← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100402.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 02 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100402.8 Rolnummer: 2010AR119 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2011-11-23 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-01 12:37 Fiche In de regel schorst hoger beroep de tenuitvoerlegging van eindvonnissen (art. 1397 Ger. W.). De mogelijkheid voor de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan (art. 1398 Ger. W.) is een uitzondering op die algemene regel. Uitzonderingen moeten strikt worden uitgelegd. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid - Schorsing uitvoerbaarheid GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid - Uitvoerbaarheid bij voorraad Vrije woorden: Uitvoerbaarheid. Uitvoerbaarheid bij voorraad. Hoger beroep. Impact van de waardevermindering van de betwiste auto. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - Artikel 1397 Gerechtelijk Wetboek - Artikel 1398 Tekst van de beslissing Nr.: HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer Bis, A.R. Nr.: 2010/AR/119 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN:

  1. A. C., appellante, vertegenwoordigd door Mr. VAN BELLEGHEM loco Mr. Jan GEERTS, advocaat te 2880 BORNEM, Sint Amandsesteenweg 76 TEGEN:
  2. S. W;, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Guido BOOGMANS, advocaat te 1840 LONDERZEEL, Patattestraat 65 In de regel schorst hoger beroep de tenuitvoerlegging van eindvonnissen (art. 1397 Ger. W.). De mogelijkheid voor de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan (art. 1398 Ger. W.) is een uitzondering op die algemene regel. Uitzonderingen moeten strikt worden uitgelegd. S. W; heeft op 2 februari 2009 A. C. gedagvaard voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Hij vorderde afgifte van een voertuig onder verbeurte van een dwangsom. Hij beriep zich op zijn eigendomsrecht en betwistte op grond van wilsgebreken een geschrift waarin hij verklaarde dat het voertuig aan haar toebehoorde. Bij conclusie die werd neergelegd ter griffie op 5 juni 2009 vroeg hij voorbehoud wegens schade aan het voertuig, de aanstelling van een deskundige om die schade vast te stellen en de herstellingskosten te ramen. A. C. betwistte de gegrondheid van de vordering en verzocht ondergeschikt om de uitslag van een strafonderzoek af te wachten dat was aanhangig gemaakt op verzoek van S. W; en de zaak naar de algemene rol te verwijzen. Zij stelde een tegeneis in om te horen zeggen dat zij eigenaar is van het voertuig en dat zij gemachtigd is om alle nodige administratieve handelingen te stellen om het voertuig op haar naam te zien inschrijven waarbij S. W; medewerking daartoe moet verlenen onder verbeurte van een dwangsom van 25 euro per dag. De eerste rechter besliste bij vonnis van 10 november 2009 dat de vordering van S. W; gegrond is en dat de tegenvordering van A. C. ongegrond is. Hij veroordeelde haar tot afgifte van het voertuig binnen de maand na de betekening van het vonnis op straffe van een dwangsom van 250 euro per dag en met een maximum van 15.000 euro. Hij veroordeelde haar ook tot de kosten die hij begrootte op 192,25 euro voor dagvaardingskosten en 1.100 euro voor rechtsplegingsvergoeding. Met betrekking tot de voorlopige uitvoerbaarheid die werd gevorderd door S. W; overwoog hij "dat er geen concrete argumenten worden aangehaald die zouden moeten doen besluiten tot de noodzaak van een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is". A. C. legde op 19 januari 2010 een verzoekschrift neer ter griffie van het hof. Zij vorderde de vernietiging van het bestreden vonnis, de ongegrondverklaring van de vordering van S. W; en de gegrondverklaring van haar tegenvordering. Bij brief van 21 januari 2010 en met conclusies die werden neergelegd ter griffie van het hof op 11 en 24 februari 2010 vorderde S. W; de uitvoerbaarverklaring van het bestreden vonnis. Met conclusies die werden neergelegd ter griffie van het hof op 19 februari 2010 verzocht A. C. tot afwijzing van deze vordering tot uitvoerbaarverklaring. S. W; steunt zijn vordering tot voorlopige uitvoerbaarverklaring op zijn eigendomsrecht dat hij afleidt uit een aantal feiten die hij opsomt. Hij voegt eraan toe dat afgifte over een paar jaar geen zin meer heeft gelet op de waardevermindering en de staat waarin het voertuig zich zal bevinden. A. C. betwist deze vordering tot voorlopige uitvoerbaarverklaring. Het verzoek tot voorlopige tenuitvoerlegging wordt verworpen. In de regel schorst hoger beroep de tenuitvoerlegging van eindvonnissen (artikel 1397 van het gerechtelijk wetboek). De mogelijkheid voor de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan (artikel 1398 van het gerechtelijk wetboek) is een uitzondering op die algemene regel. Uitzonderingen moeten strikt worden uitgelegd. Het hoger beroep is niet kennelijk vertragend of dilatoir vermits op het eerste zicht, onder voorbehoud van de uiteindelijke beoordeling van de middelen door de bodemrechter, voldoende ernstige betwisting van de oorspronkelijke hoofdvordering voorhanden is. De kans op waardevermindering is in dit geval niet relevant voor de beoordeling van de voorlopige tenuitvoerlegging, vermits deze waardevermindering kan betrokken worden in de beoordeling van het bodemgeschil zodat de bodemrechter er uitspraak zal kunnen over doen in functie van de beslissing nopens het eigendomsrecht ofwel in hoofde van appellante ofwel in hoofde van geïntimeerde. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekend na tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken, Verwerpt het verzoek tot voorlopige tenuitvoerlegging. Stelt de zaak vast ter zitting van 1bis van 30 april 2010 om 10 uur 30 met het oog op verdere instaatstelling. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke te¬rechtzitting van de kamer 1Bis van het hof van beroep te Brussel op waar aanwezig waren en zitting hielden: K. MOENS, Raadsheer d.d. Voorzitter, bijgestaan door L. HEBBELIJNCK, Griffier, L. HEBBELIJNCK K. MOENS Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.