← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100330.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 30 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100330.2 Rolnummer: 2007AR3128 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-03-30 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-07-01 12:33 Fiche I. Voetbal. Foutcriterium. Normaal voorzichtig voetbalspeler. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de omstandigheden eigen aan de beoefening van de bepaalde sportactiviteit en met de van toepassing zijnde spelregels. II. Het trekken van een gele kaart door de scheidsrechter betekent enkel dat door een speler een spelfout werd begaan wat niet automatisch inhoudt dat die speler een fout begaat die afwijkt van het gedrag van een ander, normaal zorgvuldige voetballer in dezelfde omstandigheden geplaatst in de zin van artikel 1382 e.v. B.W. III. Een duel om de bal is in een voetbalmatch een meer dan normaal fenomeen. Dat hierbij lichamelijke contacten gebeuren, is even normaal. Dat hierbij het risico voorkomt op het oplopen van lichamelijke letsels is eigen aan het voetbalgebeuren. IV. Bovendien ging het in deze om amateurspelers die minder goed zijn opgeleid en minder afgetraind zijn dan professionelen wat het risico op een meer onbeheerst spel en dus op letsels alleen maar vergroot in tegenstelling met wat appellanten voorhouden. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de schuld - Algemeen Vrije woorden: Voetbal. Voetbalspel. Amateursvoetbal. Criterium voor de foutaansprakelijkheid van een voetballer. Impact van een gele kaart gegeven door de scheidisrechter. Impact van het onderscheid tussen beroepsvoetbal en amateursvoetbal. Duel tussen twee voetballers. 'Crochet'. Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2010/ A.R. nr. 2007/AR/3128 INZAKE VAN : 1) De heer M. B., wonende te 2) De B.V.B.A. BEMA, Waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3270 SCHERPENHEUVEL, Ballaarstraat 33, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0477.962.847, appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 4 september 2007, vertegenwoordigd door Meester Michel CORYN, advocaat te 3000 LEUVEN, Rijschoolstraat 1/19, 1ste kamer TEGEN : 1) De heer L. B., wonende geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Geert LAMBEETS, advocaat te 3800 SINT-TRUIDEN, Toekomststraat 22, 2) De LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, afgekort L.C.M., waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1030 BRUSSEL, Haachtsesteenweg 579/40, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Chris WIJNS loco Meester Johan VAN HOOF, advocaat te 3000 LEUVEN, Koning Leopold I-straat 41/0301. Gelet op de procedurestukken: · het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 4 september 2007, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd; · het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 27 november 2007; · de conclusie van appellanten neergelegd ter griffie op 30 september 2008; · de conclusie van de LCM neergelegd ter griffie op 26 november 2008; · de conclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 27 januari 2009. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 1 maart 2010 en gelet op de stukken die zij neerlegden. Het hoger beroep en het incidenteel beroep werden regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en zijn bijgevolg ontvankelijk. I. Voorwerp van de vorderingen. 1.1. De oorspronkelijke eis van appellanten strekte ertoe geïntimeerde te horen veroordelen tot betaling:

  1. a)aan de heer B. van een bedrag van: - 1.160 euro ten titel van materiële schade, plus intresten; - 5.361,50 euro ten titel van provisie ten gevolge van tijdelijke werkonbekwaamheid; - 2.000 euro ten titel van esthetische schade en de blijvende gevolgen plus intresten; - 12.400 euro ten titel van inkomstenderving van 11 oktober 2002 tot 31 oktober 2003, plus intresten;
  2. b)aan de BVBA Bema van een bedrag van: - 17.996,47 euro , plus intresten. De heer B. vroeg hem tevens voorbehoud te verlenen voor het meerdere van zijn vordering uit hoofde van een vergoeding voor een gedeeltelijke blijvende werkonbekwaamheid en invaliditeit en vorderde voor deze post een provisie van 1 euro . Tenslotte werd door appellanten de aanstelling gevraagd van een geneesheer - deskundige met o.a. als opdracht de heer B. te onderzoeken en diens letsels te beschrijven. De LCM kwam vrijwillig tussen in het geding en vroeg geïntimeerde te veroordelen tot betaling van een bedrag van 12.152,87 euro plus intresten onder voorbehoud. 1.2. De eerste rechter heeft deze vorderingen ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 1.3. In hoger beroep hernemen appellanten hun oorspronkelijke vorderingen. 1.4. Bij wijze van incidenteel beroep herneemt de LCM eveneens haar oorspronkelijke vordering. 1.5. Geïntimeerde sub 1 vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis. II. De Feiten. 2.1. Op 11 oktober 2002 vond een voetbalmatch plaats tussen de ploeg VK Halewijn, waarbij geïntimeerde als aanvaller speelde en de ploeg FC Nelly Boys, waarbij appellant sub 1 als verdediger speelde. Tijdens deze match liep appellant sub 1 verwondingen op die hij wijt aan de brutale houding en het brutaal spel van geïntimeerde. Geïntimeerde sub 1 houdt voor, in zijn positie van aanvaller, enkel een "crochet" te hebben uitgevoerd met de bal om een tegenspeler te ontwijken, deze tegenspeler naar hem trapte om de bal te kunnen afnemen wat hem niet lukte door die haakbeweging en deze dan gevallen is. 2.2. Appellant sub 1 legde klacht neer met stelling van burgerlijke partij wegens opzettelijke slagen en verwondingen tegen geïntimeerde doch deze werd bij beschikking van 19 maart 2004 door de raadkamer buitenvervolging gesteld. 2.3. De LCM betaalde vergoedingen uit aan haar verzekerde, appellant sub 1, en vraagt terugbetaling van deze medische kosten. III. Bespreking. 3.1. Appellanten steunen hun vordering op artikel 1382 e.v. B.W. Zij verwijten geïntimeerde sub 1 op het speelveld een gedrag en een houding te hebben aangenomen die niet te verzoenen is met het gedrag van een normaal voorzichtige voetbalspeler. Zij verwijzen hierbij naar de gele kaart die de scheidsrechter na de feiten trok op naam van B., naar het scheidsrechtersblad waarin als opmerking genoteerd werd "ruw spel" en naar verklaringen opgenomen in het repressief dossier opgesteld n.a.v. de klacht die de heer B. neerlegde wegens het opzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen. 3.2. Het gedrag van een voetbalspeler moet getoetst worden aan de algemene voorzichtigheidsregels. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de omstandigheden eigen aan de beoefening van de bepaalde sportactiviteit en met de van toepassing zijnde spelregels. 3.3. De eerste rechter stelde terecht dat van alle verklaringen die afgelegd werden in het kader van het gerechtelijk onderzoek enkel de verklaring van de heer A. M. als de enige objectieve kan aangezien worden. Er is inderdaad geen enkele reden voorhanden om te twijfelen aan de objectiviteit van deze getuige. De versies verschillen immers naargelang het gaat om spelers/toeschouwers behorende tot de ene club of de andere. Hierbij valt op dat diegenen die als toeschouwer/speler van de ploeg VK Halewijn optraden van oordeel zijn dat geïntimeerde geen enkele fout beging in zijn voetbalspel terwijl diegenen die als toeschouwer/speler optraden van de ploeg FC Nelly Boys allen met een beschuldigende vinger naar appellant sub 1 wijzen. Er is geen aanvaardbare reden voorhanden om voorkeur te verlenen aan de ene versie boven de andere gelet alleen reeds op de subjectieve betrokkenheid van deze ondervraagden. Het tijdstip waarop de onderscheiden verklaringen werden afgelegd, doet hieraan niets af. De heer A. M. die zelf scheidsrechter is, was aanwezig op gezegde voetbalmatch om naar zijn collega - scheidsrechter te komen kijken en was dus geen supporter van de ene dan wel de andere voetbalploeg. Hij verklaarde desbetreffend het volgende: " Het was een duel zoals er elke voetbalmatch zoveel gebeuren. Geen enkele speler treft er schuld aan en het was zeker geen opzet. Ik ben zelf ook gaan kijken naar de speler en ik heb hem zelf horen zeggen tegen omstaanders dat de tegenstrever er niks kon aan doen, dat hij een fractie van een seconde sneller bij de bal was. Dit heeft hij zelfs twee tot drie maal herhaald. Om deze reden begrijp ik niet waarom de gekwetste speler van Nelly Boys een klacht heeft ingediend. " Uit die verklaring blijkt ook dat de scheidsrechter voor die fase geen fout gefloten heeft, dat bij het zien van de verwondingen de spelers van de ploeg Nelly Boys opgehitst geraakten en pas dan de scheidsrechter overging tot het trekken van een gele kaart op naam van geïntimeerde. Het is bijgevolg niet uitgesloten dat de scheidsrechter enkel een gele kaart trok om de gemoederen enigszins te bedaren terwijl er volgens hem aanvankelijk geen spelfout werd begaan door geïntimeerde. Volledigheidshalve wordt hierbij opgemerkt dat het trekken van een gele kaart enkel betekent dat door een speler een spelfout werd begaan wat niet automatisch inhoudt dat die speler een fout begaat die afwijkt van het gedrag van een ander, normaal zorgvuldige voetballer in dezelfde omstandigheden geplaatst in de zin van artikel 1382 e.v. B.W. 3.4. Appellanten verwijzen ook naar de ernst van de door de heer B. opgelopen letsels. De schade, hoe ernstig ook, is echter geen bewijs van een fout. Een duel om de bal is in een voetbalmatch een meer dan normaal fenomeen. Dat hierbij lichamelijke contacten gebeuren, is even normaal. Dat hierbij het risico voorkomt op het oplopen van lichamelijke letsels is eigen aan het voetbalgebeuren. Bovendien ging het in deze om amateurspelers die minder goed zijn opgeleid en minder afgetraind zijn dan professionelen wat het risico op een meer onbeheerst spel en dus op letsels alleen maar vergroot in tegenstelling met wat appellanten voorhouden. 3.5. De eerste rechter heeft dan ook terecht gesteld dat appellanten het bewijs niet leveren dat geïntimeerde sub 1 tijdens het voetbalspel een fout of een onvoorzichtigheid zou hebben begaan in de zin van artikel 1382 e.v. B.W. Het bestreden vonnis wordt derhalve bevestigd. 3.6. De heer B., de heer B. en de LCM vragen allen een bedrag van 2.000 euro als rechtsplegingsvergoeding, zijnde het basisbedrag. De BVBA Bema vraagt een afzonderlijke rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 1.100 euro . Appellanten worden vertegenwoordigd door eenzelfde raadsman en hebben in principe slechts recht op één rechtsplegingsvergoeding voor hen beiden. Zij zijn samen ook maar één rechtsplegingsvergoeding verschuldigd aan de in het gelijk gestelde partij. De in het gelijk gestelde partij is in deze geïntimeerde sub 1 en aan hem komt de rechtsplegingsvergoeding toe die zowel verschuldigd is door appellanten samen als door de LCM. Gelet om de omvang van het gevorderde bedraagt het basisbedrag in deze inderdaad 2.000 euro . OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart zowel het hoger beroep als het incidenteel beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen. Veroordeelt appellanten samen, alsmede de LCM, tot de kosten van hoger beroep, in totaal begroot - in hoofde van appellanten op euro 2.186 (186 rolrecht + 2.000 rechtsplegingsvergoeding), - in hoofde van eerste geïntimeerde op euro 2.000 rechtsplegingsvergoeding, en - in hoofde van tweede geïntimeerde op euro 2.000 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 30/3/2010 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.