← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100427.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 27 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100427.1 Rolnummer: 2005AR1911 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-04-27 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-01 12:45 Fiche I. Gezien bij toepassing van artikel 1341 B.W. voor alle zaken die de waarde van 375 euro te boven gaat minstens een onderhandse akte moet worden opgemaakt - die er in casu niet is - en bij toepassing van artikel 1583 B.W. de verkoop tussen partijen voltrokken is van zodra er een overeenkomst is omtrent de zaak en de prijs - waarover betwisting bestaat - dient besloten te worden dat er in casu geen bewijs voorligt van het bestaan van een rechtsgeldig afgesloten koopovereenkomst van een onroerend goed. II. Er dient onderlijnd te worden dat de wijze waarop een voorlopige bewindvoerder zijn taak moet uitvoeren op strikte wijze moet geïnterpreteerd worden zeker wanneer het gaat om een verkoop uit de hand die een rechtshandeling is die enkel mag uitgevoerd worden mits voorafgaande machtiging van de vrederechter. III. Artikel 1211 of 1220 Ger. W. inzake de openbare verkoping van onverdeelde goederen. De boedelnotaris dient beschouwd te worden als de eerste rechter in dergelijke aangelegenheden en het behoort hem toe minnelijke regelingen uit te werken indien mogelijk. Het is bijgevolg voorbarig om thans reeds de openbare verkoop te bevelen van de onroerende goederen deel uitmakende van de nalatenschap nu niet is geweten of de vereffening en verdeling kan beëindigd worden mits het sluiten van (deel)akkoorden die ook de onroerende goederen als voorwerp kunnen hebben. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN (BURGERLIJKE ZAKEN) - Onverdeelde goederen - Gerechtelijke verdeling BURGERLIJK RECHT - BEWIJS VAN VERBINTENISSEN - Schriftelijk bewijs - Algemeen BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Algemene beginselen - Algemeen BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Koop-verkoop - Algemene beginselen - Voltrekking Vrije woorden: I. Voorlopig bewind. Verkoop. Artikel 488bis, f, §3, b. Vervreemding van het onroerend goed. Uitlegging van de bevoegdheden van de voorlopig bewindvoerder. II. Tostandkoming (artikel 1583 BW) en bewijs (artikel 1341 BW) van de verkoop van een onroerend goed. III. Gerechtelijke verdeling. Vordering tot verkoping van een onverdeeld onroerend goed. Taak van de boedelnotaris. Impact van mogelijkheid van akkoord of deelakkoord. Boedelnotaris als 'eerste rechter'. In casu, geen toeassing van artikel 1211 Ger. W. maar desgevallend later van artikel 1220 Ger. W. Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2005/AR/1911 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: 1. Mevrouw B. I., 2. a. De heer H. F., b. De heer H. M., c. Mevrouw H. M., in hun hoedanigheid van wettige erfgenamen van mevrouw A. B., 5. Mevrouw B. M., wonende te appellanten, allen vertegenwoordigd door Mr. COOPMAN loco Mr. VERGAUWEN Erik, advocaat te 3001 HEVERLEE, Koning Leopold III - laan 9 ; TEGEN: 1. Mevrouw B. Y., huisvrouw, geïntimeerde, die niet verschijnt noch iemand in haar naam ; 2. Mevrouw B. M., bediende, geïntimeerde, die niet verschijnt noch iemand in haar naam ; 3. Mevrouw B. A., 4. a. De heer B. J., ambtenaar, en zijn echtgenote b. Mevrouw C. N., kinderverzorgster, samenwonende te, beiden vertegenwoordigd door Mr. TOBBACK Wim, advocaat te 3000 LEUVEN, Vaartstraat 22/03 ; 5. B. D., wonende te, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. WILLEMYNS Philip, advocaat te 3000 LEUVEN, Koning Leopold I straat 52 ; Gelet op de procedurestukken: n het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 28 juni 2005, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd; n het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 14 juli 200; n de conclusie van de echtgenoten B. - C. neergelegd ter griffie op 5 augustus 2005; n de conclusie van de heer D. B. neergelegd ter griffie op 26 september 2005; n de conclusie van appellanten neergelegd ter griffie op 11 oktober 2005; n de conclusie houdende gedinghervatting neergelegd door de wettige erfgenamen van mevrouw A. B. ter griffie op 24 oktober 2006. Gehoord de advocaten in hun middelen en beweringen ter zitting van 16 maart 2010 en de stukken die zij neerlegden. Het hoger beroep werd regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en is bijgevolg ontvankelijk. I. Voorwerp van de vorderingen. 1.1. De oorspronkelijke eis van appellanten was gericht tegen geïntimeerden sub 1, 2, 3, 4a en 5 en strekte ertoe

(1)te horen bevelen dat door notaris Werckx met standplaats te Kessel - Lo en te Leuven zou worden overgegaan tot de vereffening en verdeling van de goederen afhangende van de nalatenschap van mevrouw A. D., overleden op 7 juni 2003, en
(2)een tweede notaris te horen aanstellen teneinde de niet-verschijnende of weigerende partij te vertegenwoordigen. Zij vroegen tevens de openbare verkoop te bevelen van
(1)een woonhuis op en met grond gelegen te X., Leuvensebaan 340 en
(2)twee percelen bouwland met een respectieve oppervlakte van 7a 14 ca en 23 ca. Geïntimeerde sub 4b - die de echtgenote is van geïntimeerde sub 4a - kwam vrijwillig tussen in het geding. Zij en haar echtgenoot, de heer J. B., vroegen vooraleer te oordelen over de gegrondheid van de vordering in vereffening en verdeling, te zeggen voor recht dat betreffende het onroerend goed gelegen te X., Leuvensebaan 340 met een totale oppervlakte van 9a 24ca een rechtsgeldige verkoop tot stand kwam tussen henzelf en de heer D. B., handelende in zijn hoedanigheid van voorlopige bewindvoerder van mevrouw D., tegen de prijs van 3.880.000 BEF of 96.182,96 euro en vervolgens de tegenpartijen, in hun hoedanigheid van rechtsopvolgers van mevrouw D., te veroordelen om de notariële verkoopsakte te laten verlijden door notaris Bosmans met standplaats te Leuven. De heer D. B. gedroeg zich desbetreffend naar de wijsheid van de rechtbank. 1.2. De eerste rechter heeft
(1)gezegd voor recht dat er een rechtsgeldige verkoop tot stand was gekomen betreffende de woning te X. tussen enerzijds geïntimeerden sub 4 en anderzijds de heer D. B., handelende qualitate qua,
(2)tegenpartijen veroordeeld om, in hun hoedanigheid van rechtsopvolgers van mevrouw A. D., de authentieke akte te laten verlijden bij het ambt van notaris Jean Michel Bosmans te Leuven,
(3)de vereffening en verdeling bevolen van de onverdeeldheden ontstaan bij het overlijden van mevrouw A. D.,
(4)hiertoe de notarissen Jozef Weckx te Kessel - Lo en Jean Michel Bosmans te Leuven aangesteld als instrumenterende notarissen,
(5)notaris Patrick Van den Weghe te Kessel - Lo aangesteld met de bevoegdheden bepaald in artikel 1209 Ger.W. en
(6)de kosten ten laste gelegd van de massa. 1.3. Het hoger beroep van appellanten beoogt
(1)de openbare verkoop te horen bevelen van (
  1. a)een woonhuis op en met grond gelegen te X., Leuvensebaan 340 en (
  2. b)twee percelen bouwland, gelegen Bovenveld, met een respectieve oppervlakte van 7a 14 ca en 23 ca,
(2)de aanstelling te horen bekomen van de notarissen Bosmans en Werckx om tot die openbare verkoop over te gaan,
(3)de aanstelling van een derde notaris te horen bekomen met de bevoegdheden vervat in artikel 1209 Ger.W. en
(4)de tegenvordering ingesteld door de consorten B. - C. ongegrond te horen verklaren. 1.
  1. Geïntimeerden B. - C. vragen de bevestiging van het bestreden vonnis. 1.
  2. De heer D. B. schikt zich opnieuw naar de wijsheid van het hof wat de vraag betreft of het onroerend goed te X. nog deel uitmaakt van de nalatenschap van mevrouw A. D. dan wel verkocht is aan de consorten B. - C.. II. De Feiten. 2.
  3. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis. 2.
  4. De oorspronkelijke appellanten ( = I., A. en M. ) waren samen met Y. de nog in leven zijnde kinderen van wijlen de heer J. B. en mevrouw A. D., in leven gehuwd onder het stelsel van gemeenschap van goederen. M., J., Ann en D. B. zijn de kinderen van een overleden broer, W. B.. Mevrouw N. C. is de echtgenote van de heer J. B.. Hangende de procedure in hoger beroep is A. B. overleden en haar kinderen, F., M. en M.H. hebben het geding verder gezet in hun hoedanigheid van wettige erfgenamen. Bij beschikking van 20 december 2001 heeft de vrederechter te Leuven de heer D. B., in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder van zijn grootmoeder , gemachtigd om over te gaan tot de verkoop uit de hand van een woning gelegen te X., Leuvensesteenweg 340 tegen de minimumprijs van 3.880.000 BEF. Tevens werd notaris Bosmans uit Leuven aangesteld door wiens ambtelijke tussenkomst de verkoop uit de hand diende te gebeuren overeenkomstig de overgelegde ontwerpakte en dit t.o.v. de vrederechter en de voorlopige bewindvoerder. Mevrouw D. is overleden op 7 juni
  5. III. Bespreking. 3.
  6. De echtgenoten B. - C. houden in eerste instantie voor dat tussen hen en de heer D. B. q.q. een verkoopsovereenkomst werd afgesloten betreffende de woning te X. - wat overigens bevestigd wordt door de heer D. B. zelf - en bijgevolg de openbare verkoop van dit onroerend goed niet meer kan bevolen worden doch integendeel de tegenpartijen verplicht moeten worden over te gaan tot het verlijden van de authentieke akte. Appellanten betwisten dat een rechtsgeldige verkoopovereenkomst werd afgesloten gezien het ontbreken van enig verkoopscompromis of authentieke akte. Zij houden verder voor dat zelfs als het zou gaan om een mondelinge overeenkomst de verkoop evenmin rechtsgeldig is aangegaan gezien een dergelijke verkoop slechts kon plaats vinden overeenkomstig de voorgelegde ontwerpakte en t.o.v. de vrederechter. 3.
  7. Het behoort aan de consorten B. - C. het bewijs te leveren dat een koopovereenkomst afgesloten werd. Hierbij valt op dat: - er geen voorschot werd betaald; - er geen geschreven overeenkomst bestaat; - in de eindstaat die D. B. opmaakte bij het afsluiten van de bewindvoering aangaande zijn beheer van het vermogen van zijn grootmoeder nergens melding wordt gemaakt van de verkoop van een onroerend goed ; - de heer D. B. zich naar de wijsheid van de rechtbank/hof gedraagt m.b.t. de vraag of er al dan niet een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand kwam en zich alzo in principe niet aansluit bij de stelling van de consorten B. - C.; - er een betwisting bestaat over het voorwerp en de waarde van het zogenaamde verkochte goed; Wat dit laatste punt betreft merken appellanten terecht op dat op het betwiste perceel buiten de woning nr. 340 nog een andere woning staat die het nummer 338 draagt. Notaris Bosmans liet op 13 juni 2001 in dit verband aan D. B. weten dat de waarde van het hoofdgebouw (= nr. 340) en het woonhuisje (= nr. 338) door hem werd geraamd op 5.000.000 BEF hetzij bij opsplitsing op 3.900.000 BEF voor het hoofdgebouw en 1.100.000 BEF voor het achterliggend woonhuisje. D. B. werd alleen door de vrederechter gemachtigd om de woning nr. 340 uit de hand te verkopen en de in de beschikking genoemde prijs van 3.880.000 BEF stemt overeen met de raming van notaris Bosmans voor wat enkel het hoofdgebouw betreft . Komt hierbij dat notaris Bosmans - die door geïntimeerden belast werd met het opstellen van o.a. de aangifte van nalatenschap - op 23 augustus 2002 nog de volgende vraag stelde: " Ik veronderstel dat de heer J. B. nog steeds geïnteresseerd is om de woning (inclusief achterliggend perceel?) van grootmoeder te X., Leuvensebaan 340 over te nemen?" Uit de bewoordingen van dit schrijven blijkt niet dat er inmiddels een verkoopovereenkomst werd afgesloten betreffende dit onroerend goed - nog minder dat de consorten B. - C. hun notaris over het bestaan hiervan hadden ingelicht - hoogstens dat J. B. er interesse voor had . 3.
  8. Gezien bij toepassing van artikel 1341 B.W. voor alle zaken die de waarde van 375 euro te boven gaat minstens een onderhandse akte moet worden opgemaakt - die er in deze niet is - en bij toepassing van artikel 1583 B.W. de verkoop tussen partijen voltrokken is van zodra er een overeenkomst is omtrent de zaak en de prijs - waarover betwisting bestaat - dient besloten te worden dat er geen bewijs voorligt van het bestaan van een rechtsgeldig afgesloten koopovereenkomst. 3.
  9. Dat alle in deze zaak betrokken partijen hun akkoord gaven aan de voorlopige bewindvoerder om aan de vrederechter machtiging te vragen om tot verkoop uit de hand over te gaan van een woning aan de consorten B. - C. doet hieraan niets af. Hun akkoord had immers betrekking op de woning nr. 340 en de betrokken partijen mochten er redelijkerwijze van uitgaan dat die machtiging enkel betrekking had op het hoofdgebouw mede gelet op de prijs waarvan sprake was. Ook in de machtiging van de vrederechter is enkel sprake van de woning nr. 340 en wordt geen gewag gemaakt van de woning nr. 338 zodat de vrederechter in principe geen beslissing heeft genomen over het lot van die laatste woning. 3.
  10. Er dient tevens onderlijnd te worden dat de wijze waarop een voorlopige bewindvoerder zijn taak moet uitvoeren op strikte wijze moet geïnterpreteerd worden zeker wanneer het gaat om een verkoop uit de hand die een rechtshandeling is die enkel mag uitgevoerd worden mits voorafgaande machtiging van de vrederechter. De vrederechter stelde als vereiste dat de authentieke akte slechts kon verleden worden door tussenkomst van notaris Bosmans overeenkomstig de overgelegde ontwerpakte en dit ten overstaan van de vrederechter en in aanwezigheid van de voorlopige bewindvoerder. Gezien dit alles niet gebeurde vóór het overlijden van de beschermde persoon dient aangenomen te worden dat de voorlopige bewindvoerder geen uitvoering heeft gegeven aan kwestieuze beschikking en bijgevolg niet tot een rechtsgeldige verkoop is overgegaan. 3.
  11. De bestreden beslissing wordt op dit punt hervormd. Thans wordt er gezegd voor recht dat er geen rechtsgeldige verkoop tot stand is gekomen betreffende het onroerend goed gelegen te X., Leuvensebaan 340, gekadastreerd wijk F, nummer 1/K2 voor een oppervlakte van 9a 24ca voor de prijs van 96.182,96 euro tussen enerzijds de consorten B. - C. en anderzijds de toenmalige voorlopige bewindvoerder. 3.
  12. Appellanten vragen tevens de openbare verkoop te bevelen van alle onroerende goederen dewelke afhangen van de nalatenschap van mevrouw D., zijnde de kwestieuze woning(en) en twee percelen grond. De boedelnotaris dient beschouwd te worden als de eerste rechter in dergelijke aangelegenheden en het behoort hem toe minnelijke regelingen uit te werken indien mogelijk. Het is bijgevolg voorbarig om thans reeds de openbare verkoop te bevelen van de onroerende goederen deel uitmakende van de nalatenschap nu niet is geweten of de vereffening en verdeling kan beëindigd worden mits het sluiten van (deel)akkoorden die ook de onroerende goederen als voorwerp kunnen hebben. Het bestreden vonnis wordt op dat punt bevestigd. 3.
  13. De overige beslissingen genomen door de eerste rechter worden door partijen niet betwist en maken zodoende niet het voorwerp uit van het ingestelde hoger beroep. 3.
  14. Alle partijen hebben ter zitting van 16 maart 2010 om de toepassing gevraagd van het basistarief wat de rechtsplegingsvergoeding betreft. Zij hebben deze terecht begroot op 1.200 euro , zijnde het basistarief voor vorderingen die niet in geld waardeerbaar zijn. Dit bedrag komt toe aan appellanten samen die vertegenwoordigd worden door één en dezelfde raadsman en die de in het gelijk gestelde partijen zijn. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Bevestigt het bestreden vonnis mits de enkele wijziging dat gezegd wordt voor recht dat er geen rechtsgeldige verkoop van het onroerend goed gelegen te 3220 X., Leuvensebaan 340, gekadastreerd wijk F, nummer 1/K2 voor een oppervlakte van 9a 24ca tot stand gekomen is voor de prijs van 96.182,96 euro tussen enerzijds D. B. in zijn hoedanigheid van voorlopige bewindvoerder van wijlen mevrouw A. D. en anderzijds de echtgenoten B. - C.. Veroordeelt geïntimeerden in de kosten van hoger beroep, in totaal begroot op 186 euro (rolrechten) + 1.200 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 27 april
  15. Waar aanwezig waren: Mevr. A. De Preester, Raadsheer dd. Voorzitter, Dhr. M. Bosmans, Raadsheer, Dhr. M. Debaere, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans M. Debaere M. Bosmans A. De Preester Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.