id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 30 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100330.3 Rolnummer: 2007AR3249 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-03-30 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-07-01 12:33 Fiche I. Artikel 1382 BW. Fout erin bestaande bouwwerken te hebben uitgevoerd zonder hiervoor te beschikken over een geldige bouwvergunning. II. Schadeloosstelling, bestaande enerzijds in een herstel in natura ( = het inrichten van de plaats overeenkomstig de verleende bouwvergunning) en een schadevergoeding voor de overige materiële schade en morele schade vermengd. III. Rechtsmisbruik. Personen hebben het recht om op te komen voor hun privacy wanneer deze aangetast wordt door een fout begaan door een gebuur en wanneer deze hersteld kan worden door zijn toedoen. Hierbij is er geen sprake van enige vorm van rechtsmisbruik. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de schuld - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Algemeen BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Herstelplicht BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Begroting schade - Morele schade BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Algemene beginselen BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Duur - Algemeen Vrije woorden: Ruimtelijke ordening en stedenbouw - Uitvoering van werken zonder bouwvergunning - onrechtmatige daad - fout- schade bestaande in inbreuk op privacy van geburen - schadeloosstelling - herstel in natura - morele schade - Uitdeovende verjaring? Rechtsmisbruik? - Redelijke termijn? Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2010/ A.R. nr. 2007/AR/3249 INZAKE VAN : De heer L. D., wonende te appellant tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 9 november 2007, vertegenwoordigd door Meester ECKER loco Meester L. DELEU, advocaat te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30, 1ste kamer TEGEN : 1) De heer A. D., en zijn echtgenote 2) Mevrouw L. B., geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester Jan HOUTHUYS, advocaat te 1500 HALLE, Suikerkaai 7, Gelet op de procedurestukken: · het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 9 november 2007, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd; · het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 10 december 2007; · de conclusie van appellant neergelegd ter griffie op 15 september 2008; · de syntheseconclusie van geïntimeerden neergelegd ter griffie op 11 december
- Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 1 maart 2010 en gelet op de stukken die zij neerlegden. Het hoger beroep en het incidenteel beroep werden regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en zijn bijgevolg ontvankelijk. I. Voorwerp van de vorderingen. 1.
- De oorspronkelijke eis van geïntimeerden strekte ertoe: - het herstel te bevelen van de plaats in de staat zoals vergund in de stedenbouwkundige vergunning met bijhorende plannen dd. 27 juni 2000 afgegeven door het college van burgemeester en schepenen van D., hetgeen impliceert het wegnemen van de hardhouten terraspanelen tot de vergunde diepte en het plaatsen van de balustrade zoals weergegeven op het goedgekeurde plan; - appellant te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ten bedrage van 12.500 euro (= 6.000 euro genotsderving + 5.000 euro procedurekosten + 1.500 euro morele schadevergoeding) , onder voorbehoud; - de termijn van uitvoering van deze herstelmaatregel, gezien de eenvoud ervan, te bepalen op één maand na het te wijzen vonnis; - te bevelen dat zij gemachtigd worden tot ambtshalve uitvoering van de uit te spreken herstelmaatregel, kosten verhaalbaar op appellant op eenvoudig vertoon van de factuur; - appellant een dwangsom op te leggen van 100 euro per dag na het verstrijken van voornoemde termijn van één maand bij uitblijven binnen die periode van de opgelegde herstelmaatregelen; - te bevelen dat het vonnis overgeschreven wordt op de kant van de overgeschreven dagvaarding op de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet en dat dit vonnis opgenomen wordt in het vergunningsregister binnen de vijf werkdagen na de ontvangst van de uitspraak door het college van burgemeester en schepenen. Appellant stelde een tegeneis in en vroeg een schadevergoeding t.b.v. 1.000 euro wegens het instellen van een tergend en roekeloos geding. 1.
- De eerste rechter heeft de hoofdeis ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard en dienvolgens appellant veroordeeld binnen een termijn van 60 dagen te rekenen vanaf de betekening van het tussengekomen vonnis, van volgende werkzaamheden aan het terras op de aanbouw van zijn pand te G., B-straat ..., onder verbeurte van een dwangsom van 20 euro per dag dat deze werken niet volledig werden uitgevoerd binnen de voormelde termijn: - plaatsen, op een bouwdiepte van 12 meter gerekend vanaf de voorgevel, van een vaste, in de zijmuren verankerde, balustrade met minstens drie horizontale elementen (zoals getekend op de bouwplannen goedgekeurd door de bouwvergunning van 5 juni 2000); - verwijderen van bloembakken die voorbij de voormelde 12 meter - lijn werden geplaatst; Appellant werd verder veroordeeld tot betaling van een bedrag van 1.250 euro plus de vergoedende intresten vanaf de datum van het tussengekomen vonnis, werd bevolen dat het tussengekomen vonnis overgeschreven zou worden op de kant van de overgeschreven dagvaarding op de wijze bepaald in artikel 84 van de hypotheekwet en dat het vonnis ingeschreven zou worden in het vergunningsregister van de gemeente D. zodra de gemeente over een dergelijk goedgekeurd register beschikt en werd de tegeneis ontvankelijk doch ongegrond verklaard. 1.
- Het hoger beroep van appellant beoogt de oorspronkelijke hoofdeis ontvankelijk doch ongegrond te horen verklaren en zijn oorspronkelijke tegeneis ontvankelijk en gegrond. 1.
- Bij wijze van incidenteel beroep hernemen geïntimeerden hun oorspronkelijke vordering. II. De Feiten. 2.
- De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis. 2.
- Samengevat komt het hierop neer dat appellant op 5 juni 2000 een bouwvergunning verkreeg om aan zijn eigendom een bureau en terras te bouwen. Geïntimeerden zijn eigenaars van het aanpalend pand en zij stelden vast dat appellant zich niet hield aan de voorgeschreven bouwvergunning. Op 22 januari 2002 maakte de stedenbouwkundige inspecteur een herstelmaatregel over aan de procureur des Konings waarin hij vorderde dat het dakterras zou aangepast worden aan de vergunning van 5 juni 2000 met een maximale bouwdiepte van 12 meter. Eén van de redenen die hij aangaf was dat de uitgevoerde werken (= dakterras met bouwdiepte van 15 meter) de privacy van de omwonende in het gedrang bracht. Het strafdossier werd echter zonder gevolg gerangschikt. Uit de neergelegde foto's blijkt inderdaad dat personen die zich op het nieuw aangelegd terras bevinden onbelemmerd inkijk verkrijgen naar de woning van geïntimeerden. III. Beoordeling. 3.
- Geïntimeerden steunen hun vordering op artikel 1382 e.v. B.W. Appellant betwist de ontvankelijkheid van deze vordering niet meer in hoger beroep. 3.
- Geïntimeerden houden voor dat appellant bouwwerken heeft uitgevoerd in strijd met de verleende bouwvergunning. Appellant betwist dit en is de mening toegedaan dat in de verleende bouwvergunning nergens voorbehoud werd gemaakt voor wat het gebruik betreft van een bepaald soort bouwmateriaal voor de aanleg van het terras/plat dak, dat het achterste deel van het dak wel degelijk ontoegankelijk werd gemaakt en dat minstens geïntimeerden zich schuldig maken aan rechtsmisbruik. 3.
- Op het plan gevoegd aan de bouwvergunning blijkt duidelijk dat de eerste 12 meter vanaf de achtergevel mocht aangelegd worden als een terras en dat de laatste 3 meter een plat dak moest blijven. Uit dat plan blijkt even duidelijk dat na de eerste 12 meter een reling moest aangebracht worden. Het feit dat in de vergunning niet expliciet werd aangeduid welke materialen dienden gebruikt te worden voor enerzijds de aanleg van het terras en anderzijds het deel dat plat dak werd genoemd, is niet ter zake dienend. Uit het plan blijkt afdoend dat het terras betegeld mocht worden ( = dwarse strepen ) terwijl de laatste 3 meter behandeld dienden te worden als een plat dak. Een plat dak wordt nooit betegeld. Zowel uit de neergelegde foto's als uit de vaststellingen van de verbalisanten blijkt dat de ganse 15 meter aangelegd werden als terras en ook voor die doeleinden effectief gebruikt wordt en dat er nergens een reling aangebracht werd doch de hele diepte van 15 meter als een onafgesloten ruimte dienst doet. Bij het afleveren van de bouwvergunning was het duidelijk de bedoeling dat de laatste 3 meter niet mocht gebruikt worden als terras en een plat dak moest blijven. Vandaar ook de opgelegde verplichting dat na de eerste 12 meter een reling diende aangebracht te worden. Een wasdraad of een kabel die gemakkelijk los gemaakt kan worden, is geen reling. Waar het tuinmeubilair ook staat, is evenmin ter zake dienend. Het feit dat de hele diepte van 15 meter als terras kan gebruikt worden, volstaat in deze om aan te nemen dat appellant handelde in strijd met de verleende vergunning. 3.
- De eerste rechter heeft dan ook terecht beslist dat appellant een fout beging erin bestaande bouwwerken te hebben uitgevoerd zonder hiervoor te beschikken over een geldige bouwvergunning. 3.
- Het staat even vast dat geïntimeerden ingevolge deze overtreding schade hebben geleden. De stedenbouwkundige inspecteur vorderde op 22 januari 2002 het herstel van de plaats conform de afgeleverde vergunning van 5 juni 2000 omwille o.a. van het schenden van de privacy van de omwonende. Voor deze schade dienen geïntimeerden vergoed te worden. Deze vergoeding bestaat enerzijds in een herstel in natura ( = het inrichten van de plaats overeenkomstig de verleende bouwvergunning van 5 juni 2000 ). De door de eerste rechter bevolen herstelmaatregelen worden bij deze dan ook bevestigd mits de enkele wijziging dat appellant tevens gehouden is de houten terrasbeplanking voorbij de eerste 12 meter te verwijderen en de laatste 3 meter derhalve dient in te richten met materialen bestemd voor de aanleg van een plat dak. Voor het overige heeft de eerste rechter een juiste analyse gemaakt van het door geïntimeerden gevorderde die bij deze bevestigd wordt. Daarnaast vragen geïntimeerden een schadevergoeding van 10.000 euro voor de overige materiële schade en morele schade vermengd ( = voorwerp van het incidenteel beroep ). Deze vordering is inderdaad overdreven en de eerste rechter heeft deze bijkomende vergoeding terecht herleid tot 250 euro . 3.
- Appellant beroept zich voor het eerst in hoger beroep op rechtsmisbruik. Hij is de mening toegedaan dat geïntimeerden huidige vordering hebben ingesteld om hem zo veel mogelijk te schaden en derhalve hun rechten uitoefenen op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van het recht. Hij verwijt geïntimeerden tevens hun vordering laattijdig te hebben ingediend en derhalve een inbreuk te hebben gepleegd op de vereiste van de redelijke termijn zoals vervat in het EVRM. Nergens blijkt uit dat geïntimeerden op een onredelijke wijze en omwille van oneerbare redenen hun vordering zouden hebben ingesteld. Zij hebben het recht om op te komen voor hun privacy wanneer deze aangetast wordt door een fout begaan door appellant en wanneer deze hersteld kan worden door toedoen van appellant. Hierbij is er geen sprake van enige vorm van rechtsmisbruik. Het feit dat het terras aangelegd werd anno 2000 - 2001 en slechts gedagvaard werd bij exploot betekend op 30 november 2005 is evenmin een terecht verwijt aan het adres van geïntimeerden. Zolang de verjaring, zoals wettelijk is geregeld, niet is ingetreden, hebben geïntimeerden het recht om op te komen voor hun rechten. Anders oordelen zou een miskenning inhouden van de wettelijk vastgelegde verjaringstermijnen. Aan geïntimeerden kan bijgevolg geen enkel fout verweten worden bij het voeren van huidige procedure zodat dit middel verworpen dient te worden. 3.
- Appellant herneemt zijn tegeneis tot het bekomen van schadevergoeding wegens het instellen van een tergend en roekeloos geding. Geïntimeerden bekwamen in eerste aanleg de gedeeltelijke toekenning van hun vordering dewelke in hoger beroep in grote lijnen bevestigd wordt. Dit gegeven op zich alleen al toont aan dat geïntimeerden niet de meest absurde argumenten en documenten inroepen maar integendeel op grond van juiste motieven een vordering instelden. Ook op dit punt wordt het bestreden vonnis bevestigd. 3.
- Partijen hebben ter zitting van 1 maart 2010 een bedrag gevorderd van 1.200 euro voor wat de rechtsplegingsvergoeding betreft. Het gaat om het basisbedrag voor vorderingen die niet in geld waardeerbaar zijn. In hun conclusie vorderen geïntimeerden echter in totaal een bedrag van 3.500 euro . Wanneer een deel van de vordering niet in geld waardeerbaar is en het overige wel dient de gehele vordering aangezien te worden als een vordering die in geld waardeerbaar is. Dwangsommen maken geen deel uit van het in geld waardeerbaar gedeelte en worden derhalve niet meegerekend. Gelet op de omvang van de door geïntimeerden gevorderde schadevergoeding bedraagt het basistarief in deze 1.100 euro . Dit bedrag komt ten beloop van 2/3 toe aan geïntimeerden als de overwegend in het gelijk gestelde partijen en de overige 1/3 komt toe aan appellant. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk doch in zeer beperkte mate gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis in al haar beschikkingen mits de enkele wijziging dat appellant tevens veroordeeld wordt tot het verwijderen van de houten terrasbeplanking, aangebracht voorbij de eerste 12 meter en derhalve veroordeeld wordt de laatste 3 meter in te richten met materialen bestemd voor de aanleg van een plat dak. Veroordeelt appellant tot 2/3den van de kosten in hoger beroep en laat de overige 1/3de ten laste van geïntimeerden, in hun geheel begroot - in hoofde van appellant op euro 1.286 ( 186 rolrecht + 1.100 rechtsplegingsvergoeding), en - in hoofde van geïntimeerden op euro 1.100 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 30/3/2010 waar aanwezig waren en zitting hielden : Astrid DE PREESTER, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS A. DE PREESTER Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div