id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 18 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100618.9 Rolnummer: 2010AR991 Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2011-10-31 Raadplegingen: 107 - laatst gezien 2026-07-02 11:46 Fiche De aanstelling van een voorlopig bewindvoerder over een vennootschap is geen onderzoeksmaatregel in de zin van artikel 1496 Ger. W. Het is, in de zin van artikel 19, tweede lid Ger. W. wel een voorafgaande maatregel om de toestand van de partijen voorlopig te regelen. Het hoger beroep tegen deze maatregel heeft schorsende werking heeft (art. 1397 Ger. W.). De voorlopige tenuitvoerlegging kan nochtans altijd worden verzocht bij het hoger beroep (art. 1401 Ger. W.). De beoordelingsbevoegdheid van de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan is ruim in deze zin dat de voorlopige tenuitvoerlegging ook kan worden toegestaan door rekening te houden met de belangen van partijen. Uit de aard zelf van de maatregel - de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder over een vennootschap in het kader van een geschil tussen twee aandeelhouders, die bovendien de enige familiaal verbonden aandeelhouders blijken te zijn - volgt in casu dat de belangen van beide aandeelhouders het beste gediend en gevrijwaard worden door de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder. Dit is een voldoende reden om de bestreden beslissing uitvoerbaar te verklaren. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid - Schorsing uitvoerbaarheid GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Voorafgaande regels (beslag en executie) - Uitvoerbaarheid - Uitvoerbaarheid bij voorraad HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid: gemeenschappelijke bepalingen - Organen - Andere Vrije woorden: Vennootschap. Voorlopige bewindvoerder. Aanstelling. Geen onderzoeksvonnis. Schorsende werking van het beroep. Toestaan van de voorlopige tenuitvoerlegging. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 19 Gerechtelijk Wetboek - 1397 Gerechtelijk Wetboek - 1401 Gerechtelijk Wetboek - 1496 Tekst van de beslissing r.: HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer Bis, A.R. Nr.: 2010/AR/991 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN:
- X. Z., appellante, vertegenwoordigd door Mr. DEHAIRS loco Mr. Benoit CARTUYVELS, advocaat te 1200 BRUSSEL, Terkamerenstraat 22 D (bus 9) TEGEN:
- Y. Z., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. OOMS loco Mr. Luc VAN DEN BROECK, advocaat te 1060 BRUSSEL, Charleroisesteenweg 138/2
- C. N.V., met maatschappelijke zetel te ... ingeschreven met KBO-nummer ... geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. Pascal VAN OERS, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 87/18 VENNOOTSCHAP. AANSTELLING VAN EEN VOORLOPIG BEWINDVOERDER VAN EEN VENNOOTSCHAP. TENUITVOERLEGGING. VOORLOPIGE TENUITVOERLEGGING. De aanstelling van een voorlopig bewindvoerder over een vennootschap is geen onderzoeksmaatregel in de zin van artikel 1496 Ger. W. Het is, in de zin van artikel 19, tweede lid Ger. W. wel een voorafgaande maatregel om de toestand van de partijen voorlopig te regelen. Het hoger beroep tegen deze maatregel heeft schorsende werking heeft (art. 1397 Ger. W.). De voorlopige tenuitvoerlegging kan nochtans altijd worden verzocht bij het hoger beroep (art. 1401 Ger. W.). De beoordelingsbevoegdheid van de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan is ruim in deze zin dat de voorlopige tenuitvoerlegging ook kan worden toegestaan door rekening te houden met de belangen van partijen. Uit de aard zelf van de maatregel - de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder over een vennootschap in het kader van een geschil tussen twee aandeelhouders, die bovendien de enige familiaal verbonden aandeelhouders blijken te zijn - volgt in casu dat de belangen van beide aandeelhouders het beste gediend en gevrijwaard worden door de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder. Dit is een voldoende reden om de bestreden beslissing uitvoerbaar te verklaren. Gelet op: • het vonnis van de 30ste kamer van de rechtbank van koophandel te Brussel, uitgesproken op 17 maart 2010 (A/09/06181) • het verzoekschrift tot hoger beroep dat is neergelegd ter griffie van het hof op 12 april 2010 • de conclusie voor Y. Z., neergelegd ter griffie op 14 mei 2010 • de conclusie voor X. Z., neergelegd ter zitting op 21 mei
- Het bestreden vonnis stelt een voorlopig bewindvoerder aan over C. NV en gaat daarmee in op de vordering van Y. Z. die werd gegrond op artikel 19, 2 van het gerechtelijk wetboek. X. Z. is de mening toegedaan dat er geen reden is om een voorlopig bewindvoerder aan te stellen. Y. Z. vordert, in hoofdorde, om te zeggen dat het bestreden vonnis uitvoerbaar is en, in ondergeschikte orde, om de voorlopige tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis toe te staan. X. Z. houdt voor dat het bestreden vonnis niet van rechtswege uitvoerbaar is en dat er geen reden is om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan. Partijen hebben enkel over dit geschilpunt gepleit. Y. Z. beroept zich op artikel 1496 van het gerechtelijk wetboek. Deze wetsbepaling schrijft voor dat de voorlopige tenuitvoerlegging van rechtswege geschiedt wanneer een vonnis een onderzoeksmaatregel voorschrijft en wat deze maatregel betreft. De aanstelling van een voorlopig bewindvoerder over een vennootschap is geen onderzoeksmaatregel in de zin van voormelde wetsbepaling. Het is, in de zin van artikel 19, tweede alinea, van het gerechtelijk wetboek, wel een voorafgaande maatregel om de toestand van de partijen voorlopig te regelen. De wet verbindt daaraan geen uitvoerbaarheid bij voorraad, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is voor beschikkingen in kortgeding (zie artikel 1039, eerste alinea, van het gerechtelijk wetboek). Hieruit volgt dat het hoger beroep schorsende werking heeft (zie artikel 1397 van het gerechtelijk wetboek). De voorlopige tenuitvoerlegging kan nochtans altijd worden verzocht bij het hoger beroep (zie artikel 1401 van het gerechtelijk wetboek). Y. Z. vordert de voorlopige tenuitvoerlegging omdat het tijdsverloop tussen het bestreden vonnis en de uitspraak in hoger beroep haar schade toebrengt indien de voorlopige tenuitvoerlegging niet wordt toegestaan. Haar rechten als aandeelhoudster zouden niet worden gevrijwaard en zij zou ook niet beschermd zijn tegen een mogelijk misbruik van bevoegdheid in hoofde van X. Z.. Zij verwijst naar het feit dat zij, zonder dat zij werd opgeroepen voor de algemene vergadering en tijdens haar verlof, tijdens een buitengewone algemene vergadering uit haar functie van bestuurder en afgevaardigd bestuurder werd ontzet en dat de zetel van de vennootschap verplaatst werd naar het adres van X. Z.. Zij kreeg ook nooit enig antwoord op haar verzoek tot raadpleging van het aandeelhoudersregister en de nuttige documenten van de vennootschap. X. Z. houdt voor dat afwijken van de regel van de schorsende werking van het hoger beroep slechts toegelaten is ingeval een reële kans tot insolvabiliteit voorhanden is of ingeval zij blijk geeft van manifeste kwade trouw en gebruik maakt van dilatoire middelen, wat volgens haar niet voorhanden is. Bovendien houdt zij voor dat Y. Z. de bijzondere omstandigheden niet aantoont die de uitvoerbaarverklaring onontbeerlijk maken. Zij betwist dat er door de vennootschap of haar bestuur daden werden gesteld die een nadeel zouden kunnen vormen voor het aandeelhouderschap van Y. Z.. Zij voegt eraan toe dat de algemene vergadering die het voorwerp uitmaakt van de vordering tot vernietiging en die uitgaat van Y. Z. dateert van juni 2007 en dat deze laatste gewacht heeft tot juni 2009 om de vordering in nietigheid in te stellen en tot augustus 2009 om de vordering in te stellen op grond van artikel 19, tweede alinea, van het gerechtelijk wetboek. De beoordelingsbevoegdheid van de rechter om de voorlopige tenuitvoerlegging toe te staan is ruimer dan voorgehouden door X. Z.. Zo kan de voorlopige tenuitvoerlegging ook toegestaan worden door rekening te houden met de belangen van partijen (zie CLOSSET-MARCHAL, G., VAN DROOGHENBROECK, J.-F., Les voies de recours en droit judiciaire privé, p. 145). Uit de aard zelf van de maatregel - de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder over een vennootschap in het kader van een geschil tussen twee aandeelhouders, die bovendien de enige familiaal verbonden aandeelhouders blijken te zijn - volgt dat de belangen van beide aandeelhouders het beste gediend en gevrijwaard worden door de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder. Dit is een voldoende reden om de bestreden beslissing uitvoerbaar te verklaren. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekend na tegenspraak, Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken, Verklaart het vonnis van de 30ste kamer van de rechtbank van koophandel te Brussel, uitgesproken op 17 maart 2010 (A/09/06181), uitvoerbaar. Stelt de zaak met het oog op verdere instaatstelling vast op de zitting van de 1bis kamer van 13 juli 2010 om 10 uur. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke te¬rechtzitting van de kamer 1Bis van het hof van beroep te Brussel op 18 juni 2010 waar aanwezig waren en zitting hielden: K. MOENS, Raadsheer d.d. Voorzitter, bijgestaan door L. HEBBELIJNCK, Griffier, Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div