id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 05 oktober 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20101005.9 Rolnummer: 2008AR637 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2013-10-09 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-07-01 13:46 Fiche I. De termijn van hoger beroep van één maand wordt berekend vanaf de dag na die van de betekening van het bestreden vonnis, van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste. In casu liep de termijn om hoger beroep in te stellen dan ook van 6 februari 2008 tot 5 maart
- 5 maart 2008 was een woensdag zodat de vervaldag van deze termijn niet tot een latere dag wordt verplaatst. Appellanten hebben op 6 maart 2008 hoger beroep ingesteld, anders gezegd buiten de termijn van artikel 1051 Ger. W. Het hoger beroep is niet toelaatbaar. II. De enige omstandigheid dat hun rechtsmiddel te laat werd ingesteld laat niet toe het tergende of roekeloze karakter ervan vast te stellen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Termijn hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Schadevergoeding en boete Vrije woorden: Gewone rechtsmiddelen. Termijn vor hoger beroep. Sanctie bij miskenning van de termijn van hoger beroep. Artikel 1051 Ger. W. Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2008/AR/637 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN:
- S. O., beroepsvoetballer, wonende te
- K. F., zonder beroep, wonende appellanten, beiden vertegenwoordigd door Mr. MONDELAERS loco Mr. DEBEN Theo, advocaat te 1030 BRUSSEL, Lambermontlaan 360 ; TEGEN: De GEMEENTE ANDERLECHT, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1070 BRUSSEL, Raadsplein 1, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. FRANCQUEN loco Mr. THIEL Patrick, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 178 ; Procedure. Gewone rechtsmiddelen. Hoger beroep. Termijn. Artikel 1051 Ger. W. I. De termijn van hoger beroep van één maand wordt berekend vanaf de dag na die van de betekening van het bestreden vonnis, van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste. In casu liep de termijn om hoger beroep in te stellen dan ook van 6 februari 2008 tot 5 maart
- 5 maart 2008 was een woensdag zodat de vervaldag van deze termijn niet tot een latere dag wordt verplaatst. Appellanten hebben op 6 maart 2008 hoger beroep ingesteld, anders gezegd buiten de termijn van artikel 1051 Ger. W. Het hoger beroep is niet toelaatbaar. II. De enige omstandigheid dat hun rechtsmiddel te laat werd ingesteld laat niet toe het tergende of roekeloze karakter ervan vast te stellen. ________________________________________________ Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: - het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (22ste kamer) na tegenspraak uitgesproken op 8 januari 2008, bij exploot van 5 februari 2008 aan appellanten betekend; - het verzoekschrift tot hoger beroep, op 6 maart 2008 ter griffie van het hof neergelegd; - de conclusie en syntheseconclusie van geïntimeerde. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 13 september 2010 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Procedure
- Appellanten stellen hoger beroep in tegen het bestreden vonnis waarbij de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde ontvankelijk en in de volgende mate gegrond werd verklaard en waarbij appellanten veroordeeld werden tot betaling aan geïntimeerde van 20.908,13 euro, te verhogen met de verwijlinterest aan de wettelijke interestvoet vanaf 7 februari 2007 en met de gerechtskosten. Appellanten vorderen met de hervorming van de bestreden beschikking de oorspronkelijke vordering van de gemeente Anderlecht ongegrond te verklaren en geïntimeerde te veroordelen tot betaling van de gerechtskosten.
- Bij hun verzoekschrift tot hoger beroep stellen appellanten: - dat de eerste rechter ten onrechte besliste dat de onbewoonbaarverklaring terecht was en dat zij verantwoordelijk zijn voor onvoorzichtigheden o.m. begaan in de aansluiting van de gasinstallatie; - dat hij ook ten onrechte oordeelde dat het gezin Agbo-Akapovi regelmatig in het onroerend goed verbleef; - dat hij ten onrechte oordeelde dat het gemeentebestuur geen overbodige kosten maakte. Voor het overige vergenoegen appellanten zich te verwijzen "naar de conclusies genomen in eerste aanleg". Met gezegde conclusies dient het hof echter geen rekening te houden (artikel 744, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek).
- Geïntimeerde besluit tot de niet-ontvankelijkheid, minstens de ongegrondheid van het hoger beroep met veroordeling van appellanten in alle kosten. Zij stelt een incidentele vordering in en vordert de veroordeling van appellanten tot betaling van 5.000 euro als schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep. II. Relevante feitelijke gegevens
- Het hof verwijst naar de omstandige uiteenzetting van de feitelijke gegevens door de eerste rechter. De eerste rechter oordeelde dat de betwiste woning van appellanten aan de Barastraat, die zij verhuurden, niet in een goede toestand verkeerde, meer bepaald wat de gasleidingen en gasaansluitingen en wat de evacuatie van verbrandingsgassen betreft, met het gevolg dat de twee huurders dienden afgevoerd te worden met een CO-vergiftiging. Geïntimeerde heeft dan ook terecht een verklaring van onbewoonbaarheid genomen. De gemeente is gerechtigd de relocatiekosten op de eigenaars te verhalen. De eerste rechter oordeelde ten slotte dat de gevorderde kosten niet overdreven waren. III. Bespreking
- Geïntimeerde concludeert tot de niet-ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep wegens laattijdigheid.
- Het bestreden vonnis werd op 5 februari 2008 aan beide appellanten betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder Phlypo te Roeselare. De termijn van hoger beroep van één maand wordt berekend vanaf de dag na die van de betekening, van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste. Deze termijn liep dan ook van 6 februari 2008 tot 5 maart
- 5 maart 2008 was een woensdag zodat de vervaldag van deze termijn niet tot een latere dag wordt verplaatst. Appellanten hebben op 6 maart 2008 hoger beroep ingesteld, anders gezegd buiten de termijn van artikel 1051 van het Gerechtelijk Wetboek. Het hoger beroep is niet toelaatbaar.
- De incidentele vordering is ongegrond. Het wordt immers niet aangetoond dat appellanten hoger beroep hebben ingesteld in zulke omstandigheden dat iedere rechtsonderhorige, in dezelfde concrete omstandigheden als appellanten geplaatst, zich zou onthouden hebben de zaak ter beoordeling van het hof van beroep voor te leggen of dat hij op foutieve wijze haar recht tot hoger beroep zou hebben uitgeoefend. De enige omstandigheid dat hun rechtsmiddel te laat werd ingesteld laat niet toe het tergende of roekeloze karakter ervan vast te stellen.
- De gerechtskosten: De gerechtskosten worden ten laste van appellanten gelegd in hun hoedanigheid van (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij. Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft is er geen reden om af te wijken van het basistarief zoals vastgesteld bij het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger. W. en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat. Te dezen bedraagt het basisbedrag 2.000 euro . OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep niet toelaatbaar. Verklaart de incidentele vordering van geïntimeerde ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt appellanten in de gerechtskosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van henzelf op 186 euro rolrechten + 2.000 euro rechtsplegingsvergoeding en begroot in hoofde van de Gemeente Anderlecht op 2.000 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke te¬rechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 5 oktober
- Waar aanwezig waren: Dhr. E. Janssens de Bisthoven, alleenzetelend Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans E. Janssens de Bisthoven Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.