← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100518.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 18 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100518.2 Rolnummer: 2007AR2410 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-05-18 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-07-01 12:56 Fiche Een derdenverzet is gericht tegen een ‘rechterlijke beslissing' die de rechten van de verzetdoende partij benadeelt, niet tegen normen die desgevallend de rechten van de verzetdoende partij aantasten. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Derdenverzet - Algemeen Vrije woorden: Buitengewoon rechtsmiddel. Derdenverzet: betekenis, doel, draagwijdte, voorwerp. Milieustakingsvordering. Stakingsbevel. Vliegtuiglawaai. Spreiding van de vluchten. Plan Anciaux. Plan Schouppe. Tekst van de beslissing ARREST Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit : Rep. Nr. 2010/ A.R. nr. 2007/AR/2410 INZAKE VAN : HET VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering in de persoon van de Minister-president, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Martelaarsplein 19 en vertegenwoordigd door de Minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Koolstraat 35 bus 5, verzoeker op derdenverzet; vertegenwoordigd door Meester Steve RONSE & Meester Jurgen VAN PRAET (Kortrijk), advocaten te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 6/24 ; TEGEN : 1 ste kamer 1) Het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, afgekort BHG, vertegenwoordigd door de Minister van Leefmilieu, Energie en Waterbeleid, waarvan het kabinet gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Broekstraat 49-53, zijnde op het het adres van zijn Minister-president te 1000 BRUSSEL, Hertogstraat 7-9, 2) BRUSSEL INSTITUUT VOOR MILIEUBEHEER, afgekort B.I.M., met kantoor te 1200 BRUSSEL, Gulledelle 100 (Sint-Lambrechts-Woluwe), verweerders op derdenverzet, beiden vertegenwoordigd door Meester Dominique LAGASSE, Meester Jean-Jacques VAN RAEMDONCK, en Meester Véronique LAHAYE, advocaten te 1170 BRUSSEL, Terhulpensesteenweg 187 ; 3) De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris van Mobiliteit, wiens kantoor gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Koningstraat 180, verweerder op derdenverzet, vertegenwoordigd door Meester Jan BOUCKAERT, advocaat te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat 25 ; 4) De naamloze vennootschap BRUSSELS AIRPORT COMPANY, afgekort BAC, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1030 BRUSSEL, Diamant Building, A. Reyerslaan 80, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0233.137.322, 5) De V.Z.W. BELGIAN AIR TRANSPORT ASSOCIATION, afgekort BATA, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1930 ZAVENTEM, Hangar 4-5, verweersters op derdenverzet, beiden vertegenwoordigd door Meester Marc GODFROID, advocaat te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 ; 6) Autonoom overheidsbedrijf BELGOCONTROL, met maatschappelijke zetel 1030 SINT-JOOST-TEN-NODE, Vooruitgangstraat 80, bus 2, met ondernemingsnummer 0206.048.091, verweerder op derdenvezet, vertegenwoordigd door Meester Pieter CALLEBAUT loco Meester Robert MARTENS, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 106 ; I. DE PROCEDURE 1.- In deze zaak oordeelt het hof over het derdenverzet dat ingesteld is tegen een arrest gewezen na tegenspraak door dit hof, tweede kamer, op 9 juni 2005 (AR 2005/AR/20). 2.- Overeenkomstig de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken wordt voor de rechtspleging de Nederlandse taal gebruikt. 3.- De zaak wordt behandeld en berecht na tegenspraak. 4.- Geen enkele gedaagde partij houdt voor dat het arrest, waartegen derdenverzet, aan het VLAAMSE GEWEST werd betekend. Het derdenverzet werd ingesteld op 17 augustus

  1. Het is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld. II. HET ARREST WAARTEGEN DERDENVERZET 5.- Het derdenverzet is gericht tegen een arrest van 9 juni 2005 van dit hof waarbij, op vordering van het BHG/BIM, de BELGISCHE STAAT werd veroordeeld tot het naleven van de Brusselse geluidsnormen onder verbeurte van een dwangsom van 25.000,-EUR per vastgestelde inbreuk. Naast het BHG/BIM en de BELGISCHE STAAT waren ook in dit geding betrokken: BAC/BATA en BELGOCONTROL. Het VLAAMSE GEWEST was geen procespartij in deze zaak. Het beschikkende gedeelte van dit arrest luidt als volgt: "Stelt vast dat de opstijgende en landende vliegtuigen op de luchthaven Brussel-Nationaal, overeenkomstig de beslissingen van 28 februari, 13 april en 17 mei 2004 van de BELGISCHE STAAT en de richtlijnen van BIAC [thans BAC] en BELGOCONTROL, geluidshinder veroorzaken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die inbreuken of ernstige dreigingen van inbreuken uitmaken op artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer en op artikel 20 van de ordonnantie van 17 juli 1997 betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving, en die kennelijke inbreuken of ernstige dreigingen van kennelijke inbreuken uitmaken op artikel 23 van de Grondwet; Beveelt de BELGISCHE STAAT de vastgestelde inbreuken te doen ophouden binnen de drie maanden van de betekening van onderhavig arrest, onder verbeurte van een dwangsom van 25.000,-EUR per vastgestelde inbreuk." [het hof onderstreept] III. HET GEVORDERDE EN DE (EVOLUTIE VAN DE) STANDPUNTEN VAN DE BETROKKEN GEDINGPARTIJEN VÓÓR DE INBERAADNEMING 6.- Het derdenverzet van het VLAAMSE GEWEST strekt ertoe: - het hierboven aangehaalde arrest, gewezen na tegenspraak door dit hof op 9 juni 2005 onder algemeen rolnummer 2005/AR/20, geheel te horen vernietigen ten aanzien van het VLAAMSE GEWEST; - te horen zeggen voor recht dat die vernietiging geldt ten aanzien van alle partijen "aangezien de tenuitvoerlegging van de vernietigde beslissing onverenigbaar is met de tenuitvoerlegging van de vernietigde beslissing". Tot en met de verificatiezitting van 3 februari 2009 besloot het BHG/BIM tot de niet-ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van het derdenverzet. Ondergeschikt liet hij gelden dat een eventuele vernietiging van het aangevochten arrest alleen kon gelden ten aanzien van het VLAAMSE GEWEST en niet ten aanzien van de BELGISCHE STAAT, de BAC/BATA en BELGOCONTROL. De andere partijen voerden geen verweer tegen het derdenverzet. Integendeel, zij besloten allemaal tot de gegrondheid van het derdenverzet, in al zijn onderdelen. Na het verstrijken van de eerder bepaalde conclusietermijnen werd door het hof op de verificatiezitting van 3 februari 2009 de vraag gesteld wat de impact was van ‘het plan Schouppe' op de onderhavige procedure. Het BHG/BIM spreekt niet tegen dat het toen, zoals de overige partijen, van oordeel was dat de zaak in staat was en mocht worden vastgesteld voor pleidooien. De zaak werd vervolgens vastgesteld op de zittingen van 23 en 24 november 2009, wat aan de partijen werd meegedeeld door de griffie met gerechtsbrieven van 10 februari
  2. 7.- Op 8 april 2009 legde het BHG/BIM conclusies neer waarin het betoogde: - dat sedert 31 januari 2009 een nieuw spreidingsplan , "plan Schouppe" genoemd, in voege was getreden, dat het vorige plan, "plan Anciaux" genoemd, opheft en vervangt; - dat het plan Anciaux het voorwerp had uitgemaakt van het arrest waartegen derdenverzet; - dat door het in voege treden van het plan Schouppe het derdenverzet van het VLAAMSE GEWEST zonder voorwerp is omdat het bevel tot staking van de inbreuken, gegeven in het bestreden arrest van 9 juni 2005, zelf zijn voorwerp heeft verloren omdat "het plan Anciaux geen aanleiding meer kan geven tot inbreuken op de Brusselse normen ter bestrijding van het geluid veroorzaakt door het luchtverkeer"; - dat het VLAAMSE GEWEST niet kan beweren dat zolang de Brussels geluidsnormen, zoals uitgevaardigd bij besluit van 27 mei 1999 en bij ordonnantie van 17 juli 1997, nog bestaan er een risico op herhaling van de inbreuken zou bestaan. In het petitum van zijn conclusies vroeg het BHG/BIM om het derdenverzet "zonder ontwerp" te verklaren [bedoeld wordt: "zonder voorwerp"]. Door deze wijziging van het standpunt van het BHG/BIM pasten ook bepaalde andere partijen hun standpunten aan. In zijn conclusies neergelegd ter griffie op 10 juni 2009 voegde het VLAAMSE GEWEST in uiterst ondergeschikte toe aan zijn petitum: "Voor zover uw hof van oordeel zou zijn dat huidige vordering zonder voorwerp is geworden, te [noteren] in het tussen te komen arrest dat geen enkele vliegbeweging boven het BHG gevat wordt door het arrest van 9 juni 2005". De conclusies van de BELGISCHE STAAT, neergelegd ter griffie op 14 augustus 2009 luidden in hoofdorde: "Het derdenverzet van het VLAAMSE GEWEST zonder voorwerp te verklaren en zodoende het derdenverzet te verwerpen. In ondergeschikte orde behield de BELGISCHE STAAT haar oorspronkelijke standpunt, namelijk dat het derdenverzet ontvankelijk en gegrond was. Ook BELGOCONTROL was in zijn conclusies van 19 november 2009 in hoofdorde van mening dat het derdenverzet zonder voorwerp was geworden. Ondergeschikt behield BELGOCONTROL, net zoals de BELGISCHE STAAT, zijn oorspronkelijk standpunt, namelijk dat het derdenverzet ontvankelijk en gegrond was. 8.- Ter pleitzitting van 23 november 2009 legde het BHG/BIM "laatste aanvullende besluiten" neer, waarin zij hoofdzakelijk repliceerde op de conclusies die werden neergelegd ter griffie door BAC/BATA op 19 november
  3. Ter pleitzitting van 24 november 2009 legde het BHG/BIM, naar aanleiding van de debatten die daags tevoren plaatsvonden, een nota neer houdende volgende tekst: "Gezien het arrest van 9 juni 2005 enkel een dwangsom oplegt voor inbreuken op artikel 2 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 27 mei 1999 en artikel 20 van de ordonnantie van 17 juli 1997 voor zover deze werden begaan door vliegtuigen die opstijgen en landen overeenkomstig de beslissingen van 28 februari, 13 april en 17 mei 2004 van de Belgische Staat en nu blijkt dat deze laatste beslissingen werden gewijzigd en/of vervangen door de Belgische Staat door het geheel van de beslissingen die de Federale Regering heeft genomen op 19 december 2008, moet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wel vaststellen dat het arrest van 9 juni 2005 onuitvoerbaar is geworden voor zover deze beslissingen van 28 februari, 13 april en 17 mei 2004 niet opnieuw worden ingevoerd". Eveneens ter pleitzitting van 24 november 2009 legde de BELGISCHE STAAT haar laatste conclusies, die zij neerlegde op 14 augustus 2009, andermaal neer, maar waarop zij met de hand wijzigingen aanbracht aan de tekst. De BELGISCHE STAAT is ingevolge dit allerlaatste en in extremis neergelegde procedurestuk niet meer van oordeel dat het derdenverzet van het VLAAMSE GEWEST zonder voorwerp is, maar gedraagt zich in laatste instantie "naar de wijsheid van het hof betreffende de incidentie van de goedkeuring van het zogenaamde plan Schouppe op het voorwerp van het derdenverzet en de actualiteit van het belang van derdenverzetdoende partij". IV. HET VERZOEK TOT HEROPENING VAN DE DEBATTEN 9.- Met een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 17 december 2009 wenste het BHG/BIM een nieuw stuk aan het debat toe te voegen, namelijk een verslag van het BIM van 30 november 2009 geheten "impact van de goedkeuring van het plan Schouppe" en verzocht zij "in voorkomend geval" de heropening van de debatten te bevelen met toepassing van artikel 772 van het Gerechtelijk Wetboek. De overige gedingpartijen hebben met toepassing van artikel 773, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek hun opmerkingen desbetreffend overgemaakt aan het hof, te weten op 23 december 2009 (het VLAAMSE GEWEST), 28 december 2009 (de BELGISCHE STAAT), op 30 december 2009 (BAC/BATA) en 10 februari 2010 (BELGOCONTROL). Een bewering van een gedingpartij tijdens de debatten voor de rechter, ook al werd deze niet gedaan in eerder neergelegde conclusies, maakt geen nieuw feit uit ‘dat gedurende het beraad wordt ontdekt' in de zin van artikel 772 van het Gerechtelijk Wetboek. Bovendien is het nieuwe aangevoerde stuk van de hand van het BHG/BIM zelf zodat het niet kan ‘ontdekt' zijn, zoals artikel 772 van het Gerechtelijk Wetboek voorschrijft. De bovenstaande overweging volstaat om het verzoek tot heropening van de debatten af te wijzen. Het stuk dat gevoegd was bij het verzoekschrift tot heropening wordt buiten het beraad gehouden met toepassing van artikel 771 van het Gerechtelijk Wetboek. V. HET VOORWERP VAN HET DERDENVERZET 10.- Een derdenverzet is gericht tegen een ‘rechterlijke beslissing' die de rechten van de verzetdoende partij benadeelt, niet tegen normen die desgevallend de rechten van de verzetdoende partij aantasten. Te dezen verklaart het BHG/BIM, dat door het arrest van 9 juni 2005 een stakingsbevel bekwam tegen de BELGISCHE STAAT, dat dit bevel ‘zijn voorwerp verloren heeft' (zie conclusies van 26 oktober 2009, p.4, onderaan) en dat er, met andere woorden, geen enkel risico meer bestaat op inbreuken op het verleende stakingsbevel. Ter ondersteuning van deze stelling zet het BHG/BIM uiteen: o dat haar milieustakingsvordering, die heeft geleid tot het arrest waartegen derdenverzet, betrekking had op de inbreuken "veroorzaakt door de beslissingen van de BELGISCHE STAAT die het spreidingsplan van de vluchten vertrekkend en toekomend op de luchthaven Brussel-Nationaal, plan Anciaux genaamd, vormden en die werden uitgevaardigd op 28 februari, 13 april en 17 mei 2004"; o dat de BELGISCHE STAAT op 19 december 2008 een nieuw spreidingsplan heeft goedgekeurd, "plan Schouppe" genaamd, dat in werking trad op 31 januari 2009; o dat dit nieuw spreidingsplan het vorige plan, het "plan Anciaux", opheft en vervangt; o dat het plan Anciaux het voorwerp had uitgemaakt van het arrest waartegen derdenverzet; o dat bijgevolg het plan Anciaux geen aanleiding meer kan geven tot inbreuken op de Brusselse normen ter bestrijding van het geluid veroorzaakt door het luchtverkeer; o dat het risico op herhaling van de inbreuken op de Brusselse normen, veroorzaakt door het plan Anciaux niet meer bestaat; o dat het VLAAMSE GEWEST niet kan beweren dat zolang de Brussels geluidsnormen, zoals uitgevaardigd bij besluit van 27 mei 1999 en bij ordonnantie van 17 juli 1997, nog bestaan er een risico op herhaling van de inbreuken zou bestaan. Uit wat het BHG/BIM schrijft in zijn conclusies neergelegd ter griffie op 8 april en 26 oktober 2009 blijkt dat, volgens het BHG/BIM, zijn oorspronkelijke milieustakingsvordering niet tot doel had de algehele en strikte naleving van de Brusselse geluidsnormen, maar enkel de vermindering van het aantal inbreuken "wat nu het geval is, gezien het plan Anciaux teniet werd gedaan". In zijn nota van 24 november 2009 verklaart het BHG/BIM zelf dat het arrest waartegen derdenverzet, omwille van de hierboven aangehaalde redenen, ‘onuitvoerbaar' is geworden ‘voor zover de beslissingen van 28 februari, 13 april en 17 mei 2004 niet opnieuw worden ingevoerd'. Er is geen reden om het arrest waartegen derdenverzet anders te interpreteren dan het BHG/BIM doet aangezien het stakingsbevel werd uitgesproken op verzoek van deze partij. Gelet op de invulling die het BHG/BIM geeft aan het door hem bekomen en door de rechter opgelegde stakingsbevel, bestaat er inderdaad geen risico (meer) op enige inbreuk op het stakingsbevel en op verbeuring van dwangsommen. In die omstandigheden kunnen de rechten van het VLAAMSE GEWEST door het stakingsbevel van 9 juni 2005 niet (meer) worden benadeeld. Het is niet aan het VLAAMSE GEWEST, als verzetdoende derde, om het bestreden arrest aldus te interpreteren dat zijn rechten er wel door worden benadeeld. Ten overvloede heeft het BHG/BIM er geen enkel bezwaar tegen dat het hof er akte van neemt, zoals door het VLAAMSE GEWEST in uiterst ondergeschikte orde gevraagd, dat geen enkele vliegbeweging boven het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ‘gevat wordt' door het arrest van 9 juni
  4. Dit houdt een loutere bevestiging in van wat hierboven werd geschreven. Het derdenverzet is in de boven beschreven omstandigheden zonder voorwerp geworden. Het onderzoek van de andere door de partijen aangevoerde procedure-incidenten of middelen is in die omstandigheden niet dienend. De kosten van de procedure 11.- Er is te dezen geen in het gelijk gestelde partij. Het hof slaat de kosten om en verwijst iedere partij in de eigen kosten. HET BESCHIKKENDE GEDEELTE Om de bovenstaande motieven komt het hof, na tegenspraak, tot de volgende beslissing: Verklaart het derdenverzet zonder voorwerp; Slaat de kosten om en zegt dat iedere partij haar eigen kosten draagt; Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op 18 mei
  5. Waar aanwezig waren en zitting hielden : Johan BOON, Kamervoorzitter, Stefaan JANSSENS, Raadsheer, Nathalie DE RIJCK, Raadsheer, bijgestaan door Brigitte HEYMANS, Griffier. B. HEYMANS N. DE RIJCK S. JANSSENS J. BOON Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.