← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100615.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 15 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100615.7 Rolnummer: 2007AR3325 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Constitutioneel recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-22 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-01 13:13 Fiche I. De omstandigheid dat een voetpad met een breedte van ongeveer 4 meter (13 à 14 rijen betondallen die normaal 30 cm breed zijn) over een geringe breedte (maximaal 1 meter) die zich het dichts bij de stoeprand (rijbaan) bevindt een aantal gebarsten of gebroken en losliggende dallen bevat maakt dit voetpad niet gebrekkig. Van een voetpad kan niet verlangd worden dat het dezelfde kwaliteiten van effenheid en ongeschondenheid vertoont als een vloer die zich binnen in een gebouw bevindt. II. Artikel 135, §2 nieuwe gemeentewet. De gemeente is niet gehouden tot een resultaatsverbintenis. De enkele omstandigheid dat hier of daar tegels in het voetpad gebroken zijn of losliggen impliceert niet dat de gemeente aan haar taken zoals voorzien in voornoemd artikel zou zijn tekortgeschoten. Zoals hiervoor gesteld vertoont het voetpad geen gebrek. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Zaken BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Overheidsaansprakelijkheid PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GEMEENTE - Nieuwe Gemeentewet - Gemeentewegen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - OVERHEIDSTAAK - Gemeente Vrije woorden: Aansprakelijkheid van de gemeente - gebrek in de zaak - barsten in de tegels van het voetpad. Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2007/AR/3325 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: V. M., wonende te appellante, vertegenwoordigd door Mr. HEEREN Marie loco Mr. DE BONDT Jan, advocaat te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg 643 ; TEGEN: ETHIAS N.V., met maatschappelijke zetel te 4000 LIEGE, rue des Croisiers 24, ingeschreven met KBO-nummer 040.484.654, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. VANDENPUT Dirk, advocaat te 1560 HOEILAART, W. Eggerickxstraat 35 ;

  1. Op 2 oktober 2006 zijn M. V. en ETHIAS vrijwillig verschenen voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel teneinde recht te doen over de vordering van eerstgenoemde ertoe strekkende om voor recht te horen zeggen dat de Gemeente Hoeilaart aansprakelijk is voor de door M. V. geleden schade ingevolge een val op 31 maart 2005 en ETHIAS dienvolgens te horen veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van euro 1 provisie en aanstelling van een gerechtelijke deskundige geneesheer. Het bestreden vonnis, uitgesproken op 3 oktober 2007 heeft de vordering als ongegrond afgewezen. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 19 december 2007 heeft M. V. hoger beroep ingesteld. Het beroep is regelmatig naar vorm en termijn.
  2. Voor het hof vordert dat haar initiële vordering zou ingewilligd worden. Zij vordert : "Het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te horen verklaren; Om de hierboven vermelde grieven het vonnis gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg op 3 oktober 2007 te horen vernietigen en opnieuw rechtsprekende de oorspronkelijke vordering gegrond te horen verklaren. Ten dien einde: De Gemeente Hoeilaart aansprakelijk te stellen voor de door mevrouw V. geleden schade naar aanleiding van haar val dd. 31.03.
  3. Geïntimeerde, in haar hoedanigheid van verzekeraar van de Gemeente Hoeilaart, te veroordelen tot betaling aan mevrouw V. van een bedrag van 150,94 EUR wegens materiële schade, te vermeerderen met de intresten vanaf de gemiddelde datum van 20/04/2005 en een provisie van 1,00 EUR wegens lichamelijke en morele schade, te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 31/03/2005, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding. Een geneesheer-deskundige aan te stellen met de gebruikelijke opdracht teneinde de lichamelijke schade zoals geleden door mevrouw V. vast te stellen. Een voorbehoud toe te kennen omtrent het mogelijke afbreken van de voorlopig herstelde tandprothese." ETHIAS vordert de bevestiging van de bestreden beslissing.
  4. De feiten kunnen als volgt samengevat worden: Op 31 maart 2005 is M. V., 83 jaar oud, omstreeks 16 uur ten val gekomen op het Gemeenteplein te HOEILAART, ter hoogte van het huisnummer
  5. Zij kwam ten val op losliggende cementdallen in het voetpad, dat eigendom is van de Gemeente HOEILAART, verzekerde van ETHIAS. Zij liep een gebarsten pols op, haar kin moest genaaid worden en er werden tanden van haar bovengebit beschadigd. De verbalisanten hebben de nodige vaststellingen verricht. In het strafdossier stelden de verbalisanten dat: "Mevrouw V. M. is op 31.03.2005 omstreeks 16.00 uur ten val gekomen op het Gemeenteplein ter hoogte van het huisnummer
  6. Deze is gestruikeld over de losliggende cementdallen in het voetpad dat eigendom is van de Gemeente Hoeilaart.... " "Ter plaatse hebben we vastgesteld, dat er over een lengte van verschillende meters, cementdallen losliggen en gebroken zijn." "We hebben de technische dienst van de gemeente Hoeilaart, per fax op de hoogte gesteld van de feiten, en er tevens op aangedrongen voor nazicht ter plaatse, en het aanbrengen van signalisatie of herstelling om de veiligheid van de weggebruikers te waarborgen." Met betrekking tot de vloertegels/betondallen werd er nog het volgende gesteld: "schade: losliggend, gebroken en beschadigd" M. V. verklaarde: "Gisteren 31.02.2005 omstreeks 16.00 uur ben ik naar de boekhandel "DOMINO" gegaan, dat gelegen is op het Gemeenteplein
  7. Wanneer ik aldaar buiten kwam ben ik op het voetpad achter losliggende tegels gestruikeld, en vervolgens gevallen.... " Er was een getuige van het ongeval, mevrouw HABILS Anne-Marie. Deze verklaarde: "Op donderdag 31.03.2005 rond 15u45 wanneer ik uit het bankkantoor K.B.C. Gemeenteplein te Hoeilaart kwam hoorde ik plots een doffe slag. Ik zag een dame die op het voetpad lag, aan de rand van het voetpad ter hoogte van het n°
  8. Ze bloedde uit de mond. Denkelijk is deze dame over de losliggende betondallen gevallen. ..." In het strafdossier zijn tevens 3 foto's en een schets van de plaats van het ongeval opgenomen waarop zichtbaar is dat over een lengte van verschillende meters maar over een geringe breedte van het voetpad, dallen barsten vertonen. Op een breedte van 13 à 14 rijen dallen (van 30 cm elk) zijn er dallen gebarsten in de eerste drie rijen die zich het dichts bij de stoeprand (rijbaan) bevinden. De dallen (10 tal rijen van vermoedelijk 30 cm, dus ongeveer 3 meter) die zich tegen de huisgevels bevinden vertonen volgens de voorgelegde foto's geen barsten. De foto's tonen geen niveauverschillen aan. Of dallen zouden losliggen is niet zichtbaar op de foto's. Het hof merkt trouwens op dat enkel zwart/wit fotokopieën van de foto's worden voorgelegd.
  9. M. V. houdt voor dat de Gemeente Hoeilaart aansprakelijk is enerzijds op grond van artikel 1384 lid 1 B.W. anderzijds op grond van artikel 135 § 2 van de Nieuwe Gemeentewet. 4.
  10. artikel 1384 lid 1 B.W.: M. V. stelt de Gemeente Hoeilaart aansprakelijk voor haar val omwille van het feit dat tegels gebarsten zijn om reden dat de gemeente op grond van artikel 1384 eerste lid B.W. aansprakelijk is als bewaarder van een zaak (het voetpad) dat behept was met een gebrek (gebroken of gebarsten tegels en ook losliggende tegels). Een zaak is gebrekkig in de zin van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, indien zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor zij in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken. Het abnormale kenmerk moet geen intrinsiek kenmerk betreffen of een blijvend element dat inherent is aan de zaak en zich voordoet buiten ieder toedoen van een derde. Het is niet voldoende om een zaak als gebrekkig te beschouwen dat aan de zaak iets werd toegevoegd waardoor schade ontstaat; vereist is dat de zaak in haar geheel een abnormaal kenmerk vertoont (Cass., 29 september 2006 http://www.cass.be ; NjW 2007, 566, noot BOONE, I.). De regel dat een zaak gebrekkig is in de zin van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor zij in bepaalde gevallen schade kan veroorzaken, vereist niet dat het gebrek de zaak ongeschikt maakt voor het gebruik waartoe ze bestemd is.(Cass., 12 september 2003, Arr. Cass. 2003, 1663; http://www.cass.be). Het gebrek van de zaak moet immers beoordeeld worden bij een gewoon gebruik van de zaak (Cass., 30 januari 2003, Arr. Cass. 2003, 278; NjW 2003, 963). De omstandigheid dat een voetpad met een breedte van ongeveer 4 meter (13 à 14 rijen betondallen die normaal 30 cm breed zijn) over een geringe breedte (maximaal 1 meter) die zich het dichts bij de stoeprand (rijbaan) bevindt een aantal gebarsten of gebroken en losliggende dallen bevat maakt dit voetpad niet gebrekkig. Van een voetpad kan niet verlangd worden dat het dezelfde kwaliteiten van effenheid en ongeschondenheid vertoont als een vloer die zich binnen in een gebouw bevindt. Dat lokaal bepaalde betondallen die zich het dichtst bij de stoeprand bevinden gebarsten of gebroken zijn en dienvolgens losliggen is te wijten aan de weersomstandigheden enerzijds aan het feit dat bestuurders van voertuigen bij het parkeren en manoeuvreren over het eerste gedeelte van het voetpad rijden en alzo deze tegels die zich het dichtst bij de stoeprand bevinden beschadigen. Dergelijke beschadiging, zeker wanneer het voetpad zelf zeer breed is zoals te dezen, maakt het voetpad zelf niet ongeschikt en maakt er dienvolgens in de gegeven omstandigheden geen abnormaal kenmerk van uit. Er is te dezen dienvolgens niet aangetoond dat het bewuste voetpad enig gebrek zou hebben vertoond. Indien het inderdaad mogelijk is dat een gewone vloer, als gebrekkig moet aanzien worden indien deze omwille van enige omstandigheid (bijvoorbeeld het poetsen ervan) een kenmerk vertoont (gladheid) dat van een normale vloer niet mag verwacht worden, dan kan zulks te dezen niet gelden immers er is geen enkel bewijs dat het voetpad abnormaal oneffen was in de betekenis dat het voetpad enig kenmerk zou hebben vertoond dat het deed afwijken van het model van een normaal voetpad. Uit de gegevens waarop het hof vermag acht te slaan met name de verklaringen van het slachtoffer en van de getuige van het schadegeval en de voorgelegde foto's en vermeldingen van de verbalisanten, blijkt niet dat het voetpad enig gebrek vertoonde op het moment dat M. V. er ten val gekomen is. M. V. bewijst dienvolgens niet dat dit voetpad - op het moment dat zij ten val is gekomen - met een gebrek behept was. In de mate als gesteund op deze rechtsgrond is de vordering ongegrond. 4.
  11. artikel 135 § 2 Nieuwe Gemeentewet: Dit artikel luidt als volgt: De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd: 1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen, het verbod om aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de toepassing van dit artikel; 2° het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen die de rust van de inwoners verstoren; 3° het handhaven van de orde op plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals op jaarmarkten en markten, bij openbare vermakelijkheden en plechtigheden, vertoningen en spelen, in drankgelegenheden, kerken en openbare plaatsen; 4° het toezicht op een juiste toemeting bij het slijten van waren (waarvoor meeteenheden of meetwerktuigen gebruikt worden) en op de hygiëne van openbaar te koop gestelde eetwaren; 5° het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand, epidemieën en epizoötieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden; 6° het verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe rondzwervende kwaadaardige of woeste dieren aanleiding kunnen geven; 7° het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen van openbare overlast. Er wordt niet aangetoond dat er verzakkingen zouden zijn in het kwestieuze voetpad, er blijkt enkel dat een aantal dallen (tegels) in de eerste 3 rijen naast de stoeprand gebroken zijn of barsten vertonen en dat sommige van deze tegels losliggen. De gemeente is niet gehouden tot een resultaatsverbintenis. De enkele omstandigheid dat hier of daar tegels in het voetpad gebroken zijn of losliggen impliceert niet dat de gemeente aan haar taken zoals voorzien in voornoemd artikel zou zijn tekortgeschoten. Zoals hiervoor gesteld vertoont het voetpad geen gebrek. In de mate als gesteund op deze rechtsgrond is de vordering ongegrond. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken, Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond; Veroordeelt M. V. tot de kosten van het hoger beroep, vereffend op euro 1.200 rechtsplegingvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 15 juni
  12. Waar aanwezig waren: Dhr. M. Bosmans, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans M. Bosmans Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.