← België

ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990608.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 juni 1999 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:1999:

Art. 185

, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.3,

  1. d)- 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.3,
  2. d)- Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde - Recht op bijstand van een raadsman naar keuze - Procedure op verzet - Vertegenwoordiging door de raadsman - Weigering - Verplichting persoonlijk te verschijnen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 185

, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: VERZET Vrije woorden: Strafzaken - Beklaagde - Recht op bijstand van een raadsman naar keuze - Vertegenwoordiging door de raadsman - Weigering - Verplichting persoonlijk te verschijnen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 185

, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - 19-12-1966 - Art. 14.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Annotaties Publicaties: ARRESTEN VAN HET HOF VAN CASSATIE - - 1999

(335)PASICRISIE BELGE - - 1999(I/335) Tekst van de beslissing HET HOF, Gelet op het bestreden arrest, op 18 juni 1997 op verzet bij verstek door het Hof van Beroep te Gent gewezen; Over het middel, gesteld als volgt: schending van artikel 97 van de Grondwet, artikel 780 van het Gerechtelijk Wetboek, de artikelen 152, 185, 186, 187 en 188 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 6, § 3, c, van het E.V.R.M., artikel 14, 3°, d, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van New York van 19.12.66, doordat het bestreden arrest, bij verstek lastens eiser in cassatie, het verzet als ongedaan heeft beschouwd, om reden dat de beklaagde, huidig eiser in cassatie, niet ter zitting verscheen en er voor het hof (van beroep) geen aanleiding was om de raadsman van de beklaagde toe te laten deze te vertegenwoordigen, terwijl, eerste onderdeel, de rechtbank of het hof (van beroep), overeenkomstig de artikelen 152, 185, 186, 187 van het Wetboek van Strafvordering, altijd kan toestaan dat de beklaagde zich laat vertegenwoordigen; dat het artikel 6, § 3, c, van het E.V.R.M. en het artikel 14, 3°, d, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van New York van 19.12.66, beiden voorzien dat een beklaagde recht heeft om zichzelf te verdedigen of de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze; dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, bij arrest van 22.09.1994, reeds gesteld heeft dat het volledig ontnemen van het recht op bijstand niet in evenredigheid is met de verplichting om persoonlijk voor de rechtbank te verschijnen; zodat het bestreden arrest, door aan de raadsman van eiser in cassatie bij de behandeling van het verzet te weigeren om beklaagde te vertegenwoordigen, de hiervoor aangehaalde artikelen heeft geschonden: Overwegende dat artikel 6.3.c EVRM en artikel 14.3.d IVBPR, welke rechtstreekse werking hebben in de interne rechtsorde en voorrang genieten op de minder gunstige bepalingen van het interne recht, een beklaagde het recht verlenen om zich te verdedigen met bijstand van een raadsman naar zijn keuze; dat dit recht inhoudt dat de strafrechter, niettegenstaande de door artikel 185, § 2, Wetboek van Strafvordering aan de beklaagde opgelegde verplichting om persoonlijk te verschijnen, de raadsman moet toelaten zijn cliënt te vertegenwoordigen ook al toont deze niet aan dat het hem onmogelijk is persoonlijk te verschijnen; Dat het middel gegrond is; OM DIE REDENEN, Vernietigt het bestreden arrest; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest; Laat de kosten ten laste van de Staat; Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010904.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.