id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 16 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100316.3 Rolnummer: 2007AR3257 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-03-18 Raadplegingen: 121 - laatst gezien 2026-07-02 21:35 Fiche I. De eigenaar van een onroerend goed die door enig feit, verzuim of gedrag het evenwicht tussen de eigendommen verbreekt en de naburige eigenaar een stoornis oplegt die de maat van de gewone buurtschapnadelen overschrijdt, is hem een rechtmatige en passende compensatie verschuldigd, die het verbroken evenwicht herstelt. II. De omstandigheid dat de activiteit van sorteerwerk en distributiewerk van de POST in de loop van de laatste jaren is toegenomen, is niet van aard om een abnormale stoornis uit te maken. Wie zich vestigt naast een inrichting moet er rekening mede houden dat de activiteit van de inrichting kan afnemen of kan uitbreiden. III. Wie zich als burger vestigt naast een inrichting dienstig voor openbare dienstverlening, moet gedogen dat deze inrichting functioneert in het belang van de openbare dienstverlening. De nachtelijke sporadische geluidspieken wanneer transporten van poststukken aankomen en/of vertrekken, overschrijden de maat van de gewone buurtschapnadelen te dezen niet. IV. Een gedrag is met name niet foutief indien het materieel feit, in de concrete omstandigheden van de zaak en daarin begrepen 'mits afwegen van de belangen van de twee partijen' de grenzen van normaal gedrag niet te buiten gaat. V. Om dezelfde motieven mutatis mutandis is er geen overschrijden van de maat van de gewone buurtschapnadelen: ook hier moeten de belangen van de twee erven afgewogen worden. Dat op het erf van de DE POST de openbare dienstverlening naar de burgers als geheel beschouwd kan geschieden heeft voorrang boven het zeer beknopte belang van een individueel gezin dat zijn slaapvertrek desbewust vlak naast het postkantoor heeft ingericht. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Eigendom BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Hinder BURGERLIJK RECHT - ZAKELIJKE RECHTEN - Hinder - Burenhinder BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de daad Vrije woorden: Geluidshinder. Vlarem II - Art. 544BW - De Post - Postgebouw gelegen in een stad. - Burenhinder - Omvorming van een postkantoor naar een distributie- en sorteencentrum - bijkomend lawaai. Al of niet belang van 'eerste vestiging'. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2010/ A.R. nr. 2007/AR/3257 INZAKE VAN : De naamloze vennootschap van publiek recht DE POST, autonoom overheidsbedrijf, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Muntcentrum, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0214.596.464, appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 27 juli 2007, vertegenwoordigd door Meester VAN VAERENBERGH loco Meester Robert MARTENS, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 106, 1ste kamer TEGEN : 1) De heer K. R., en zijn echtgenote 2) Mevrouw K. R., woonstkiezende op het kantoor van hun raadsman Meester Yves LOIX, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27, geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester BULKMAN loco Meester Yves LOIX, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 27,
- de rechtspleging Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 10 december 2007 heeft de N.V. van publiek recht DE POST (hierna "DE POST") hoger beroep ingesteld tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 27 juli 2007 waarbij de vordering van de echtgenoten K. R. en K. R. (hierna "consorten R.-R.") ongegrond werd verklaard in zoverre zij ertoe strekt een voorlopige maatregel te horen opleggen en een provisie te horen toekennen. De eis werd deels gegrond verklaard. De bestreden beslissing zegt voor recht dat de DE POST bij de uitbating van het postkantoor te H., X-laan, de door Vlarem II vastgestelde geluidsnormen heeft overschreden en tevens bovenmatige burenhinder heeft veroorzaakt. Alvorens verder recht te doen betreffende de schadevergoeding en/of compensatie - in natura of bij equivalent - waarop de consorten R.-R. aanspraak kunnen maken, stelt de bestreden beslissing deskundige Guillaume RUTTEN aan met als opdracht ter plaatse na te gaan welke maatregelen reeds werden getroffen teneinde nachtelijke geluidsoverlast vanuit het postkantoor en de parking naar de woning te beperken, te adviseren of de huidige situatie de door Vlarem II opgelegde grenswaarden worden gerespecteerd en na te gaan welke bijkomende maatregelen zouden kunnen getroffen worden om de geluidshinder 's nachts verder te doen dalen, een advies te geven betreffende de kostprijs en efficiëntie van die maatregelen. Bij dagvaarding betekend op 3 november 2006 hadden de consorten R.-R. de DE POST gedagvaard teneinde verbod te horen opleggen het sorteer- en distributiecentrum verder te exploiteren totdat de door de rechtbank te bevelen preventieve maatregelen zouden zijn uitgevoerd, minstens totdat de DE POST zou voldoen aan de in de Vlarem II opgenomen milieuvergunningvoorwaarden. Verder werd de aanstelling van een deskundige gevraagd met onder meer als opdracht advies te geven welke preventieve maatregelen te nemen zijn. Zij vorderden tevens dat de DE POST gebod zou opgelegd worden om de door de deskundige aangeduide preventieve maatregelen uit te voeren en de DE POST te horen veroordelen tot een provisionele schadevergoeding van euro 2.500 te vermeerderen met intresten en kosten. Voor het hof vordert de DE POST dat het vonnis zou vernietigd worden, dat de eis zou afgewezen worden en dat de consorten R.-R. zouden veroordeeld worden tot de gerechtskosten. Bij aanvullende conclusie vordert de DE POST nog dat het stuk 24 uit de bundel van de consorten R.-R. uit de debatten zou geweerd worden. De consorten R.-R. van hun kant vorderen de afwijzing van het hoger beroep, zij stellen incidenteel hoger beroep in, in de mate dat hun vordering werd afgewezen, zij vorderen de veroordeling tot een provisionele schadevergoeding van euro 2.500 en dat verbod zou opgelegd worden aan de DE POST om het sorteer- en distributiecentrum verder te exploiteren totdat de DE POST zal voldoen aan de door de deskundige voor te stellen en door de rechtbank (wsl. bedoelen zij ‘het hof' ?) bevolen (wsl. bedoelen zij ‘te bevelen') maatregelen heeft uitgevoerd onder verbeurte van een dwangsom van euro 5.000 per vastgestelde overtreding.
- korte samenvatting van de feiten: De consorten R.-R. zijn sedert 1999 eigenaars van een woning met grond gelegen aan de X-laan 11 te H.. Sedert 1 januari 2002 hebben zij aldaar hun hoofdverblijfplaats gevestigd. Aan het adres X-laan 9 bevond zich een postkantoor. Sedert 2004-2005 zou het postkantoor tevens fungeren als distributie- en sorteercentrum. Volgens de consorten R.-R. zouden vanaf juni 2005 de nachtelijke distributie- en sorteeractiviteiten hun nachtrust storen. Zij vernoemen onder meer: nachtelijk laden en lossen, luidruchtig inladen van vrachtwagens en postwagens, toename van het aantal postwagens, stationair laten draaien van motoren van vracht- en postwagens, roepen van instructies door het personeel, veelvuldig en hardhandig dichtslaan van autoportieren, manoeuvreren en stationair laten draaien van de motoren van vrachtwagens op de parking en het 's nachts parkeren van privé voertuigen van het postpersoneel. Een akoestisch onderzoek werd uitgevoerd door de N.V. ECOLAS. Dit verslag (stuk 19 - pagina 6 - dossier van geïntimeerden) stelt dat de Vlarem II nacht richtwaarden met 10 dB(A) overschreden worden en dat de gemiddelde geluidsbelasting 10 tot 20 dB(A) boven het achtergrondgeluid ligt. Dit verslag geeft, in de besluitvorming, geen indicaties omtrent overschrijden van de maximumnormen zoals toegestaan door Vlarem II. De consorten R.-R. houden voor dat zij ingevolge de geluidstoename een schade lijden zo onder meer slaapstoornissen. De consorten R.-R. leggen een verslag voor gedateerd op 31 mei 2008 en opgesteld door Ir. Frans DOOMS (stuk 24 uit hun bundel). Deze deskundige komt tot volgende besluitvorming: - de duur van de hinder bedraagt minder dan 10 % van de tijd van de beoordelingsperiode van de nacht; - de norm volgens Vlarem II bedraagt 40 dB(A) en het geregistreerde geluid overtreft regelmatig de norm. De partijen zijn het oneens over de waarden die in aanmerking moeten genomen worden voor de berekening van de toegestane richtwaarden en van de toegestane grenswaarden. Het perceel alwaar het postkantoor is gelegen bevindt zich in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen. De consorten R.-R. houden voor dat het gewestplan, het gebied als woongebied omschrijft en dat de wijziging van bestemming werd aangebracht door de wijziging van het BPA in november
- Er werd geen bufferzone voorzien. DE POST laat gelden dat het postkantoor volgens het BPA ‘Centrum Westkant' van 22 november 2001 gelegen is in een zone voor gemeenschapsvoorzieningen. Het BPA heeft bindende en verordenende kracht en het werd (en wordt) niet aangevochten door de consorten R.-R.. DE POST wijst er op, dat zij, na klachten van de consorten R.-R. een aantal maatregelen heeft genomen om de overlast die de buren menen te ondervinden, tot een strikt minimum zou beperkt worden. Zij verwijst aldus naar de instructies aan het personeel (zie syntheseconclusie pagina 5). Er zijn overigens geen klachten geuit door andere bewoners.
- weren van stukken: DE POST vordert dat het eenzijdig verslag van Ir. DOOMS, dat door de consorten R.-R. aan hun bundel werd toegevoegd, uit de debatten zou geweerd worden. Er is geen aanleiding om op dit verzoek in te gaan. Elke partij is vrij om stukken aan zijn bundel toe te voegen mits deze stukken rechtmatig verkregen zijn en de regels van tegenspraak (dit is de mededeling van de stukken aan de wederpartij ten laatste tezamen met de mededeling van de conclusie) geëerbiedigd zijn. Dat dit stuk niet de waarde heeft van een deskundig onderzoek en enkel de waarde heeft van een stuk uit de bundel van de consorten R.-R. kan er niet toe leiden dat het hof zou gehouden zijn dit stuk uit de debatten te weren. Het hof houdt met dat stuk rekening zoals met alle andere stukken uit de bundels van de procespartijen dewelke een eenzijdig karakter vertonen. De vordering om dit stuk 24 te weren, is niet gegrond.
- bespreking: 4.
- fout ? DE POST betwist dat zij fouten heeft begaan. Zij laat gelden dat de geluidsnormen van Vlarem II niet zijn overschreden Zij laat terecht gelden dat het postkantoor reeds ter plaatste gevestigd was sedert 1996 en dat de melding van een inrichting in klasse 3, die pas van veel later dateert, niet impliceert dat de in richting als nieuw op de datum van melding zou moeten aanzien worden. De richtwaarden van de milieukwaliteitsnormen in gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen mogen 's nachts de 55 dB(A) niet overschrijden. In woongebieden is dit beperkt tot 35 dB(A). In de mate dat het gebied valt onder twee of meer punten van de tabel dan moet de hoogste richtwaarde worden genomen (bijlage 2.2.1 Vlarem II). Terecht laat DE POST gelden dat deze normen milieukwaliteitsnormen zijn die de overheid leiden bij haar beleid maar die niet als grenswaarden, waarvan het overschrijden hoe dan ook en in alle geval een fout zou uitmaken, te aanzien zijn. Zij verwijst dienaangaande naar artikel 4.5 van Vlarem II dat de geluidsnormen bepaalt waaraan de hinderlijke inrichtingen zelf moeten voldoen. Het specifiek geluid in open lucht voor bestaande inrichtingen moet zodanig beperkt worden dat de richtwaarden zo goed mogelijk benaderd worden, rekening houdend met de best beschikbare technieken (art. 4.5.5.1 § 3). Deze richtwaarden bedragen in gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen 55 dB(A) en in woongebieden 35 dB(A). De normen zijn emissienormen, zij leggen aan de exploitant de grenzen op die hij niet mag overschrijden. Om te beoordelen welke norm door de DE POST moet nageleefd worden moet dienvolgens niet gesteund worden op de normen die het geluid "in een woongebied" begrenzen maar wel op de normen die gelden voor het gebied alwaar het litigieuze distributie- en sorteercentrum gelegen is. De omstandigheid dat de meetpunten in het woongebied liggen, doet hieraan geen afbreuk. Meetpunten moeten niet noodzakelijk in hetzelfde gebied gelegen zijn als de inrichting zelf. De richtwaarde voor het toegelaten specifieke geluid in open lucht moet met 5 dB(A) verminderd worden voor nieuwe inrichtingen en voor veranderingen aan bestaande inrichtingen. Ook indien men aanneemt dat het te dezen om een verandering aan een bestaande inrichting zou gaan, dan nog bedraagt de richtwaarde 50 dB(A). Terecht laat DE POST gelden dat de geluiden waarover de consorten R.-R. klagen behoren tot de categorieën van geluiden die in de milieureglementering vernoemd worden als ‘fluctuerend geluid, incidenteel geluid, impulsachtig geluid en/of intermitterend geluid (volgens de definities van deze begrippen zoals weergegeven in artikel 1.1.2 van Vlarem II. Voor deze vormen van geluiden mogen de richtwaarden 's nachts met + 10 voor fluctuerend en incidenteel geluid en met + 15 voor impulsachtig en intermitterend geluid verhoogd worden. Dit betekent dat zelfs als men vertrekt van een richtwaarde van maximaal 50 dB(A), de waarde voor deze tijdelijke geluidspieken tot respectievelijk 60 en 65 dB(A) mag stijgen. Gaat men er van uit dat het gaat om een bestaande inrichting dan bekomt men maxima van 65 tot 70 dB(A). Uit het verslag van ECOLAS (stuk 19 uit het dossier van geïntimeerden) blijkt dat geen waarden van boven de 55 dB(A) zijn opgetekend (zie pagina 11 hoogste waarde 53,6 dB(A); p. 15: hoogste waarde 49,8 dB(A); pagina 19: hoogste waarde: 53,8 dB(A). Uit de eigen stukken zoals voorgebracht door de consorten R.-R. blijkt dienvolgens niet dat de richtwaarden rekening houdende met de toegelaten verhogingen voor fluctuerend, incidenteel, impulsachtig en/of intermitterend geluid zouden zijn overschreden. Ook de metingen eenzijdig verricht door Ir. Frans DOOMS (stuk 24 uit het dossier van geïntimeerden) tonen niet aan dat de waarden van 65 tot 70 dB(A) zouden overschreden worden. Er is dienvolgens niet aangetoond dat de waarden uit de milieureglementering zouden overschreden zijn. Evenwel is dit op zich niet determinerend om te beoordelen of DE POST al dan niet foutief handelde en of DE POST al dan niet de grenzen van nabuurschap overschrijdt. DE POST neemt een openbare dienst waar. De burger moet binnen redelijke grenzen tolerant zijn ten aanzien van de taken van openbare dienstverlening die door - of hier namens - de overheid (door DE POST) worden vervuld. In het kader van het verzorgen van de postdiensten waarbij de burger er mag op rekenen dat de werkzaamheden van sorteren en distributie van de post gedurende de nacht geschiedt derwijze dat de postbedeling bij het ochtendkrieken kan aanvangen zodanig dat de burger zo spoedig als mogelijk 's morgens over de hem toegezonden post kan beschikken, is de omstandigheid dat de werkzaamheden om deze dienstverlening te bewerkstelligen tijdens de nacht of de vroege ochtend een geringe geluidshinder met zich brengen die de geluidsnormen voorzien in de Vlarem II reglementering niet of minstens niet in aanzienlijke mate overschrijden, in de gegeven globale context, niet als een fout lastens de partij die deze openbare dienstverlening verzorgt (hier DE POST) te weerhouden. Elke normaal voorzichtige instelling die de werkzaamheden van sorteren en distributie van de poststukken voor haar rekening neemt zou in gelijke omstandigheden dezelfde feitelijke geluidsniveaus ontwikkelen. De alhier opgemeten waarden zijn dienvolgens niet abnormaal (zij overschrijden niet wat als gedrag van een normaal voorzichtig huisvader in de geven omstandigheden kan aanzien worden) en dus ook niet foutief. Om te beoordelen of concreet gezien DE POST alhier een fout begaat volstaat het met name niet om ingenieuze berekeningen van geluidsniveaus te maken om deze te toetsen aan theoretische waarden en richtlijnen. Dat ook de DE POST de regels van Vlarem II moet naleven staat buiten kijf doch te dezen is niet aangetoond dat deze richtwaarden op foutieve wijze zouden overschreden zijn. Het vertoont dan ook geen enkel belang om deskundige onderzoeken te bevelen met als doel om exacte metingen op welbepaalde data te verrichten. Zelfs al zou een grenswaarde zeer uitzonderlijk gedurende een zeer geringe tijdsfractie zijn overschreden dan nog maakt zulks - bij ontstentenis van andere begeleidende omstandigheden die zouden bewijzen dat DE POST geluiden zou teweegbrengen die niet strikt noodzakelijk zijn om haar openbare dienstverlening te vervullen - in de gegeven plaatselijke situatie (alwaar het postkantoor gelegen is in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en het postkantoor reeds operationeel was voordat de consorten R.-R. zich aldaar zijn komen vestigen en hun slaapkamer net naast de parking van het postkantoor hebben ingericht, daar waar zij perfect de mogelijkheid hadden de vertrekken bestemd voor het rustig slapen langs de andere zijde van hun woning in te planten) geen foutief gedrag uit. In de mate als gesteund op de artikelen 1382-1383 B.W. is de vordering van de consorten R.-R. dienvolgens niet gegrond. 4.
- buurschapstoornis ? De eigenaar van een onroerend goed die door enig feit, verzuim of gedrag het evenwicht tussen de eigendommen verbreekt en de naburige eigenaar een stoornis oplegt die de maat van de gewone buurtschapnadelen overschrijdt, is hem een rechtmatige en passende compensatie verschuldigd, die het verbroken evenwicht herstelt. Te dezen is niet aangetoond dat de stoornis waarover de consorten R.-R. zich beklagen de maat van de gewone buurtschapnadelen overschrijden nu blijkt dat de consorten R.-R. zich, naast een regelmatig opgericht en functionerend postgebouw zijn gaan vestigen en hun slaapkamer net naast de inrichting van DE POST hebben ingeplant. De omstandigheid dat de activiteit van sorteerwerk en distributiewerk in de loop van de laatste jaren is toegenomen, is niet van aard om een abnormale stoornis uit te maken. Wie zich vestigt naast een inrichting moet er rekening mede houden dat de activiteit van de inrichting kan afnemen of kan uitbreiden. Te dezen blijkt niet dat het uitbreiden abnormaal of foutief zou zijn. Wie zich als burger vestigt naast een inrichting dienstig voor openbare dienstverlening, moet gedogen dat deze inrichting functioneert in het belang van de openbare dienstverlening. De nachtelijke sporadische geluidspieken wanneer transporten van poststukken aankomen en/of vertrekken, overschrijden de maat van de gewone buurtschapnadelen te dezen niet. In de mate als gesteund op artikel 544 B.W. is de vordering van de consorten R.-R. dienvolgens niet gegrond. 4.
- belangenafweging Ten onrechte houden de consorten R.-R. voor als zou een belangenafweging ertoe strekken dat hun individueel belang zou preveren op het algemeen belang. Zowel ten aanzien van de vordering gesteund op de artikelen 1382 en volgende B.W. als ten aanzien van de vordering gesteund op artikel 544 B.W. geldt de afweging van de respectieve belangen van DE POST en van de consorten R.-R. als bijkomend criterium om te beoordelen of er concreet sprake is van foutief gedrag, dan wel van overschrijden van de maat van normale buurschapnadelen. De belangen van de gemeenschap verhinderen dat het gebeurlijk overschrijden door geluidspieken van korte duur (ongeacht of zij de norm van Vlarem II zouden overschrijden of niet) van richtwaarden en grenswaarden die worden opgelegd om geluidshinder en geluidsoverlast bij nacht voor omwonenden tot een minimum te beperken als foutief zou aanzien worden om reden dat het individuele belang van één gezin dat desbewust zijn slaapkamer net naast de inrichting van de post heeft ingericht niet opweegt tegen het algemeen belang van de burgers als geheel beschouwd om dagelijks zo vroeg als mogelijk, over de vers verdeelde post te kunnen beschikken. Een gedrag is met name niet foutief indien het materieel feit, in de concrete omstandigheden van de zaak en daarin begrepen "mits afwegen van de belangen van de twee partijen" de grenzen van normaal gedrag niet te buiten gaat. Om dezelfde motieven mutatis mutandis is er geen overschrijden van de maat van de gewone buurtschapnadelen: ook hier moeten de belangen van de twee erven afgewogen worden. Dat op het erf van de DE POST de openbare dienstverlening naar de burgers als geheel beschouwd kan geschieden heeft voorrang boven het zeer beknopte belang van een individueel gezin dat zijn slaapvertrek desbewust vlak naast het postkantoor heeft ingericht. 4.
- eerst aanwezigheid De omstandigheid dat het postkantoor weliswaar ter plaatse aanwezig was voordat de consorten R.-R. aldaar hun verblijfplaats hebben gevestigd en dat de activiteiten van de postdiensten nadien een uitbreiding hebben genomen, is niet relevant. Een inrichting kan in activiteit toenemen of afnemen, wie op een bepaald ogenblik aankomt heeft geen rechtmatige aanspraak dat zijn buur nooit zijn activiteit zou opdrijven of beperken. Zolang niet is aangetoond dat het opdrijven van de activiteiten van de postdiensten foutief zou geschiedt zijn - quod non est - kunnen de buren geen rechten putten uit de toestand zoals de inrichting functioneerde "bij hun aankomst".
- besluit: Het hoger beroep is gegrond, het incidenteel hoger beroep is dit niet.
- de kosten: Beide partijen begroten de rechtsplegingvergoeding op euro 1.
- Dit bedrag moet weerhouden worden per aanleg. De consorten R.-R. worden veroordeeld tot de gerechtskosten daarin zijn ook begrepen de kosten van het deskundig onderzoek dat de eerste rechter aan deskundige Guillaume RUTTEN heeft toevertrouwd. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk doch enkel het hoofdberoep gegrond, Vernietigt de bestreden beslissing behalve in zover zij de vordering toelaatbaar heeft verklaard en de vordering heeft afgewezen in zoverre zij strekt tot het opleggen van een voorlopige maatregel en tot het verkrijgen van een provisie, opnieuw recht doende voor het overige: · verklaart de vorderingen van K. R. en K. R. ongegrond; Veroordeelt K. R. en K. R. tot de kosten van beide aanleggen - wat de eerste aanleg betreft begroot - in hoofde van appellante op euro 1.200 rechtsplegingsvergoeding, en - in hoofde van henzelf op euro 1.457,12 (257,12 dagvaarding en rolrecht + 1.200 rechtsplegingsvergoeding) - de erelonen en onkosten van deskundig onderzoek, niet begroot zijnde, en - in graad van hoger beroep - in hoofde van appellante op euro 1.386 (186 rolrecht + 1.200 rechtsplegingsvergoeding), en - in hoofde van henzelf op e 1.200 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 16/03/2010 waar aanwezig waren en zitting hielden : Marc BOSMANS, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. BOSMANS Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div