id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 15 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2009:ARR.20091215.3 Rolnummer: 2006AR3149 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-12-16 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-07-02 20:48 Fiche Artikel 992 BW. De betaling van een niet bestaande (of niet bewezen) schuld is een vermomde schenking die in aanmerking komt voor de vaststelling van de fictieve massa, reserve en beschikbaal deel. Artikelen 2229 en 2277 BW. Het bezit kan niet als titel gelden wanneer twee verschillende redenen van verkrijging voorliggen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Giften - Beschikbaar gedeelte - Inkorting BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Schenkingen - Vermomde schenking BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bezit BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Bijzondere verjaringen - Bezit geldt als titel Vrije woorden: I. Vaststelling van de fictieve massa, reserve en het beschikbaar deel. In aanmerking nemen van schenkingen met inbegrip van vermomde schenking. De betaling van een niet bestaande schuld is een vermomde schenking II. Bezit geld als titel. Vereiste van deugedelijk bezit. Dubbelzinninge titel. Bezit is da,n geen geldige titel van eigendom. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : A.R. nr. 2006/AR/3149 INZAKE VAN : 1) Mevrouw B. H., 2) De heer D. H., appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 31 oktober 2006, vertegenwoordigd door Meester Mieke MARTLÉ loco Meester D., advocaat TEGEN : 1) Mevrouw M. H., 2) Mevrouw I. H., 3) geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester A., advocaat I. Voorwerp van de vorderingen. 1.1. De oorspronkelijke eis van geïntimeerden strekte ertoe
(1)te bevelen dat zal worden overgegaan tot de bewerkingen van vereffening en verdeling van de goederen van de nalatenschap van wijlen A. H., overleden op 15 juli 1998,
(2)een notaris aan te stellen met als opdracht over te gaan tot de bewerkingen van vereffening en verdeling van deze nalatenschap en
(3)een tweede notaris aan te stellen teneinde de niet - verschijnende of weigerende partij te vertegenwoordigen. 1.2. Bij tussenvonnis van 6 mei 1999 heeft de eerste rechter
(1)de vereffening en verdeling bevolen van de onverdeeldheid ontstaan na het overlijden van de heer A. H.,
(2)notaris W. met standplaats te K... aangesteld als instrumenterende notaris en
(3)notaris J.P. R. aangesteld als tweede notaris. Tegen dat vonnis werd hoger beroep aangetekend door huidige appellanten doch hiervan werd afstand gedaan zoals blijkt uit het arrest van 22 april
- 1.
- Bij verzoekschrift neergelegd op 21 oktober 2002 vroegen huidige geïntimeerden de vervanging van notaris W.. Bij beschikking van 19 december 2002 werd notaris W. vervangen door notaris G. J. met standplaats te L.. Notaris J. legde zijn P.V. van beweringen en zwarigheden neer op 15 november 2005 en vroeg hierin aan de rechtbank bij toepassing van artikel 1219, tweede lid Ger.W. een tussen partijen gerezen geschil over de herkomst van bepaalde aandelen aan toonder te beslechten. 1.
- Tengevolge van dit geschil vroegen huidige geïntimeerden
(1)te zeggen voor recht dat de notaris bij het opstellen van de staat van vereffening en verdeling rekening diende te houden met het feit dat de aandelen van de NV J. en de NV Apotheek H., die oorspronkelijk eigendom waren van A. H., tot diens nalatenschap behoorden,
(2)een deskundige - bedrijfsrevisor aan te stellen om deze aandelen te schatten,
(3)huidige appellanten te bevelen alle aandelen van die beide vennootschappen die zij in hun bezit hadden ter griffie of bij een door de rechtbank aan te stellen notaris of gerechtsdeurwaarder te deponeren op straffe van een dwangsom van 500 euro per dag en
(4)de kosten ten laste te leggen van de massa. Appellanten vroegen op hun beurt
(1)de vordering van geïntimeerden ontvankelijk doch ongegrond te verklaren,
(2)dienvolgens het standpunt van de notaris zoals uiteengezet in zijn P.V. van beweringen en zwarigheden gegrond te verklaren en hem toe te laten hiermee rekening te houden bij het opstellen van zijn (definitieve) staat en vereffening en
(3)geïntimeerden te veroordelen in de kosten. 1.5. De eerste rechter heeft bij vonnis van 31 oktober 2006 beslist dat bij het opstellen van de staat van vereffening en verdeling van de nalatenschap van A. H. rekening moest gehouden worden met 444 aandelen van de NV Apotheek H. en 1300 aandelen van de NV J. en heeft bedrijfsrevisor F. P. aangesteld als deskundige met als opdracht zijn advies te geven nopens de waarde van voornoemde aandelen. De zaak werd alsdan opnieuw naar notaris J. verzonden om een staat van vereffening en verdeling op te maken, rekening houdende met de beslissingen van het bestreden vonnis, het deskundigenverslag en de opmerkingen van partijen op dit verslag. 1.6. Het hoger beroep van appellanten beoogt de oorspronkelijke vordering ontvankelijk doch ongegrond te horen verklaren. 1.7. Geïntimeerden vragen de bevestiging van het bestreden vonnis. II. De Feiten. 2.1. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis. 2.2. Samengevat komt het hierop neer dat alle partijen kinderen zijn van A. H., overleden op 15 juli 1998 en van diens echtgenote, mevrouw Y. M., overleden op 26 april 2001. De ouders waren gehuwd onder het stelsel van gemeenschap van aanwinsten . Op 4 oktober 1991 hebben beide ouders een testament opgesteld, geregistreerd op 12 augustus 1998, waarbij zij elkaar, ingeval van vooroverlijden, het grootst beschikbaar deel overmaakten en bij overlijden van de langstlevende het grootst beschikbaar deel overmaakten aan hun kinderen D. en B., huidige appellanten . Vader A. H. bezat (
- a)bij de oprichting van de NV Apotheek H., 444 aandelen en (
- b)bij de oprichting van de NV J., 1300 aandelen. De betwisting tussen de vier kinderen spitst zich toe op de vraag of de aandelen van de NV Apotheek H. en deze van de NV J. die in het bezit werden gevonden van B. en D. bij het overlijden van vader werden overgedragen om niet dan wel ten bezwarende titel. III. Beoordeling. 3.1. Appellanten betwisten ten stelligste dat de kwestieuze aandelen hen geschonken werden door vader. Zij houden voor deze gekregen te hebben als vergoeding voor de prestaties die zij beiden in voornoemde vennootschappen hebben verricht ( = overdracht ten bezwarende titel ). De instrumenterende notaris stelde desbetreffend het volgende vast in zijn P.V. van beweringen en zwarigheden: " Zolang de animus donandi van deze overdracht van aandelen ( = NV Apotheek H. ) niet wordt bewezen, dient te worden aangenomen dat de heer D. H. de aandelen verkregen heeft onder bezwarende titel. De animus donandi wordt immers niet vermoed, maar dient steeds bewezen te worden. Overeenkomstig artikel 2279 B.W. geldt voor roerende goederen het bezit als titel. De heer D. H. kan zich dan ook beroepen op artikel 2279 B.W. m.b.t. zijn eigendomsrechten. De heer D. H. is eigenaar van 620 aandelen om ze verkregen te hebben onder bezwarende titel. Deze aandelen dienen dan ook niet te worden opgenomen in de massa." Een zelfde redenering werd gevolgd voor wat de aandelen van de NV J. betreft. 3.2. Ingevolge de testamenten opgesteld door beide ouders verkregen D. en B. H. het grootst beschikbaar deel van de beide nalatenschappen van hun ouders waardoor het erfdeel van M. en I. H. in beide erfenissen herleid werd tot hun erfrechtelijke reserve in de zin van artikel 913 B.W. Een wettelijk principe is dat de erfrechtelijke reserve een breukdeel uitmaakt van de fictieve massa, dewelke samengesteld dient te worden volgens de principes vervat in artikel 922 B.W. De fictieve massa bestaat dus uit de goederen en schulden die de erflater bij zijn overlijden nalaat, maar ook uit alle door hem gedane schenkingen. Deze schenkingen betreffen alle mogelijke schenkingen, dus niet alleen de schenkingen bij notariële akte, maar ook de schenkingen van hand tot hand, de onrechtstreekse schenkingen en de vermomde schenkingen. In dit verband wordt opgemerkt dat de betaling van een niet bestaande schuld , een vermomde schenking is. 3.3. Wat de overdracht van aandelen betreft in de NV Apotheek H. van vader op D. houdt deze laatste voor dat er geen vermomde schenking vervat is in de aandelenoverdracht. In deze vennootschap waren er uiteindelijk 630 aandelen in omloop en op de algemene vergadering van 8 juli 1992 verscheen vader A. H. met 10 aandelen en zoon D. H. met 620 aandelen. Deze 620 aandelen zouden volgens D. als volgt zijn opgebouwd: - 440 aandelen zou hij gekregen hebben van zijn vader ten bezwarende titel, namelijk als loon ("rijkelijke vergoeding") voor bewezen diensten, en dus niet ten titel van schenking; - 180 aandelen naar aanleiding van de kapitaalsverhoging waarop hij ingeschreven heeft en volstort heeft met eigen gelden afkomstig van een lening bij de Generale Bank. D. en B. houden beiden verder voor dat vader A. H. ook zijn 1300 aandelen in de NV J. aan hen heeft overgedragen (elk 650 aandelen) eveneens als tegenprestatie voor hun arbeid in die vennootschap. 3.4. De eerste rechter verwijst terecht naar het beginsel dat hij die iets voorhoudt het bewijs ervan moet leveren. Dit beginsel ligt vervat in artikel 870 Ger. W., dat voorschrijft dat iedere partij het bewijs moet leveren van de feiten die zij aanvoert. Wanneer huidige appellanten D. en B. H. inroepen dat zij elk hun respectieve aandelen, voorheen eigendom van hun vader, hebben verworven ten titel van beloning wegens jaren van arbeid , en dus het "bezwarend" karakter van de overdracht inroepen als bewijs van hun deugdelijk bezit (in de zin van artikel 2229 BW), keert de eerste rechter de bewijslast niet om - zoals voorgehouden - wanneer hij aan D. en B. H. vraagt het bewijs te leveren van de waarachtigheid van hun beweringen inzake de door hen gepresteerde arbeid. Wat de NV J. betreft, zijnde een patrimoniumvennootschap, is het zo dat het beweerde onderhoud van huis en tuin door B. en D. H. niet is bewezen en overigens de aandelenoverdracht ten bezwarende titel - als inbetalinggeving van loon voor beweerde arbeid - in deze niet kan verantwoorden. Wat de NV Apotheek H. betreft, staat vast dat D. H. zelf geen apotheker is. Hij legt verder geen geschriften of documenten neer die verwijzen naar welk danige door hem verrichte arbeid. Er wordt bovendien opgemerkt dat de oprichtingsakte van de NV J. op bladzijde 9 de vermelding bevat dat het mandaat van bestuurder van D. H. wel bezoldigd kan zijn. 3.5. De titel van het bezit van de kwestieuze aandelen door D. en B. H. is derhalve dubbelzinnig en twijfelachtig, en zodoende niet deugdelijk, gezien zij enerzijds wel het karakter "ten bezwarende titel" van de aandelenoverdracht inroepen maar dit niet bewijzen, (zie infra), en gelet anderzijds op de verklaringen van hun raadsman, Meester D., en van hun notaris Meester X. die gewag maken van een verkrijging ten titel van schenking. De eerste rechter oordeelde dan ook terecht dat huidige appellanten er niet in slaagden om op enige wijze aan te tonen welke prestaties zij verricht hebben op grond waarvan zij moesten vergoed worden met de aandelen van hun vader. Nu zij beiden in gebreke blijven het bewijs te leveren van hun beweerde arbeid ten voordele van beide voormelde vennootschappen en dus het karakter "ten bezwarende titel" van de overdracht van de betwiste aandelen niet bewijzen, is het bezit van D. H. (van de voormelde 440 aandelen in NV Apotheek H. en voormelde 650 aandelen in NV J.) en van B. H. (van de 650 aandelen in NV J.) niet deugdelijk in de zin van artikel 2229 BW. De bepaling van artikel 2279 BW biedt zodoende geen voldoende eigendomstitel voor de bezitters (D. en B. H.) van de aandelen die oorspronkelijk aan A. H. toebehoorden overeenkomstig een gecombineerde toepassing van de artikelen 2229 en 2279 BW. 3.6. Gezien enerzijds het bezit van D. en B. H. geen bewijs van eigendom van de aandelen kan vormen omwille van het gebrek aan hun bezit in de zin van artikel 2229 BW, en gezien anderzijds het bewijs niet is geleverd van de door hen beweerde verwerving te bezwarende titel van de eigendom van de voormelde aandelen, dient besloten te worden dat D. en B. H. de voormelde aandelen ‘om niet' hebben verkregen, dus uit vrijgevigheid. Het bewijs van die vrijgevigheid bij de overdracht van de voormelde betwiste aandelen, blijkt overigens afdoend uit de hierna volgende concrete omstandigheden: - de twee testamenten van de respectieve ouders met legaat van het grootst mogelijk beschikbaar deel aan twee van hun vier kinderen, zijnde D. en B. H.; - de langdurige slechte verhouding tussen de ouders en hun twee andere kinderen M. en I. H. wat blijkt uit de brief van 2 februari 1992 die bol staat van aantijgingen gericht door vader A. H. aan zijn beide dochters M. en I. H.; - de twee vennootschapsconstructies met de inbreng van hun twee belangrijkste onroerende goederen (gelegen te L. en te H.), en tegen (makkelijk overdraagbare) aandelen aan toonder; - de verkoop op lijfrente aan dochter B. H. van het appartement in Spanje; - de brief van 23 november 1998 van notaris X. die aangaande de aandelen van de NV J. schrijft: "De ouders waren huurders van de nv J.. De aandelen werden geschonken aan D. en B."; - het verslag van de installatievergadering inzake de expertise, op 9 januari 2007, onder nr. 3.2.: "Standpunt van partij B. en D. H.. Meester D. vertolkt het standpunt van partij B. en D. H.. Er is een schenking geweest en deze dient bestatigd te worden." Uit het voorgaande blijkt derhalve dat de vrijgevigheidsgedachte (animus donandi) van de ouders tegenover hun kinderen D. en B. H., bij de overdracht van hun voormelde aandelen, voldoende naar recht is bewezen. 3.7. Het bestreden vonnis wordt bijgevolg bevestigd mits de enkele wijziging dat slechts rekening dient gehouden te worden met 439 aandelen van de NV Apotheek H. i.p.v. 444. ... OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis mits de enkele wijziging dat slechts rekening moet gehouden worden met 439 aandelen i.p.v. 444 aandelen in de NV Apotheek H.. ... Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 15/12/2009 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer dd. Voorzitter, Marc BOSMANS., Raadsheer, Marc DEBAERE, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div