← België

ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980903.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 1998 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980903.12 Rolnummer: D.97.0034.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 1999-09-02 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-06-15 05:11 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing waarbij een geneesheer door de raad van beroep van de Orde der geneesheren een tuchtsanctie wordt opgelegd moet in het openbaar worden uitgesproken, tenzij de geneesheer, in zijn belang, vrijwillig en ondubbelzinning van de openbaarheid afstand doet. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - BEROEPSORDEN Vrije woorden: Orde der geneesheren - Raad van beroep - Beslissing - Uitspraak - Openbaarheid - Afstand - Artikel 6.1, EVRM - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Tuchtzaken - Beslissing - Uitspraak - Openbaarheid - Afstand Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Annotaties Publicaties: ARRESTEN VAN HET HOF VAN CASSATIE - - 1998

(383)Tekst van de beslissing HET HOF;-Gelet op de bestreden beslissing, op 6 oktober 1997 ge wezen door de raad van beroep van de Orde van Geneesheren, met het Nederlands als voertaal; Over het middel, gesteld als volgt : schending van artikel 6, inzonderheid lid 1, van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950 en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955, van het algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk afstand van recht niet wordt vermoed en enkel kan worden afgeleid uit feiten of omstandigheden die voor geen andere uitlegging vatbaar zijn en van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek, doordat de bestreden beslissing waarbij de raad van beroep de beroepen beslissing vernietigt, de zaak aan zich trekt en opnieuw recht doende de aan eiser ten laste gelegde feiten bewezen verklaart en zegt dat ze deontologisch een ernstige inbreuk uitmaken en vervolgens op die grond aan eiser de tuchtstraf oplegt van dertig dagen schorsing in het recht de geneeskunde uit te oefenen, met gesloten deuren is uitgesproken, terwijl, eerste onderdeel, de tuchtprocedure die, volgens het nationale recht, tot gevolg heeft of tot gevolg kan hebben dat aan de in het geding betrokken persoon tijdelijk of voor goed de uitoefening van een burgerlijk recht wordt ontzegd, met name het recht om een beroep, dat geen openbaar ambt is, verder te blijven uitoefenen, moet worden beschouwd als een vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen in de zin van artikel 6, lid 1, van het in dit middel vermelde verdrag, en moet worden geacht een directe weerslag te hebben op zodanig recht; wanneer een tuchtprocedure onder toepassing valt van artikel6, lid 1, E.V.R.M., de betrokken persoon recht heeft op de verschillende, in dat artikel vastgelegde waarborgen en onder meer op de waarborg dat het eigenlijke rechtscollege, dat bevoegd is om de beslissingen van het tuchtrechtelijk college in feite en in rechte te beoordelen, de beslissing in het openbaar wijst; eiser te dezen ter zitting van 17 maart 1997 waarop zijn zaak werd behandeld heeft verklaard dat hij verlangde dat zijn zaak met gesloten deuren zou worden behandeld en hij om die reden afzag van de openbaarheid van de behandeling; uit de enkele omstandigheid dat eiser verklaard heeft dat hij afzag van de openbaarheid van de behandeling, niet zonder schending van het algemeen rechtsbeginsel volgens hetwelk afstand van recht niet wordt vermoed en enkel kan worden afgeleid uit feiten of omstandigheden die niet anders kunnen worden uitgelegd, kan worden afgeleid dat de afstand van de open baarheid van de behandeling ook sloeg op de openbaarheid van de zitting waarop de beslissing moest worden uitgesproken; de appèlrechters derhalve, indien de bestreden beslissing aldus moet worden gelezen dat de appèlrechters oordelen dat door de openbaarheid van de behandeling te verzaken eiser ook de openbaarheid van de uitspraak heeft verzaakt, de bewijskracht van eisers verklaring op de zitting van 17 maart 1997 schenden door er een uitlegging van te geven die onverenigbaar is met de bewoordingen, zin en draag wijdte ervan (schending van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wet hoek) en tevens het algemeen rechtsbeginsel schenden overeenkomstig hetwelk af stand van een recht niet wordt vermoed en enkel kan worden afgeleid uit feiten of omstandigheden die voor geen andere uitlegging vatbaar zijn; de appèlrechters tevens door de bestreden beslissing uit te spreken met gesloten deuren zonder dat eiser ondubbelzinnig de openbaarheid van de uitspraak had verzaakt, artikel 6, lid 1 van het E.V.R.M. miskennen; en terwijl, tweede onderdeel, de openbaarheid van de uitspraak vastgelegd in artikel 6, lid 1, E.V.R.M. een waarborg uitmaakt van algemeen belang en de betrokken partij geenszins het recht heeft te eisen dat de uitspraak met gesloten deuren zou gebeuren; dat de uitzonderingen op de algemene regel van de openbaarheid van de behandeling vastgelegd in artikel 6, lid 1, E.V.R.M. niet mogen worden uitgebreid tot de uitspraken zodat eiser deze openbaarheid van de uitspraak niet vermocht te verzaken; de appèlrechters derhalve, zelfs in de hypothese dat eiser ook de openbaarheid van de uitspraak zou verzaakt hebben -quod non-, artikel 6, lid 1, E.V.R.M. schenden: Wat het tweede onderdeel betreft: Overwegende dat ingevolge artikel 6, lid 1, van het Verdrag Rechten van de Mens, de bestreden beslissing waar bij eiser de tuchtsanctie van dertig dagen schorsing in het recht de geneeskunde uit te oefenen werd opgelegd, in het openbaar moet worden uitgesproken tenzij de in het geding betrokken persoon vrijwillig en ondubbelzinnig van de openbaarheid afstand doet; Dat de regel van de openbaarheid moet wijken voor de belangen van de geneesheer die op ondubbelzinnige wijze afziet van de openbaarheid van de uitspraak; Overwegende dat hieruit volgt dat de in een dergelijk geding betrokken persoon de openbaarheid van de uitspraak kan verzaken; Dat het onderdeel faalt naar recht; Wat het eerste onderdeel betreft: Overwegende dat de bestreden beslissing vaststelt dat de zitting van 6 oktober 1997 waarop de zaak is uit gesproken "op verzoek van (eiser) gehouden (werd) met gesloten deuren"; Dat het onderdeel feitelijke grand slag mist; Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten. Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.