← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100504.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 04 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100504.2 Rolnummer: 2005AR523 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-05-07 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-07-01 12:48 Fiche De omstandigheid dat een uitbater van een fastfood restaurant alwaar klanten ononderbroken binnenkomen en buitengaan, na de middagdrukte (omstreeks 14:00) de inkomhall van het restaurant schoonmaakt, is niet foutief. Het enkele feit dat in de gegeven omstandigheden een pas schoongemaakte vloer, die nog nat is en dienvolgens gladder is dan een opgedroogde vloer, niet van merktekens, waarschuwingen of signalisatie is voorzien, maakt op zich geen fout uit. De precieze omstandigheden in dewelke zij ten val is gekomen blijken niet uit de stukken waarop het hof vermag acht te slaan. In de gegeven omstandigheden toont E. D. niet aan dat haar val het gevolg is van een andere oorzaak dan haar eigen onvoorzichtigheid. Ten onrechte laat het slachtoffer gelden als zou de vloer behept geweest zijn met een gebrek in de zaak, zoals voorzien in artikel 1384 lid 1 B.W. De omstandigheid dat een vloer na een schoonmaakbeurt nat is - in afwachting van het natuurlijk opdrogen ervan -, maakt geen abnormaal kenmerk van de vloer uit. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Zaken Vrije woorden: Artikel 1384, lid 1 BW. Val ingevolge beweerde natheid van de grond na reiniging. In casu vormt de natheid geen gebrek in de zaak. Schade uitsluitend ten laste van het slachtoffer wiens schade te wijten is, volledig, aan zijn eigen onvoorzichtigheid Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2005/AR/523 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: AXA BELGIUM N.V., met maatschappelijke zetel te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 25, appellante, vertegenwoordigd door Mr. POTTILIUS loco Mr. VAN REYBROUCK Marijke, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 523 ; TEGEN: D. E., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. MESPREUVE Wim, advocaat te 8580 AVELGEM, KasteE.traat 13 ;

  1. Het hof put zijn rechtsmacht uit een verzoekschrift tot hoger beroep dat op 25 februari 2005 ter griffie van het hof werd neergelegd door de N.V. AXA BELGIUM en dat ertoe strekt het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 12 januari 2005 te horen hervormen, vonnis waarbij de vordering van E. D. deels werd ingewilligd dit wil zeggen dat de verzekerde van de N.V. AXA BELGIUM (met name de NV QUICK) voor de helft aansprakelijk werd gesteld en dat E. D. evenzo voor de helft aansprakelijk werd gesteld. Het bestreden vonnis werd betekend op 4 februari
  2. Het hoger beroep is regelmatig naar vorm en termijn.
  3. E. D. laat gelden dat zij op 21 mei 1999, " bij het verlaten van het restaurant (QUICK te Nijvel - is) uitgegleden over de vloer die glad was (men had deze pas gereinigd)". Zij voegt eraan toe dat de cliënten niet waren verwittigd dat er tijdens de opening reinigingsbezigheden gebeurden. Er is geen tegensprekelijke vaststelling van de feiten. De N.V. AXA BELGIUM betwist de valpartij niet, zij houdt voor dat er omstreeks 14 uur schoongemaakt werd ten gevolge waarvan de vloer glad was. Volgens haar had het slachtoffer een maaltijd gebruikt in het restaurant en had zij dienvolgens moeten vaststellen dat er schoongemaakt werd.
  4. De bestreden beslissing overweegt dat enerzijds de vloer van een restaurant uit hygiënische overwegingen regelmatig moet gereinigd worden doch dat het tot de algemene zorgvuldigheidsplicht van de uitbater van het restaurant behoort om het cliënteel te wijzen op het gevaar van gladheid van de vloer tijdens en na de schoonmaakbeurt. Nu niet is aangetoond dat de uitbater van het QUICK restaurant het cliënteel had gewezen op de gladheid van de vloer is de bestreden beslissing van oordeel dat de restaurantuitbater een fout heeft begaan. De bestreden beslissing weerhoudt evenwel evenzo de eigen verantwoordelijkheid van het slachtoffer om reden dat een natte vloer de aandacht trekt op het gevaar voor uitglijden en dat eenieder de verraderlijkheid van een pas gereinigde vloer die nog nat ligt, kent.
  5. Voor het hof vordert de N.V. AXA BELGIUM de vernietiging van de bestreden beslissing en de afwijzing van de oorspronkelijke vordering van E. D.. Zij vordert evenzo de afwijzing van het incidenteel hoger beroep. E. D. vraagt het hoofdberoep als ongegrond af te wijzen, zij stelt een incidenteel hoger beroep in dat er in feite toe strekt de verzekerde van de N.V. AXA BELGIUM (QUICK) alleen en voor de totaliteit verantwoordelijk te horen verklaren.
  6. De N.V. AXA BELGIUM laat gelden dat de regels van de contractuele aansprakelijkheid te dezen van toepassing zijn vermits E. D. de maaltijd had genuttigd in het restaurant. Dit bewijs wordt niet bijgebracht. De enkele omstandigheid dat E. D. zich in de gelagzaal bevond alvorens deze over de natte vloer te verlaten bewijst niet dat zij aldaar een maaltijd had genuttigd en bewijst al evenmin dat enkel de contractuele aansprakelijkheidsregels te dezen toepassing kunnen vinden.
  7. De omstandigheid dat een uitbater van een fastfood restaurant alwaar klanten ononderbroken binnenkomen en buitengaan, na de middagdrukte (omstreeks 14:00) de inkomhall van het restaurant schoonmaakt, is niet foutief. E. D. bewijst niet in welke precieze en concrete omstandigheden zij over de nog natte vloer ten val is gekomen. Het enkele feit dat in de gegeven omstandigheden een pas schoongemaakte vloer, die nog nat is en dienvolgens gladder is dan een opgedroogde vloer, niet van merktekens, waarschuwingen of signalisatie is voorzien, maakt op zich geen fout uit. De N.V. AXA BELGIUM houdt voor - en E. D. spreekt dit niet tegen - dat de feiten zich hebben voorgedaan in de inkomhal van het restaurant zodanig dat de toegang van de klanten tot dit gedeelte niet kon ontzegd worden. De vraag of E. D., terwijl zij zich in het restaurant bevond, al dan niet heeft gezien of de schoonmaakwerken aan de gang waren, is niet relevant. E. D. betwist niet dat de vloer nat was, hetgeen zij kon zien. De precieze omstandigheden in dewelke zij ten val is gekomen blijken niet uit de stukken waarop het hof vermag acht te slaan. In de gegeven omstandigheden toont E. D. niet aan dat haar val het gevolg is van een andere oorzaak dan haar eigen onvoorzichtigheid.
  8. Ten onrechte laat E. D. gelden als zou de vloer behept geweest zijn met een gebrek in de zaak, zoals voorzien in artikel 1384 lid 1 B.W. De omstandigheid dat een vloer na een schoonmaakbeurt nat is - in afwachting van het natuurlijk opdrogen ervan -, maakt geen abnormaal kenmerk van de vloer uit.
  9. Nu de precieze omstandigheden van de valpartij uit geen enkel tegensprekelijk stuk of gegeven blijken bewijst E. D. niet ten genoege van recht dat de verzekerde van de N.V. AXA BELGIUM een aansprakelijkheid zou te dragen hebben voor de valpartij. Het hoger beroep vanwege de N.V. AXA BELGIUM is dienvolgens gegrond, het incidenteel beroep is dit niet. De oorspronkelijke vordering van E. D. is niet gegrond.
  10. De vordering van E. D. is in laatste conclusie beperkt tot euro 2.478,93 derwijze dat het basisbedrag van de rechtsplegingvergoeding overeenkomstig artikel 2 van het KB van 26 oktober 2007 voor een vordering tussen 750,01 euro en 2500,00 euro de som beloopt van euro 400 per aanleg. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken, Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk doch enkel het hoofdberoep gegrond, Doet het bestreden vonnis teniet behalve in de mate waarin het de vordering toelaatbaar heeft verklaard, opnieuw recht doende: · verklaart de vordering van E. D. ongegrond; · veroordeelt E. D. tot de kosten van beide aanleggen, wat de eerste aanleg betreft begroot op ... (rechtsplegingvergoeding = euro 400 per aanleg), wat het hoger beroep betreft vereffend op euro 186 + euro 400 rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 4 mei
  11. Waar aanwezig waren: Dhr. M. Bosmans, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans M. Bosmans Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.