id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 30 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20101130.5 Rolnummer: 2008AR3186 Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-12-06 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-07-01 14:12 Fiche Het gebrek van de zaak veronderstelt een afwijkend of abnormaal kenmerk dat van aard is om in bepaalde omstandigheden schade te veroorzaken. Nu de lift in een voor het publiek toegankelijk gebouw op de eerste verdieping een tien à vijftien centimeter lager dan het niveau van de verdieping is blijven hangen, dat het niveauverschil kennelijk niet opvalt in hoofde van een normale gebruiker en dat het zware ongevallen voor gevolg kan hebben, stelt het hof vast dat de lift te dezen inderdaad met een gebrek in de zin van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek was behept. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Zaken Vrije woorden: Lift - gebrek in de zaak - lift die niet tot de juiste hoogte komt - niveauverschil van 10 tot 15 com. Val van een gebruiker van de lift omwille van dit gebrek. Aansprakelijkheid van de bewaarder. Quid de aansprakelijkheid van de onderhoudsfirma? Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2008/AR/3186 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: KONE BELGIUM N.V., met maatschappelijke zetel te 1140 BRUSSEL, Leuvensesteenweg 1038, ingeschreven met KBO-nummer 0436.407.453, appellante, vertegenwoordigd door Mr. VERHAEGHE loco Mr. VERDEYEN Guido, advocaat te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F ; TEGEN:
- S. M. en V. J., geïntimeerden, beiden vertegenwoordigd door Mr. KINAT loco Mr. DEVLIES Carl, advocaat te 3000 LEUVEN, Bondgenotenlaan 132 ;
- SPORTAVAN N.V., met maatschappelijke zetel te 3001 HEVERLEE, Philipsite 6/1279, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. JACOBS loco Mr. DE KETELAERE Jacques, advocaat te 3000 LEUVEN, Bondgenotenlaan 155 A ; Artkel 1384, eerste lid BW Het gebrek van de zaak veronderstelt een afwijkend of abnormaal kenmerk dat van aard is om in bepaalde omstandigheden schade te veroorzaken. Nu de lift in een voor het publiek toegankelijk gebouw op de eerste verdieping een tien à vijftien centimeter lager dan het niveau van de verdieping is blijven hangen, dat het niveauverschil kennelijk niet opvalt in hoofde van een normale gebruiker en dat het zware ongevallen voor gevolg kan hebben, stelt het hof vast dat de lift te dezen inderdaad met een gebrek in de zin van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek was behept. Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: Ø het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (9de kamer) na tegenspraak uitgesproken op 13 februari 2008, op verzoek van NV Sportavan bij exploot van 18 november 2008 aan eerste geïntimeerden betekend en bij exploot van 2 december 2008 aan appellante betekend; Ø het verzoekschrift tot hoger beroep, op 19 december 2008 ter griffie van het hof neergelegd; Ø de conclusie van appellante; Ø de syntheseconclusie van eerste geïntimeerden; Ø de syntheseconclusie van tweede geïntimeerde. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2010 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Procedure
- Appellante stelt hoger beroep in tegen het bestreden vonnis waarbij: Ø de oorspronkelijke vordering van eerste geïntimeerden, gericht tegen appellante en tweede geïntimeerde, ontvankelijk en in volgende mate gegrond wordt verklaard; Ø NV Kone Belgium en NV Sportavan in solidum veroordeeld worden tot betaling van een provisie van 2.500 euro aan M. S.; Ø de vordering in vrijwaring van Kone Belgium tegen Sportavan ontvankelijk maar ongegrond wordt verklaard; Ø de vordering in vrijwaring van Sportavan tegen Kone Belgium ontvankelijk en in de volgende mate gegrond wordt verklaard; Ø Kone Belgium wordt veroordeeld Sportavan te vrijwaren voor elke veroordeling in hoofdsom, interest en kosten; Ø een wetsdokter als deskundige aangesteld wordt om de lichamelijke schade in hoofde van M. S. te beschrijven en te ramen; Ø de beslissing voor het overige aangehouden wordt. Appellante vordert met de hervorming van het bestreden vonnis, om de oorspronkelijke vordering van eerste geïntimeerden en de oorspronkelijke vordering in vrijwaring van tweede geïntimeerde in zover tegen haar gericht ongegrond te verklaren en deze partijen tot alle kosten te veroordelen, inclusief de rechtsplegingsvergoeding van 2.000 euro.
- Eerste geïntimeerden besluiten tot de ongegrondheid van het hoger beroep. Zij stellen een nieuwe vordering in hoger beroep in en vorderen, ten laste van NV Kone Belgium en NV Sportavan in solidum, 8.020,71 euro ten voordele van de huwgemeenschap, enerzijds, en 14.005,50 euro + 3.500 euro ten voordele van M. S. in eigen naam, telkens vermeerderd met de vergoedende en gerechtelijke interest. Zij vorderen ten slotte de gerechtskosten van beide aanleggen, inclusief de rechtsplegingsvergoeding van 900 euro voor de huwgemeenschap en 1.100 euro voor M. S. in eigen naam. Thans dringt M. S. niet meer op de aanstelling van een deskundige aan. Zij aanvaardt immers de besluiten van de raadgevende geneesheer van de verzekeraar van NV Sportavan (DVV) en heeft op deze basis haar eindafrekening opgesteld.
- Tweede geïntimeerde vraagt het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en, in geval van evocatie, rechtdoende op de vordering van eerste geïntimeerden, deze vordering ontvankelijk doch gedeeltelijk ongegrond te verklaren. Zij vordert ten slotte de veroordeling van appellante en / of eerste geïntimeerden tot betaling van de gerechtskosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding van 2.000 euro. II. RELEVANTE FEITELIJKE GEGEVENS
- Het geschil heeft betrekking op de schadelijke gevolgen van een val van M. S., overkomen op 7 december 2005 ‘s avonds in het sportcomplex Sportplaza, nu Sportoase, te Leuven. M. S., geboren op 15 oktober 1928, en haar echtgenoot J. V., geboren op 1 maart 1931, woonden op deze dag een seniorenfeest in dit sportcomplex bij. Op een bepaald ogenblik wenste M. S. op de eerste verdieping de lift naar beneden te nemen. Zij stapte in de lift en kwam daar zwaar ten val omdat de lift niet volledig tot op de verdieping gekomen was, maar wel 10 à 15 centimeter lager dan het niveau van de eerste verdieping was blijven hangen. M. S. had dit niet opgemerkt en kwam ten val, waarbij zij haar enkel brak. Het slachtoffer verbleef van 7 tot 21 december 2005 in het ziekenhuis en daarna van 21 december tot 24 februari 2006 in een revalidatiecentrum. De lift is eigendom van de NV Sportavan die een (niet door partijen overgelegd) onderhoudscontract afgesloten had met NV Kone Belgium. III. Bespreking 1°. Aansprakelijkheden
- De eerste rechter oordeelde dat de lift met een gebrek in de zin van artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek behept was en dat de NV Sportavan, in haar hoedanigheid van bewaarder van de lift, voor het ongeval aansprakelijk is. Verder oordeelde de eerste rechter dat NV Kone Belgium jegens eerste geïntimeerden op grond van artikel 1382-1383 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is en dat zij contractueel gehouden is NV Sportavan te vrijwaren.
- Appellante tracht ten onrechte de oorzaak van de val van geïntimeerde S. in twijfel te trekken. Twee getuigen van het ongeval hebben een schriftelijke verklaring afgelegd, met name schepen van senioren en leefmilieu Pierre Neefs en de heer Kris Bormans. Volgens de eerste stond de lift "een tiental centimeter lager dan de vloer" en volgens de tweede getuige stond "de liftvloer 15 centimeter lager dan normaal". Er bestaat geen reden om te twijfelen aan de objectiviteit en geloofwaardigheid van deze getuigen. Dit is ook de uitleg die het slachtoffer zelf in de aangifte aan haar verzekeraar rechtsbijstand gaf: "Lift in het Sportplaza stond 10 à 15 cm te laag, hierdoor is mevrouw S. zwaar ten val gekomen". Zelfs het Stadsbestuur Leuven verklaarde in de aangifte aan de verzekeraar B.A. van de stad, de maatschappij Ethias, m.b.t. de oorzaak van het schadegeval: "Lift van Sportplaza stond 10 à 15 cm te laag". De aangifte vermeldt de identiteit van de twee voornoemde getuigen en benadrukt als oorzaak van het ongeval een gebrekkige toestand van de installaties: "lift defect". De inspecteur van de verzekeraar B.A. Ondernemingen van NV Sportavan, de heer D. De Troij, heeft ten slotte in zijn verslag van 21 maart 2006 geenszins het ongeval aan een andere oorzaak toegeschreven. De inspecteur maakt integendeel gewag van herhaalde interventies van de firma Kone "in het verleden (om) naar de bewuste lift te komen kijken om te zien wat de oorzaak was dat de liftkooi niet altijd op de juiste hoogte stopte". Deze elementen maken afdoende bewijzen uit dat het relaas van het ongeval van mevrouw S. met de realiteit strookt. Zij is bijgevolg bij het instappen van de lift ten val gekomen doordat de vloer van de kooi een tien à vijftien centimeter te laag stond. Een eigen fout of onvoorzichtigheid in hoofde van het slachtoffer wordt geenszins aangetoond en kan zeker niet uit de voorliggende elementen van het dossier worden afgeleid. Mevrouw S. heeft op volkomen normale wijze gebruik gemaakt van de lift. De veronderstellingen desbetreffend van appellante zijn niet gestaafd.
- De eerste rechter besloot dat de lift met een gebrek was behept. Het gebrek van de zaak veronderstelt een afwijkend of abnormaal kenmerk dat van aard is om in bepaalde omstandigheden schade te veroorzaken. Nu de lift in een voor het publiek toegankelijk gebouw op de eerste verdieping een tien à vijftien centimeter lager dan het niveau van de verdieping is blijven hangen, dat het niveauverschil kennelijk niet opvalt in hoofde van een normale gebruiker en dat het zware ongevallen voor gevolg kan hebben, stelt het hof vast dat de lift te dezen inderdaad met een gebrek in de zin van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek was behept.
- Tweede geïntimeerde, eigenaar en uitbater van het gebouw, betwist niet dat zij de lift onder haar bewaring had. Zij wordt dan ook vermoed aansprakelijk te zijn voor het schadegeval ongeacht de oorzaak van het gebrek. De eerste rechter oordeelde terecht dat tweede geïntimeerde tot vergoeding van de schade gehouden is.
- Appellante ontkent niet dat zij gelast werd met het onderhoud van de lift. De ettelijke interventies en onderhoudsdocumenten van Kone bewijzen dit voor zoveel als nodig. De onderhoudsdocumenten m.b.t. de litigieuze lift tonen aan dat hij regelmatig bijgeregeld of hersteld werd, m.n. reset, nazicht gelijkstelling, bijgeregeld enz. Nog daags vóór het schadegeval, zijnde op 6 december 2005, heeft een technicus van Kone deze lift "bijgeregeld" (zie onderhoudsfiche, bijlage 5/5 aan het verslag van inspecteur De Troij). Hierover schrijft appellante: "de dag voor het incident, op 6 december 2005, kreeg Kone een oproep voor tussenkomst wegens panne. Uit onze rapportering blijkt dat de deur geforceerd was geweest en opnieuw recht diende gehangen te worden. De deur werd trouwens diezelfde dag hersteld" . Op 9 december 2005, zijnde twee dagen na het ongeval, bood een technicus van appellante zich terug ter plaatse aan en voerde hij een "Setup" uit. Hierover schrijft appellante: "op 9 december 2005 werd er inderdaad een reset uitgevoerd, dat niets anders is de lift terug op zijn basisinstelling te plaatsen hetgeen regelmatig moet gebeuren, te meer wanneer een lift intensief en soms oneigenlijk wordt gebruikt (overladen, onderbreken veiligheden, forceren van de deuren...)" . Tweede geïntimeerde leidt terecht uit deze eigen verklaring van appellante af dat de technicus van Kone 6 december 2005, daags vóór het schadegeval een reset of setup had dienen uit te voeren. Hij stelde immers vast dat een deur geforceerd was geweest en een reset moet precies uitgevoerd worden na een "oneigenlijk gebruik" zoals het forceren van de deuren. Daags vóór het schadegeval had de aangestelde van Kone dus moeten overgaan tot het uitvoeren van een reset teneinde de lift terug op zijn basisinstelling te plaatsen. Deze nalatigheid had tot gevolg dat, daags daarna, de lift een niveauverschil van 10 à 15 centimeter vertoonde. Er wordt geen andere plausibele reden aangetoond voor dit defect. Deze reset-operatie werd pas bij de volgende interventie van Kone op 9 december 2005 uitgevoerd. Noch het onderhoudsfiche van de lift noch het e-mailbericht van appellante van 16 december 2008 maken immers gewag van het plegen van nieuwe daden van oneigenlijk gebruik tussen 6 en 9 december
- De omschreven nalatigheid is een contractuele wanprestatie van appellante zodat deze laatste de tweede geïntimeerde dient te vrijwaren voor de uitgesproken veroordeling in hoofdsom, interest en kosten. De tekortkoming van appellante maakt eveneens een quasi-delictuele fout uit in de mate de interventie van Kone erin bestond het onderhoud van de lift te verzekeren alsook de goede werking ervan, inclusief de veiligheid, in een gebouw dat voor het publiek toegankelijk is, en dat onder meer voor seniorenfeesten dient. Onafhankelijk van enige contractuele rechtsverhouding heeft appellante een onrechtmatige daad t.o.v. eerste geïntimeerden gepleegd in de mate dat haar fout gebruikers van de lift in gevaar heeft gebracht . Ook bij de uitvoering van een contractuele verbintenis, moet ieder persoon steeds de algemene zorgvuldigheidsplicht en de belangen van derden voor ogen houden. De veroordeling in solidum met tweede geïntimeerde om de schade van eerste geïntimeerden integraal te vergoeden, wordt bijgevolg bevestigd. 2°. De schade
- Bij eisuitbreiding vorderen eerste geïntimeerden thans hun definitieve schade. Nu alle partijen akkoord gaan over de besluiten van het consolidatieverslag van dokter J. Grauls (medisch kabinet Dr. Jonckheer), raadgevende geneesheer van DVV-Verzekeringen, d.d. 8 februari 2007, is de aanstelling van een wetsdokter inderdaad overbodig. De ontvankelijkheid van de eisuitbreiding in de zin van artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek wordt niet betwist.
- De besluiten van gezegd verslag luiden: Tijdelijke arbeidsongeschiktheid Geen Tijdelijke invaliditeit § 100 % van 7 december 2005 tot 24 februari 2006 § 70 % van 25 februari tot 30 april 2006 § 50 % van 1 tot 31 mei 2006 § 40 % van 1 tot 30 juni 2006 § 30 % van 1 tot 31 juli 2006 § 25 % van 1 augustus tot 30 september 2006 § 15 % van 1 oktober tot 6 december
- Consolidatie op 7 december 2006 met 12 % invaliditeit met meerinspanning voor huishoudelijke activiteiten. Ook de tijdelijke invaliditeit ging gepaard met een meerinspanning voor huishoudelijke activiteiten. Geen arbeidsongeschiktheid. Hospitalisatie in het Kapucijnenhof tot 24 februari 2006 kan aanvaard worden als zijnde een gevolg van de feiten. Hulp van derden: * 1 uur per dag (niet gespecialiseerd) van 25 februari tot 31 juli 2006 * 3 uur per week van 1 augustus 2006 tot consolidatiedatum * Geen blijvende hulp tengevolge van de feiten. Esthetische schade: een op de schaal tot zeven. Quantum doloris: § 5/7 van 7 tot 31 december 2005 § 3/7 van 1 januari tot 31 maart 2006 § 2/7 van 1 april tot 31 mei 2006 § Geen bijkomend quantum doloris. Reserve te maken voor verdere degeneratie voor eventuele heelkunde rechter enkel in causaal verband met de ons aanbelangende feiten. De feiten dienen desgevallend te worden geherevalueerd. Hierna worden de opeenvolgende schadeposten onderzocht.
- Medische kosten. Eerste geïntimeerden vorderen, namens de huwgemeenschap, 5.427,91 euro. Een aantal medische kosten werden herleid of herberekend in functie van de opmerkingen van de andere partijen. De factuur voor raadpleging en prestatie van de dermatoloog d.d. 31 mei 2006 (11,37 euro) staat in oorzakelijk verband met de schade. Mevrouw S. diende een tijdlang een externe fixateur te dragen en het consolidatieverslag vermeldt de littekens van deze fixateur. De raadpleging van een dermatoloog vóór de consolidatie is bijgevolg volledig aanvaardbaar. De farmaceutische verstrekkingen van 17 januari 2006 (88,94 euro) werden door dokter Geebelen voorgeschreven. Het geneesmiddel (Diovane) geeft inderdaad geen recht op tussenkomst van de mutualiteit. Deze schadepost is gegrond. De prestaties van dokter Reynaert van 31 december 2007 (15,24 euro) en 15 februari 2008 (ook 15,24 euro) betreffen prestaties nà de consolidatie. Het consolidatieverslag van 8 februari 2007 bevestigt niet het nut van deze interventies zodat deze schadepost verworpen wordt. Hetzelfde geldt voor de factuur MCH van 11 augustus 2008 (33,27 euro) m.b.t. prestaties uitgevoerd op 11 augustus
- Al deze kosten zijn vreemd aan het voorbehoud dat dokter Grauls in zijn consolidatieverslag heeft aanvaard. Er werd rekening gehouden met de tussenkomst van het ziekenfonds. De medische kosten worden aldus toegekend ten bedrage van 5.427,91 euro min 15,24 euro min 15,24 euro min 33,27 euro of een saldo van 5.364,16 euro, te verhogen met de vergoedende interest vanaf de gemiddelde datum van 20 juli 2006 (zie conclusie eerste geïntimeerden, p. 13).
- Verplaatsingskosten Eerste geïntimeerden vorderen vooreerst 141,10 euro, of de terugbetaling van vijf facturen van het Vlaamse Kruis, elk t.b.v. 28,70 euro. Nu het slachtoffer in deze periode in een revalidatiecentrum verbleef en niet (meer) in een ziekenhuis, maken deze kosten geen voorwerp uit van enige terugbetaling van het ziekenfonds. Deze vordering is gegrond. Eerste geïntimeerden vorderen daarenboven een forfaitair bedrag van 350 euro voor de overige verplaatsingen na het verblijf in het revalidatiecentrum, tussen hun verblijfplaats (te Leuven) en de behandelende artsen. Er worden 13 verplaatsingen vermeld, die gestaafd zijn. Eerste geïntimeerden maken bovendien gewag van de talrijke verplaatsingen naar de apotheek, de mutualiteit enz. Tweede geïntimeerde doet terecht opmerken dat de verplaatsingskosten deels gecompenseerd kunnen worden door gelijktijdige verplaatsingen voor andere doeleinden (boodschappen, bezoeken enz.). Het hof kent in billijkheid een forfaitair bedrag van 200 euro toe. Deze schadepost bedraagt bijgevolg 341,10 euro (141,10 euro + 200 euro), te verhogen met de vergoedende interest vanaf de gemiddelde datum van 20 juli
- Administratiekosten Eerste geïntimeerden vorderen een vergoeding van 125,00 euro voor administratiekosten. Dat zij administratiekosten hebben moeten maken, is helemaal aanvaardbaar. Gelet op de omstandigheden van het ongeval en de ondergane behandeling komt de forfaitaire tegemoetkoming, die vrij algemeen aanvaard wordt , gegrond voor.
- Kledijschade Eerste geïntimeerden vorderen, conform de nieuwe indicatieve tabel, 375,00 euro. Zij laten echter na het bewijs te leveren van effectief geleden kledijschade die niet zomaar af te leiden valt uit de omstandigheden van het schadegeval. De ongevalsaangifte van eerste geïntimeerden maakt geen gewag van andere materiële schade. Deze schadepost wordt niet gestaafd.
- Aanpassingswerken in het huis Eerste geïntimeerden vorderen 202,90 euro, zijnde de kosten voor aanschaf en plaatsing van een verhoogd toiletpot en twee handvaten in de woning. Het betreft materiële schade die te dezen niet gestaafd wordt aan de hand van een factuur. Het oorzakelijk verband tussen het ongeval en de aanschaf van deze uitrusting wordt bovendien niet aangetoond en wordt niet bevestigd in het consolidatieverslag.
- Meerinspanningen huishouden tijdens de tijdelijke invaliditeit De vergoeding voor meerinspanningen t.b.v. 1.398,80 euro, te verhogen met de vergoedende interest vanaf de gemiddelde datum van 20 juli 2006, wordt niet betwist.
- Hulp van derden Eerste geïntimeerden vorderen één uur per dag niet gespecialiseerde hulp, van 25 februari tot 31 juli 2009 en drie uren per week van 1 augustus tot 7 december 2006, telkens aan 10 euro per uur, of een globaal bedrag van 2.140,00 euro. Het loontarief van 10 euro per uur voor niet-gespecialiseerde hulp is niet overdreven. Deze vergoeding is vreemd aan de vergoeding voor meerinspanning en werd overigens in het consolidatieverslag bekrachtigd, los van de toegekende vergoeding voor meerinspanning in hoofde van het slachtoffer zelf. Tweede geïntimeerde en appellante doen ten onrechte gelden dat de hulp van derden waarschijnlijk door de echtgenoot zelf waargenomen werd. De hulp die door familieleden verstrekt wordt komt immers niet in aanmerking voor de begroting van de vergoeding die ten laste van de aansprakelijke derde valt . Deze schadepost, te verhogen met de vergoedende interest vanaf de gemiddelde datum van 20 juli 2006, is gegrond.
- Tijdelijke invaliditeit De vordering t.b.v. 5.482,50 euro, te verhogen met de vergoedende interest vanaf de gemiddelde datum van 7 juni 2006, wordt op zich niet betwist.
- Blijvende invaliditeit 12 % Mevrouw S. vordert een vergoeding van 4.122,00 euro voor haar morele schade (687,00 euro per punt), conform de nieuwe indicatieve tabellen + 2.061,00 euro voor meerinspanningen in het huishouden, (totaal 6.183,00 euro) telkens te verhogen met de vergoedende interest vanaf de consolidatiedatum van 7 december
- Slechts de tweede post wordt betwist. De deskundige heeft een "12 % invaliditeit met meerinspanningen voor huishoudelijke activiteiten" aangehouden. Mevrouw S. berekent de vergoeding voor meerinspanningen (dit is een vorm van materiële schade) op de helft van de vergoeding voor morele schade, wat nogal raar is en niet in haar voordeel. De vergoeding voor meerinspanning wordt aldus berekend op basis van 171,75 euro per punt, wat zeker niet overdreven is. Dit onderdeel van de vordering is gegrond.
- Esthetische schade Mevrouw S. vordert een forfaitaire vergoeding van 200,00 euro, te verhogen met de vergoedende interest vanaf de consolidatiedatum van 7 december 2006, die, gelet op de leeftijd en het geslacht van het slachtoffer, redelijk en billijk voorkomt voor een schade begroot op 1/7 op de schaal van Julin.
- Medische reserve Deze vordering, conform het consolidatieverslag, wordt niet betwist.
- Provisie Nu het hoger beroep ongegrond wordt verklaard beschikt mevrouw over een titel m.b.t. de aan haar toegekende provisie van 2.500 euro, die dan ook van de totale en definitieve vergoeding dient afgetrokken te worden. Het wordt niet betwist dat deze provisie niet betaald werd zodat er geen rekening moet gehouden worden met interesten op de provisie.
- Recapitulatie De vordering van eerste geïntimeerden wordt gegrond verklaard t.b.v. - Medische kosten 5.364,16 euro - Verplaatsingskosten 341,10 euro - Administratiekosten 125,00 euro - Kledijschade 0 - Aanpassingswerken in het huis 0 - Meerinspanningen huishouden T.I. 1.398,80 euro - Hulp van derden 2.140,00 euro - Tijdelijke invaliditeit 5.482,50 euro - Blijvende invaliditeit 6.183,00 euro - Esthetische schade 200,00 euro TOTAAL: 21.234,56 euro Af te trekken toegekende provisie - 2.500,00 euro EINDTOTAAL: 18.734,56 euro De posten hulp van derden, tijdelijke invaliditeit, blijvende invaliditeit en esthetische schade (2.140,00 + 5.482,50 + 6.183,00 + 200,00 euro - 2.500,00 euro = totaal 11.505,50 euro) worden door mevrouw S. in eigen naam gevorderd. De overige posten (5.364,16 + 341,10 + 125,00 + 1.398,80 = 7.229,06 euro) worden namens de huwgemeenschap gevorderd. * te verhogen met de vergoedende interest vanaf 20 juli 2006 op 9.369,06 euro (5.364,16 + 341,10 + 125,00 + 1.398,80 + 2.140,00 euro) * te verhogen met de vergoedende interest vanaf 7 juni 2006 op 5.482,50 euro * en te verhogen met de vergoedende interest vanaf 7 december 2006 op 6.383,00 euro (6.183,00 + 200 euro). De interest dient berekend op de wettelijke rentevoet.
- Vordering namens de heer V. in eigen naam De heer V. vordert in eigen naam "schade door weerkaatsing" voor het feit dat hij plots, en op hoge leeftijd, gedurende een periode van 2 ½ maand alleen is komen te staan, dat hij gedurende deze periode ontzettend hulpeloos was, dagelijks het leed en de pijnen van zijn vrouw heeft gedeeld en zelf schade heeft geleden ingevolge de moeilijke toestand van zijn echtgenote. Deze schade wordt op 3.500 euro begroot. Tweede geïntimeerde doet gelden dat schade door weerkaatsing enkel toegekend kan worden wanneer het slachtoffer in levensgevaar of coma verkeert zodat de toestand uiterst zorgwekkend is, wat te dezen gelukkig niet het geval is geweest. Het staat echter vast dat de heer V. op hoge leeftijd geconfronteerd werd met een zorgwekkende hospitalisatie van zijn echtgenote en met een langdurige eenzaamheid zodat hij recht heeft op de vergoeding van deze schade . De morele schade van de heer V. wordt in billijkheid geschat op 750,00 euro, te verhogen met de gerechtelijke interest vanaf de inleiding van zijn vordering.
- De gerechtskosten De gerechtskosten in hoger beroep worden ten laste gelegd van appellante, in haar hoedanigheid van meest in het ongelijk gestelde partij. De rechtsplegingsvergoeding wordt begroot op het basistarief zoals vastgesteld bij het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger. W. en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat. Te dezen bedraagt het basisbedrag 2.000 euro. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Verklaart de uitgebreide vordering in hoger beroep van de echtgenoten V. - S. ontvankelijk en in de volgende mate gegrond. Veroordeelt de NV Kone Belgium en de NV Sportavan in solidum tot betaling
(1)aan de heer J. V. en mevrouw M. S. in naam van hun huwgemeenschap de som van 7.229,06 euro te verhogen met de vergoedende interest aan de wettelijke interestvoet vanaf 20 juli 2006
(2)aan mevrouw M. S. in eigen naam het saldo van 11.505,50 euro, te verhogen met de vergoedende interest aan de wettelijke interestvoet vanaf 20 juli 2006 op 2.140 euro, te verhogen met de vergoedende interest aan de wettelijke interestvoet vanaf 7 juni 2006 op 5.482,50 euro en te verhogen met de vergoedende interest aan de wettelijke interestvoet vanaf 7 december 2006 op 6.383,00 euro en200,00 euro en
(3)aan de heer V. in eigen naam de som van 750 euro, telkens te verhogen met de gerechtelijke interest aan de wettelijke rentevoet vanaf 22 april 2009 (datum neerlegging van de eerste conclusie van eerste geïntimeerden). Verleent aan mevrouw M. S. akte van haar voorbehoud voor verdere degeneratie voor eventuele heelkunde aan de rechter enkel in causaal verband met het ongeval. Bevestigt het bestreden vonnis in zover het een provisie van 2.500,00 euro aan mevrouw M. S. toekende en in zover het de vordering in vrijwaring van NV Sportavan gegrond verklaarde en de NV Kone Belgium veroordeelde om NV Sportavan te vrijwaren tegen iedere veroordeling ten voordele van eerste geïntimeerden, in hoofdsom, interest en kosten. Veroordeelt appellante in de gerechtskosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van haarzelf op 186 euro (rolrechten) + 2.000 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 30 november 2010. Waar aanwezig waren: Mevr. A. De Preester, Kamervoorzitter, Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer, Dhr. M. Debaere, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans M. Debaere E. Janssens de Bisthoven A. De Preester Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div