door haar betaald, deels met haar spaargelden en deels via een lening die zij nadien alleen terugbetaalde. Oorspronkelijk was in de authentieke akte een beding van aanwas voorzien maar beide partijen hebben dit beding opgezegd, geïntimeerde bij aangetekend schrijven van 12 augustus 2005 en appellante bij aangetekend schrijven van 19 augustus 2005. 2.2. Appellante vraagt thans (
  1. a)de helft van 35.000 euro , zijnde dat deel van de koopprijs die zij met haar spaargelden heeft gefinancierd, (
  2. b)de helft van het kapitaal en de intrestenlasten die zij diende te betalen voor de lening die zij aanging om het saldo van de koopprijs te betalen dat zij begroot op 24.375 euro , (
  3. c)terugbetaling van de helft van de netto - kosten voor het onderhoud van de vakantiewoning, begroot op 605 euro en 588 euro , (
  4. d)de helft van de financiële waarde van haar inspanningen en tussenkomsten, begroot op 9.945 euro en (
  5. e)betaling van de helft van de factuur EV Benelux begroot op 355,74 euro . III. Bespreking. 3.1. Appellante verzet zich tegen het uit onverdeeldheid treden. Zij meent in deze dat artikel 815 B.W. blijkbaar niet van toepassing is. In het beschikkend gedeelte van haar conclusie vraagt zijzelf te zeggen voor recht dat beide partijen voor de helft eigenaar zijn van het onroerend goed gelegen te B.. Zij erkent bijgevolg expliciet dat er tussen partijen wel degelijk een onverdeeldheid bestaat. Niemand kan echter gedwongen worden in onverdeeldheid te blijven. De eerste rechter heeft dan ook terecht bevolen dat zou overgegaan worden tot de onderscheiden bewerkingen van vereffening en verdeling van de tussen partijen bestaande onverdeeldheid conform de procedure voorzien in de artikelen 1207 e.v. Ger.W. en heeft hiertoe de nodige notarissen en desgevallend nog aan de duiden deskundige aangesteld. Het bestreden vonnis wordt op dat punt integraal bevestigd. 3.2. Appellante stelt verder een vordering in wegens verrijking zonder oorzaak (= actio de in rem verso) en verwijt aan de eerste rechter deze vordering niet beoordeeld te hebben. Sedert de invoering van het gerechtelijk wetboek staat vast dat het niet aan de rechtbank toekomt de concrete vereffening/verdeling op te maken maar uitsluitend aan de gerechtelijke aangestelde boedelnotaris . De partijen dienen bijgevolg alle tussen hen bestaande geschillen m.b.t. de vereffening/verdeling voor te leggen aan de door de rechter aangestelde boedelnotaris. Deze boedelnotaris heeft immers de wettelijke verplichtingen de partijen volledig in te lichten over al hun rechten en plichten zodat de betrokken partijen met kennis van zaken stelling zouden kunnen nemen. Bovendien heeft de boedelnotaris naast zijn wettelijke inlichtingsplicht, ook een verzoenende opdracht in die zin dat hij moet trachten de partijen in elke stand van het geding te verzoenen en te pogen een geheel akkoord of deelakkoorden te bewerkstelligen. In deze dienen de partijen dan ook al hun geschillen voor te leggen aan de boedelnotaris dewelke, bij gebrek aan akkoord van zijn ontwerp, desgevallend een tussentijds P.V. van beweringen en zwarigheden zal moeten opmaken waarin hij zijn eigen standpunt over die geschillen moet geven, waarna de rechtbank de eventuele nog bestaande en aldus voorgelegde geschillen zal dienen te beslechten. Vorderingen die ontstaan in het kader van een vereffening/verdeling kunnen bijgevolg enkel door de notaris aan de rechter worden voorgelegd door de neerlegging ter griffie van een tussentijds P.V. van beweringen en zwarigheden waaraan het advies van de boedelnotaris is gevoegd. De eerste rechter heeft dan ook terecht beslist dat de wederzijdse vorderingen van partijen waaronder de vordering van appellante gestoeld op de verrijking zonder oorzaak betrekking hadden op de onverdeeldheid die tussen partijen bestaat en dat deze bijgevolg eerst dienen voorgelegd te worden aan de boedelnotaris. Het bestreden vonnis wordt op dat punt eveneens bevestigd. 3.3. Appellante verzet zich tenslotte tegen de uitvoerbaarheid van het eerste vonnis. Artikel 1402 Ger.W. bepaalt dat de rechters in hoger beroep in geen geval de tenuitvoerlegging van de vonnissen kunnen verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid. Het verbod van artikel 1402 Ger.W. dient weliswaar genuanceerd te worden in de gevallen dat niet de opportuniteit van een regelmatig verleende uitvoerbaarheid maar enkel de regelmatigheid van de uitvoerbaarverklaring ter discussie staat. Bijgevolg kan de appelrechter in dergelijke aangelegenheden enkel tussenkomen (
  6. a)wanneer de tenuitvoerlegging niet werd gevorderd, (
  7. b)ze niet is toegestaan door de wet en (
  8. c)de beslissing tot stand is gekomen met miskenning van de rechten van verdediging. In deze werd de uitvoerbaarheid van het vonnis in eerste aanleg uitdrukkelijk door geïntimeerde gevraagd, heeft appellante zich alsdan hiertegen niet verzet en is de uitvoerbaarverklaring toegestaan door de wet. Gezien appellant zich tegen het verzoek van geïntimeerde om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan niet heeft verzet, diende de eerste rechter zijn beslissing op dat punt niet te motiveren. Bovendien miskent een beslissing die zonder enige motivering ingaat op een niet gemotiveerde vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging de rechten van verdediging niet zodat om die reden in hoger beroep de bevolen tenuitvoerlegging evenmin kan vernietigd worden. Het hof is dan ook niet bevoegd om in huidige omstandigheden enige beslissing te nemen m.b.t. de door de eerste rechter bevolen uitvoerbaarverklaring. .... OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 15/12/2009 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.