← België

ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20101207.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van beroep van Brussel Vonnis/arrest van 07 december 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CABRL:2010:ARR.20101207.3 Rolnummer: 2007AR2713 Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2013-10-10 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-07-01 14:14 Fiche Politierechtbank. Artikel 601bis Ger. W. is niet beperkt tot vorderingen tegen de aansprakelijke derde en sluit de contractuele vorderingen niet uit. Het begrip 'vordering tot schadevergoeding' mag niet restrictief geïnterpreteerd worden. Aldus is de politierechtbank o.m. bevoegd om kennis te nemen van een vordering van een verzekerde tegen de verzekeraar eigen schade. Het hof moet de zaak verwijzen naar de bevoegde rechter, zitting houdend in hoger beroep (artikel 643 Ger. W., zijnde de rechtbank van eerste aanleg te X (artikel 577 Ger. W.). UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Materiële bevoegdheid - Politierechtbank Vrije woorden: Artikelen 577 en 601bis. Omvang van de materiële bevoegdheid van de politierechtbank op grond van artikel 601bis Ger. W. Toepassing van artikel 577 Ger. W. bij hoger beroep. Tekst van de beslissing HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2007/AR/2713 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: T. G. appellant, vertegenwoordigd door Mr. MARTENS Myriam, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Frankrijklei 93 ; TEGEN: KBC VERZEKERINGEN N.V., met maatschappelijke zetel te 3000 LEUVEN, Prof. R. Van Overstraetenplein 2, ingeschreven met KBO-nummer 0403.552.563, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. DANIELS Madeleine, advocaat te 3000 LEUVEN, Koningin Elisabethlaan 8 ; SAMENVATTING Politierechtbank. Artikel 601bis Ger. W. is niet beperkt tot vorderingen tegen de aansprakelijke derde en sluit de contractuele vorderingen niet uit. Het begrip "vordering tot schadevergoeding" mag niet restrictief geïnterpreteerd worden. Aldus is de politierechtbank o.m. bevoegd om kennis te nemen van een vordering van een verzekerde tegen de verzekeraar eigen schade. Het hof moet de zaak verwijzen naar de bevoegde rechter, zitting houdend in hoger beroep (artikel 643 Ger. W., zijnde de rechtbank van eerste aanleg te X (artikel 577 Ger. W.). Bevoegdheid - vordering tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval - politierechtank - artikel 601bis Ger.Wb. Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.:  het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (7de kamer) na tegenspraak uitgesproken op 13 maart 2007, bij exploot van 12 september 2007 aan appellant betekend;  het verzoekschrift tot hoger beroep, op 10 oktober 2007 ter griffie van het hof neergelegd;  de conclusie en syntheseconclusie van appellant;  de conclusie en syntheseconclusie van geïntimeerde. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 9 november 2010 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Procedure 1. Appellant stelt hoger beroep in tegen het bestreden vonnis waarbij zijn vordering ontvankelijk wordt verklaard, de vordering tot betaling van 3.915,85 euro ongegrond wordt verklaard even als zijn vordering tot aanstelling van een gerechtsdeskundige en waarbij zijn vordering tot het betalen van stallingkosten tot op heden begroot op 8.143,30 euro naar de bijzondere rol wordt verzonden. Bij het bestreden vonnis heeft de eerste rechter ten slotte de beslissing over de gerechtskosten aangehouden. Appellant vordert met de hervorming van het bestreden vonnis, om alvorens verder ten gronde recht te doen, een deskundige aan te stellen, met als opdracht

(1)het voertuig Mazda Tribute TSI, bouwjaar 2002, zich bevindend te Geel, Grote Steenweg nummer 1, in de garage European Car Holding NV, te onderzoeken en in een gemotiveerd verslag te omschrijven of het al dan niet als een totaal verlies dient beschouwd te worden
(2)in geval van totaal verlies de waarde voor het ongeval te bepalen, de wrakwaarde, de wachttijd, de mutatieduur, de kosten voor demontage en eventuele andere kosten
(3)indien het niet om totaal verlies zou gaan, de raming op te stellen van de herstellingskosten, de wachttijd, de periode van derving en mogelijke andere kosten
(4)verder te antwoorden op alle nuttige vragen van partijen en
(5)zijn bevindingen in een gemotiveerd verslag op te stellen, onder eed te bevestigen en neer te leggen ter griffie van het hof, binnen de twee maanden na zijn inwerkingstelling. Appellant vordert bovendien de gerechtskosten van beide aanleggen, inclusief de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep, begroot op 1.100 euro. Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk.
  1. Geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep en vraagt aldus vast te stellen dat zij reeds tot betaling is overgegaan van wat zij verschuldigd is, namelijk 9.200 euro en 2.985,66 euro, en voor het overige de vordering van appellant ongegrond te verklaren, met veroordeling tot alle kosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep, begroot op 1.100 euro. II. Relevante feitelijke gegevens
  2. Het geschil heeft betrekking tot de schade die appellant geleden heeft naar aanleiding van een verkeersongeval dat zich op 30 september 2003 voorgedaan heeft. De personenwagen Mazda Tribute met nummerplaat SLR-817 van appellant kwam toen in aanrijding met een boom en werd zwaar beschadigd. Appellant gaf het ongeval bij zijn "omniumverzekeraar", geïntimeerde aan.
  3. Een eerste expertiseverslag van 31 oktober 2003 van het expertisekantoor Mobilex besloot dat het voertuig geen totaal verlies was. Appellant eiste echter een totaal verlies en liet zich bijstaan door expertisebureau SGS die in een verslag van 15 december 2003 tot een economisch totaal verlies besloot.
  4. Appellant stelde een vordering in kort geding in en de kort gedingrechter stelde deskundige Smolders aan (beschikking van 18 maart 2004). Deze deskundige besloot dat het voertuig geen economisch noch technisch totaal verlies was en begrootte de herstellingskosten op 12.521,03 euro, exclusief BTW, alsook een herstellingsduur van drie dagen en sleepkosten op voorlegging van een factuur.
  5. Appellant betwistte de besluiten van de gerechtsdeskundige en dagvaardde voor de eerste rechter zijn verzekeraar Eigen Schade, zulks bij exploot van 28 februari
  6. Hij vorderde bij conclusie het saldo van 3.915,85 euro + stallingkosten voorlopig begroot op 8.143,30 euro en, in ondergeschikte orde, de aanstelling van een nieuwe deskundige. De eerste rechter verwierp de kritieken van appellant over het deskundig verslag van de heer Smolders en verklaarde de vordering tot betaling van het saldo en tot aanstelling van een nieuwe deskundige ongegrond. Wat de stallingkosten betreft heeft de eerste rechter de vordering naar de bijzondere rol verzonden na vastgesteld te hebben dat de vordering ook kosten vervangwagen bevatte en dat het niet duidelijk was of zulke kosten al dan niet ten laste van de verzekeraar vallen. III. Bespreking Over de bevoegdheid
  7. Artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de politierechtbank kennis neemt, ongeacht het bedrag, van alle vorderingen tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval (of een treinongeval) zelfs indien het zich heft voorgedaan op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek. Het betreft een uitsluitende bevoegdheid. De geadieerde rechtsmacht moet ambtshalve een middel van onbevoegdheid opwerpen . Partijen werden ter zitting uitgenodigd om hierover standpunt in te nemen en hebben mondeling hun middelen ontwikkeld (zie p.v. van terechtzitting).
  8. In zijn gedinginleidende dagvaarding maakte appellant gewag van "een verkeersongeval ingevolge hetwelke zijn wagen Mazda Tribune ernstig beschadigd geraakte" en van een geschil met huidig geïntimeerde, verzekeraar Eigen Schade, m.b.t. de begroting van de schade. Het betreft dus duidelijk een vordering tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval.
  9. Partijen deden ter zitting gelden dat de vordering een geschil betreft tussen een verzekerde en zijn eigen verzekeraar en dat zij bijgevolg van contractuele aard is. Artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek is niet beperkt tot vorderingen tegen de aansprakelijke derde en sluit de contractuele vorderingen niet uit. Het begrip "vordering tot schadevergoeding" mag niet restrictief geïnterpreteerd worden. Aldus is de politierechtbank o.m. bevoegd om kennis te nemen van een vordering van een verzekerde tegen de verzekeraar eigen schade .
  10. Het hof moet de zaak verwijzen naar de bevoegde rechter, zitting houdend in hoger beroep (artikel 643 van het Gerechtelijk Wetboek), zijnde de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (artikel 577 van het Gerechtelijk Wetboek).
  11. De gerechtskosten: Partijen hebben ter zitting verklaard hun rechtsplegingsvergoeding te begroten op 1.100 euro . De kosten worden ten laste gelegd van appellant die aan de oorsprong is van de dagvaarding voor de onbevoegde rechter ratione materiae. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Hervormt het bestreden vonnis in zover de eerste rechter zich impliciet bevoegd verklaarde om kennis te nemen van de vordering. Opnieuw rechtsprekende, enkel op dit punt, stelt vast dat de vordering tot de uitsluitende bevoegdheid behoorde van de politierechtbank en verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven zetelend in hoger beroep. Veroordeelt appellant in de gerechtskosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van appellant op 186 euro (rolrechten) + 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke te¬rechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 7 december
  12. Waar aanwezig waren: Mevr. A. De Preester, Kamervoorzitter, Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer, Dhr. M. Debaere, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans M. Debaere E. Janssens de Bisthoven A. De Preester Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.