id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 23 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20101123.1 Rolnummer: 2004AR3017 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-11-29 Raadplegingen: 130 - laatst gezien 2026-07-01 14:08 Fiche 1. Bij de interpretatie van een testament, zijn, in beginsel, de algemene regels uit het verbintenissenrecht (artikelen 1156 - tot 1164 B.W.) mutatis mutandis van toepassing 2. Wanneer een testamentmaker een persoon uitdrukkelijk aanstelt tot algemene legataris betekent dit in de regel dat de testamantmaker hem de algemeenheid van de goederen bij zijn overlijden nalaat (artikel 1003 van het Burgerlijk Wetboek). Bij een geschil omtrent de interpretatie van een testament dient de rechter evenwel het testament ook als een samenhangend geheel te interpreteren en de kwalificatie ‘algemeen legaat' door de testamentmaker gegeven is niet doorslaggevend. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Testamenten - Legaat - Algemeen BURGERLIJK RECHT - SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN - Testamenten - Legaat - Algemeen legaat Vrije woorden: Kwalificatie van kegaten. Uitdrukkelijke kwalificatie door de testamentmaker van een pseroon tot algemene legtaris die evenwel in werkelijkheid slechts geroepen is tot een goed (bijzonder legatari)s. Regels inzake de interpretatie van testamenten. Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2004/AR/3017 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: A. A., en G. M., , samenwonende te appellanten, beiden vertegenwoordigd door Mr. TALLON Alex, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 283 b21 ; TEGEN: 1. V.-D. A., wonende te geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. GUFFENS loco Mr. STABEL Willem, advocaat te 2650 EDEGEM, Hovestraat 28 ; 2. V. C., wonende te geïntimeerde, die niet verschijnt noch iemand in zijn naam ; 3. M. P., wonende te geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. GUFFENS loco Mr. STABEL Willem, advocaat te 2650 EDEGEM, Hovestraat 28 ; 4.
- a)V. J.
- b)V. A.
- c)V. K.
- d)V. I.
- e)V. V. gedinghervattende partijen van wijlen V.-D. G. geïntimeerden, allen vertegenwoordigd door Mr. GUFFENS loco Mr. STABEL Willem, advocaat te 2650 EDEGEM, Hovestraat 28 ; Testament . Interpretatie. Artikel 1002 BW. Kwalificatie van legaten. 1. Bij de interpretatie van een testament, zijn, in beginsel, de algemene regels uit het verbintenissenrecht (artikelen 1156 - tot 1164 B.W.) mutatis mutandis van toepassing 2. Wanneer een testamentmaker een persoon uitdrukkelijk aanstelt tot algemene legataris betekent dit in de regel dat de testamantmaker hem de algemeenheid van de goederen bij zijn overlijden nalaat (artikel 1003 van het Burgerlijk Wetboek). Bij een geschil omtrent de interpretatie van een testament dient de rechter evenwel het testament ook als een samenhangend geheel te interpreteren en de kwalificatie ‘algemeen legaat' door de testamentmaker gegeven is niet doorslaggevend. (...) I. Procedure (...) II. RELEVANTE FEITELIJKE GEGEVENS 4. Bij eigenhandig testament gedateerd op 15 mei 1995 (zie verder randnummer 10) heeft M. V. de volgende beschikkingen genomen: - appellanten ("de dokters A. en M. A.") werden als testamentuitvoerders aangesteld; - zij werden als "algemene legatarissen" benoemd; - aan appellanten werd het terrein en de woning te L. aan de H.-straat 26 gelegateerd; - het resterend deel van de nalatenschap werd, na aftrek van de begrafeniskosten, gelegateerd aan (de rechtsvoorgangers van) geïntimeerden; - een aantal schilderijen, litho's en boeken werd aan vrienden en andere familieleden gelegateerd; - voor zover er nadien nog enig goed, meubels, huishoudlinnen of andere voorwerpen zouden worden aangetroffen, zouden deze ten voordele van de Ziekenzorg van E. worden verkocht. Het testament werd op 16 oktober 1996 neergelegd onder de minuten van notaris X te Z. De notaris bevestigde dat het testament hem door de overledene aan zijn studie werd overhandigd. 5. M. V. overleed op 17 september 1996 in het bejaardentehuis (gasthuis volgens appellanten), gelegen te U. aan de D.straat 454, tevens domicilie van appellanten, dat uitgebaat wordt door appellanten. Beide appellanten zijn artsen. Volgens geïntimeerden zijn appellanten, minstens tweede appellante, de behandelende arts van Maria V. Op 24 juni 1997 heeft de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel een beschikking van inbezitstelling aan appellanten verleend, zulks in hun (beweerde) hoedanigheid van algemene legatarissen (artikel 1008 van het Burgerlijk Wetboek). 6. Op 4 april 2001 hebben geïntimeerden de appellanten voor de eerste rechter gedagvaard ten einde voor recht te laten zeggen dat het testament van M. V. nietig is voor zover het appellanten aanduidt als legatarissen van de woning en voor zover het appellanten aanstelt als testamentuitvoerder nu (toenmalig) artikel 909 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat dokters in de geneeskunde of de heelkunde, officieren van gezondheid en apothekers die een persoon hebben behandeld gedurende de ziekte waaraan hij overleden is, geen voordeel kunnen genieten van de beschikkingen onder levenden of testament die hij in de loop van die ziekte te hunnen behoeve zou hebben gemaakt, welke wetsbepaling ook van toepassing is op de uitbaters van bejaardentehuizen. Minstens vorderden geïntimeerden appellanten als testamentuitvoerders af te zetten nu zij in strijd met artikel 1031 van het Burgerlijk Wetboek na meer dan vier jaar geen boedelbeschrijving hadden opgesteld en enkel tot de verdeling van de schilderijen en de boeken waren overgegaan en dat er geen spoor bleek te bestaan van de goederen van de erflater (o.m. de kasbons, tegoeden op de bankrekeningen, inhoud van de bankkluis, gelden uit de levensverzekering enz.) en hen in het bezit te stellen van de nalatenschap. Zij vroegen dienvolgens appellanten te veroordelen tot afgifte van de goederen afhangende van de nalatenschap, dit alles op last voor geïntimeerden om de goederen voorwerp van de bijzondere legaten aan de begunstigden af te geven, voor zover de goederen kunnen worden aangetroffen en voor zover dit nog niet zou zijn gebeurd. In elk geval vroegen geïntimeerden gemachtigd te worden om alle nodige inlichtingen in te winnen bij notarissen, banken en verzekeringsinstellingen m.b.t. de bezittingen van Maria V.. (...) III. Bespreking 1°. Ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering : het belang in hoofde van geïntimeerden 9. Appellanten houden voor dat geïntimeerden geen belang hebben om de nietigheid van het algemeen legaat aan appellanten in te roepen. Geïntimeerden zouden immers slechts een bijzonder legaat hebben verkregen, te weten het geld dat na aftrek van de begrafeniskosten op de bankrekening bij de Kredietbank zou overblijven, maar zij hebben bijgevolg geen recht op het geheel van de nalatenschap en kunnen geen aanspraak maken op andere goederen uit de nalatenschap, o.m. de onroerende goederen. 10. Het middel vereist een interpretatie door het hof van het testament dat wijlen Maria V. op 15 mei 1995 opstelde. Bij de interpretatie van een testament, zijn - in beginsel - de algemene regels uit het verbintenissenrecht (artikelen 1156 - tot 1164 van het Burgerlijk Wetboek) mutatis mutandis van toepassing . Het testament luidt: "Ceci est mon testament. Je nomme comme légataires universels les docteurs A. et M. A. (...) à charge d'exécuter les donations dont il est question plus loin. Je lègue aux dits docteurs le terrain et la maison sis (...) Je leur demande en premier lieu de s'occuper de mes funérailles dans la plus stricte simplicité (...) Après les frais de funérailles (prélevés sur mon compte déposé à la K.B. n° 430-0169900-41) je tiens à diviser ce qui reste entre : (1 - 2- 3 - 4 = geïntimeerden) Les lithographies (...) vont à mon ami de toujours (...) Le tableau coloré (...), les lithos (...) iront à ma petite nièce préférée (...) Les livres (...) iront à mon filleul (...) Les livres (...) iront à mon neveu (...) S'il reste quelque bien, meubles, linge de maison, objets quelconques, ils seront vendus au profit de Ziekenzorg de E.. Fait à L., le 15/5/95. Ondertekend M. V., Vve D.." VERTALING "Dit is mijn testament. Ik benoem als algemene legatarissen de dokters A. en M. A. (...), belast met de uitvoering van de schenkingen hierna vermeld. Ik legateer aan de gezegde dokters het terrein en het huis gelegen (...) Ik vraag hen in eerste instantie mijn begrafenis op de meest eenvoudige manier te regelen (...) Na de begrafeniskosten (vereffend via mijn rekening bij de K.B. nr. 430-0169900-41) wens ik wat overblijft te verdelen tussen: (1 - 2- 3 - 4 = geïntimeerden) De lithografieën (...) gaan naar mijn vriend voor altijd (...) Het gekleurde doek (...), de litho's (...) gaan naar mijn lievelingsachternicht (...) De boeken (...) gaan naar mijn petekind (...) De boeken (...) gaan naar mijn neef (...) Indien er enig goed, meubels, huishoudlinnen, gelijk welke voorwerpen overblijven, zullen zij verkocht worden ten voordele van Ziekenzorg E.. Gedaan te L. op 15/5/1995 Ondertekend M. V., Wed. D.." 11. Appellanten interpreteren het testament in die zin dat het legaat ten gunste van geïntimeerden enkel de gelden op de bankrekening bij de Kredietbank, na aftrek van de begrafeniskosten, tot voorwerp heeft. Dit strookt echter vooreerst niet met de tekst van het testament, waarbij Maria V. niet verklaart (het tegoed
- op)de vermelde bankrekening na te laten maar wel "wat overblijft". Dit betekent niet wat op de bankrekening overblijft, zoals appellanten poneren, maar wel de overblijvende goederen buiten het terrein en het huis gelegen te L. die aan appellanten worden vermaakt en uitgezonderd de bijzondere legaten verder in het testament vermeld. Weliswaar worden appellanten uitdrukkelijk als "algemene legatarissen" aangesteld, hetgeen in de regel betekent dat de testatrice hun "de algeheelheid van (haar) goederen" bij haar overlijden nalaat (artikel 1003 van het Burgerlijk Wetboek). Het hof dient echter het testament als een samenhangend geheel te interpreteren en de kwalificatie door de testatrice gegeven is niet doorslaggevend . Het aanstellen van appellanten als algemene legatarissen is niet bestaanbaar met een bijzonder legaat van het terrein en het huis te L. en het is bijgevolg helemaal niet aangetoond dat M. V. bij het opstellen van haar eigenhandig testament de exacte betekenis van het juridische begrip "algemene legataris" begreep, reden waarom zij dan dezelfde personen als "algemene legatarissen" aanstelde om hun onmiddellijk nadien een bijzonder legaat (of legaat onder algemene titel) van de vermelde onroerende goederen toe te kennen. De onlogische tekst van de beschikking laat vermoeden dat M. V. zich verkeerd heeft uitgedrukt bij het gebruik van de woorden "algemene legatarissen". De interpretatie door appellanten van de beschikkingen uit het testament kan evenmin bekrachtigd worden nu appellanten volledig abstractie maken van het legaat m.b.t. de onroerende goederen. Deze laatste beschikking is duidelijk en niet voor interpretatie vatbaar en het beding moet gevolg hebben . De bedoeling van de testatrice heeft voorrang op de letterlijke zin van de woorden (in het bijzonder de aanstelling als "algemene legatarissen") . Te dezen heeft Maria V. kennelijk haar terrein en huis te L. aan de appellanten willen nalaten en "wat overblijft" aan (de rechtsvoorgangers van) geïntimeerden. 12. Uit het voorgaande leidt het hof af dat het testament een bijzonder legaat van de onroerende goederen ten gunste van appellanten inhoudt en een restlegaat, of legaat de residuo, ten voordele van (de rechtsvoorgangers van) geïntimeerden, met betrekking tot al het overige, uitgezonderd de verder in het testament opgenomen bijzondere legaten. Het restlegaat van wat overblijft ten gunste van de vier (rechtsvoorgangers van) geïntimeerden maakt een algemeen legaat uit, en dit gelet op de roeping van deze personen tot het geheel (artikel 1003 van het Burgerlijk Wetboek). Samengevat interpreteert het hof dienvolgens het testament in zijn volledige structuur als volgt: - appellanten zijn aangesteld als bijzondere legatarissen van het onroerend goed te L. (woonhuis en terrein); - aan appellanten wordt gevraagd haar begrafenis volgens haar wensen te regelen; - de specifiek opgesomde roerende goederen worden overgemaakt aan de bijzondere legatarissen; - het restlegaat van meubels, huishoudlinnen of andere voorwerpen wordt vermaakt aan de bijzondere legataris Ziekenzorg te Eyzeringen; - en één algemeen restlegaat gestipuleerd ten voordele van (de rechtsvoorgangers van) geïntimeerden. (...) OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, (...) Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. (...) Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 23 november 2010. Waar aanwezig waren: Mevr. A. De Preester, Kamervoorzitter, Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer, Dhr. M. Debaere, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans M. Debaere E. Janssens de Bisthoven A. De Preester Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div