id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour d'appel de Bruxelles Avis du 21 décembre 2010 No ECLI: ECLI:BE:CABRL:2010:AVIS.20101221.3 No Rôle: 2008AR1202 Domaine juridique: Droit civil Date d'introduction: 2010-12-22 Consultations: 99 - dernière vue 2026-07-01 14:25 Fiche In casu komt de beroepsaansprakelijkheid van de tandarts niet in het gedrang omdat in casu uit het afbreken van twee instrumenten tijdens de behandeling (twee vijlen) geen beroepsfout afgeleid kan worden in hoofde van de tandarts. Thésaurus UTU: DROIT CIVIL - PROFESSIONS - Dentiste - Responsabilité Mots libres: Tandarts. Beroepsaansprakelijkheid. Fout? Afbreken van twee instrumenten. Twee vijlen afgebroken. Texte de la décision HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL 1e kamer, A.R. Nr.: 2008/AR/1202 zetelend in burgerlijke zaken, Rep. nr.: 2010/ na beraad, wijst volgend arrest: INZAKE VAN: C. S., appellante, vertegenwoordigd door Mr. BECKERS loco Mr. POLLEUNIS Ann, advocaat te 3450 GEETBETS, Dorpsstraat 6 ; TEGEN:
- P. L., geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. LIBOTON loco Mr. JACKERS Patrick, advocaat te 3300 TIENEN, Goossensvest 36 ;
- MERCATOR VERZEKERINGEN N.V., met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, Desguinlei 100, ingeschreven met KBO-nummer 0400.048.883, geïntimeerde, vertegenwoordigd door Mr. BOFFIN loco Mr. ZIMMERMANN Marijke, advocaat te 3500 HASSELT, P.Bellefroidlaan 12 ; Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.: § het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (9de kamer) na tegenspraak uitgesproken op 5 maart 2008, waarvan geen betekening wordt voorgelegd; § het verzoekschrift tot hoger beroep, op 30 april 2008 ter griffie van het hof neergelegd; § de conclusie van appellante; § de conclusie van eerste geïntimeerde; § de conclusie van tweede geïntimeerde. Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 22 november 2010 en gelet op de stukken die zij neerlegden. I. Procedure
- Appellante stelt hoger beroep in tegen het bestreden vonnis dat haar oorspronkelijke vordering ongegrond verklaart en haar veroordeelt tot alle gerechtskosten. Appellante vordert, met de hervorming van het bestreden vonnis, haar oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren, bijgevolg de geïntimeerden solidair, in solidum, de ene bij gebreke aan de andere te veroordelen tot betaling aan haar van 10.000 euro, te vermeerderen met de vergoedende interest vanaf 30 augustus 2004 en de gerechtskosten. Zij vordert in ondergeschikte orde de aanstelling van een deskundige met de opdracht
(1)haar te onderzoeken m.b.t. de tandheelkundige behandeling door eerste geïntimeerde, en na te gaan of de voorlopige vulling door eerste geïntimeerde geplaatst voldeed aan de regels van de kunst en
(2)tevens na te gaan of het afbreken van het tweede instrument onder het handelen als een goede huisvader - tandarts valt.
- Eerste geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep en stelt incidenteel beroep in waarbij hij de veroordeling van appellant vordert tot betaling van 750 euro wegens tergend en roekeloos geding, alsook de gerechtskosten van beide aanleggen.
- Tweede geïntimeerde vraagt het hoger beroep ongegrond te verklaren en stelt hoger beroep in in zover het bestreden vonnis de gerechtskosten omslaat. Hij vordert bijgevolg de gerechtskosten van beide aanleggen, minstens 4/5den van deze kosten. II. RELEVANTE FEITELIJKE GEGEVENS
- Appellante verklaart op 18 november 2003 tandarts P. geconsulteerd te hebben i.v.m. pijnklachten ter hoogte van tand
- Op 24 november 2003 werd zij dan door eerste geïntimeerde behandeld. Hierbij braken twee medische instrumenten af in de linkse zenuwkanalen, waarna appellante persisterende pijnklachten ter hoogte van deze tand ondervond. De tand 36 werd op 6 september 2004 verwijderd.
- Appellante stelde een vordering in kort geding in en de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg stelde bij beschikking van 13 september 2004 de heer Van de Vijver als deskundige aan, bij beschikking van 25 oktober 2004 door deskundige Guy Willems vervangen. De deskundige besloot in zijn verslag van 18 januari 2005 o.m.: "Als besluit kunnen wij stellen dat in deze zaak tandarts P. gehandeld heeft als een goede huisvader kan verwacht worden en hem geen professionele fout kan ten laste gelegd worden. Om die reden wordt er ook geen minnelijke schikking uitgewerkt." III. Bespreking
- Het hof stelt in de eerste plaats vast dat appellante uitdrukkelijk verklaart zich niet te beroepen op enige contractuele aansprakelijkheid van geïntimeerde P.. Zij verklaart haar vordering uitsluitend op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek te steunen. Eerste geïntimeerde P. zou immers een misdrijf van onvrijwillige slagen en verwondingen hebben gepleegd.
- Appellante betwist de besluiten van gerechtsdeskundige Willems die op ontwijkende wijze zou hebben geantwoord op de vraag waarom er, na het afbreken van het eerste instrument, nog een tweede instrument is afgebroken in een ander tandkanaal van tand
- De deskundige heeft appellante klinisch onderzocht en kennis genomen van de medische stukken, o.m. de beschikbare radiologische onderzoeken. Het onderzoek gebeurde evenwel na de extractie - op 6 september 2004 - van de tand
- Hij beschreef "dat op 24 november 2003, in een poging om een endodontische behandeling door te voeren op tand 36 van mevrouw C., 2 vijlen afbreken in de mesiale tandkanalen van tand
- Hieraan wordt toegevoegd dat het wel vaker voorkomt dat dergelijke fijne instrumentjes afbreken en in het kanaal vastlopen." Verder heeft de deskundige de chronologie overlopen en de maatregelen onderzocht die de tandarts had genomen om te besluiten dat "tandarts P. geen fout treft" De verdere behandeling na het afbreken van het eerste instrument en het feit dat een tweede instrument afgebroken is, oordeelt de deskundige "niet zo onlogisch". De deskundige motiveerde in zijn antwoord op de opmerkingen van appellante verder: "Alhoewel dat tijdens het deskundig onderzoek niet ter sprake is gekomen, kan tandarts P. ook een poging gedaan hebben om het eerst afgebroken instrument te verwijderen. Vaak zijn er anastomoses tussen beide mesiale kanalen en in een poging deze te ruimen en zo de afgebroken vijl te passeren om vervolgens in vullingsmateriaal in te bedden, kan het tweede instrument zijn afgebroken. Het lijkt mij dan ook zeer voorbarig, het feit dat er een tweede instrument is afgebroken, nu te benutten als element in om het even welke argumentatie." Om deze reden bevestigde de deskundige in zijn besluiten dat eerste geïntimeerde als een goede huisvader had gehandeld en hem geen professionele fout kan ten laste gelegd worden. Het advies van de deskundige is objectief en omstandig gemotiveerd. Het wordt niet ontkracht door enig objectief element uit het dossier van appellante. Het verslag van mevrouw Willemyns van 23 augustus 2004 besluit niet tot een beroepsfout in hoofde van eerste geïntimeerde. De opmerkingen van de heer Dierickx, technische raadgever van appellante, werden door de deskundige op overtuigende wijze weerlegd. Een bijkomend deskundig onderzoek is, mede gelet op artikel 875bis van het Gerechtelijk Wetboek, voor de oplossing van het geschil overbodig. Het hoger beroep is bijgevolg ongegrond.
- De incidentele beroepen komen ongegrond voor. Het staat immers niet vast dat appellante, nu de tandarts tijdens de behandeling twee instrumenten in de zenuwkanalen afgebroken heeft, haar vordering ingesteld heeft in zulke omstandigheden dat iedere rechtsonderhorige, in dezelfde concrete omstandigheden als appellante geplaatst, zich zou onthouden hebben de zaak ter beoordeling van de rechtbank voor te leggen of dat zij op foutieve wijze gehandeld heeft. De eerste rechter die zowel de hoofdvordering van appellante als de tegenvordering van beide geïntimeerde partijen als ongegrond afwees heeft op grond van artikel 1017, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek de gerechtskosten kunnen omslaan zoals hij het raadzaam oordeelde. Om dezelfde redenen worden de gerechtskosten in hoger beroep tussen partijen omgeslagen.
- De gerechtskosten:
- De rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep wordt begroot op het basistarief zoals vastgesteld bij het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger. W. en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat. Te dezen bedraagt het basisbedrag 1.100 euro . OM DEZE REDENEN, HET HOF, Rechtsprekende na tegenspraak, Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; Verklaart het hoger beroep en de incidentele beroepen ontvankelijk doch ongegrond. Zegt dat de gerechtskosten van het hoger beroep tussen partijen worden omgeslagen en begroot deze kosten in hoofde van appellante op 186 euro + 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding, in hoofde van eerste geïntimeerde op 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding en in hoofde van tweede geïntimeerde op 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 21 december
- Waar aanwezig waren: Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer, Mevr. B. Heymans, Griffier. B. Heymans E. Janssens de Bisthoven Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet <div