← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100302.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 02 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100302.10 Rolnummer: 2007AR2009 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2013-06-13 Raadplegingen: 109 - laatst gezien 2026-07-02 21:30 Fiche Verkoop en plaatsing van een watercollector. I. Artikel 1648 BW inzake de rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken is niet van toepassing op een aannemingsovereenkomst . II. Ook bij aanneming dient een vordering wegens verborgen gebreken tijdig ingesteld te worden. Deze vereiste inzake termijn is noodzakelijk om het bewijs van een gebrek te kunnen leveren. Het al dan niet tijdig ingediend zijn van een vordering wordt echter op soevereine wijze beoordeeld door de feitenrechter rekening houdende met alle omstandigheden van de zaak, zoals o.a. onderhandelingen tussen partijen. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Koopvernietigende gebreken BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Huur werk en diensten Vrije woorden: Koopvernietigende gebreken. Verkoop.Aanneming van werk. Is artikel 1648 BW toepasselijk bij aanneming? Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2010/ A.R. nr. 2007/AR/2009 INZAKE VAN : De B.V.B.A. Ludo PEETERS, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3940 HECHTEL, Vanderheydenweg 8, appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 6 februari 2007, vertegenwoordigd door Meester Michaël VANDEBROEK loco Meester Romain VANDEBROEK, advocaat te 3000 LEUVEN, Minckelersstraat 33, (ref.165184mv) 1ste kamer TEGEN : Mevrouw C. V., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Tina VAN AERSCHOT loco Meester Luc HOLEMANS, advocaat te 3200 AARSCHOT, Amerstraat 147/5,(ref.2881) _________________________________________________ Verkoop en plaatsing van een watercollector. I. Artikel 1648 BW inzake de rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken is niet van toepassing op een aannemingsovereenkomst . II. Ook bij aanneming dient een vordering wegens verborgen gebreken tijdig ingesteld te worden. Deze vereiste inzake termijn is noodzakelijk om het bewijs van een gebrek te kunnen leveren. Het al dan niet tijdig ingediend zijn van een vordering wordt echter op soevereine wijze beoordeeld door de feitenrechter rekening houdende met alle omstandigheden van de zaak, zoals o.a. onderhandelingen tussen partijen. Wanneer de bewijsvoering m.b.t. het al dan niet bestaan van een verborgen gebrek door het verstreken tijdsverloop niet in gedrang werd gebracht is werd (in casu) de vordering bijgevolg tijdig ingesteld. Gelet op de procedurestukken: • het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 6 februari 2007, beslissing die betekend werd op 9 juli 2007; • het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 20 juli 2007; • de conclusie van appellante neergelegd ter griffie op 8 november 2007; • de syntheseconclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 13 november

  1. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 12 januari 2010 en gelet op de stukken die zij neerlegden. Het hoger beroep werd regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en is bijgevolg ontvankelijk. I. Voorwerp van de vorderingen. 1.
  2. De oorspronkelijke eis van geïntimeerde strekte ertoe appellante te horen veroordelen tot betaling van een bedrag van 3.326,46 euro plus de vergoedende intresten vanaf 1 mei 1998 en de gerechtelijke intresten. 1.
  3. De eerste rechter heeft deze vordering integraal ingewilligd. 1.
  4. Het hoger beroep van appellante beoogt de oorspronkelijke vordering ontvankelijk doch ongegrond te horen verklaren. 1.
  5. Geïntimeerde vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis. II. De Feiten. 2.
  6. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis. 2.
  7. Samengevat komt het hierop neer appellante in de loop van 1997 een collector van de watertoevoer onder het bad plaatste in de woning van geïntimeerde. Op 1 mei 1998 deed zich een breuk voor in deze collector waardoor het water wegliep met schade als gevolg aan o.a. de trap en de nieuwe verf op de muren van een aantal plaatsen in die woning. Er werden in deze zaak expertises uitgevoerd door deskundigen van de betrokken verzekeringsmaatschappijen. Partijen bereikten een akkoord over het schadebedrag maar niet over de aansprakelijkheid voor deze schade. Op 15 september 1999 ging geïntimeerde over tot het in gebreke stellen van appellante. III. Beoordeling. 3.
  8. Appellante beroept zich vooreerst op artikel 1648 B.W. en stelt dat een vordering wegens koopvernietigende gebreken binnen een korte termijn moet ingesteld worden, quod non. Tussen partijen werd een aannemingsovereenkomst - appellante leverde en plaatste een collector - gesloten en voornoemd artikel is op een dergelijke overeenkomst niet van toepassing. 3.
  9. Het is terecht dat de eerste rechter stelde dat ook bij aanneming een vordering wegens verborgen gebreken tijdig dient ingesteld te worden. Deze vereiste inzake termijn is noodzakelijk om het bewijs van een gebrek te kunnen leveren. Het al dan niet tijdig ingediend zijn van een vordering wordt echter op soevereine wijze beoordeeld door de feitenrechter rekening houdende met alle omstandigheden van de zaak, zoals o.a. onderhandelingen tussen partijen. Het schadegeval deed zich voor op 1 mei 1999 en de gebarsten collector werd onmiddellijk vervangen en meegenomen door appellante voor verder onderzoek. De verzekeringsmaatschappijen werden ingelicht en deze gingen over tot het uitvoeren van expertises door hun eigen experten in de loop van september
  10. In februari 2000 liet de verzekeraar van appellante weten bereid te zijn vrijwillig te verschijnen waarop advocaten werden aangesteld die veelvuldig met elkaar correspondeerden waarna uiteindelijk in juni 2001 overgegaan werd tot het neerleggen van een P.V. van vrijwillige verschijning. Tussen partijen werd bijgevolg langdurig onderhandeld en geïntimeerde kan niet verweten worden in die periode geen gerechtelijke stappen te hebben ondernomen. Bovendien werd de collector na het ongeval onmiddellijk meegenomen door appellante voor verder onderzoek zodat de bewijsvoering m.b.t. het al dan niet bestaan van een verborgen gebrek door het verstreken tijdsverloop niet in gedrang werd gebracht. De vordering werd bijgevolg tijdig ingesteld. 3.
  11. De waterschade ontstond door een barst in de collector die geleverd en geplaatst werd door appellante. Een dergelijke collector is gebrekkig. Appellante is een professionele aannemer en wordt bijgevolg geacht het gebrek gekend te hebben. Indien het gebrek is aangetoond, moet appellante de door de koper geleden schade vergoeden, tenzij het bewijs wordt geleverd dat zijzelf het gebrek onmogelijk kon opsporen. Appellante levert dit bewijs niet. Zij ging zelfs niet over tot het dagvaarden in gedwongen tussenkomst en vrijwaring van de fabrikant en/of leverancier van bewust toestel. Zij nam bovendien na het schadegeval de bewuste collector mee voor verder onderzoek waarvan niets in huis kwam. Appellante als verkoopster en als installateur van de gebrekkige collector is derhalve gehouden de schade te vergoeden die geïntimeerde onderging ingevolge het gebrek. 3.
  12. Over de schade zelf zijn partijen het eens geworden tijdens de expertise. Wat de intresten betreft vraagt appellante deze te schorsen gedurende de ganse procedure wegens het gebrek aan diligentie vanwege geïntimeerde na het instellen van haar vordering. Uit de stukken van het dossier blijkt dat de zaak op 13 december 2004 ambtshalve van de rol werd weggelaten en dat geïntimeerde eerst op 22 juli 2005 een conclusie neerlegde daar waar het P.V. van vrijwillige verschijning reeds neerlag sedert juni
  13. Indien geïntimeerde wenst vergoed te worden, behoort het haar als enige belanghebbende partij ervoor te zorgen dat de procedure wordt voortgezet. Op het aan geïntimeerde toekomende bedrag worden bijgevolg vergoedende intresten toegekend aan de wettelijke intrestvoet vanaf 1 mei 1998 t.e.m. 30 juni 2002 en vanaf 22 juli 2005 tot aan de datum van huidig arrest, waarna vermeerderd met de gerechtelijke intresten aan dezelfde intrestvoet. Het bestreden vonnis wordt op dat punt hervormd. 3.
  14. Alle overige door partijen ingeroepen middelen zijn niet terzake dienend in het licht van wat voorafgaat. 3.
  15. Ter zitting van 12 januari 2010 hebben beide partijen om de toepassing gevraagd van het basistarief wat de rechtsplegingsvergoeding betreft. Deze bedraagt 650 euro . Dit bedrag komt ten beloop van 9/10 toe aan geïntimeerde als de overwegend in het gelijk gestelde partij. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en als volgt gedeeltelijk gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis mits de enkele wijziging dat vergoedende intresten toegekend worden aan de wettelijke intrestvoet vanaf 1 mei 1998 t.e.m. 30 juni 2002 en opnieuw vanaf 22 juli 2005 tot aan de datum van huidig arrest, waarna vermeerderd met de gerechtelijke intresten aan dezelfde intrestvoet. Veroordeelt appellante tot 9/10den van de kosten in hoger beroep en laat 1/10de ten laste van geïntimeerde, de kosten in hun geheel begroot zijnde - in hoofde van appellante op euro 836 (186 rolrecht + 650 rechtsplegingsvergoeding), en - in hoofde van geïntimeerde op euro 650 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 2/3/2010 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer d.d. Voorzitter, Marc DEBAERE, Raadsheer, Noëlla BARBÉ, Plaatsvervangend Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS N. BARBÉ M. DEBAERE A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.