← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100420.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 20 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100420.1 Rolnummer: 2009AR92 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-04-27 Raadplegingen: 96 - laatst gezien 2026-07-01 12:41 Fiche Wanneer een tegensprekelijk debat gevoerd werd in de Franse taal zowel in eerste aanleg ais in beroep heeft de ratio legis van de wetsbepalingen van de taalwet van 15 juni 1935 inzake het gebruik der talen in gerechtszaken dat het debat in haar geheel verder gezet worden in de taal van de akte tot inleiding van het geding. In die hypothese is het derdenverzet in het Nederlands ontoelaatbaar. Deze hypopthese dient onderscheiden te worden van een derdenverzet in het kader van een procedure op éénzijdig verzoekschrift. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Derdenverzet GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Derdenverzet - Voorwaarden derdenverzet GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep Vrije woorden: Artikel 24 Wet van 15 juni

  1. Gebruik der talen in gerechtszaken. Derdenverzet in het Nederlands, in een procedure die in eerste aanleg en in beroep werd gevoerd in het Frans. Derdenverzet ontoelaatbaar. Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2009/AR/92 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: L. G. A., , vertegenwoordigd door Mr. DAENEN loco Mr. MALHERBE Jacques, advocaat te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 ; TEGEN:
  2. M-E M., met woonplaats te Spanje, maar met verblijfplaats te 1200 BRUSSEL, tegenpartij, vertegenwoordigd door Mr. VERSCHAEVE loco Mr. FISCHER Quentin, advocaat te 1170 BRUSSEL, terhulpsesteenweg 150 ;
  3. G. O., wonende te 3090 OVERIJSE die niet verschijnt noch iemand in zijn naam ;
  4. G. J.-F., wonende te 3090 OVERIJSE, die niet verschijnt noch iemand in zijn naam ; Gelet op de procedurestukken: n De dagvaarding in derdenverzet betekend op 29 december 2008; n de conclusie van verzoekende partij neergelegd ter griffie op 2 juli 2009; n de conclusie van tegenpartij neergelegd ter griffie op 23 oktober
  5. Gehoord de advocaten in hun middelen en beweringen ter zitting van 22 maart 2010 en de stukken die zij neerlegden. I. Voorwerp van de vordering en bespreking. 1.
  6. Huidig debat beperkt zich hic et nunc tot de vraag of het aangetekende derdenverzet al dan niet nietig is. Ondergeschikt vraagt tegenpartij de taalwijziging en verzoekende partij schikt zich desbetreffend naar de wijsheid van het hof. Het derdenverzet is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 januari 2001 dat in de franse taal is opgesteld. 1.
  7. Bij toepassing van artikel 1125 Ger.W. wordt derdenverzet, met dagvaarding aan alle partijen, gebracht voor de rechter die de bestreden beslissing gewezen heeft en bij niet - nakoming van o.a. deze regel wordt het derdenverzet niet toegelaten. Artikel 4, §1, derde lid van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken bepaalt dat de rechtspleging wordt voortgezet in de taal der akte tot inleiding van het geding, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet. Artikel 24 van diezelfde wet bepaalt tenslotte dat voor al de rechtscolleges in hoger beroep, voor de rechtspleging, de taal wordt gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld dit alles op straffe van nietigheid. 1.
  8. Zowel de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep werden behandeld in de franse taal. Het derdenverzet moet gebracht worden voor de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen. In deze moest derhalve het derdenverzet in het Frans zijn opgesteld en diende gebracht te worden voor een (franstalige) kamer van het hof van beroep te Brussel. 1.
  9. De cassatierechtspraak waarnaar verzoekende partij verwijst, is in deze niet relevant gezien het in dat besproken geval gaat om een verzet tegen een beschikking gewezen op eenzijdig verzoekschrift. Door een dergelijk verzet ontstaat dan pas een tegensprekelijk debat en kan er bijgevolg geen sprake zijn van het verder zetten van een rechtspleging. Het verzet fungeert dan als het ware als een gedinginleidende vordering die als zodanig moet voldoen aan de eisen gesteld door de taalwetgeving. In casu werd er reeds een tegensprekelijk debat gevoerd in de Franse taal en in de ratio legis van voornoemde wetsbepalingen moet het debat in haar geheel verder gezet worden in de taal van de akte tot inleiding van het geding. 1.
  10. Tegenpartij verzoekt haar een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen van 1.200 euro wat het basisbedrag uitmaakt voor vorderingen die niet in geld waardeerbaar zijn. Verzoekende partij verzet zich hiertegen niet in haar conclusie. OM DEZE REDENEN HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken, Verklaart het derdenverzet niet toelaatbaar. Veroordeelt de verzoekende partij in de kosten van huidig geding, in totaal begroot op 186 euro + 1.200 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 20 april
  11. Waar aanwezig waren: Mevr. A. De Preester, alleenzetelend Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans A. De Preester Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.