id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 23 september 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20100923.7 Rolnummer: 1997/BD/129 Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2012-06-04 Raadplegingen: 229 - laatst gezien 2026-07-02 11:31 Fiche UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Gemeentebelastingen Vrije woorden: gemeentebelasting bedrijfsoppervlakte - niet op het eigendomsrecht of ander zakelijk recht op een bedrijfsoppervlakte - wel op het 'aanwenden' van een bedrijfsoppervlakte gronden zonder enige vergoeding als weidegrond in pacht gegeven aan landbouwers - rechtsgrond om vennootschap te belasten op gronden die zij niet aanwendt, ontbreekt Tekst van de beslissing HOF van BEROEP te BRUSSEL Zesde fiscale kamer Nr. van de zaak : 1997/BD/129 Openbare terechtzitting van IN ZAKE VAN : De N.V. DUVEL MOORTGAT (voorheen N.V. BROUWERIJ MOORTGAT), met maatschappelijke zetel te 2870 Puurs, Breendonkdorp 58, verzoekster, ter terechtzitting vertegenwoordigd door meester Jacques MALHERBE, advocaat, wiens kantoor gevestigd is te 1000 Brussel, Keizerslaan
- TEGEN: De GEMEENTE KAPELLE-OP-DEN-BOS, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met zetel ten gemeentehuis, 1880 Kapelle-op-den-Bos, Marktplein 29, ter terechtzitting vertegenwoordigd door meester Willy HUBER, advocaat, wiens kantoor gevestigd is te 2000 Antwerpen, Napelstraat 32-
- ***** R. EINDARREST - gegrond Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit. DE PROCEDURE De fiscale voorziening werd, samen met het origineel van het exploot van kennisgeving, op 10 oktober 1997 op de griffie van het hof neergelegd. Zij is gericht tegen de beslissing van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 21 augustus 1997, die het bezwaarschrift afwees dat de N.V. BROUWERIJ MOORTGAT, thans verzoekster, had ingediend tegen de gemeentebelasting op de bedrijfsoppervlakte voor het dienstjaar 1996, op haar naam gevestigd onder artikel nr. 0006 voor een te betalen bedrag van 194.820 BEF. De fiscale voorziening, regelmatig ingesteld binnen de wettelijke termijn, is ontvankelijk. DE EXCEPTIE VAN WERING VAN CONCLUSIE Op de zitting van 29 april 2010 waarop de zaak werd gepleit, werd de zaak in voortzetting gesteld op de zitting van 9 september 2010 met het oog op de neerlegging van het belastingreglement, op basis waarvan de bestreden gemeentebelasting werd gevestigd. Verzoekster legde op 4 mei 2010 het belastingreglement, en op 3 augustus 2010 nog een aanvullende en syntheseconclusie op de griffie van het hof neer. De gemeente Kapelle-op-den-Bos vraagt aan het hof ten onrechte de wering uit het debat van voormelde conclusie, waarin volgens haar verzoekster grieven en argumenten formuleert die geen betrekking hebben op het voorwerp van de voortzetting van de zaak. Weliswaar werd de zaak op de zitting van 29 april 2010 vastgesteld, nadat partijen een gezamenlijk verzoek tot bepaling van een rechtsdag hadden ingediend, zoals de gemeente Kapelle-op-den-Bos opmerkt. De gemeente Kapelle-op-den-Bos argumenteerde in conclusie neergelegd op 23 juni 2005 evenwel zowel wat betreft de foutieve berekening van de belasting als wat betreft het motiveringsgebrek van het belastingreglement, alhoewel verzoekster die middelen in de fiscale voorziening noch in haar eerste conclusie neergelegd op 14 juni 2007 had geformuleerd. Bijgevolg kan de gemeente Kapelle-op-den-Bos er zich niet tegen verzetten dat verzoekster die middelen vooralsnog in een aanvullende conclusie formuleert. De exceptie van wering van de aanvullende en syntheseconclusie uit het debat wordt afgewezen. FEITEN EN BESTREDEN BESLISSING Verzoekster gaf in haar aangifte in de gemeentebelasting op de bedrijfsoppervlakte voor het dienstjaar 1996 een belastbare oppervlakte van 94 m² aan. De gemeente Kapelle-op-den-Bos vestigde de aanslag op basis van een oppervlakte van 19.732 m² verminderd met de vrijstelling van 250 m² voorzien in artikel 4 van het belastingreglement, hetzij 19.482 m². De Bestendige Deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant wees bij beslissing van 21 augustus 1997 het bezwaarschrift van verzoekster tegen voormelde aanslag af. GRIEVEN Verzoekster betwist de gemeentebelasting, die werd gevestigd op 19.482 m², zijnde de totale oppervlakte waarvan zij het eigendomsrecht heeft, terwijl de werkelijk voor haar bedrijfsactiviteit aangewende oppervlakte slechts 94 m² bedraagt. De rest van de gronden wordt immers zonder enige vergoeding verpacht aan een derde, die ze aanwendt als weidegronden. Zij vraagt aan het hof de bestreden beslissing van de Bestendige Deputatie te vernietigen, alsmede de betwiste aanslag in de gemeentebelasting te vernietigen minstens te ontheffen. Zij vordert de terugbetaling van alle sommen die op grond van de aldus vernietigde aanslag werden geïnd, vermeerderd met de moratoriuminteresten voorzien in artikel 418 WIB
(1992). Ook vraagt zij de kosten ten laste van de gemeente Kapelle-op-den-Bos te leggen. De gemeente Kapelle-op-den-Bos vraagt de bestreden beslissing van de Bestendige Deputatie te bevestigen en te zeggen voor recht dat verzoekster de betwiste aanslag verschuldigd is. Zij vraagt verzoekster te verwijzen in de kosten. BEOORDELING 1. Verzoekster formuleert de volgende grieven:
(1)het belastbaar feit is niet voltrokken,
(2)de foutieve berekening van de belasting,
(3)het belastingreglement op basis waarvan de bestreden aanslag werd gevestigd schendt het gelijkheidsbeginsel,
(4)een gebrek aan motivering van het belastingreglement,
(5)het belastingreglement maakt gebruik van de techniek van de (onweerlegbare) vermoedens. 2. Volgens artikel 1
- a)van het in betwisting zijnde belastingreglement van 18 december 1995 inhoudende "belasting op de totale oppervlakte bestemd voor de uitoefening van industriële, commerciële, dienstverlenende en zorgenverstrekkende aktiviteiten, alsook voor land-en/of tuinbouwaktiviteiten, zomede voor de uitoefening van een vrij beroep, post of ambt", wordt de aangevochten gemeentebelasting geheven in de mate dat een bedrijfsoppervlakte wordt aangewend door een natuurlijke of een rechtspersoon. Krachtens artikel 3
- c)van het betwiste reglement, worden de gronden waarop verzoekster als rechtspersoon over een zakelijk recht beschikt, onweerlegbaar vermoed een bedrijfsoppervlakte te zijn. Het betwiste reglement belast niet het eigendomsrecht of een ander zakelijk recht op een bedrijfsoppervlakte, maar het aanwenden van een bedrijfsoppervlakte (vgl. Cass. 17 november 2005, nr. F.02.0060.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051117.7, dat het cassatieberoep tegen Brussel, 31 mei 2002, T.F.R. 2003, afl. 242, 509, noot, verwerpt; Cass. 22 mei 2008, nr. F.05.0092.N). Met de effectieve aanwending van de bedrijfsoppervlakte wordt geen voorwaarde voor belastbaarheid toegevoegd, i.t.t. wat de gemeente Kapelle-op-den-Bos voorhoudt. Artikel 1
- a)van het belastingreglement luidt immers letterlijk als volgt: "Voor het belastingjaar 1996 wordt er een belasting geheven op de door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon aangewende totale bedrijfsoppervlakte voor zover deze oppervlakte binnen het grondgebied van de gemeente gelegen is" (het hof onderlijnt). Onbetwist is dat de gronden waarvan verzoekster eigenaar is, niet door haar maar door landbouwers worden aangewend voor landbouwactiviteiten. Hieruit volgt dat de rechtsgrond om verweerster te belasten ontbreekt (vgl. voormelde cassatierechtspraak). De theorie van het vennootschapsvermogen naar luid waarvan, volgens de gemeente Kapelle-op-den-Bos, "vennootschappen uitsluitend opgericht met het oog op het uitoefenen van een winstgevende activiteit, namelijk niets (kunnen) bezitten dat niet daartoe dient" (conclusie, blz. 4), laat voormeld besluit onverkort voortbestaan. Op grond van voormelde theorie betoogt de gemeente Kapelle-op-den-Bos dat de gehele oppervlakte waarop verzoekster in haar gemeente het eigendomsrecht heeft, een bedrijfsoppervlakte in de zin van artikel 1
- a)van het belastingreglement is. De theorie van het vennootschapsvermogen laat evenwel geenszins toe te besluiten dat verzoekster bewuste bedrijfsoppervlakte ook daadwerkelijk aanwendt. Volgens de gemeente Kapelle-op-den-Bos is het "niet terzake dienend" dat "(verzoekster) deze oppervlakte louter beheert of zelfs effectief afwendt van haar maatschappelijk doel, door het te verpachten aan een derde zonder vergoeding die de oppervlakte gebruikt als weidegrond" (conclusie gemeente Kapelle-op-den-Bos, blz. 6). De gemeente Kapelle-op-den-Bos ziet hierbij over het hoofd dat niet verzoekster, dan wel de landbouwers aan wie zij haar gronden verpacht, de bedrijfsoppervlakte aanwenden. De rechtsgrond om te belasten ontbreekt dus wel degelijk. De fiscale voorziening wordt op die grond toegekend, zonder dat het nog nodig is de andere grieven van verzoekster te onderzoeken. 3. Partijen zijn het inzoverre met elkaar eens dat de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van kosten en erelonen van een advocaat op de oude fiscale procedure niet toepasselijk is. OM DEZE REDENEN, HET HOF, rechtsprekend na tegenspraak, Gelet op art 24bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart de fiscale voorziening ontvankelijk en gegrond, Vernietigt de bestreden aanslag in de gemeentebelasting op de bedrijfsoppervlakte voor het dienstjaar 1996, artikel nr. 0006, Veroordeelt de gemeente Kapelle-op-den-Bos tot terugbetaling van alle sommen die op grond van de aldus vernietigde aanslag werden geïnd, vermeerderd met de moratoriuminteresten voorzien in artikel 418 WIB
(1992). Veroordeelt de gemeente Kapelle-op-den-Bos tot de kosten van de voorziening, vereffend zoals in strafzaken op het bedrag van 89,02 EUR, Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 6de fiscale kamer van het hof van beroep te Brussel, op alwaar aanwezig waren en zitting namen : - J. Verstappen, raadsheer dd voorzitter, - P. Vandermotten, raadsheer, - C. Vanderkerken, raadsheer, - C. De Nollin, griffier. C. De Nollin. C. Vanderkerken. P. Vandermotten. J. Verstappen. Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051117.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div