id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 15 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100615.8 Rolnummer: 2008/AR/46 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-06-23 Raadplegingen: 145 - laatst gezien 2026-07-01 13:14 Fiche Er moet nagegaan worden of de testateur op het moment dat hij het testament neerschreef, de nodige geestelijke vermogens had om de zin en de draagwijdte van het testament te begrijpen en erin vrijwillig toe te stemmen. Niets verzet zich er tegen dat de testateur zich bedient van een kopie of een ontwerp van testament, opgesteld door een derde en zich zelfs beperkt tot louter overschrijven daarvan wanneer hij dit niet doet op een louter passieve wijze of onbewust van wat hij juist schrijft. Door de afschrijving eigent de testateur zich het hem overhandigde model toe. Het is evenwel nodig dat hij zich inderdaad bewust is van de waarde en inhoud van wat hij schrijft. Wat hij geschreven heeft moet wel beantwoorden aan zijn eigen inzicht. Aldus bezit de erflater die een laag intelligentiepeil heeft, en zelfs gedragsstoornissen kent, die hem onbekwaam maken om de omvang en de aard van zijn goederen alsook de draagwijdte van zijn handeling te beoordelen, niet de vereiste bekwaamheid. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Giften - Bekwaamheid Vrije woorden: Opmaken van een eigenhandig testament. Artikel 901 BW. Gezondheid van geest. Begrip. Begrijpen van de testamentaire beschikkingen. Quid bij hulp van een derde? Bewijslast en bewijsmiddelen inzake de toepassing van artikel 901 BW Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2008/AR/46 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: L. N., wonende te appellante, vertegenwoordigd door Mr. SOBRIE Anne-Marie, advocaat te 3012 WILSELE, Albert Woutersstraat 126 ; TEGEN:
- W. P., wonende te
- S. M., wonende te geïntimeerden, beiden vertegenwoordigd door Mr. APS Febian, advocaat te 3001 HEVERLEE, Ambachtenlaan 6 ; Artikel 901 BW. Opmaken van een testament. Vereiste van gezondheid van geest van de testator. Er moet nagegaan worden of de testateur op het moment dat hij het testament neerschreef, de nodige geestelijke vermogens had om de zin en de draagwijdte van het testament te begrijpen en erin vrijwillig toe te stemmen. Niets verzet zich er tegen dat de testateur zich bedient van een kopie of een ontwerp van testament, opgesteld door een derde en zich zelfs beperkt tot louter overschrijven daarvan wanneer hij dit niet doet op een louter passieve wijze of onbewust van wat hij juist schrijft. Door de afschrijving eigent de testateur zich het hem overhandigde model toe. Het is evenwel nodig dat hij zich inderdaad bewust is van de waarde en inhoud van wat hij schrijft. Wat hij geschreven heeft moet wel beantwoorden aan zijn eigen inzicht. Aldus bezit de erflater die een laag intelligentiepeil heeft, en zelfs gedragsstoornissen kent, die hem onbekwaam maken om de omvang en de aard van zijn goederen alsook de draagwijdte van zijn handeling te beoordelen, niet de vereiste bekwaamheid. Tekst van het arrest:
- Het hof put rechtsmacht uit het verzoekschrift tot hoger beroep dat op 8 januari 2008 ter griffie van het hof werd neergelegd door N. L. en dat strekt tot de hervorming van een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 6 november 2007 dat haar vordering afwees. De vordering van N. L. strekte ertoe te horen zeggen dat zij de enige erfgerechtigde is in de nalatenschap van wijlen J. J. L. overleden te O... op 1 december
- Voor het hof vordert N. L. dat het eigenhandig geschreven testament (van J. J. L.) dd. 24 februari 1997 nietig zou verklaard worden, dat zij als enige erfgerechtigde zou aanzien worden en dat P. W. en M. S. zouden veroordeeld worden tot teruggave van alle huurgelden en andere opbrengsten van zowel de roerende als de onroerende goederen toebehorende tot de nalatenschap van wijlen J. J. L. te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de kosten. Zij vordert evenzo de teruggave van alle meegenomen documenten. P. W. en M. S. vragen dat de stukken die N. L. bijbrengt uit de debatten zouden geweerd worden als onrechtmatig verkregen bewijsvoering. Zij vragen verder de afwijzing van het hoger beroep. Hoewel zij geen incidenteel hoger beroep instellen vragen zij tevens "vast te stellen dat het eigenhandig testament dd. 24.02.1997 van wijlen de heer geldig is".
- N. L. is de zuster van wijlen J. J. L.. Deze laatste overleed op 1 december 2004, ongehuwd en zonder reservataire erfgenamen na te laten. Op 24 februari 1997 heeft J. J. L. een eigenhandig testament opgesteld met volgende inhoud (letterlijk): "ik L. J. J. heden en andere helder van Geest in staat om mijn eigen wil te doen, niet gedwongen nog geintimdeert wens volgende heden te verkondigen en neer te schrijven De blode eigendom dewelke ik bezit op de D...straat 30 te H. evenals de grond. en de roerende goederen wens ik na te laten bij mijn overlijden aan de heer en Mevrouw W. P.... 25/05/1960 x M... M... 03/08/
- Woonachtig D.-straat 35 - ... H. indien ik dan reeds het vruchtgebruik zou bezitten wens ik deze eveneens na te laten Aan de heer en mevrouw W. P. x 25/051960 S. M.. Zoniet zullen zij het vruchtgebruik overerven bij overlijden van mijn Moeder gemaant D... M... J..... Wed. v... a.... Voor echt en waarachtig verklaart door ik L. J.." Er is niet betwist dat het testament geregistreerd werd in het C.R.T en nadien werd neergelegd onder de minuten van notaris X. met standplaats te Y.. P. W. en M. S. hebben de inbezitstelling gevraagd bij verzoekschrift van 1 maart 2005, dit verzoek werd ingewilligd bij beschikking van 2 maart
- P. W. en M. S. hebben zich na betekening van de beschikking manu militari toegang verschaft tot het hen gelegateerde onroerend goed dat zij inmiddels hebben verhuurd. Op 17 juni 2005 heeft N. L. derdenverzet betekend tegen de beschikking van 2 maart
- Dit derdenverzet werd, bij beschikking van 1 augustus 2005, niet toelaatbaar verklaard wegens laattijdigheid. Eveneens op 17 juni 2005 heeft N. L. gedagvaard ten einde het eigenhandig testament te horen nietig verklaren en te horen zeggen dat zij de enige erfgename is. Deze vordering maakt het voorwerp uit van huidig hoger beroep. N. L. laat gelden: "De Heer J. L. was op het ogenblik van de redactie van hoger vermeld testament daartoe handelingsonbekwaam en (N. L.) vorderde overeenkomstig art. 901 B.W. betreffend testament nietig te laten verklaren wegens onbekwaamheid van de erflater op het ogenblik van het verlijden van de akte. In hun uiteenzetting van de voorafgaanden stellen geïntimeerden dat (N. L.) geen contact meer had met haar broer, de Heer J. L.. Dit is vooreerst totaal uit de lucht gegrepen en zeker niet bewezen, en (N. L.) tilt bijzonder zwaar aan deze verklaring die op niets is gebaseerd. Integendeel, het is inderdaad zo dat blijkt (en zulks blijkt ook uit de stukken die door (N. L.) worden neergelegd) dat geïntimeerden een goede band hadden met de Heer J. L.. Eerste geïntimeerde was verzekeringsagent en verzorgde alle verzekeringen van de Heer J. L.. De Heer J. L. werd hopeloos verliefd op tweede geïntimeerde en vertelde iedereen dat hij een vaste vriendin had. Kort na het opstellen van het kwestieuze testament — in 1997 - zijn geïntimeerden verhuisd naar de kust. Gedurende de jaren die daarop volgden zijn geïntimeerden nog amper de Heer J. L. gaan opzoeken (maximaal éénmaal per jaar gedurende de nieuwjaarsperiode en de laatste jaren zelfs niet eens meer) en hadden zij praktisch geen contact meer met hen. Het is dan ook (N. L.)— die inderdaad naast haar broer woonde — die haar broer heeft geholpen en bijgestaan gedurende al die jaren tot aan zijn overlijden in 2004".
- P. W. en M. S. houden voor dat "de documenten" die N. L. bijbrengt vertrouwelijke documenten zijn die in het bezit waren van wijlen J. J. L.. Zij brengen geen bewijs bij dat de kwestieuze documenten zouden ontvreemd zijn uit de woning van J. J. L. na diens overlijden en zij bewijzen al evenmin dat N. L. op wederrechtelijke wijze in het bezit zou gekomen zijn van deze documenten. Gezien N. L. en J. J. L. broer en zuster waren, zij naast elkaar gehuisvest waren en J. J. L. praktische hulp en bijstand behoefde, is het plausibel dat hij deze documenten bij leven aan N. L. heeft overhandigd. De omstandigheid dat daarenboven beroep werd gedaan op "Familiehulp zorgprotocol" staat zulks niet in de weg. Er is dienvolgens geen reden om de stukken uit de bundel van N. L. uit de debatten te weren.
- De feitenrechter beoordeelt soeverein of de testateur bij een eigenhandig testament, al dan niet over de vereiste bekwaamheid beschikte, inzonderheid dat hij gezond van geest was. Gezondheid van geest houdt zowel vrijheid van wil als helderheid van geest in. Dit betekent dat de testateur zowel de betekenis als de draagwijdte van zijn daad moet begrijpen en er vrijwillig moet in toestemmen (Cass.18 maart 1909, Pas. 1909, I, 184). Het bewijs van ongezondheid van geest, aan te brengen door degenen die de nietigheid van een testament vorderen, is een bewijs van feiten, dat kan worden geleverd door alle middelen van recht, met inbegrip van vermoedens en getuigenissen (vgl. Gent 15 maart 2007, NJW 2008, 131, noot WYLLEMAN, B.; RABG 2008, 240, noot GOVAERTS, M; Rev.trim.dr.fam. 2009, 958; RW 2007-08, 1082; T.Not. 2008, 444, noot NYS, H.). Er moet nagegaan worden of de testateur op het moment dat hij het testament neerschreef, de nodige geestelijke vermogens had om de zin en de draagwijdte van het testament te begrijpen en erin vrijwillig toe te stemmen. Het bewijs dat de testateur ongezond van geest was op het moment van het verlijden van het testament moet worden geleverd door degenen die het testament aanvechten en dit op een ondubbelzinnige, omstandige en precieze wijze, vrij van elke twijfel (vgl. Gent 14 februari 2008, Rev.trim.dr.fam. 2010, 432; TBBR 2009, 461, noot MASSCHELEIN, M.). Vermits het testament het spontane en weloverwogen werk dient te zijn van de erflater, mag hij bij het opstellen ervan niet intellectueel beïnvloed worden door een derde (vgl. Gent 18 maart 2004, RABG 2005, 753, noot DE BOCK, F.; TGR-TWVR 2004, 364). Niets verzet zich er evenwel tegen dat de testateur zich bedient van een kopie of een ontwerp van testament, opgesteld door een derde en zich zelfs beperkt tot louter overschrijven daarvan wanneer hij dit niet doet op een louter passieve wijze of onbewust van wat hij juist schrijft. Door de afschrijving eigent de testateur zich het hem overhandigde model toe. Het is evenwel nodig dat hij zich inderdaad bewust is van de waarde en inhoud van wat hij schrijft. Wat hij geschreven heeft moet wel beantwoorden aan zijn eigen inzicht (vgl. Antwerpen 4 december 2000, A.J.T. 2001-02, 418, noot BROUWERS, S.). Het is onontbeerlijk maar het volstaat dat het bewijs wordt geleverd, met alle rechtsmiddelen, van een verminderd verstandelijk vermogen of van een wilsverzwakking (vgl. Bergen 15 september 1995, RRD 1996, 249, noot ETIENNE, A., LEDOUX, J.). Wie de nietigheid vordert moet omstandig, nauwkeurig en exclusief bewijzen dat de verstandelijke vermogens van de testateur waren aangetast op het ogenblik dat de vrijgevigheid werd gedaan (vgl. Luik 19 mei 2004, JLMB 2004, 1197; Rev.not.b. 2008, 98; RRD 2004, 339; Rev.trim.dr.fam. 2005, 1233; TBBR 2006, 483, noot -/ ook: Luik 26 november 2008, JLMB 2009, 586; Rev.not.b. 2009, 372; RRD 2008, 367 / Luik 10 juni 2008, Rev.not.b. 2009, 369; RRD 2008, 371). Het volstaat vast te stellen dat de wil van de testateur, op het moment van het opstellen van het testament, aangetast of verzwakt was (vgl. Bergen 9 april 2001, JT 2002, 409; RRD 2001, 262; Rev.trim.dr.fam. 2002, 151). Aldus bezit de erflater die een laag intelligentiepeil heeft, en zelfs gedragsstoornissen kent, die hem onbekwaam maken om de omvang en de aard van zijn goederen alsook de draagwijdte van zijn handeling te beoordelen, niet de vereiste bekwaamheid (vgl. Bergen 6 januari 1997, JT 1997, 568; JLMB 1998, 251; Rec.gén.enr.not. 1998, 232; Rev.not.b. 2001, 652, noot -).
- De omstandigheid dat J. J. L. gehandicapt was en uit dien hoofde een tegemoetkoming ontving bewijst op zich niet dat hij niet gezond van geest was. De motivering van de beslissing van de beroepscommissie bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van personen met een handicap dd. 10 augustus 1994 (stuk 3 dossier appellante) bewijst daarentegen afdoende dat J. J. L. niet in staat was om een eigenhandig testament te maken. Het hof citeert uit dit verslag en maakt zich deze motieven eigen: "Uit het multidisciplinair verslag blijken volgende gegevens : - De heer L. is een 47-jarige man die kan getypeerd worden als zwak begaafd (TIQ 78; VIQ 80; PIQ 80). Hij heeft een beperkt redeneer- en probleemoplossend vermogen. Hij ging slechts naar school tot zijn 15 jaar. - Op medisch vlak is er bij de heer L. sprake van diabetes en hypertensie. - De heer L. is ongehuwd. Na zijn vijftiende werkte hij als melkventer op de melkronde van zijn ouders, vanaf
- Na het overlijden van zijn vader zette hij de zaak alleen verder. Sinds 1988 is zijn moeder dementerend en opgenomen in een bejaardeninstelling. In 1991 zette hij de zaak stop. Sindsdien is de heer L. werkloos en geniet hij invaliditeitsuitkering van het ziekenfonds. Momenteel woont hij alleen in het ouderlijk huis. Hij krijgt hulp van het O.C.M.W.(poetsbeurt en warme maaltijden). Bij de beoordeling van dit dossier is de beroepscommissie van oordeel dat betrokkene wel stoornissen en beperkingen vertoont die een voorziening uit de gehandicaptensector verantwoorden. Vooreerst vertoont betrokkene een zwakbegaafdheid waardoor hij er nooit in geslaagd is om zichzelf zelfstandig te ontplooien en zelfstandig te functioneren. Hij heeft weinig begrip van tijd en ruimte waardoor hij begeleiding nodig heeft in de meest eenvoudige dagelijkse activiteiten. Hij krijgt steun van het OCMW en van de dienst Gezins- en Bejaardenhulp. Hij heeft hypertensie en diabetes maar ondervindt moeilijkheden bij het tijdig innemen van zijn medicatie. Hij scoort bovendien zeer zwak inzake oordeels- en probleemoplossend vermogen en werktempo. De beroepscommissie is van oordeel dat - gelet op al deze elementen samen - betrokkene wel ernstige beperkingen vertoont op het vlak van de sociale integratie ; waardoor een tewerkstelling in een BW als zeer passend zou voorkomen." Ook het deskundig verslag van 21 augustus 1995 benadrukt dat J. J. L. zwak begaafd was, met beperkt leer- en redeneervermogen. Er wordt gesteld dat J. J. L. "een man (is) die intellectueel functioneert op het niveau van de zwakbegaafdheid met een beperkt redeneervermogen en een beperkt probleemoplossend vermogen. (Hij) is niet in staat tot zelfstandig autonoom leven en functioneren en kan dit alleen in een milieu dat hem voldoende opvangt" (pagina 9 vh. verslag). Dr. VANDENBEMPT stelt in zijn verslag van 22 november 2000 dat J. J. L. zwakbegaafd is, niet in staat tot zelfstandig functioneren. Hetzelfde blijkt uit het medisch verlag van de psychiater-arts Dr. LIESSENS dd. 16 juli
- Uit al deze gegevens zoals zij zijn verwoord in de medische verslagen van de geneesheren, psychiaters en deskundigen die J. J. L. hebben gevolgd in de periode van 1994 tot 2001, blijkt dat deze patiënt zich onafgebroken heeft bevonden in een staat van zodanige zwakbegaafdheid en intellectuele afhankelijkheid en zonder voldoende redeneervermogen om ‘gezond van geest' een eigenhandig testament (zonder controle over de geestestoestand door een notaris of door hem aangezochte arts) op te stellen. Terecht laat N. L. daarenboven gelden dat gezien de beperkte geestelijke vermogens waarover J. J. L. blijkt beschikt te hebben, er moet vermoed worden dat hij niet de draagwijdte kon begrijpen van de begrippen als ‘roerende en onroerende goederen' en ‘vruchtgebruik en blote eigendom' al evenmin als het in de legaten gemaakte onderscheid al naar gelang zijn moeder al dan niet op datum van zijn eigen overlijden reeds zou vooroverleden zijn of niet. Dat J. J. L. bepaalde huishoudelijke taken aankon (hetgeen niet is betwist) neemt niet weg dat hij niet gezond genoeg van geest was om een testament op te stellen. Dat iemand zichzelf kan kleden, voor aanschaf van voedsel en kledij kan zorgen en bepaalde huishoudelijke taken kan vervullen houdt niet in dat deze persoon begrijpt welke de impact is van het opstellen van een laatste wilsbeschikking. Een zekere zelfredzaamheid staat niet gelijk met verstandelijke vermogens die toelaten een vrije wilsbeschikking met kennis van zaken, op te stellen. Alle medische verslagen waarop het hof vermag acht te slaan (zie hiervoor) bewijzen dat J. J. L. (ondanks een zekere fysische zelfredzaamheid) precies over deze vrije wilsbeschikking niet beschikte op het moment dat hij het testament opstelde. Er is niet vereist dat zwakzinnigheid zou aangetoond worden, het bewijs van de aantasting van de vrije wil (hetgeen impliceert dat er geen vrije wilsuiting was in hoofde van de testateur) volstaat. N. L. toont aldus ten genoege van recht aan dat J. J. L. niet gezond van geest was (in de zin van artikel 901 B.W.) op het moment dat hij het kwestieuze eigenhandig testament gedagtekend op 24 februari 1997, heeft opgesteld. Het testament wordt nietig verklaard.
- P. W. en M. S. laten gelden - doch bewijzen niet - dat erenotaris (Z) te Y., J. J. L. zou hebben bijgestaan voor het opmaken van het testament. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een notaris, die zich zeker bewust was van de rechtspraak aangaande de notariële aansprakelijkheid bij het opstellen van testamenten (inzonderheid het ontbreken van een medisch getuigschrift aangaande de geestestoestand van de testateur), een tekst zou hebben voorgelegd zonder de nodige voorzorgen te nemen aangaande de geestestoestand van de testateur. Er is geen aanleiding om de erenotaris te horen. De medische verslagen waarop het hof vermag acht te slaan (zie de bespreking ervan hiervoor) tonen met duidelijkheid en zekerheid de ongezondheid van geest van de testateur, gezien in het kader van artikel 901 B.W., aan. (...) OM DEZE REDENEN, HET HOF, (...) Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, Vernietigt het bestreden vonnis behalve in de mate dat het de vordering ontvankelijk heeft verklaard en de kosten heeft begroot en opnieuw recht doende voor het overige: Verklaart de vordering van N. L. als volgt gegrond: · verklaart het eigenhandig testament door J. J. L. opgesteld op 24 februari 1997, geregistreerd in het CRT op 4 februari 1999 onder nummer 171938863 en neergelegd onder de minuten van notaris X. met standplaats te Y. op 12 januari 2005, nietig; · Zegt voor recht dat bij gebreke aan enige andersluidende laatste wilsbeschikking, N. L. de enige gerechtigde erfgenaam is van wijlen J. J. L., geboren te Leuven op 6 december 1946 en overleden te O... op 1 december 2004; (...) Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 15 juni
- Waar aanwezig waren: Dhr. M. Bosmans, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div