id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour d'appel de Bruxelles Avis du 21 décembre 2010 No ECLI: ECLI:BE:CABRL:2010:AVIS.20101221.1 No Rôle: 2008AR2674 Domaine juridique: Droit civil Date d'introduction: 2010-12-22 Consultations: 105 - dernière vue 2026-07-01 14:24 Fiche Een akte voor een notaris of een onderhandse akte is vereist wanneer de schenking een voertuig betreft dat ongetwijfeld de waarde van 375 euro te boven gaat (artikel 1341 van het Burgerlijk Wetboek). Deze regel lijdt uitzondering wanneer er een begin van bewijs door geschrift aanwezig is (artikel 1347 van het Burgerlijk Wetboek). Een begin van bewijs door geschrift kan te vinden zijn een verjaarsdagkaartje, door de schenker ondertekend, zodat de begiftigde het bewijs van de schenking aan de hand van vermoedens kan leveren. Thésaurus UTU: DROIT CIVIL - DROITS RÉELS - Possession DROIT CIVIL - DONATIONS ET TESTAMENTS - Donations - Donation manuelle DROIT CIVIL - PREUVE DES OBLIGATIONS - Preuve littérale - Généralités DROIT CIVIL - PREUVE DES OBLIGATIONS - Présomptions Mots libres: Handgift. Fift van hand tot hand. Auto. Artikel 2279 BW. Vereiste van ondubbelzinnigheid van het bezit. Titel van eigendom: schenking van hand tot hand. Bewijs van de schenking van een auto met waarde meer dan 375 euro. Begin van schriftelijk bewijs in de vorm van een verjaardagskaart. Aanvulling door vermoedens. Texte de la décision HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2008/AR/2674 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: V. J., wonende appellant, vertegenwoordigd door MR. HUWAERTS loco Mr. DECAT Marc, advocaat te 3290 DIEST, Engelandstraat 61 ; TEGEN: S. A., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. MONDET loco Mr. VAN DER VELPEN André, advocaat te 3290 DIEST, Wolvenstraat 39 ; Revindicatie - Bezit - Auto - voorwaarden om van de bescherming van art. 2279 BW te genieten - Handgift - bewijs Een akte voor een notaris of een onderhandse akte is vereist wanneer de schenking een voertuig betreft dat ongetwijfeld de waarde van 375 euro te boven gaat (artikel 1341 van het Burgerlijk Wetboek). Deze regel lijdt uitzondering wanneer er een begin van bewijs door geschrift aanwezig is (artikel 1347 van het Burgerlijk Wetboek). Een begin van bewijs door geschrift kan te vinden zijn een verjaarsdagkaartje, door de schenker ondertekend, zodat de begiftigde het bewijs van de schenking aan de hand van vermoedens kan leveren. Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: § het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (9de kamer) na tegenspraak uitgesproken op 17 september 2008, waarvan geen betekening wordt voorgelegd; § het verzoekschrift tot hoger beroep, op 20 oktober 2008 ter griffie van het hof neergelegd; § de conclusie van appellant; § de conclusie en aanvullende conclusie van geïntimeerde. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 16 november 2010 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Procedure 1. Appellant stelt hoger beroep in tegen het bestreden vonnis dat zijn vordering ongegrond verklaart en hem veroordeelt tot de gerechtskosten. Appellant vordert met de hervorming van het bestreden vonnis, zijn oorspronkelijke vordering gegrond te verklaren en dienvolgens voor recht te zeggen dat hij eigenaar is van het voertuig Opel Corsa modeljaar 2006, type 0ABO8, chassis nummer WOLOXCFO86093713 en aldus geïntimeerde te veroordelen tot afgifte van het voertuig binnen de 24 uur na de betekening van het uit te spreken arrest, onder verbeurte van een dwangsom van 250 euro per dag vertraging in het ter beschikking stellen van het voertuig. Appellant vordert bovendien de gerechtskosten van beide aanleggen, inclusief de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep, begroot op het basisbedrag van 900 euro. Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk. 2. Geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep en stelt incidenteel beroep in, waarbij zij vraagt te zeggen dat zij zich kan steunen op een dubbele rechtstitel om zich het eigendom op het litigieuze voertuig toe te eigenen, met name
(1)het ondubbelzinnig bezit te goeder trouw en
(2)een bewezen handgift, met veroordeling van appellant tot alle kosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep, begroot op 900 euro. II. Relevante feitelijke gegevens
- Partijen zijn halfbroer / halfzus van elkaar. Zij zijn beiden de kinderen van N. B. en groeiden in hetzelfde gezin op. Op 16 juni 2006 heeft appellant een voertuig Opel Corsa gekocht voor een bedrag van 9.779 euro. Hij ging hiervoor een lening voor de hoofdsom van 9.000 euro aan, die intussen volledig afbetaald is. Eiser is erkend als meer dan 66% gehandicapt; hij werkt in een beschutte werkplaats en bezit geen rijbewijs. Volgens appellant werd de wagen gebruikt als gezinswagen en mocht ook geïntimeerde er steeds gebruik van maken.
- Op een verjaarsdagkaart (van 2006), ondertekend door appellant en de andere gezinsleden en aan geïntimeerde afgegeven, staat geschreven: "A.ke. Ik weet dat het wat vroeg is voor je verjaardag. Maar we wilde u Toch verassen. Ik hoop dat we daarin geslaagt. We schenken je deze auto met liefde en hopen dat je er veel plezier mag aan Beleven van je liefdevol gezinnetje Mama papa J. W.".
- In juni 2007 heeft geïntimeerde, na een ruzie, de gezinswoning verlaten en o.m. het voertuig meegenomen. Op 23 juni 2007 werd geïntimeerde in gebreke gesteld om het voertuig terug te geven. Op 30 augustus 2004 heeft geïntimeerde een vordering voor de vrederechter van het kanton D. ingesteld om een onderhoudsgeld van haar ouders te bekomen teneinde haar studies kunnen voortzetten. De vrederechter kende haar overigens een maandelijks onderhoudsgeld van 500 euro toe, met ingang van 1 september 2007 (vonnis 10 december 2007). Dit vonnis werd in hoger beroep bevestigd, behalve dat de rechtbank preciseerde dat de onderhoudsbijdrage niet meer verschuldigd was vanaf 1 juli 2008 (vonnis 24 oktober 2008). III. Bespreking
- De eerste rechter heeft vooreerst het middel van niet-ontvankelijkheid van de vordering, gegrond op het feit dat appellant zelf geen rijbewijs bezit en nooit de wagen zal kunnen gebruiken en dus geen belang bij deze vordering zou hebben, verworpen. Hierop wordt niet teruggekomen door geïntimeerde. De ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering wordt niet langer betwist.
- Verder heeft de eerste rechter geoordeeld dat, nu appellant op de aankoopfactuur op zijn naam en de afbetaling van de lening wijst en op de omstandigheid dat geïntimeerde het voertuig mocht gebruiken op het ogenblik dat zij nog in de gezinswoning inwoonde, het bezit van geïntimeerde dus ook op bruiklening zou kunnen berusten. Appellant toont in deze omstandigheden aan dat het bezit van geïntimeerde dubbelzinnig is nu het meerdere oorzaken kan hebben. De bezitsbescherming van artikel 2279 valt dus voor geïntimeerde weg en zij draagt de bewijslast van haar rechtmatige titel. Volgens de eerste rechter bewijst geïntimeerde wel degelijk de handgift, en zulks aan de hand van het hierboven geciteerde verjaarsdagkaartje. Uit de woorden "we schenken je deze auto", blijkt duidelijk de wil tot schenken. Een geschrift van de begunstigde is wat de aanvaarding betreft niet vereist. De eerste rechter wees op deze gronden de vordering van appellant als ongegrond af.
- Geïntimeerde beroept zich op de verkrijging van de eigendom op het voertuig bij schenking. Een akte voor een notaris of een onderhandse akte is te dezen vereist nu de schenking een voertuig betreft dat ongetwijfeld de waarde van 375 euro te boven gaat (artikel 1341 van het Burgerlijk Wetboek). Deze regel lijdt uitzondering wanneer er een begin van bewijs door geschrift aanwezig is (artikel 1347 van het Burgerlijk Wetboek). Een begin van bewijs door geschrift is hier te vinden in het hierboven geciteerde verjaarsdagkaartje, door appellant ondertekend, zodat geïntimeerde het bewijs van de schenking aan de hand van vermoedens kan leveren.
- Naar het oordeel van het hof wordt de schenking van de wagen aan geïntimeerde te dezen op afdoende wijze aangetoond. Zoals de eerste rechter terecht vaststelt, blijkt de wil tot schenken voldoende uit de woorden op de verjaardagkaart "... we schenken je deze auto..." Uit dit geschrift, ondertekend door appellant en familieleden, blijkt niet dat appellant geïntimeerde uitsluitend heeft toegestaan van de auto gebruik te maken, wat niet met de tekst van het kaartje en de uitgedrukte wil om de auto zelf te schenken overeenstemt. Het wordt evenmin aangetoond dat de schenking aan enige voorwaarde gekoppeld werd. Tegelijkertijd werd de wagen Opel Corsa werkelijk aan geïntimeerde overgedragen en heeft geïntimeerde sedertdien bezit ervan genomen. Zij is sindsdien de enige bestuurster van de wagen. Zij betaalt minstens sinds 15 juli 2008 de verzekering voor het voertuig, alsook de jaarlijkse belasting (zie dossier geïntimeerde, stukken 5 en 6), hetgeen impliceert dat zij zich de wagen heeft willen toe-eigenen en de schenking heeft aanvaard. De omstandigheid dat appellant een lening heeft aangegaan om het voertuig aan te schaffen is op zich irrelevant. Vooraleer het voertuig te schenken heeft appellant het aangekocht en zijn aankoop gefinancierd.
- Geïntimeerde is eigenaar geworden van de litigieuze wagen die haar door appellant geschonken werd. De discussie rond het bezit van het voertuig is niet ter zake dienend. Het hoger beroep is ongegrond. Het incidenteel beroep is zonder voorwerp.
- De gerechtskosten: Partijen begroten hun rechtsplegingsvergoeding op 900 euro, hetgeen neerkomt op het basisbedrag. De kosten worden ten laste gelegd van appellant, zijnde de in het ongelijk gestelde partij. OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk doch zonder voorwerp. Veroordeelt appellant in de gerechtskosten van het hoger beroep, begroot in hoofde van appellant op 186 euro rolrechten + 900 euro rechtsplegingsvergoeding en in hoofde van geïntimeerde begroot op 900 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 21 december
- Waar aanwezig waren: Mevr. A. De Preester, Kamervoorzitter, Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer, Dhr. M. Debaere, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans M. Debaere E. Janssens de Bisthoven A. De Preester Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet <div