← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100413.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 13 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100413.2 Rolnummer: 2007AR3375 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2005-04-13 Raadplegingen: 219 - laatst gezien 2026-07-01 14:30 Fiche I. Een voorzichtig en zorgvuldige landbouwer-pachter doet navraag aan de eigenaar van het perceel omtrent de erfdienstbaarheden (private en van openbaar nut) die het verpachte perceel bezwaren en omtrent andere eventuele belemmeringen en ligging van wegen en grenspalen. Door zulks niet te doen begaat hij een fout. II. Door de buurtweg te beploegen handelde de landbouwer foutief: hij is immers niet gerechtigd het openbaar domein om te ploegen). Deze foutieve handeling ging in casu gepaard met de fout om geen informatie te hebben opgevraagd aangaande ligging van erfdienstbaarheden of belemmeringen van alle aard, en is de oorzaak van de beschadiging van de kabels gelegen onder deze buurtweg. III. Problematiek van de toepassing van artikel 1353 BW in de bewijsvoering over de aansprakelijkheid bij kabelbeschadiging, en bij het vaststellen van het oorzakelijk verband tussen fout en schade.. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Vermoedens BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de daad - Zorgvuldigheid Vrije woorden: I. Artikel 1382 BW. Zorgvuldigheidscriterium. Landbouwer-pachter ploegt ook een buurtweg om, en beschadigingt een electriciteitskabel die in de gornd steekt. Fout van de landbouwer i.v.m. omploegen van openbaar domein (buurtweg). Fout van de landbouwer om zich niet in te lichten inzake het bestaan van openbare of private erfdienstbaarheden. II. Toepassing van artikel 1353 BW inzake bewijs middels vermoeden, bij bewijsvoering over de aansprakelijkheid bij kabelbeschadiging. Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artikelen 1353 BW en 1382-1383 BW Tekst van de beslissing ARREST N° Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2010/ A.R. nr. 2007/AR/3375 INZAKE VAN : De naamloze vennootschap van publiek recht BELGACOM, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1030 BRUSSEL, Koning Albert II-laan 27, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer 587.163, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0202.239.951, appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van koophandel te Brussel 30 oktober 2007, vertegenwoordigd door Meester V. LIBEER loco Meester Philippe VAN DEN BROECKE, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F, 1ste kamer TEGEN : De heer E. V., wonende te geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester C. SALAMONE loco Meester Luc BREWAEYS, advocaat te 1780 WEMMEL, de Limburg Stirumlaan 248,

  1. feiten: Op 5 mei 2004 heeft BELGACOM een beschadiging vastgesteld aan een telefoonkabel 800 paar gelegen Kortenbos te Teralfene. Deze kabel bevond zich in de buurtweg nr. 69 zodat de kabel deel uitmaakt van het openbaar domein. Daar BELGACOM geen weet had van de identiteit van de eigenaar van dit stuk grond werd de politie opgeroepen teneinde de nodige vaststellingen te verrichten. De politie nam een reeks foto's van de plaats en de situatie van de schade. De politie heeft vastgesteld dat het stuk grond recentelijk werd omgeploegd. De eigenares van het perceel verklaarde dat het aan E. V. werd verpacht. E. V. betwist niet dat het veld gelegen langs de buurtweg nr. 69 door hem bewerkt werd. Hij betwist evenwel zijn aansprakelijkheid omwille van het feit dat hij niet op de hoogte was dat een kabel van BELGACOM aldaar kon aanwezig zijn en omdat de ploegschaar minder dan 30 cm diep kan gaan zodat de kabel die op diepte van 65 cm diepte lag door de ploegschaar niet kon geraakt worden.
  2. rechtspleging: Op 12 mei 2006 zijn partijen vrijwillig verschenen voor de rechtbank van koophandel te Brussel. BELGACOM vorderde een schadevergoeding van euro 3.134,58 vermeerderd met de vergoedende intresten vanaf 5 mei 2004, de gerechtelijke intresten en de kosten. Het bestreden vonnis, uitgesproken op 3 oktober 2007, heeft de vordering niet gegrond verklaard. Het vonnis werd niet betekend. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 24 december 2007 herneemt BELGACOM de initiële vordering. Zij handhaaft deze eis bij conclusie. E. V. vordert de afwijzing van het hoger beroep. Het hoger beroep is regelmatig naar vorm en termijn en dienvolgens ontvankelijk.
  3. bespreking: 3.
  4. De litigieuze kabel - waarvan uit de voorgelegde foto's blijkt dat het omhulsel ervan door een scherp voorwerp is opengesneden - bevond zich in het openbaar domein met name onder een buurtweg nummer
  5. De buurtweg heeft immers een breedte van 6,60 meter en de kabel bevond zich volgens het liggingplan op 4 meter van de bomenrij zodanig dat de kabel hoe dan ook onder de buurtweg bevond. E. V. betwist niet dat hij de buurtweg zelf sedert verschillende jaren gewoonweg omploegt alsof het een deel van een in pacht gehouden land zou betreffen. Hij laat gelden dat hij niet op de hoogte was van het feit dat zich aldaar een buurtweg bevond om reden dat bij zijn aantreden als pachter, de buurtweg door zijn voorgangers, reeds bij het bouwland was geusurpeerd. Of de buurtweg zichtbaar was dan wel niet, wordt niet aangetoond. 3.
  6. Hoe dan ook diende E. V. als landbouwer-pachter er zich rekenschap van te geven dat percelen landbouwgrond steeds kunnen bezwaard zijn met private (vb losweg) of publieke erfdienstbaarheden. Een eenvoudig onderzoek op het kadaster zou hem hebben geleerd dat er zich alhier een buurtweg bevond. E. V. is minstens zeer onvoorzichtig geweest door niet na te vragen welke de elementen zijn die het bouwland bezwaren (onder welk statuut ook). Een voorzichtig en zorgvuldige pachter doet navraag aan de eigenaar van het perceel omtrent de erfdienstbaarheden (private en van openbaar nut) die het verpachte perceel bezwaren en omtrent andere eventuele belemmeringen en ligging van wegen en grenspalen. Door zulks niet te doen beging E. V. een fout. E. V. diende zich verder te informeren nopens de exacte plaats en de breedte van deze weg. Zonder toelating van de overheid die eigenaar is van de buurtweg was E. V. niet gerechtigd deze zomaar mede om te ploegen en in zijn bouwland te integreren. In de mate dat zou voorgehouden worden dat deze buurtweg thans geen praktisch nut voor het verkeer meer zou hebben, dan nog neemt zulks niet weg dat deze buurtweg - die niet afgeschaft is - nog steeds leidingen kon bevatten - zoals te dezen het geval was -. 3.
  7. Terecht laat E. V. gelden dat hij niet gehouden was de plannen van de ligging van kabels op te vragen aangezien hij geen werken uitvoerde in de zin zoals voorzien bij artikel 114 van de wet van 21 maart
  8. Terecht laat E. V. ook gelden dat hij niet met een peilstok het perceel moest onderzoeken om na te gaan of er zich nergens in de ondergrond leidingen zouden hebben bevonden. Zulks staat er niet aan in de weg dat hij - door de buurtweg te beploegen - foutief handelde (hij was niet gerechtigd het openbaar domein om te ploegen) en dat deze foutieve handeling gepaard met de fout om geen informatie te hebben opgevraagd aangaande ligging van erfdienstbaarheden of belemmeringen van alle aard, de beschadiging van de kabels hebben teweeggebracht. Nu E. V. net voordat de beschadiging werd vastgesteld het kwestieuze land met inbegrip van de buurtweg had omgeploegd, dat de beschadigingen (foto stuk 4 dossier BELGACOM) aantonen dat de kabels niet werden afgerukt maar dat de kabelmantel in de lengte door een scherp voorwerp werd doorgesneden (hetgeen niet anders dan door een ploegschaar kan zijn gebeurd) en er geen enkel feitelijk gegeven is waaruit zou kunnen blijken dat na dit ploegen welkdanige derde in de buurtweg (ter plaatse waar de litigieuze kabels gelegen zijn) zou hebben gegraven, is ten genoege van recht bewezen dat de beschadiging niet anders dan door de werken uitgevoerd door E. V. of voor zijn rekening uitgevoerd, kan zijn tot stand gebracht. De omstandigheid dat E. V. recentelijk voordat de schade werd vastgesteld aldaar heeft geploegd en dat niemand anders aldaar na hem werken in de bodem heeft uitgevoerd volstaan als bewijs door vermoeden dat de kabels werden beschadigd door de werken van E. V. (of uitgevoerd door derden voor wie hij moet instaan) (vgl. Brussel (17e k.) 16 januari 2003, Iuvis 2005, 1420 - BOUWENS, P., Toepassing van artikel 1353 B.W. in de bewijsvoering over de aansprakelijkheid bij kabelbeschadigingen, Iuvis 1995, 435-437). 3.
  9. Het hof stelt te dezen op grond van de beoordeling van de bewijswaarde van het geheel van de haar voorgelegde gegevens met zekerheid dat er geen andere oorzaak voor de beschadiging van de kabels vastgesteld op 5 mei 2004 mogelijk is dan de door E. V. uitgevoerde ploegwerken. Het hof stelt aldus vast dat het oorzakelijk verband tussen die ploegwerken en het schadegeval bewezen is. (Art. 1315, 1353, 1382 en 1383 B.W.; art. 870 Ger.W.) (vgl. Cass. 23 oktober 2008, http://www.cass.be op datum, arrest nr. C.07.0481.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081023.4; JLMB 2009, 1334). 3.
  10. E. V. houdt voor dat hij slechts op een diepte van 30 cm heeft geploegd en dat er zich op dergelijke ondiepte geen kabels mochten bevinden. Dat de beschadigde kabel zich ondiep zou hebben bevonden is niet bewezen. BELGACOM betwist dat de kabel zich slechts op 30 cm diepte bevond, hoe dan ook, de omstandigheid op welke diepte de beschadigde kabels zich exact bevonden is niet relevant. E. V. mocht aldaar niet ploegen, minstens mocht hij het niet doen zonder zich eerst rekenschap te geven van de lokalisatie van de aanwezige nutsleidingen waaronder de kwestieuze kabels (vgl. Cass. 3 mei 1996, http://www.cass.be; Iuvis 1997, 631). Het behoorde aan de landbouwer die ploegt in het openbaar domein om de kabels te lokaliseren. Zelfs het feit dat de kabels niet op de minimale diepte van 60 cm zouden hebben gelegen, staat niet in oorzakelijk verband tot de schade (vgl. Brussel (18e k.) 16 mei 1997, Iuvis 2000, 1170). 3.
  11. E. V. betwist de omvang van de schade met name het aantal werkuren voor zoekwerk naar de exacte plaats van beschadiging. De kabels liggen onder een buurtweg die over de volledige lengte recent was omgeploegd. Benevens de beschadigde kabels bevonden er zich onder dezelfde buurtweg nog andere kabels. Dat BELGACOM dienvolgens zeer omzichtig moest zoeken op welke plaats de kabels precies beschadigd waren en dat zulks een hele tijd kan hebben in beslag genomen, komt het hof bewezen voor. Wanneer een kabel door een aannemer op een welbepaalde plaats bij grondwerken is afgerukt, dan kan de plaats van de schade zeer vlug en eenvoudig gelokaliseerd worden. Wanneer daarentegen zoals te dezen, de kabels "ergens" onder een geploegde oppervlakte beschadigd zijn, dan moet op een systematische wijze gezocht worden tot de plaats van beschadiging is aangetroffen maar de opzoeking moet dermate omzichtig gebeuren dat BELGACOM zelf moet vermijden de andere kabels te beschadigen. De aangerekende duurtijd van 30 uur komt in dat licht, niet overdreven voor. De schade doet zich voor zoals gevorderd.
  12. besluit: Het hoger beroep is gegrond. OM DEZE REDENEN : HET HOF, Rechtdoende op tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, Doet het bestreden vonnis te niet behalve in zover het de vordering ontvankelijk heeft verklaard en de kosten heeft begroot; Opnieuw recht doende: Verklaart de vordering van de N.V. van publiek recht BELGACOM gegrond, veroordeelt E. V. om aan BELGACOM de som te betalen van DRIEDUIZEND HONDERD VIERENDERTIG EURO ACHTENVIJFTIG CENT ( euro 3.134,58) vermeerderd met de vergoedende intresten aan de wettelijke rentevoet vanaf 5 mei 2004 tot 12 mei 2006 en met de gerechtelijke intresten vanaf deze datum tot op de datum van algehele betaling; Veroordeelt E. V. tot de betaling van de gerechtskosten van beide aanleggen, deze van het hoger beroep begroot in hoofde van - BELGACOM op euro 836 (186 rolrecht + 650 rechts-plegingsvergoeding), en - V. op euro 650 rechtsplegingvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 13/4/2010 waar aanwezig waren en zitting hielden : Marc BOSMANS, Raadsheer, bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier. V. DE VIS M. BOSMANS Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081023.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.