← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100316.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 16 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100316.2 Rolnummer: 2007AR3059 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-03-16 Raadplegingen: 129 - laatst gezien 2026-07-02 21:35 Fiche I. In casu dient, bij toepassing van artikel 745sexies §2, 2° BW, een notaris gerechtelijk aangesteld te worden, deze moet gelast worden met de verrichtingen van de omzetting van het vruchtgebruik , en dit om volgende redenen:

  1. a)De rechter is in casu niet in alle volledigheid is ingelicht over alle relevante omstandigheden eigen aan de complexe casus ter berekening van de waarde van het vruchtgebruik in de zin van dit artikel 745sexies, §3 BW.
  2. b)Trouwens, de gerechtelijk aangestelde notaris op basis van artikel 745sexies, § 2, 2° BW heeft een onderzoeksplicht naar dergelijke relevante omstandigheden voor de verrichtingen der omzetting. Hij heeft daarenboven een wettelijke en deontologische inlichtingsplicht t.a.v. alle betrokken partijen dewelke hij volledig over de rechten, verplichtingen en lasten die voortvloeien uit de omzetting van het vruchtgebruik dient in te lichten, en aan dewelke hij op onpartijdige wijze raad dient te geven (zie de tekst van art. 9, §1, lid 3 Org. W. Not.). Hij heeft bovendien een verzoenende opdracht in deze zin dat hij tijdens de verrichtingen van omzetting van het vruchtgebruik van de weduwe, in geld, steeds moet betrachten een geheel akkoord dan wel deelakkoorden te bewerkstellingen . II. Het past een notaris aan te stellen die zich tot op heden niet met deze zaak heeft ingelaten III. De rechter kan de partijen naar een notaris of twee notarissen kan verwijzen voor de bewerkingen van de gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik: - zelfs wanneer geen enkele procespartij deze verwijzing naar een notaris vraagt, - en zelfs zonder dat de rechter verplicht is de debatten te heropenen wanneer hij ambtshalve - dus zonder verzoek - de partijen naar een notaris verwijst. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Onverdeelde goederen - Gerechtelijke verdeling GERECHTELIJK RECHT - NOTARIAAT - Algemeen (notariaat) BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Vruchtgebruik BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Vruchtgebruik - Einde BURGERLIJK RECHT - ERFRECHT - Erfrecht - Onderscheiden orden - Langstlevende echtgenoot Vrije woorden: Gerechtelijke omzetting van het erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot. Quid in geval van beding van ongelijke verdeling van de gemeenschap, namelijk 1/2 V.E. + 1/2 Vr.: artikel 745quinquies, §1, eerste lid BW. Verwijzing, door de rechter, van de partijen naar de notarissen bij toepassing van artikel 745sexies, §2, tweede lid, in fine BW. Aanstelling, per analigie van notarissen op grond van artikel 1207, lid 2 en 3 Ger. W. Criteria voor de berekening van de waarde van het vruchtgebruik: draagwijdte van artikel 745sexies, § 3 BW: louter richtsnoeren voor de rechter. In casu geen tergend en roekeloos beroep: artikel 780bis Ger. W. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artikel 745sexies, §2 en 3 BW Gerechtelijk Wetboek - 780bis oud Burgerlijk Wetboek - artikel 745quinqiues, §1 BW Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2010/ A.R. nr. 2007/AR/3059 INZAKE VAN : 1) De heer D. D., wonende te 2) De heer J. D., wonende te appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 16 oktober 2007, de eerste in persoon verschijnende, beiden vertegenwoordigd door Meester E. DUFFELEER loco Meester Marc COTTYN, advocaat te 9300 AALST, Leopoldlaan 32 A, bus 1-2, 1ste kamer TEGEN : 1) Mevrouw Je. V., wonende te eerste geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Anneleen VAN HOUT, advocaat te 1840 LONDERZEEL, Berkenlaan 44, 2) Mevrouw M. D., wonende te tweede geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester J. MOORTGAT, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 1-3, 3) De heer G. D., wonende te , derde geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Paul VAN ROMPAEY, advocaat 2260 WESTERLO, Zandebrg 19, I. Voornaamste feiten
  3. a)Je. V. is geboren op 19 december 1934.
  4. b)A. D. huwde met Je. V.. Het huwelijkscontract dateert van 2 februari 1956. Daarin hebben de aanstaande echtgenoten bedongen: een algemene gemeenschap van goederen (art. 1), en een toebedeling van deze gemeenschap aan de langstlevende hunner, voor ½ VE + ½ VG (art. 2).
  5. c)Op 1 juni 2004 wordt een geldlening overeengekomen tussen Je. V. en M. D., voor een som van 42.370,00 euro. Daarin is een vrijstelling van intrest (3%) bedongen voor een periode van twee jaar (van 1/6/2004 tot 1/6/2006).
  6. d)A. D. overlijdt testamentloos op 29 maart 2006, nalatende zijn weduwe (= Je. V. ) en hun vier kinderen: D., J., M. en G. D.. De nalatenschap van A. D. omvat derhalve uitsluitend, de helft blote eigendom van de goederen van de algehele gemeenschap, gelet op voormelde clausule van ongelijke verdeling van de algehele gemeenschap. Dit contractueel vruchtgebruik van de weduwe heeft tot gevolg dat haar erfrechtelijk vruchtgebruik in de nalatenschap van haar overleden man de facto (d.w.z. feitelijk) zonder voorwerp is. De weduwe heeft dus 4/8 V.E. + 4/8 V.G. van de gemene goederen. Elk van de vier kinderen heeft 1/8ste blote eigendom van de gemene goederen. II. Relevante procedurestukken
  7. a)Op 28 februari 2007 legt Je. V. een verzoekschrift in op grond van artikel 745, sexies, 2° BW, zij vraagt de omzetting, in geld, van haar vruchtgebruik, louter op de liggende gelden en schuldvordering. Zij berekent de waarde van haar vruchtgebruik, met toepassing van de tabellen Ledoux op 36,27 % van de waarde van de volle eigendom. Concreet stelt zij dat zij recht heeft op: 37.114,89 euro, en elk van haar vier kinderen heeft recht op ¼ van 67.678, 58 euro.
  8. b)Bij vonnis van 16 oktober 2007 beslist de rechtbank van eerste aanleg te Brussel · dat de door Mevrouw V. voorgelegde berekening correct voorkomt; · de rechtbank zegt voor recht dat Je. V. recht heeft, naast de helft van de gemeenschap, op de tegenwaarde van het vruchtgebruik op de roerende goederen der nalatenschap; de bestreden beslissing begroot de tegenwaarde van dit vruchtgebruik op 38.518,07 euro, (met toepassing van de tabellen Ledoux); · de rechtbank zegt voor recht dat ze niet bevoegd is - wegens gebrek aan bewijs - om zich uit te spreken over de bijkomende vordering van D. en J. D. inzake de lening ten bedrage van 42.370 euro dewelke M. D. destijds bekwam van haar ouders en welke nog niet volledig is terugbetaald. III. de betwistingen voor het hof: 1. Appellanten laten gelden:
  9. a)Dat Je. V. een ophaling deed van de som van 32.350,00 euro cash, één jaar voor het overlijden van haar echtgenoot. Er was liggend geld ten belope van 18.550 euro. Als men deze 32.350,00 euro vermindert met de 18.550,00 euro komt men uit op een bedrag van 13.800 euro, dat D. D. afrondt naar beneden op de som van 12.500 euro.
  10. b)Op 1 juni 2004 stond Je. V. een lening van 42.370 euro toe aan dochter M. D., zonder datum van terugbetaling, en met intrest (3%) verschuldigd slechts vanaf 1 juli 2006.
  11. c)Ook G. D. bekwam volgens hen een lening van 88.250,00 euro (hierover worden geen bewijsstukken bijgebracht).
  12. d)in het kader van het door Je. V. neergelegde verzoekschrift op basis van artikel 745sexies, 2° B.W. laten appellanten gelden: * dat het voorwerp voor de omzetting zou vermeerderd worden met voormelde 12.500 euro; weduwe V. kan niet bewijzen dat zij deze som nodig had voor de verzorging van haar man ; deze som dient derhalve geacht nog aanwezig te zijn op overlijdensdatum van haar man, en weduwe V. zou trachten ze op fraudeleuze wijze te ontrekken aan diens nalatenschap; * dat de berekening van het vruchtgebruik geschiedt aan het gemiddelde van twee uitersten: de tabel Ledoux (36, 27 %) en de fiscale tabel (art. 21 Wetb. Succ.) (24%), dus aan 30% zoals voorgesteld door notaris Hilde Fermon met standplaats te Opwijk.
  13. e)Appellanten verzetten zich niet tegen de omzetting van het vruchtgebruik van hun moeder, in geld, op de roerende goederen, mits dit gebeurt op juridisch correcte wijze.
  14. f)Wat het omzettingspercentage betreft: Appelanten gaan niet akkoord met de toepassing van de tabel Ledoux, toegepast door de eerste rechter. Ledoux baseert zich immers op een rendement van 4% wat volgens hen ten huidige dage geenszins meer kan worden weerhouden. Indien men een rendement van slechts 3% weerhoudt, komt men uit op 27,18%, zodat het voorstel van 30% meer dan billijk is, want meer dan 24% volgens de fiscale criteria (art. 21, VI, Wetb. Succ. R.). De rechtbank antwoordde niet op deze problematiek door, zonder motivering terzake, de tabel Ledoux toe te passen. Vandaar dat appellanten bij hun eis blijven dat het omzettingspercentage van 30% in casu zou toegepast worden.
  15. g)Wat het voorwerp van het om te zetten vruchtgebruik betreft vorderen zij dat de voormelde som van 12.500,00 euro zou toegevoegd worden aan het huwelijksvermogen.
  16. h)Wat de lening betreft door Je. V. aan M. D.: Tussen 18/5/2004 en 1 juni 2006 werden geen intresten aangerekend, wat een voordeel van 2.590,00 euro uitmaakt. Omwille van het voordeel is er volgens appellanten een schenking die Je. V. niet alleen kon doen, gelet op artikel 1419 B.W.
  17. i)Wat de bevoegdheid van het hof betreft stellen appellanten dat de tegeneis door hen destijds rechtsgeldig werd gesteld in eerste aanleg tegen één van de in het geding zijnde partijen, en opnieuw aangehaald in de beroepsakte. Het is niet vereist dat de tegeneis verband houdt met de hoofdeis, noch dat hij hetzelfde voorwerp heeft (met verwijzing naar Cass. 12 februari 1971).
  18. j)Wat de vordering van G. D. inzake het beweerde tergend en roekeloos karakter van het beroep betreft, verzetten appellanten zich af tegen deze stelling. Voor het hof vorderen zij: - het hoger beroep toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond te verklaren; - de oorspronkelijke vordering ontvankelijk en deels gegrond te verklaren; derhalve voor recht te zeggen dat het vruchtgebruik van Mevrouw V. omgezet zal worden in een geldsom; - de oorspronkelijke tegenvordering ontvankelijk en gegrond te verklaren, en derhalve voor recht te zeggen dat de tegenwaarde van het vruchtgebruik van Mevrouw V. dient berekend te worden aan een percentage van 30%, en dit op een bedrag van 122.442,65 euro, en subsidiair, alvorens rechts te doen, te bevelen dat alle nodige stukken zouden worden medegedeeld ten einde het enige correcte bedrag te kunnen bepalen; - te zeggen voor recht dat de schenking die M. D. ontving ten belope van de (twee jaar) intresten op de haar toegestane lening zal worden aangerekend op het bedrag haar toekomende ingevolge omzetting van het vruchtgebruik, en dat haar aandeel bij gelijke delen zal worden verdeeld tussen D. en J. en G. D.. 2. Je. V.: Je. V. vordert de bevestiging van het bestreden vonnis. Zij stelt een nieuwe vordering in graad van beroep en vordert de veroordeling van appellanten tot het betalen van een schadevergoeding van 1.500 euro wegens tergend en roekeloos beroep (het betreft een nieuwe vordering voor het hof dewelke uitgedrukt wordt als vordering voor "tergend geding" - bedoeld is "tergend hoger beroep"). 3. M. D.: M. D. vordert de bevestiging van de bestreden beslissing. IV. Bespreking A) Artikel 745quinquies, §1, eerste lid BW en contractueel vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote ingevolge een beding van ongelijke verdeling van de gemeenschap 1. Ingevolge haar huwelijkscontract heeft weduwe Je. V. ½ V.E. + ½ VG van alle goederen die tot de algehele gemeenschap, die bestond tussen haar overleden man en haarzelf, behoorden. Derhalve bevat de nalatenschap van haar overleden man uitsluitend blote eigendom, zijnde ½ of 4/8 blote eigendom van de gemene goederen. Met betrekking tot de nalatenschap van A. D. heeft diens weduwe derhalve geen enkel erfrechtelijk vruchtgebruik, noch op basis van de wet, noch op basis van een testament, noch op basis van een contractuele erfstelling. 2. De eerste rechtsvraag die in casu derhalve rijst, betreft het toepassingsveld van het omzettingsrecht van het vruchtgebruik bedoeld in artikel 745quater e.v. BW Is dit contractueel vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote krachtens voormeld beding van ongelijke verdeling van de (in casu algehele) gemeenschap wel omzetbaar in acht genomen de termen van artikel 745quinquies, §1, eerste lid, BW? Het antwoord op deze principiële vraag is nog steeds zeer betwist; in de rechtsleer worden zeer verschillende stellingen verdedigd. 3. In casu roept geen enkele partij in dat het omzettingsrecht geregeld in artikel 745quater e.v. BW niet van toepassing zou zijn op het contractueel vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot voortvloeiende uit voormeld bedongen beding van ongelijke verdeling van de in casu algehele gemeenschap. Het hof leidt uit deze impliciete eensgezinde stellingname van alle betrokken partijen betreffende deze rechtsbetwisting en tevens uit het feit dat het bestreden vonnis op dit punt door geen enkele partij in hoger beroep in vraag wordt gesteld, af dat de regels van de omzetting van het erfrechtelijk vruchtgebruik zoals vervat in de artikelen 745quater e.v. BW wel toepasselijk zijn op het contractuele vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot, Mevrouw Je. V., voortvloeiende uit voormeld beding van ongelijke verdeling van de (in casu algehele) gemeenschap. 4. Alle partijen spreken zich eensgezind uit voor een omzetting van voormeld vruchtgebruik in geld. 5. De rechter hoeft de omzetting niet te bevelen in de hypothese van art. 745quater, § 1 BW: de rechter oordeelt terzake in billijkheid en neemt daarbij de respectieve belangen van alle partijen in aanmerking . Te dezen, gelet op de spanningen tussen de partijen komt het, het hof aangewezen voor de gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik te bevelen . Het hof neemt daarbij ook akte van de eensgezinde wil van alle partijen dat de omzetting in geld gebeurt, en beveelt derhalve de gerechtelijke omzetting van het voormelde vruchtgebruik in een som geld . De twee grootste problemen terzake waarvan partijen blijven verschillen van mening zijn dan: 1° het precieze voorwerp van het om te zetten vruchtgebruik en 2° de wijze van of criteria bij de berekening van de waarde van het vruchtgebruik. $ 1) In de voetnoten onderaan vind ik voetnoot 10 niet. Met mijn documentatie en tekst kan u wellicht deze voetnoot 10 invullen. Maar opleeten dan voor de volorde der voetnoten. De verwijzingen in de tekst moeten kloppen met de voetnoot. Kortom, na correctie van voetnot 10, let op de nummering van de voetnoten. 2) Op blz. 11/2a. Het is Jeanne Van Ranst (die toen nog geen weduwe was), en niet Marua Van Mulder. De (mijn?) vergissing of dubbelzinnigheid moet ongedaan gemaakt worden. Voor het overige, wt mij betreft: "Nihil obstat". 'k Ben natuurlijk verheugd dat u veel overneemt. Het beste systeem voor een referendaris (met een zekere ervaring) lijkt me inderdaad: een voortontwerp van arrest maken vanuit de optiek dat de raadsheer desgewenst er zo veel als mogelijk kan van overnemen. Aldus blijft men ook bondig en practisch. $ B. Artikel 745sexies, par. 3 BW. De berekening van de waarde van het vruchtgebruik 1) Partijen verschillen grondig van mening inzake de criteria in aanmerking te nemen bij de berekening van de waarde van het vruchtgebruik van weduwe V.. 2) de wetgever zelf geeft slechts enkele criteria of aanwijzingen ter berekening van de waarde van het om te zetten vruchtgebruik. Blijkens artikel 745sexies, par. 3 BW wil de wetgever dat de betrokkenen de waarde van het om te zetten vruchtgebruik berekenen, in concreto, rekening houdend onder meer en naargelang van de omstandigheden met: - de concrete waarde van de concrete goederen belast met het om te zetten vruchtgebruik, - de concrete opbrengst van de concrete goederen belast met het om te zetten vruchtgebruik, - de schulden en lasten verbonden aan deze goederen, - de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker. De rechtsleer preciseert terzake dat, wat de vermoedelijke levensduur van de vruchtgebruiker betreft, er rekening dient gehouden te worden met recente levensduurtabellen maar tevens ook met de concrete gezondheidstoestand van de betrokken vruchtgebruiker. In het kader van artikel 745quater BW e.v., wilde de wetgever uitdrukkelijk zelf geen unieke wettelijke maatstaf of omzettingtabel opdringen; hij verkoos te vertrouwen op het notariaat . Op burgerlijk vlak is er dus geen geldende dwingende wettelijke omzettingtabel, dit in tegenstelling met het fiscaal recht, o.a. de successierechten (zie art. 21 W. Succ. R.). De rechtsleer hanteert verschillende standpunten inzake de concrete toepassing van dit artikel 745sexies § 3 BW . In de praktijk worden verscheidene oplossingen, omzettingtabellen én/of levenstabellen voorgesteld en aangewend . Een overzicht van de rechtspraak toont aan dat deze aangelegenheid het moeilijkste en meest controversiële aspect van de omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende is . De wetgever had uiteindelijk terzake vertrouwen in het notariaat en in de notarissen die de voor- en nadelen zouden tegen elkaar kunnen afwegen en een billijke oplossing zouden kunnen uitwerken . 3) Welnu, volgens appellanten paste de eerste rechter ten onrechte de tabellen Ledoux toe, zijnde in casu het percentage van 36,27 %, voor de berekening van de waarde van het vruchtgebruik van de weduwe . Volgens appellanten dient 30% toegepast te worden zijnde het midden tussen 36,27% (tabel Ledoux) en 24% (art. 21 W. Succ.). 4) Het hof is van oordeel dat het in casu verkieslijk voorkomt dat een gerechtelijk aan te stellen notaris (zie infra) zich in de concrete casus zou uitspreken inzake de waarde van het vruchtgebruik van weduwe V. en dus aldus tevens over de in aanmerking te nemen criteria voor de berekening van de waarde van dit vruchtgebruik, in acht genomen alle relevante omstandigheden en criteria terzake eigen aan het concrete geval, zoals het feit dat het vruchtgebruik in casu louter roerende goederen betreft. C. Artikel 745sexies, §2, 2° BW. De verwijzing door de rechter naar een gerechtelijk aangesteld notaris belast met de verrichtingen van de omzetting van het vruchtgebruik 1) De titel van het oorspronkelijk verzoekschrift van verzoekster weduwe V. luidt: "Verzoekschrift tot omzetting van vruchtgebruik op grond van artikel 745sexies, 2° BW." Welnu, dit artikel 745sexies, 2° BW inzake de gerechtelijke omzetting van het erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot of echtgenote bepaalt onder andere: "Wanneer de rechtbank de eis geheel of ten dele toewijst, bepaalt zij de wijze van omzetting... In voorkomend geval gelast zij de verkoop van de volle eigendom van het geheel of van een deel der goederen die met vruchtgebruik belast zijn, dan wel de verdeling van die goederen, zelfs indien ter zake van dat recht geen onverdeeldheid bestaan, tenzij zij verkiest de partijen naar een notaris te verwijzen om de omzetting te laten plaatshebben volgens de procedure omschreven in de artikelen 1207 tot 1225 van het Gerechtelijk Wetboek." 2. In casu dient, bij toepassing van artikel 745sexies §2, 2° BW, een notaris gerechtelijk aangesteld te worden, deze moet gelast worden met de verrichtingen van de omzetting van het vruchtgebruik , en dit om volgende redenen:
  19. a)Deze aan te stellen notaris zal rekening houdend met alle relevante omstandigheden van de concrete zaak, alsook, onder andere, met de wettelijke criteria opgegeven in voormeld artikel 745sexies §3 BW., deze verrichtingen van de omzetting uit voeren . Dit is te dezen des te meer nodig, nu het hof niet in alle volledigheid is ingelicht over alle relevante omstandigheden eigen aan de complexe casus ter berekening van de waarde van het vruchtgebruik in de zin van dit artikel 745sexies, §3 BW. De casus is complex o.a. om drie redenen: - Er zijn twee verschillende aangiften van de nalatenschap van de overleden vader . Hieruit blijkt dat er ook discussie is over de goederen waarop het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot zich concreet uitstrekt. - Er zijn de twee aangetekende brieven van D. D., de dato 19 juli 2006 en 15 augustus 2006 en er is de aangetekende brief van 9 oktober 2006 uitgaande van de weduwe Je. V., gericht aan elk van haar vier kinderen . Deze brieven hebben betrekking op de samenstelling van de ontbonden gemeenschap en opengevallen nalatenschap en op meningsverschillen omtrent liggend geld. - Dat er in casu specifieke (bewijs- en andere) moeilijkheden nog bestaan blijkt ten slotte ook uit de subsidiaire vordering van appellanten, nu zij hierbij vorderen dat het hof, alvorens rechts te doen, zou bevelen dat alle nodige stukken zouden worden medegedeeld ten einde het enige correcte bedrag te kunnen bepalen.
  20. b)Trouwens, de gerechtelijk aangestelde notaris op basis van artikel 745sexies, § 2, 2° BW heeft een onderzoeksplicht naar dergelijke relevante omstandigheden voor de verrichtingen der omzetting. Hij heeft daarenboven een wettelijke en deontologische inlichtingsplicht t.a.v. alle betrokken partijen dewelke hij volledig over de rechten, verplichtingen en lasten die voortvloeien uit de omzetting van het vruchtgebruik dient in te lichten, en aan dewelke hij op onpartijdige wijze raad dient te geven (zie de tekst van art. 9, §1, lid 3 Org. W. Not.). Hij heeft bovendien een verzoenende opdracht in deze zin dat hij tijdens de verrichtingen van omzetting van het vruchtgebruik van de weduwe, in geld, steeds moet betrachten een geheel akkoord dan wel deelakkoorden te bewerkstellingen . Welnu, gezien te dezen, de partijen het enerzijds niet eens waren over de aangifte van de nalatenschap van de overledene, noch over de samenstelling van zijn nalatenschap, noch over de toe te passen concrete criteria voor de berekening van de waarde van het vruchtgebruik van de weduwe, en gelet anderzijds op de opdrachten en diverse plichten van de notaris gerechtelijk belast met een gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot worden de partijen verwezen voor de verrichtingen van de omzetting van het vruchtgebruik, naar de aangestelde notaris benoemd in het hiernavolgend beschikkend gedeelte van het arrest. Het past een notaris aan te stellen die zich tot op heden niet met deze zaak heeft ingelast (dus o.a. niet notaris Hilde Fermon met standplaats te Opwijk). 3. Er dient uit artikel 745sexies, § 2, 2° BW inzake de wettelijke mogelijkheden en bevoegdheden van de rechter in dit kader, afgeleid te worden dat de rechter de partijen naar een notaris of twee notarissen kan verwijzen voor de bewerkingen van de gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik: - zelfs wanneer geen enkele procespartij deze verwijzing naar een notaris vraagt, - en zelfs zonder dat de rechter verplicht is de debatten te heropenen wanneer hij ambtshalve - dus zonder verzoek - de partijen naar een notaris verwijst. D. De overige betwistingen 1) Wat de problematiek omtrent het voorwerp van de omzetting van het vruchtgebruik betreft. Partijen verschillen van mening over het concrete volledige voorwerp van de omzetting van het vruchtgebruik. Appellanten zijn gegriefd, onder andere omdat de eerste rechter hun verzoek heeft afgewezen om het voorwerp van het om te zetten vruchtgebruik niet uit te breiden met 12.500, euro. Ook dit geschilpunt dient in eerste instantie voorgelegd te worden en onderzocht te worden door de hierna gerechtelijk aangestelde notaris belast met de verrichtingen van de gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik. Hij dient in zijn staat, het volledige en concrete voorwerp van de omzetting te bepalen, in acht genomen de stukken (waaronder de aangifte van de nalatenschap die slechts door twee van de vier kinderen is ondertekend, de bovenvermelde aangetekende brieven, en de stukken bedoeld door appellanten in hun subsidiaire vordering in hoger beroep) en de respectieve stellingen terzake van de verscheidene betrokken partijen. Nadien zal, zo nodig, de rechter op zicht van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden én het advies van de notaris erop, dan dit geschilpunt beslechten. 2) Wat de problematiek omtrent de leningsschuld betreft
  21. a)Appellanten zijn ook gegriefd omdat de eerste rechter niet is willen ingaan op de problematiek van de lening tussen Je. V. (die toen nog geen weduwe was) en M. D. (die toen nog geen weduwe was), en meer bepaald op een voorgestelde compensatie tussen het bedrag van de lening en wat de ontleenster verkrijgt bij de omzetting van het vruchtgebruik.
  22. b)De lening, en de erin vervatte kleine schenking van vrijstelling van intrest gedurende twee jaar, betreffen de problematiek van de inbreng van een schuld en van de inbreng van een schenking zoals bedoeld in artikel 829 BW dat bepaalt: "Iedere mede-erfgenaam doet, volgens de hierna te bepalen regels, in de massa inbreng van de giften die hem gedaan zijn en van de schulden die hij schuldig is." Dit artikel 829 BW betreft derhalve de nalatenschap van A. D., in de mate dat hij betrokken partij zou zijn bij de lening. Een inbreng van een schuld of van een schenking zoals bedoeld in dit artikel 829 BW is een onderdeel van de vereffening en verdeling van de nalatenschap. In de onderhavige procedure kan deze vereffening-verdeling niet plaats hebben omdat het voorwerp van de verwijzing naar een notaris louter en alleen de omzetting van het vruchtgebruik van de weduwe betreft, en niet de vereffening van de gemeenschap en nalatenschap tussen de weduwe en de vier kinderen. Het erfrechtelijk vruchtgebruik van de weduwe op een in te brengen schenking wordt overigens geregeld in artikel 858bis BW. In de huidige stand van de zaken zijn de vorderingen m.b.t. de lening voor ontleenster M. D. onontvankelijk.
  23. b)Wat de problematiek omtrent de schuldvergelijking zelf betreft tussen enerzijds het kapitaal toekomende aan één der erfgenamen voortvloeiende uit de verrichtingen van de omzetting van het vruchtgebruik, en anderzijds het (betwiste, nog verschuldigde saldo van het bedrag van een betwiste leningsschuld, is het zo dat deze problematiek van
  24. a)de vaststelling van de geldigheid en van het saldo van deze leningsschuld en
  25. b)de schuldvergelijking begrijpende (het saldo van ) deze leningsschuld, de verrichtingen van de gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik overstijgt. De betwistingen omtrent de lening en omtrent een bovenbedoelde schuldvergelijking waarbij deze lening wordt betrokken, overschrijden het strikte kader van de verrichtingen van de gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik van de weduwe. Deze vorderingen daaromtrent zijn derhalve voorbarig. Zij zijn op dit moment onontvankelijk in de onderhavige procedure van gerechtelijke omzetting van vruchtgebruik. 3) Artikel 780bis Ger. W. Wat de vordering van derde geïntimeerde betreft aangaande het tergend en roekeloos beroep, deze vordering is ontvankelijk maar niet gegrond. Het is immers zo dat de toepassing van artikel 745sexies, § 3 BW een ingewikkelde rechtskwestie is wat de berekening van de waarde van het vruchtgebruik betreft, en waaromtrent uiteenlopende stellingen in rechtsleer en rechtspraak gelden. Gezien de rechtsonzekerheid kan in deze optiek niet aan appellanten verweten worden dat zij hun standpunt verdedigen en handhaven. Dit levert geen tergende en roekeloze proceshouding noch een procesmisbruik op en dit, noch in de zin van het oude artikel 1072bis Ger. W., noch in de zin van huidig artikel 780bis Ger.W. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep en de nieuwe vordering ingesteld in graad van hoger beroep, ontvankelijk doch verklaart enkel het hoger beroep en slechts in de hiernavolgende mate gegrond: · verklaart de vordering tot gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik van mevrouw V., en meer bepaald de omzetting ervan in geld, ontvankelijk, · verklaart deze vordering gegrond in de hierna bepaalde mate: · In toepassing van artikel 745sexies, par. 2, tweede lid BW verwijst het hof de partijen naar geassocieerd notaris A. Reniers te Asse (Gemeenteplein 13, 1730 Asse), dewelke belast wordt met de verrichtingen van de gerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik, in geld, overeenkomstig deze bepaling en de artikelen 1207 tot 1225 Ger. W. naar dewelke artikel 745sexies, par. 2, tweede lid BW uitdrukkelijk verwijst. · Stelt tevens, bij toepassing van de artikelen 745sexies, § 2 BW en artikel 1209, lid 3 Ger. W. notaris Steven Podevyn met standplaats te 1785 Merchtem, Spiegellaan 27, aan om de afwezige of weerspannige partijen te vertegenwoordigen. · Bevestigt het bestreden vonnis in de mate dat de eerste rechter oordeelt dat hij niet bevoegd is voor de beoordeling van de vorderingen m.b.t. de lening toegestaan aan M. D.. Verzendt de zaak naar de bijzondere rol. Houdt de kosten aan. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 16/03/2010 waar aanwezig waren en zitting hielden : Marc BOSMANS, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. BOSMANS Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.