← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20101109.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 09 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20101109.2 Rolnummer: 2008AR2972 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-11-09 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-07-01 14:03 Fiche I. Het toepassingsgebied van de wet van 15 mei 2007 inzake het deskundigenonderzoek betreft de deskundigen die rechtstreeks aangesteld worden door een rechtbank en betreft, a contrario, niet de deskundigen aangesteld door de notaris zelf in het kader van een boedelbeschrijving of gerechtelijke vereffening-verdeling. Laatstgenoemde deskundigen staan immers enkel de notaris bij en niet de rechter en de partijen. II. De wettelijke vergoedingsregeling is zo dat een reëvaluatie van de vergoedingen gebeurt volgens artikel 1435 B.W. en dat nadien de intresten worden berekend volgens artikel 1436 B.W. Dat dit soms aanleiding geeft tot een dubbel voordeel voor de vergoedingsgerechtigde volgt uit de wet. De mogelijke onbillijkheid van deze regeling in welbepaalde gevallen is evenwel geen reden om thans in een concreet geval die beide bepalingen niet cumulatief toe te passen. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - NOTARIAAT - Algemeen (notariaat) BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: I. Deskundigenonderzoek. Wet van 15 mei

  1. Wettelijke werkwijze van de deskundige. Toepassingsveld. Toepassingsveld ratione personae. Onderscheid tussen deskundigen naargelang van hun aanstelling door een rechter en een notaris. II. Huwelijksvermogensrecht. Vereffening van een ontbonden gemeenschap. Vergoedingen. Herwaardering. Intrestregeling. Cumulatieve toepassing van de artikelen 1435 en 1436 BW. Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2008/AR/2972 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: V. L., appellante, vertegenwoordigd door Mr. HEMMERECHTS Herwig, advocaat te 1930 Z., Willem Lambertstraat 2b ; TEGEN: D. P. geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. GERLO loco Mr. SIMONS Kristoff, advocaat te 1800 VILVOORDE, Rooseveltlaan 70 ; I. Artikelen 962 tot 991bis Ger. W. Deskundige. Toepassingsveld van de nieuwe wet van 15 mei 2007 betreffende het deskundigenonderzoek. Onderscheid tussen deskundigen enerzijds aangesteld door een rechter en anderzijds door een notaris in het kader van een boedelbeschrijving of gerechtelijke vereffening-verdeling. II. Artikelen 1435 en 1436 BW. Vereffening van een ontbonden gemeenschap. Cumulatieve toepassing van de herwaardering van de vergoedingen en van de wettelijke intrestregeling I. Het toepassingsgebied van de wet van 15 mei 2007 inzake het deskundigenonderzoek betreft de deskundigen die rechtstreeks aangesteld worden door een rechtbank en betreft, a contrario, niet de deskundigen aangesteld door de notaris zelf in het kader van een boedelbeschrijving of gerechtelijke vereffening-verdeling. Laatstgenoemde deskundigen staan immers enkel de notaris bij en niet de rechter en de partijen. II. De wettelijke vergoedingsregeling is zo dat een reëvaluatie van de vergoedingen gebeurt volgens artikel 1435 B.W. en dat nadien de intresten worden berekend volgens artikel 1436 B.W. Dat dit soms aanleiding geeft tot een dubbel voordeel voor de vergoedingsgerechtigde volgt uit de wet. De mogelijke onbillijkheid van deze regeling in welbepaalde gevallen is evenwel geen reden om thans in een concreet geval die beide bepalingen niet cumulatief toe te passen. (...) III. Bespreking: 3.
  2. Wat de werkwijze van deskundige L. betreft, geraadpleegd door de boedelnotaris: 3.1.
  3. Het toepassingsgebied van de wet van 15 mei 2007 betreft de deskundigen die rechtstreeks aangesteld worden door een rechtbank en betreffen, a contrario, niet de deskundigen aangesteld door de boedelnotaris zelf. Laatstgenoemde deskundigen staan immers enkel de notaris bij en niet de rechter en de partijen. 2.1.
  4. In de loop van de gerechtelijke vereffening - verdeling mag de boedelnotaris zijn licht opsteken bij een specialist die een bijzondere kennis heeft over een bepaald punt, zelfs al heeft het vonnis of het arrest waarbij de boedelnotaris gerechtelijk werd aangesteld, deze mogelijkheid niet voorzien. Wanneer een gerechtelijk aangestelde notaris een beroep doet op een particuliere deskundige, - zoals in de hypothese van de boedelbeschrijving waarbij de notaris voor de schatting van bepaalde goederen zelf een beroep mag doen op een deskundige overeenkomstig artikel 1183, 4° Ger. W., - is het de notaris zelf die verantwoordelijk blijft voor de uiteindelijke schatting en niet de particuliere deskundige vermits deze laatste enkel de instrumenterende notaris bijstaat. 2.1.
  5. Indien de boedelnotaris beslist rekening te kunnen houden met het verslag van de door hem geraadpleegde particuliere deskundige, verwerft dit verslag hierdoor niet het juridisch statuut van een verslag van een gerechtsdeskundige in de zin van huidige artikelen 962 à 991bis Ger. W. Het standpunt van deze particuliere deskundige heeft geen andere waarde dan het standpunt van de boedelnotaris zelf te versterken. De raadpleging door een gerechtelijk aangestelde boedelnotaris van een particuliere deskundige aangewezen door de boedelnotaris op zijn eigen initiatief, wordt beheerst door geen enkele specifieke regeling, onder voorbehoud van de regels inzake de deontologie van de notaris. De artikelen betreffende het gerechtelijk onderzoek, vervat in het gerechtelijk wetboek, en zoals thans voortspruitende uit de wetswijziging van 15 mei 2007, zijn derhalve niet van toepassing op het advies of verslag van een particuliere deskundige die de boedelnotaris zelf heeft aangesteld om hem bij de staan en voor te lichten bij de schatting van bepaalde onverdeelde goederen. 2.1.
  6. De werkwijze van de boedelnotaris is in deze, op het vlak van de schatting, zodoende geenszins onwettig. Appellante toont niet aan dat de boedelnotaris op een verkeerde wijze tot herwaardering is overgegaan. Het bezwaar van appellante V. i.v.m. de schatting is bijgevolg ongegrond. 3.
  7. (...) 3.
  8. (...) 3.
  9. Wat de intresten op vergoedingen betreft: (...) 3.4.
  10. De zwarigheid betreffende de verjaringstermijn van vijf jaar (art. 2277 BW) kan evenmin aangehouden worden. De verjaring werd in deze gestuit. Wat de verjaringstermijn m.b.t. de vergoedingen betreft, loopt deze overigens niet gedurende het huwelijk omdat tijdens het huwelijk vergoedingen niet vereffend mogen worden. Verder is de wettelijke vergoedingsregeling zo dat een reëvaluatie van de vergoedingen gebeurt volgens artikel 1435 B.W. en dat nadien de intresten worden berekend volgens artikel 1436 B.W. Dat dit soms aanleiding geeft tot een dubbel voordeel voor de vergoedingsgerechtigde volgt uit de wet. De mogelijke onbillijkheid van deze regeling in welbepaalde gevallen is evenwel geen reden om thans die beide bepalingen niet cumulatief toe te passen. (...) OM DEZE REDENEN HET HOF, (...) Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Beveelt de homologatie van de staat van vereffening en verdeling van 23 april
  11. (...) Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 9 november
  12. Waar aanwezig waren: Mevr. A. De Preester, Kamervoorzitter, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans A. De Preester Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.