id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 19 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100119.4 Rolnummer: 2009AR2616 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-01-25 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-07-02 21:16 Fiche Het begrip 'de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen' moet in institutionele zin en niet in persoonlijke zin worden begrepen. Het is in die zin niet vereist dat de persoon of personen die kennis nemen van het derdenverzet dezelfde is of zijn als degene die de beslissing heeft of hebben gewezen. Een andere lezing zou niet werkbaar zijn, of zou het derdenverzet uitsluiten in de gevallen waar de samenstelling van de kamer is gewijzigd als gevolg van organisatorische of menselijke omstandigheden. Het kan niet aangenomen worden dat de Wetgever dat heeft bedoeld. Uit artikel 1125 van het Gerechtelijk Wetboek blijkt echter wel duidelijk de wil van de Wetgever dat het derdenverzet in de mate van het mogelijke wordt gebracht voor dezelfde rechter als degene die de bestreden beslissing heeft gewezen. Het is in overeenstemming met die tekst en die bedoeling om bijvoorbeeld een zaak ingeleid voor rechter X te laten uitstellen naar rechter Y, omdat die de bestreden beslissing heeft gewezen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Inrichting en dienst hoven - Hof van beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Derdenverzet - Rechtspleging derdenverzet Vrije woorden: Art. 1125 Ger. W. Derdenverzet. Toelatingsvoorwaarden. Betekenis van de termen 'de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen. Hoger beroep: samenstelling van de kamer: draagwijdte van artikel 109bis, §2, tweede en derde lid Ger.W. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2010/ A.R. nr. 2009/AR/2616 - 2009/AR/2623 Derdenverzet - samenstelling kamer I. A.R. nr. 2009/AR/2616 INZAKE VAN : 1) De heer H. H., wonende te 2) De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PAR AILLEURS, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 5060 SAMBREVILLE, rue de l'Eglise 18, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0460.081.589, 3) De heer E. V. D'H., wonende 4) Mevrouw E. V. D'H., wonende te , 5) Mevrouw T. D., wonende te 6) Mevrouw M. D., wonende te eisers in derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Jan BOUCKAERT, advocaat te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat 26, TEGEN : 1) Het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van de Minister-President, wiens kantoren gevestigd zijn te 1000 BRUSSEL, Koolstraat 35, 2) De GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, de heer J. Mellaerts, in naam van het Vlaamse Gewest, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105, 3) De heer J. MELLAERTS, GEWESTELIJKE STEDEN-BOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105, verweerders op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Philioppe DECLERCQ, advocaat te 3000 LEUVEN, J.-P. Minckelersstraat 33, 4) De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GOLF PRACTICE CLUB, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, Gemslaan 55, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0428.845.611, verweerders op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Jan GHYSELS, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187, 5) Het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE OVERIJSE, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3090 OVERIJSE, in het Gemeentehuis, Justus Lipsiusplein 9, 6) De GEMEENTE OVERIJSE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, in het Gemeentehuis, Justus Lipsiusplein 9, 7) De heer Dirk BRANKAER, Burgemeester van de gemeente Overijse, wonende te 3090 OVERIJSE, Eeuwfeestplein 9, verweerders op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Igor ROGIERS, advocaat te 9000 GENT, Stapelplein 33, 8) De V.Z.W. VLAAMSE JONGEREN, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, Heuvelstraat 46, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0415.248.090, verweerders op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Igor ROGIERS loco Meester Peter DE SMEDT, advocaat te 9000 GENT, Kasteellaan 141, EN II. A.R. nr. 2009/AR/2623 INZAKE VAN : 1) De V.Z.W. DE OVERIJSE GOLF CLUB, identificatienummer 9658/91, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, Gemslaan 55, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0444.932.862, 2) De heer G. V., 3) De heer S. D., wonende te 4) De heer M. V., wonende te 5) De heer V. B., wonende te 1 eisers in derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Jan GHYSELS, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187, TEGEN : 1) Het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de Minister-President, wiens kantoren gevestigd zijn te 1000 BRUSSEL, Koolstraat 35, 2) De GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, de heer J. Mellaerts, in naam van het Vlaamse Gewest, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105, 3) De heer J. MELLAERTS, GEWESTELIJKE STEDEN-BOUWKUNDIGE INSPECTEUR VOOR HET GRONDGEBIED VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3000 LEUVEN, Blijde Inkomststraat 103-105, verweerders op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Philioppe DECLERCQ, advocaat te 3000 LEUVEN, J.-P. Minckelersstraat 33, 4) Het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE GEMEENTE OVERIJSE, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3090 OVERIJSE, in het Gemeentehuis, Justus Lipsiusplein 9, 5) De GEMEENTE OVERIJSE, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, in het Gemeentehuis, Justus Lipsiusplein 9, 6) De heer Dirk BRANKAER, Burgemeester van de gemeente Overijse, wonende te 3090 OVERIJSE, Eeuwfeestplein 9, verweerders op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Igor ROGIERS, advocaat te 9000 GENT, Stapelplein 33, 7) De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GOLF PRACTICE CLUB, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, Gemslaan 55, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0428.845.611, verweerders op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Jan GHYSELS, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187, 8) De V.Z.W. VLAAMSE JONGEREN, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3090 OVERIJSE, Heuvelstraat 46, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0415.248.090, verweerders op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Igor ROGIERS loco Meester Peter DE SMEDT, advocaat te 9000 GENT, Kasteellaan 141,
- De procedure In dit arrest oordeelt het hof over derdenverzetten tegen een arrest van dit hof van 30 juli 2009 in de zaken met nrs. 2005/2018, 2006/1736 en 2006/1833, gewezen op hoger beroep tegen vonnissen van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 10 juni 2005 en 25 april
- Partijen bij dat arrest waren de huidige verweerders in derdenverzet. De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd. Het arrest wordt gewezen na tegenspraak. Dit arrest doet alleen uitspraak over de vraag van de verzetdoende partijen om de zaken toe te wijzen aan een kamer samengesteld uit drie raadsheren.
- De vorderingen De eisers op derdenverzet vragen de zaken toe te wijzen aan een kamer samengesteld uit drie raadsheren. Het VLAAMSE GEWEST, de GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR en J. MELLAERTS, het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN van OVERIJSE, de GEMEENTE OVERIJSE en Dirk BRANKAER, en de VZW VLAAMSE JONGEREN concluderen tot de ontoelaatbaarheid van het derdenverzet omdat het niet is gebracht voor de raadsheer die de beslissing heeft gewezen. Ondergeschikt vragen zij de zaak toe te wijzen aan de alleenzetelende raadsheer die de beslissing heeft gewezen. De BVBA GOLF PRACTICE CLUB, verweerster op derdenverzet, concludeert tot het verwerpen van de excepties van niet-ontvankelijkheid, en sluit zich aan bij de vraag van de eisers op derdenverzet.
- Beoordeling Ter beoordeling staat nu alleen de vraag of de huidige vorderingen tot derdenverzet worden beoordeeld door een kamer samengesteld door drie raadsheren dan wel één. De ontvankelijkheid van de derdenverzetten wordt in dit arrest dus nog niet beoordeeld. Het is evident dat de vraag naar de samenstelling van de kamer voorafgaat aan enige andere beslissing van de (samengestelde) kamer. Artikel 1125 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt: Derdenverzet wordt, met dagvaarding aan alle partijen, gebracht voor de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen. Het kan incidenteel bij schriftelijke conclusie worden gebracht vóór de rechter bij wie het geschil aanhangig is, indien deze de gelijke of de meerdere is van de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen, voor zover alle partijen tussen wie deze beslissing is gevallen, in het geding zijn. Bij niet-nakoming van de in dit artikel gestelde regels wordt het derdenverzet niet toegelaten. Het begrip "de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen" moet in institutionele zin en niet in persoonlijke zin worden begrepen. Het is in die zin niet vereist dat de persoon of personen die kennis nemen van het derdenverzet dezelfde is of zijn als degene die de beslissing heeft of hebben gewezen. Een andere lezing zou niet werkbaar zijn, of zou het derdenverzet uitsluiten in de gevallen waar de samenstelling van de kamer is gewijzigd als gevolg van organisatorische of menselijke omstandigheden. Het kan niet aangenomen worden dat de Wetgever dat heeft bedoeld. Uit artikel 1125 van het Gerechtelijk Wetboek blijkt echter wel duidelijk de wil van de Wetgever dat het derdenverzet in de mate van het mogelijke wordt gebracht voor dezelfde rechter als degene die de bestreden beslissing heeft gewezen. Het is in overeenstemming met die tekst en die bedoeling om bijvoorbeeld een zaak ingeleid voor rechter X te laten uitstellen naar rechter Y, omdat die de bestreden beslissing heeft gewezen . De vraag om de kamer die kennis neemt van het derdenverzet anders samen te stellen dan de kamer die de bestreden beslissing heeft gewezen, en om in het vermelde voorbeeld rechter X te vragen in plaats van rechter Y, is integendeel fundamenteel in strijd met de tekst en de bedoeling van artikel 1125 van het Gerechtelijk Wetboek. De vraag om de kamer te laten samenstellen door drie raadsheren in plaats van één, wanneer het arrest is gewezen door één, dus ook. De eisers in derdenverzet laten gelden dat zij een recht om de zaak behandeld te zien door drie raadsheren kunnen putten uit artikel 109bis §2, 2de en 3de lid van het Gerechtelijk Wetboek. Artikel 109bis § 2 bepaalt: §
- Aan de kamers met één raadsheer worden toegewezen : 1° het hoger beroep tegen vonnissen van de rechter in de jeugdrechtbank; 1bis. Het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de rechtbank van koophandel. 2° de voorzieningen bedoeld in artikel 603, 4°; 3° de vorderingen gegrond op de artikelen 606 en
- §
- Met uitzondering van de vorderingen betreffende de staat van personen, worden eveneens toegewezen aan de kamers met één raadsheer: 1° het hoger beroep tegen beslissingen in burgerlijke zaken gewezen door een kamer van de rechtbank van eerste aanleg met één rechter; 2° het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of door de voorzitter van de rechtbank van koophandel. Het in het eerste lid genoemde hoger beroep wordt in elk geval toegewezen aan de kamers met drie raadsheren in het hof, indien zulks wordt aangevraagd door de eiser in zijn hoofdakte van hoger beroep. De zaak wordt eveneens toegewezen aan een kamer met drie raadsheren, voor zover de gedaagde in hoger beroep, op straffe van verval, zulks schriftelijk vraagt in de in artikel 1061 bedoelde verklaring. §
- De andere zaken dan die welke bedoeld zijn in de §§ 1 en 2, worden toegewezen aan kamers met drie raadsheren in het hof. §
- Wanneer er van verscheidene samenhangende zaken ten minste één bij een kamer met drie raadsheren in het hof moet worden aanhangig gemaakt, verwijst de eerste voorzitter al die zaken naar zulk een kamer. Te dien einde kan hij ook hun vroegere verdeling wijzigen. De tekst van artikel 109bis §2, 2de en 3de lid kent dus niet het zelfde recht toe aan de eiser in derdenverzet als aan de partijen in hoger beroep om een kamer met drie raadsheren te vragen. Anders dan eisers in derdenverzet voorhouden, kan het "hoger beroep" in §2 niet worden gelezen als "hoger beroep en derdenverzet". Het beginsel uitgedrukt in artikel 109bis §2, 2° is dat het hoger beroep tegen beslissingen gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg (wat het geval was voor de bestreden beslissing) wordt gebracht voor een kamer met één raadsheer, en er is geen reden om de uitzondering daarop, artikel 109bis §2, 2de en 3de lid in ruime zin uit te leggen. Het is niet onlogisch dat de Wetgever niet heeft bepaald dat de eiser in derdenverzet het recht heeft om een kamer met drie raadsheren te vragen indien de bestreden beslissing niet is gewezen door een kamer met drie raadsheren. Uit artikel 1125 van het Gerechtelijk Wetboek blijkt duidelijk de bedoeling dat de eiser in derdenverzet wel een tweede behandeling kan vragen, maar voor het overige de zaak moet nemen zoals zij is. Hij moet zijn verzet immers voor dezelfde rechter brengen, en met alle oorspronkelijke partijen. De eisende partij in derdenverzet kan niet zoals een appellant kiezen waar hij zijn zaak inleidt, en tegen wie hij het richt en wie hij laat oproepen. Ook indien hij per hypothese van mening is dat een andere rechter of hof bevoegd was of dat bepaalde partijen niet hadden moeten betrokken worden in de vordering of het hoger beroep, kan hij daar niet van afwijken. Zo moesten de eisers in derdenverzet in huidige zaak ook de VZW VLAAMSE JONGEREN in de zaak betrekken, al is dier vrijwillige tussenkomst in het bestreden arrest niet ontvankelijk verklaard. Zoals vermeld is het bestreden arrest gewezen op hoger beroep tegen beslissingen van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Dat viel dus onder toepassing van artikel 109bis §
- Eisers kunnen zich daarom niet beroepen op artikel 109 §3, dat alleen geldt voor "De andere zaken dan die welke bedoeld zijn in de §§ 1 en 2". OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Voegt de zaken, ingeschreven op de algemene rol onder de nummers 2009/AR/2616 en 2009/AR/2623, samen; Zegt dat deze kamer kennis zal nemen van het derdenverzet samengesteld uit één raadsheer; Stelt de zaak vast op 8 maart 2010 om 14.00 u (relaisdatum), om op die datum conclusietermijnen vast te leggen. Houdt de beslissing over de kosten aan. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 19/1/2010 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer dd. Voorzitter, Marc BOSMANS, Raadsheer, Marc DEBAERE, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. DEBAERE M. BOSMANS A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div