← België

ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 februari 2000 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.9 Rolnummer: P.97.1697.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2001-01-18 Raadplegingen: 695 - laatst gezien 2026-06-19 01:47 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2000:CONC.20000208.9 Fiche 1 De onwettigheid van het als straf opgelegde verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig strekt zich uit tot de hele wegens de telastlegging uitgesproken bestraffing, tenzij de onwettigheid van de motivering van de straf ook de schuldverklaring betreft. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Bijkomende straf - Onwettigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 Concl. eerste adv.-gen. du JARDIN, Cass., 8 feb. 2000, P.97.1697.N, A.C., 2000, nr. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Bijkomende straf - Onwettigheid - Gevolg Tekst van de beslissing HET HOF, Gelet op het bestreden vonnis, op 4 december 1997 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Dendermonde; I. Op de voorziening van Gunter Van Esbroeck : Over het tweede middel, gesteld als volgt : schending van artikel 195, tweede en laatste lid, Wetboek van Strafvordering (zoals gewijzigd bij wet van 27 april 1987 en bij wet van 24 december 1993), doordat de rechtbank van eerste aanleg eiser in het bestreden vonnis, met bevestiging van het vonnis van de Politierechtbank te Dendermonde van 6 mei 1997, wegens het onopzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen veroordeelt tot een hoofdgevangenisstraf van drie maanden met uitstel gedurende een termijn van drie jaar, een geldboete van 200 frank en eiser vervallen verklaart van het recht tot sturen voor een termijn van drie maanden; de rechtbank van eerste aanleg hierbij overweegt dat "de tenlastelegging A weerhouden in hoofde van (eiser) (...) in deze instantie bewezen (

  1. is)gebleven en (...) door de eerste rechter op passende en rechtmatige wijze (werd) bestraft" (vonnis, p. 4, tweede alinea); de eerste rechter reeds een rijverbod van drie maanden had opgelegd en hij deze straf gerechtvaardigd achtte "gezien de ernst van de gedragingen" (vonnis van 6 mei 1997, p. 4, voorlaatste alinea; en doordat de rechtbank van eerste aanleg eiseres in het bestreden vonnis, gezien de strafrechtelijke veroordeling van eiser, op burgerrechtelijk vlak veroordeelt tot betaling van provisionele vergoedingen van 1.000.000 frank en 1 frank aan respectievelijk de heer Nelis en mevrouw Verhelst; terwijl de rechtbank van eerste aanleg, wanneer zij het verval van het recht tot sturen van onder meer een motorvoertuig uitspreekt, overeenkomstig artikel 195, tweede en laatste lid, Wetboek van Strafvordering, nauwkeurig maar op een wijze die beknopt mag zijn, de redenen moet vermelden waarom zij dergelijke straf, waartoe de wet haar vrije beoordeling overlaat, heeft gekozen en zij eveneens de duur van deze straf dient te rechtvaardigen; de rechtbank van eerste aanleg, zonder de overwegingen van het beroepen vonnis desbetreffend over te nemen, ter rechtvaardiging van de aan eiser opgelegde straf er enkel op wijst dat de inbreuk op artikel 418 Strafwetboek "op passende en rechtmatige wijze" werd bestraft door de eerste rechter en aldus niet voldoet aan de verplichting om de reden te vermelden waarom zij een vervallenverklaring van het recht op sturen uitspreekt en waarom zij die strafmaat toepast; zelfs indien dient aangenomen te worden dat de rechtbank van eerste aanleg in het bestreden vonnis de motivering van de straf door de eerste rechter heeft overgenomen, quod non, niet werd voldaan aan de motiveringsverplichting van artikel 195 Wetboek van Strafvordering, nu de eerste rechter er zich toe beperkt het opgelegde rijverbod te motiveren door verwijzing naar "de ernst van de gedragingen"; het verval van het recht tot sturen aldus slechts werd gemotiveerd door verwijzing naar een algemeen en niet geïndividualiseerd criterium, zodat het bestreden vonnis niet nauwkeurig de reden vermeldt waarom het verval van het recht tot sturen wordt uitgesproken en de beslissing mitsdien niet regelmatig met redenen is omkleed (schending van artikel 195, tweede en laatste lid, Wetboek van Strafvordering) : Overwegende dat de appèlrechters eiser wegens de telastlegging A (onopzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen bij een verkeersongeval) onder meer vervallen verklaren van het recht een motorvoertuig te besturen gedurende een termijn van drie maand; Dat de appèlrechters in verband met de vermelde telastlegging oordelen dat ze "door de eerste rechter op passende en rechtmatige wijze (werd) bestraft"; dat de eerste rechter overwoog dat "voor de telastlegging A, gezien de ernst van de gedragingen, een vervallenverklaring dient uitgesproken" te worden; Overwegende dat het in hoger beroep gewezen vonnis door enkel de ernst van eisers gedragingen in aanmerking te nemen het uitgesproken verval niet overeenkomstig artikel 195, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering motiveert; Dat het middel gegrond is; Overwegende dat de onwettigheid van het als straf opgelegde verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig zich uitstrekt tot de hele wegens de telastlegging uitgesproken bestraffing; dat de enkele onwettigheid van de straf of van de motivering ervan evenwel de wettigheid van de schuldigverklaring niet aantast, tenzij de onwettigheid van de motivering van de straf ook de schuldigverklaring betreft; En overwegende, wat de schuldigverklaring betreft, dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; II. Op de voorziening van De Cock NV : OM DIE REDENEN, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het, rechtdoende over de strafvordering, ten laste van eiser wegens de te lastlegging A straf uitspreekt; Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het, rechtdoende over de burgerlijke rechtsvorderingen, de zaak terug verwijst naar de eerste rechter voor verdere behandeling op burgerlijk gebied; Verwerpt de voorzieningen voor het overige; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis; Zegt dat er geen grond tot verwijzing bestaat in zoverre het de vernietiging betreft van de beslissing waarbij op burgerrechtelijk gebied de zaak voor verdere behandeling terug naar de eerste rechter wordt verwezen; Veroordeelt de eisers in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat; Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde, zitting houdende in hoger beroep. Gerelateerde publicatie(
  2. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2000:CONC.20000208.9 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110301.2 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181212.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000502.7 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000530.14 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001122.10 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001128.10 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010425.15 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011107.4 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020116.31 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020227.5 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051011.5 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051108.23 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080318.2 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.6 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110309.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190619.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220112.2F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.