← België

ECLI:BE:CASS:2000:CONC.20000208.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 08 februari 2000 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2000:CONC.20000208.9 Rolnummer: P.97.1697.N Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-11-25 Raadplegingen: 332 - laatst gezien 2026-06-19 00:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.9 Fiche 1 De onwettigheid van het als straf opgelegde verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig strekt zich uit tot de hele wegens de telastlegging uitgesproken bestraffing, tenzij de onwettigheid van de motivering van de straf ook de schuldverklaring betreft. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Bijkomende straf - Onwettigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 Concl. eerste adv.-gen. du JARDIN, Cass., 8 feb. 2000, P.97.1697.N, A.C., 2000, nr. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Bijkomende straf - Onwettigheid - Gevolg Tekst van de conclusie P.97.1697.N Eerste advocaat-generaal du Jardin heeft in substantie gezegd: De casuspositie Er is in het onderhavige geval grond tot cassatie wat de beslissing betreft over het verval van het recht tot besturen van een voertuig, wegens schending van de bijzondere motiveringsplicht bepaald bij art. 195, tweede en laatste lid, Wetboek van Strafvordering. De vraag over de omvang van de uit te spreken cassatie Welk is het gevolg van de onwettigheid, die slechts een van de bestanddelen van de beslissing treft? De vraagstelling moet aangescherpt worden, om de hele problematiek van de omvang van cassatie niet onder de loep te moeten bekijken: Moet die onwettigheid leiden tot cassatie van de gehele beslissing van de strafrechter, niet alleen van de gehele beslissing op de strafvordering, maar ook van de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering door die primaire vernietiging meegesleept? Of wordt enkel vernietigd het deel dat door de onwettigheid is aangetast, terwijl het overige van de beslissing overeind blijft? *** De regel Als uitgangspunt van de redenering moest de regel worden herinnerd volgens welke de strafrechter verplicht is – behalve in assisenzaken (vgl. de artt. 427 en 434, derde lid, Sv.) – ineens, d.w.z. bij éénzelfde uitspraak over de schuld en over de straf te beslissen. Volgens een vaste rechtspraak is het aldus de strafrechter verboden met afzonderlijke beslissingen uitspraak te doen over de schuld en over de straf

(1), of over de verschillende onderdelen van de straf
(2). De verantwoording van de regel van eenheid en onsplitsbaarheid van de beslissing over de strafvordering zou in de nauwe verbondenheid van de onderdelen van de beslissing van de strafrechter gelegen zijn, zodat het rationeel moeilijk is zonder contradictie of incoherentie een deel van het geheel af te scheiden. Volgens FAUSTIN HÉLIE (Instruction criminelle, III, nr. 5391) behoort de onsplitsbaarheid van de beslissing in correctionele en politiezaken tot "la nature des choses". "Le jugement, œuvre du même juge, forme un tout dont toutes les parties sont étroitement liées entre elles; la déclaration de culpabilité et l'application de la peine ne sont qu'une même opération et un même acte; toutes les mesures prononcées par le dispositif sont la conséquence d'une appréciation commune. Il est donc difficile de détacher des parties de cet ensemble, de diviser ce qui se trouve confondu, de scinder un même acte en plusieurs fragments, de distinguer, en un mot, les parties que protège la chose jugée et celles qu'elle ne couvre pas" (ibid., nr. 5390; Cass., 7 januari 1856, Pas., 1856, 25). Voor RAOUL DECLERCQ "(hangen) de verschillende bestanddelen van de veroordeling op strafgebied van één beklaagde voor één feit zo nauw met elkaar samen dat de rechter, in correctionele of in politiezaken, noodzakelijk met één vonnis of arrest over de strafvordering uitspraak moet doen." (DECLERCQ, R., "Over het splitsen van de veroordeling", noot sub Cass., 12 april 1994, R.W. 1994-1995, 192.) Volgens JEAN FAURÈS "le fait étant examiné en même temps que le droit, ce n'est qu'exceptionnellement que les différents chefs de prévention sont séparés dans l’appréciation de la culpabilité et l’application de la peine; aussi la cassation est-elle en principe totale" (FAURÈS J., Pourvoi en cassation en matière répressive, nr. 384). Doet de rechter toch uitspraak bij afzonderlijke beslissingen, dan zijn alle beslissingen tezamen nietig. De cassatie van de beslissing op de straf brengt aldus de vernietiging mee van de beslissing over de schuld
(3). Aan die regel valt er niet te tornen. De beoordeling van de strafrechter moet inderdaad globaal zijn, al was het maar omdat het persoonlijk karakter van de straf de simultane en vooral interactieve waardering van verschillende componenten van zijn beslissing impliceert, met name het strafbaar feit, de schuld en de straf
(4). *** In het onderhavige geval gaat het evenwel niet om successieve beslissingen van de strafrechter, maar om een unieke beslissing, die voor een deel met onwettigheid is behept, met name de schending van art. 195 Sv. Hiermee wordt een cassatie-technisch probleem aangesneden, dit van de omvang van de vernietiging en van haar uitbreiding
(5). Wanneer in de beslissing van de strafrechter, die zich aan de regel van eenheid-onsplitsbaarheid heeft gehouden, slechts één element voor vernietiging vatbaar is, stelt zich de vraag of die onwettigheid de andere niet voor kritiek vatbare onderdelen van de beslissing zodanig besmet dat de hele beslissing noodzakelijk moet vernietigd worden? *** Omvang van de cassatie van de beslissing over de strafvordering Er mag niet uit het oog worden verloren dat het cassatieberoep, zowel op strafrechtelijk gebied als op burgerlijk gebied, een uitzonderlijk rechtsmiddel is, zodat het cassatiemiddel noodzakelijk een specifieke draagwijdte heeft. Een cassatiemiddel kan aldus tot gehele of gedeeltelijke cassatie strekken. Hieruit volgt dat: 1. wanneer het Hof de bestreden beslissing vernietigt, het noodzakelijk beslist binnen de perken van het cassatieberoep; 2. wanneer de vernietiging m.b.t. een bepaald bestreden punt wordt uitgesproken, die vernietiging, in de regel, niet wordt uitgebreid tot de andere punten die in dezelfde beslissing voorkomen en waartegen geen cassatieberoep werd ingesteld, en mitsdien aan de censuur van het Hof niet werden onderworpen
(6). Die twee regels zijn geldig zowel in strafzaken als in burgerlijke zaken, en zowel op de beslissingen op de strafvordering als op de beslissingen op de civielrechtelijke vordering. Maar voor het overige is in strafzaken de omvang van de cassatie anders geregeld dan in burgerlijke zaken. Bij een regelmatig cassatieberoep tegen een beslissing op de strafvordering dient het Hof in beginsel alle nietigheden of onregelmatigheden, die tot cassatie kunnen leiden, ambtshalve naar voren te brengen, ongeacht van wie het cassatieberoep uitgaat (Cass., 4 januari 1994, nr. 1), zelfs als de beklaagde in zijn cassatieberoep geen middel aanvoert of geen voorbehoud maakt, terwijl in civiele zaken het voorwerp van de voorziening door de draagwijdte van het middel beperkt is
(7). Het is dus niet de draagwijdte van het middel die voor de rechtsmacht van het Hof in strafzaken bepalend is. *** Hiermee duikt de regel van de eenheid-onsplitsbaarheid van de beslissing van de strafrechter op, in verband met de omvang van de cassatie met, desgevallend, het voor de burgerlijke partijen gevolg van een uitbreiding van de vernietiging tot de beslissing op de civielrechtelijke vordering die voor dezelfde strafrechter vervolgd wordt
(8). Die vernietiging kan door de vernietiging van de beslissing op de strafvordering worden veroorzaakt, hoewel de schuldverklaring, waarop de burgerlijke aansprakelijkheid van de beklaagde gesteund is, voor geen kritiek vatbaar zou zijn en door geen cassatiemiddel wordt aangevochten, waaruit ook blijkt dat de beklaagde tevreden is met zijn veroordeling, jegens een burgerlijke partij die ook met de uitspraak instemt
(9). *** Om een duidelijke visie van de vraagstelling te hebben, moet, eerst de complexe inhoud van de eindbeslissing van de strafrechter in aanmerking worden genomen, om dan pas te gissen naar de mogelijke gevolgen van een onwettigheid die slechts op een onderdeel van die beslissing – of op een stap van de procedure – betrekking zou hebben. De inhoud van de beslissing over de strafvordering De beslissing van de strafrechter is samengesteld uit een complex van achtereenvolgende vaststellingen en beslissingen, de ene met de andere verweven om een geheel te vormen. De componenten van die beslissing zijn:
  1. het bewezen verklaren van het tenlastegelegde feit met, desgevallend, de controle van de regelmatigheid van de bewijsgaring,
  2. de vaststelling van het strafbaar karakter van het feit, met verwijzing naar een wettelijke kwalificatie,
  3. de schuldigverklaring van de dader d.i. zijn toerekenbaarheid en schuldigheid,
  4. de bepaling van de wettelijk voorziene sanctie,
  5. de maat van de straf, anders gezegd de straftoemeting,
  6. een specifieke motivering van de aard en van de maat van de straf,
  7. (desgevallend) de beslissing op de civielrechtelijke vordering die voor dezelfde strafrechter wordt vervolgd. Al die componenten gaan gepaard met tal van andere beslissingen over het naleven van vormvoorschriften of over de ontvankelijkheid van de strafvordering, enz. De uitspraak van de strafrechter komt aldus voor als een mozaïek van ingelegde stukken – in casu van dicta –, die, verweven met elkaar, één gestructureerde beslissing vormen, met de particulariteit dat al die onderdelen nog door een specifieke motiveringsverplichting, deze van art. 195 Sv, zijn overkoepeld, toepasselijk op elk deel van het veroordelend vonnis, zowel in verband met de feiten, als met de schuld van de gedaagde, met de straf en de strafmaat. Men mag in dit verband niet eraan voorbijzien dat het voorwerp van de cassatie een beslissing, een 'dictum' is. De aangekaarte onwettigheid, of onregelmatigheid, is niet meer dan de grond of de reden die tot cassatie kan leiden. Reden en draagwijdte van cassatie mogen niet verward worden. *** Welk zijn de gevolgen van de regel van de eenheid-onsplitsbaarheid wat de rechter op verwijzing betreft? Het valt niet te betwijfelen dat het vernietigen van de beslissing over het tenlastegelegde feit (componenten 1 en 2), over de strafbaarheid van de dader (component 3), of over de wettigheid van de straf (componenten 4 en 5) tot een volledige cassatie van de beslissing op de strafvordering moet leiden, wegens de nauwe verbondenheid van die onderdelen van de beslissing. De verknochtheid tussen die componenten van de beslissing is inderdaad zo innig dat men bezwaarlijk een van die ingelegde stukken uit het mozaïek zou kunnen afnemen, zonder de beoordeling van de rechter op verwijzing in meer of mindere mate te verwringen
(10). Wat de overige componenten van de beslissing betreft, is het antwoord niet zo evident. De regel zou kunnen zijn dat de omvang en de uitbreiding van de cassatie door het hoofdzakelijk of bijkomstig karakter van de strafonderdelen gepaaid worden. Er zou enkel uitzondering worden gemaakt op de principiële regel van de volledige cassatie, wanneer de nietigheid uitsluitend betrekking heeft "op wat beschouwd wordt te behoren tot de bijkomende straffen en maatregelen". Die formule is evenwel bezwaarlijk bruikbaar omdat zij verwarringscheppend is. Uit de rechtspraak blijkt inderdaad dat het Hof van Cassatie van het klassieke onderscheid, dat de rechtsleer maakt tussen hoofdstraffen en bijkomende straffen, sinds lange jaren heeft afgezien. Aldus worden, bvb. de gevangenisstraf, de geldboete en de verbeurdverklaring, die bij eenzelfde vonnis worden uitgesproken ten laste van een beklaagde voor een uniek feit, of voor een complex van feiten in eendaagse samenloop, als een unieke, globale straf beschouwd. De onwettigheid die slechts een onderdeel van die zogenaamde globale straf betreft, strekt zich aldus uit tot de hele uitspraak over de strafvordering voor dat ene misdrijf, omdat dit strafonderdeel beschouwd wordt als behorend tot de hoofdstraf. Dit is een reeds oude stellingname van het Hof, die blijkt uit verschillende arresten, met name van 16 november 1920 (Pas., 1920, 129), 16 oktober en 11 december 1933 (Pas., 1934, pp. 22 en 96, met belangwekkende voetnoten getekend respektievelijk P.L. en L.C.)
(11). In de samenvatting 3° van het arrest van 16 oktober 1933, leest men: "La condamnation à la peine accessoire à les mêmes motifs que la condamnation à la peine principale, étant, comme celle-ci, la conséquence de la déclaration de culpabilité ( ... )". Dit verwoordt wel de opvatting dat de beslissing in strafzaken in de regel één en onsplitsbaar is. *** Kan uit de rechtspraak van het Hof lering worden getrokken?
(12)Leerzaam is de rechtspraak van het Hof te raadplegen in verband met de gevallen van volledige of gedeeltelijke cassatie. Gevallen van volledige cassatie M.b.t. de omvang van de cassatie, behoort tot de hoofdstraf, of is rechtstreeks verbonden aan de beslissing over de hoofdstraf, zodat er tot volledige cassatie aanleiding is, niet alleen de eigenlijke hoofdgevangenisstraf volgens de klassieke acceptie, maar ook, als onderdeel of bestanddeel ervan: - de (onterechte) strafverzwaring wegens herhaling (Cass., 24 augustus 1998, nr. 372); - de geldboete uitgesproken samen met de hoofdgevangenisstraf; Aldus zou bij veroordeling tot een geldboete benevens de gevangenisstraf, "de onwettelijkheid van een der elementen van de enige toegepaste straf van x maanden en x frank geldboete de onwettelijkheid van de ganse straften gevolge (hebben)" (Cass., 21 mei 1974, A.C., 1974, 1051); - een onwettig verleend uitstel, “omdat het uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf een bestanddeel is van de straf” (Cass., 5 oktober 1988, nr. 88; 20 juni 1995, nr. 317, 10 september 1997, nr. 343); Hetzelfde geldt voor een probatie-uitstel, wanneer niet vastgesteld is dat de veroordeelde zich heeft verbonden de voorwaarden na te leven (Cass., 29 november 1988, nr. 185); Dit is evenwel niet het geval, wanneer het kwantum van de straf door het verlenen van uitstel niet wordt beïnvloed; in dit laatste geval is er enkel cassatie betreffend het verleende uitstel, zonder verwijzing; (Zie conclusie van advocaat-generaal JANSSENS DE BISTHOVEN voor Cass., 14 juni 1989, in Pas., nr. 602). (Zie ook Cass., 2 mei 1966, Pas., 1966, p. 1116); - het herstel van de plaats in haar vorige staat inzake stedenbouw, omdat die maatregel, hoewel geen straf zijnde, als een verplichte aanvulling van de beslissing op de strafvordering wordt beschouwd; (Zie de conclusie van advocaat-generaal LENAERTS voor Cass., 9 maart 1976, A.C., 1976, p. 785 e.v.; Cass., 20 januari 1993, nrs. 39, 39bis en 39ter, met voetnoot getekend E.L.; in de andere zin: Cass., 13 juni 1977, A.C. 1977, 1052; 12 april1994, met noot getekend R. DECLERCQ, in R.W., 1994-95, 193). (Zie ook FAUSTIN HELIE, op.cit., nr. 5391); - het onwettig uitgesproken verbod om de geneeskunde uit te oefenen (Cass., 14 november 1989, nr. 158, te vergelijken met Cass., 2 juni 1998, J.L.M.B. 1999, p. 1381); - het onwettig rijverbod, omdat "het een bestanddeel van de straf is en geen afzonderlijke straf' (Cass., 3 februari 1976, A.C. 1976, 656; 23 januari 1985, nr. 301); of omdat "la décheance du droit de conduire fait partie d'un tout homogène et que l'illégalité de pareille décheance affectait nécessairement l'ensemble" (noot get. R. DECLERCQ, sub Cass., 5 april 1977, R.D.P. 1977, 333); Anders is het wanneer het verval om te besturen als veiligheidsmaatregel wordt uitgesproken (Cass., 24 januari 1977, met kritische noot getekend R-A D., A.C. 1977, p. 578). *** De omvang van de cassatie wordt aldus door het onderscheid hoofd- en bijkomende straf gedetermineerd. Raoul DECLERCQ begrijpt dit onderscheid als volgt: Afgezien van het klassiek onderscheid hoofd- en bijkomende straf, worden de onderscheiden straffen als een enig hoofdstraf beschouwd omdat zij "sont jugées d'une gravité intrinsèque telle, que, prononcées seules au en combinaison avec d'autres, elles sont, par essence, classées parmi les peines 'principales'; une illégalité qui les affecte atteint par le fait même l’ensemble de la peine" (R.D.P., 1977, 335). Die voorbeelden volstaan om te beseffen dat "grondige maatstaven ontbreken" (noot R.D., sub Cass., 14 november 1989, A.C., 1989-90, nr. 158). Blijft de vraag of een volledige cassatie zo onvermijdbaar is? Wanneer de grond van vernietiging zich verder in de structuur van de beslissing dan de componenten 1 tot 5 bevindt, is het wel redelijk maar ook proces-economisch verantwoord het hele proces over te doen? Uit de rechtspraak van het Hof zou wel kunnen blijken dat de regel van de eenheid-onsplitsbaarbeid ten koste van een volledige cassatie geen absoluut gebiedende prijs is. Bressen werden inderdaad geopend, die het misschien mogelijk maken op een te strakke regel te schieten ... *** Gevallen van beperkte cassatie Wanneer de onwettigheid slechts een bijkomstig onderdeel van de beslissing over de straf treft, zou de cassatie tot dit onderdeel beperkt kunnen blijven, en bij voorbeeld wanneer de onwettigheid betrekking heeft op: - de verbeurdverklaring, omdat niet is vastgesteld dat aan de wettelijke vereisten is voldaan (Cass., 27 maart 1990, nr. 452). Dit is in tegenstrijd met de sinds 1933 (cfr. supra) door het Hof aangenomen stelling, volgens welke de verbeurdverklaring met de gevangenisstraf en de geldboete als een unieke straf beschouwd wordt; - de ontzetting van rechten van art. 31 Sw. (Cass., 15 december 1992, nr. 794), bvb. het verzuimen de ontzetting uit te spreken (Cass., 9 maart 1925, Pas., 1925, 171); - de ontzetting uit de ouderlijke macht (Cass., 7 januari 1924, Pas., 1924, 114); - de aan een rijverbod verbonden verplichting om aan een examen te voldoen (Cass., 7 oktober 1980, nr. 82); - de beveiligingsmaatregel bevolen samen met de vervallenverklaring (Cass., 6 oktober 1998, nr. 431); - de oplegging van een voertuig in verkeerszaken (Cass., 22 juli 197 4, A.C. 197 4, 1234); - de bekendmaking van de veroordeling wegens bankbreuk (Cass., 18 december 1978, p. 455); - de fiscale geldboete (Cass., 5 december 1989, nr. 221); - de wettelijke herleiding van de straf in geval van meerdaadse samenloop. Bij ééndaadse samenloop integendeel, zal de cassatie wegens een onwettigheid die op een van de misdrijven betrekking heeft, worden uitgebreid tot de hele beslissing nopens de samenlopende of voortgezette misdrijven, omdat de feiten als een unieke, onsplitsbare gedraging wordt beschouwd. (Cass., 24 januari 1977, 575; 11 juni 1991, nr. 523, 1007; 23 november 1990, nr. 161, 341); - de vervangende gevangenisstraf (Cass., 21 april 1999); - het onwettig verzuimen een vervangende gevangenisstraf uit te spreken (Cass., 21 februari 1989, nr. 349); - de beslissing over de onmiddellijke aanhouding (zie de noot getekend M.D.S. sub Cass., 16 mei 1995, A.C. 1995, nr. 240); - de motivering, zoals vereist door art. 195 Sv. (zie J.L. DENIS, in R.D.P., 1997, 1025, en de noot getekend M. DE SWAEF in R.W, 1991-92, 1364); Vroeger oordeelde men er heel anders over: wanneer de nietigheid enkel betrekking had op de straftoemeting, moest er niettemin een gehele cassatie zijn, "car pour apprécier la mésure de la peine, il est nécessaire d'apprécier les faits incrimines" (FAUSTIN HÉLIE, op.cit., nr. 5390; Cass. fr., 16 november 1827, rapport M. MANGIN); Met de aanvulling van art. 195 Sv., door de wet van 27 april 1987, blijkt een andere opvatting de voorkeur te hebben gekregen, die weliswaar geen splitsing tussen de schuldigverklaring en de straftoemeting toelaat, maar toch een cesuur maakt in de appreciatie van de rechter, die, na zijn appreciatie van het strafbaar karakter van de gedraging van de dader, voor de aard en de maat van de straf een specifieke motivering moet uitdokteren; - de veroordeling tot de gerechtskosten (Cass., 14 november 1995, nr. 495). *** Besluit Een uitgangspunt voor de besluitvorming over de omvang van een cassatie in strafzaken kan wellicht uit de bepaling van de hoofdtaak van het Hof van Cassatie afgeleid worden
(13). Die hoofdtaak is het waarborgen van de eenheid bij de toepassing en de interpretatie van de wet
(14). Het Hof vernietigt een beslissing alleen bij overtreding van de wet, miskenning van een algemeen rechtsbeginsel, of schending van een substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm. Ten respecte van “la liberté du juge de renvoi que la cour entend lier le moins possible"
(15), beslist de cassatierechter niet zelf over de zaak. Zijn uitspraak heeft overigens, behalve in het uitzonderlijk geval bepaald in artikel 1119 van het Gerechtelijk Wetboek, geen gezag van gewijsde t.o.v. de rechter op verwijzing, die door de juridische beslissing van het Hof niet gebonden is. Uitgaande van die bedenkingen zou, als uitzondering op de regel van de gehele cassatie, een gedeeltelijk cassatie van de beslissing in strafzaken mogelijk zijn, als er bij de rechter op verwijzing geen risico wordt geschapen voor tegenstrijdigheid tussen, enerzijds, het deel van de bestreden beslissing dat door de cassatie niet wordt geraakt en aldus kracht van gewijsde heeft, en, anderzijds, het deel waarover ingevolge de vernietiging nog moet worden geoordeeld. Om dit in een regel te verwoorden en te omlijnen, moet de beslissing in strafzaken opnieuw in haar complexiteit in aanmerking worden genomen. *** Er zijn in de beslissing van de strafrechter componenten die zo nauw met elkaar verbonden zijn, dat het niet denkbaar is ze afzonderlijk te beoordelen. Zij staan in de smeltkroes waar de strafrechter zijn oordeel vormt. Het gaat over: - de vaststelling over het tenlastegelegde feit; - de beslissing over de schuldigheid van de beklaagde; - de wettelijke straf. Die componenten zijn onontbeerlijk, maar zij zijn ook voldoende om de beslissing van de strafrechter te vormen. Zij maken de harde kern van de beslissing uit en vormen daarom een onsplitsbaar geheel. Er zijn andere componenten die betrekking hebben op: de bijkomende straffen – in de klassieke bevatting van de uitdrukking (cfr. supra) –, de straftoemeting, het al of niet uitstellen van de strafuitvoering, enz. Behoren die componenten ook tot de harde kern van de beslissing? Of mag men ze beschouwen als onderdelen die, hoewel wettelijk verplichtend, zich aan de periferie bevinden, zodat, bij cassatie op een van die onderdelen, de rechter op verwijzing daarover vrij uitspraak kan doen, zonder miskenning van het rechterlijk gewijsde, zonder gevaar voor contradictie of incoherentie met de delen van die beslissing die cassatiebestendig zijn gebleven, maar ook zonder aantasting van zijn innerlijke overtuiging? Er is op die vraag geen uniek, principieel antwoord. Het antwoord kan desgevallend van de motivering van de feitenrechter afhangen, als, bvb., duidelijk blijkt dat zijn beslissing over de zogenaamde periferische onderdelen rechtstreeks door zijn beslissing over de hoofdcomponenten beïnvloed werd, zodat er tussen de onderdelen van zijn beslissing een nauw verband dient gelegd, dat een ontkoppeling van de onderdelen uitsluit. Dit ontsnapt aan de controle van het Hof, omdat het tot de feitelijke beoordeling van de grondrechten behoort (KRINGS, E., op.cit., T.P.R., 1995, nr. 27). De uitbreiding van de cassatie tot het geheel van de bestreden beslissing dringt zich in die gevallen op. Indien, evenwel, zulk een verband uit de bestreden beslissing niet blijkt, is een splitsing van het te vernietigen onderdeel niet hinderlijk voor het verder afhandelen van de zaak. Een gedeeltelijke cassatie is dan juridisch aanvaardbaar maar ook proces-economisch een goede oplossing
(16). Volgens de rechtspraak van het Franse Hof van Cassatie wordt er op de onsplitsbaarheid van de beslissing van de strafrechter uitzondering gemaakt, “lorsque la cassation ne concerns que des dispositions purement accessoires de la décision (...) ou à propos de la motivation spéciale de la sanction, ce qui conduit a écarter l'indivisibilité entre le prononcé de la peine et la déclaration de culpabilité, lorsque celle-ci n'encourt pas de censure"
(17). In Nederland zou "de Hoge Raad in gevallen waarin in feite na een fair proces een goede beslissing is gevallen, fouten van de feitenrechter door de vingers (...) zien en waar mogelijk (herstellen)". (E. VON BRUCKEN FOCK en A. VAN DORST, 1988, Cassatie in strafzaken, tweede druk, p. 215). *** De grenzen van de beperkte cassatie De ontkoppeling van bepaalde onderdelen van de beslissing van de strafrechter is m.i. niet te verantwoorden, wanneer de bedoelde onderdelen in verband staan met het bewezen verklaren van het tenlastegelegde feit, met de schuldigverklaring, of met de eraan verbonden straf(fen) en maatregelen. De ontkoppeling tussen schuldigverklaring en straftoemeting zou evenwel mogelijk zijn, in de gevallen waarin de wet, en meer bepaald art. 195 Sv, een specifieke motivering van de straftoemeting vereist, en alléén maar als de nietigheid op die specifieke motivering betrekking heeft. De wetgever heeft overigens, met het invoeren in 1987 van een bijzondere motiveringsverplichting van de straftoemeting, zelf een cesuur tussen schuld en straf impliciet aanvaardbaar gemaakt, en aldus afbreuk gedaan aan de traditionele onsplitsbaarheid tussen schuldigverklaring en straftoemeting, in zoverre de rechter in een afzonderlijke en specifieke motivering de redenen moet vermelden waarom hij "dergelijke straf of dergelijke maatregel uitspreekt". Indien men in aanmerking neemt dat art. 195 Sv. een formele vereiste stelt, mag de onwettigheid die niet op de straf als dusdanig, maar enkel op de formele rechtvaardiging van haar toemeting betrekking heeft, tot de vernietiging van de aldus onwettig verantwoorde straf leiden zonder uitbreiding van de cassatie naar de onderdelen van de beslissing die niet voor kritiek vatbaar zijn, "en vertu du principe de la chose jugée qui maintient toutes les dispositions qui ne sont pas nécessairement ébranlées par la nullité"
(18). Deze inperking van de omvang van de cassatie heeft wel als corollair dat het Hof, naast de controle van de motivering van de straf, de middel en die betrekking hebben op de schuldigverklaring ook op hun merites zal moeten toetsen teneinde na te gaan of het toch niet de uitgebreide vernietiging dient uit te spreken. Het kan inderdaad zijn dat de vastgestelde onregelmatigheid die tot de vernietiging met verwijzing aanleiding geeft, niet tot een louter motiveringsgebrek van de straf is te herleiden, maar de wettigheid zelf van de straf in het gedrang brengt. In zodanig geval dringt zich een gehele cassatie op; omdat de onwettige straf of strafmaat met de schuldigverklaring innig verbonden is. Die oplossing, die ook deze is van het Franse Hof van Cassatie, biedt voordelen, enerzijds, het voordeel dat de rechter op verwijzing zich nog slechts over een deelaspect van het strafproces, de straftoemeting en haar rechtvaardiging, dient uit te spreken, en, anderzijds, het voordeel dat de afhandeling van de civielrechtelijke aspecten van de zaak niet verbonden wordt aan een formele onregelmatigheid die, in wezen, vreemd is aan de eigenlijke aansprakelijkheidsproblematiek
(19). Na gedeeltelijke cassatie wijst de rechter op verwijzing een nieuwe beslissing over de straftoemeting met, ditmaal, een aangepaste motivering, ten minste als de wet hem die keuze laat, en als hij meent de bedoelde straf te moeten uitspreken. Hij spreekt zich dus niet uit over de schuldigverklaring, die onaanvechtbaar, cassatiebestendig vaststaat, anders gezegd, kracht van gewijsde heeft. Voor het overige zal hij, binnen de wettelijke mogelijkheden, alle beoordelingsvrijheid bezitten, zodat hij, behoudens wettelijke verplichting, zelfs niet gehouden is, tegen zijn innerlijke overtuiging, de bijkomende straf, die in de bestreden beslissing onregelmatig was gemotiveerd, uit te spreken
(20). Met de tegenovergestelde oplossing, d.i. een uitbreiding van cassatie tot de gehele beslissing, zou de verwijzingsrechter andere beslissingen kunnen nemen dan deze die niet bekritiseerd werden. De aldus voorgestelde wijziging van de rechtspraak moet als een zuivere regel van cassatietechniek aangezien worden, gebaseerd op redenen van billijkheid, van proportionaliteit, van proces-economische aard: het kan, desgavallend, aangewezen zijn een gehele cassatie te vermijden, gelet op de disproportionele gevolgen op civielrechtelijk vlak, om, bvb., het hele proces niet te moeten overdoen. De cassatietechnische oplossing van een gedeeltelijke cassatie mag er evenwel niet toe leiden de feitenrechter de mogelijkheid te geven zijn beslissing te splitsen om, bvb., na de uitspraak over de schuld, om opportuniteitsredenen of om andere goede redenen zijn beslissing over de straf uit te stellen. Onverkort blijft voor de feitenrechter de regel van eenheid-onsplitsbaarheid, volgens welke hij zich over de schuldvraag en over de strafmaatregelen in een vonnis of arrest moet uitspreken. *** Besluit: een beperkte cassatie wat de beslissing over het verval van het recht tot besturen van een voertuig betreft. ________________________________
(1)Cass., 14 juni 1983, nr. 568; 5 februari 1986, nr. 361; 16 september 1986, nr. 25; 18 mei 1993, nr. 243; 17 februari 1998, nr. 96.
(2)Cass., 3 november 1987, nr. 139.
(3)Cass., 24 februari 1975, A.C., 1975, 722; 5 februari 1986, nr. 361; 17 februari 1998, nr. 96.
(4)Cass., 17 februari 1998, nr. 96: "Overwegende dat krachtens de regels inzake rechtsbedeling in correctionele en politiezaken de beoordeling van de schuld en van de straf zo nauw verbonden is dat niet bij afzonderlijke beslissing uitspraak mag worden gedaan over de schuld en de op te leggen straf", met noot get. VAN MUYLEM E., in Recente Cassatie, 1999-2, 60.
(5)Het probleem van de omvang van de cassatie werd tot op heden door de rechtsleer (nog) niet in zijn geheel behandeld. Wel bestaan er merkwaardige monografieën en jurisprudentiële aantekeningen over bepaalde aspekten van de problematiek: Zie o.m.: KRINGS, E., "De omvang van cassatie", in T.P.R., 1995, 885; Actualités du droit, 1995, pp. 907-955; D'HONDT, M., "De omvang van cassatie: een beperkte update", in Liber Amicorum Jules D'Haenens, 1993, pp. 117-126; DECLERCQ, R., Beginselen van strafrechtspleging, tweede editie, 1999, nr. 2384 e.v.; DECLERCQ, R., "Over het splitsen van de veroordeling", noot sub Cass., 12 april 1999, R.W, 1994-1995, 191-194; DECLERCQ, R., "Bedenkingen bij het cassatieberoep in strafzaken", in Liber Amicorum Jules D'Haenens,
(1993),
(29), 46 e.v.; DECLERQ, noot sub Cass., 5 april 1977, R.D.P., 1978, 329-336; VAN MUYLEM E., "Eenheid van de uitspraak over de strafvordering", Cass., 17 februari 1998, in Recente Cassatie, 1992-2, 60.
(6)Procureur-generaal KRINGS vermeldt twee arresten van 27 februari 1985, A.C., 1984-85, nrs. 386 en 387, waarin al de regels voorkomen, die essentieel zijn inzake de draagwijdte van het cassatieberoep in strafzaken. Zie ook MEEUS, A., "Lorsque la cassation est prononcée, se pose le problème important et délicat de son étendue. Celle-ci est généralement précisée par le dispositif des arrêts, mais sans que la Cour énonce les règles sur lesquelles elle se fonde. Deux principes gouvernent la matière. D'une part, la cassation, si généraux et absolus que soient les termes dans lesquels elle a été prononcée, est limitée à la portée du moyen en vertu duquel elle l'a été (Cass., 30 avril 1914, Pas., 1914, I, 207; 21 juin 1982, Pas., 1982, I, 1226 avec les conclusions de M. le Procureur général CHARLES). D'autre part: 'Tant en matière civile qu'en matière répressive, la cassation est édictée sans réserve: le demandeur qui obtient la cassation ne leur conserver le bénéfice à son prosit de l'arrêt cassé, alors qu'il a obtenu par la cassation tout l'effet que ce recours pouvait produire' (Cass., 6 juin 1939, Pas., 1939, I, 291). C'est ce que l'on appelle l'effet absolu de la cassation, qui est fondamentalement distinct de celui de l'appel." ("Le problème de la validité des normes dans la jurisprudence de la Cour de cassation", in Droit et Pouvoir, publication du centre universitaire de philosophie du droit, Story Scientia, 1988, p. 191).
(7)KRINGS, E., op.cit., nr. 45, p 955: "En matière pénale les pouvoirs de la Cour sont plus larges (qu'en matière civile) puisque, sur le plan de l'action publique, la Cour peut soulever des moyens d'office et n'est, des lors, limitée que par l'existence d'un pourvoi."
(8)De klassieke regel van de eenheid van de strafrechtelijke en burgerlijke fouten had ook als gevolg, schrijft Faustin HÉLIE – op. cit., nr. 5390 – "que l'annulation de la condamnation civile fait tomber la condamnation pénale, car comment le juge saisi par le renvoi pourrait-il apprécier la réparation civile, s'il ne peut apprécier les faits qui la motivent?". Over de eenheid van penale en civiele fouten: HENNAU, Chr., en SCHAMPS, G., “Responsabilité pénale et responsabilité civile, une parente contestée”, Annales de droit, 1995, 113-200; DALCQ, R.O., en SCHAMPS, G., La responsabilité délictuelle et quasi-délictuelle - Examen de jurisprudence (1987-1993), R.C.J.B., 1995, 525-638.
(9)Cass., 31 mei 1995, nr. 269: "De vernietiging, op de voorziening, van de beklaagde, van de op de strafvordering gewezen beslissing heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissingen op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen, die uit eerstgenoemde beslissing voortvloeien en waartegen eiser zich regelmatig in cassatie heeft voorzien. Ook al wordt de vernietiging van de op de strafvordering gewezen beslissing uitgesproken op een ambtshalve aangevoerd middel."
(10)Men moet hier rekening houden met de absolute werking van de vernietiging. Lees desbetreffend de noot van HAYOIT DE TERMICOURT, R., sub Cass., 18 oktober 1943, Pas., 1944, 5, over “1'effet absolu de la cassation, quant aux chefs de dispositif qu'elle frappe” en de voetnoot 6, supra. Door de absolute werking van de vernietiging kan de rechter op verwijzing, na cassatie op de strafvordering, een zwaardere straf opleggen dan die welke de vernietigde beslissing had gewezen, in zoverre de rechter die deze beslissing had gewezen zulks had kunnen doen, met evenwel het voorbehoud dat het cassatieberoep van de beklaagde alléén die wetschendingen bij het Hof aanhanging maakt die te zijnen nadeel zijn begaan. Zie ook Cass., 8 november 1965, Pas., 1965, p. 324-325: "La violation de la loi une fois constatée entraîne la cassation totale ou partielle, selon les cas, mais toujours pure et simple, de la décision attaquée; qu'il s'ensuit que la cassation (…) n'est pas prononcée par voie d'émendation à son profit, c'est-à-dire seulement en tant que le dispositif de la décision est défavorable (au prévenu-demandeur)".
(11)Lees o.a. de voetnoot getekend P.L., sub Cass., 16 november 1920: "Le juge du fond, lorsqu'il condamne, à raison d'un fait unique, à une peine d'emprisonnement, à une peine d'amende et à une peine d'emprisonnement subsidiaire, ne condamne en réalité qu'à une peine unique formée de la réunion de ces trois éléments: l'emprisonnement principal, l'amende et l'emprisonnement subsidiaire. Si l'un de ces éléments est illégal, la peine totale est illégale. Comme, d'autre part, en matière correctionnelle, le juge qui prononce la peine est le juge qui apprécie le fait, la cassation doit être prononcée pour le tout, et, par suite, le prévenu pourra, le cas échéant, être acquitté par le juge de renvoi. (Cass., 15 janvier 1917, Pas., 1917, 370 et la note)". Lees ook de voetnoot, eveneens getekend P.L., sub Cass., 16 oktober 1933, Pas., 1934, p. 23: "La Cour de cassation considère que l'amende est avec l'emprisonnement partie de la peine principale et, en cas l'amende illégale, elle casse pour le tout." Na een verwijzing naar Nypels en Servais, schrijft de annotator: "Ces auteurs semblent employer l'expression 'peine accessoire' dans le sens d'une peine moins importante que l'autre dite 'peine principale': ainsi l'amende prononcée avec l'emprisonnement. Nous considérons ici comme peine accessoire celle qui est prononcée comme (la résultante d'une peine dite principale à laquelle l'inculpe est condamné (voy. Code pénal, art. 31, 32, 33, etc.). Ni le Code pénal, ni Haus ne semblent user de l'expression 'peine accessoire' avec la portée que lui donnent Nypels et Servais."
(12)Het is hier niet de bedoeling een inventaris van de rechtspraak van het Hof te geven. Daarvoor wordt de reeds geciteerde rechtsleer profijtelijk geraadpleegd, waarin het klassieke onderscheid tussen gehele en beperkte cassatie wordt gedaan. Over het probleem van omvang van cassatie, kan men zich overigens moeizaam van de indruk ontdoen dat de rechtspraak aan rechtlijnigheid en éénduidigheid ontbreekt en eerder op een casuïstiek lijkt, waarin het niet gemakkelijk is "een scherpe scheidingslijn te bepalen tussen wat mag en wat niet mag, op grond van een welbepaalde regel" (Krings, E., op.cit., nr. 26).
(13)MEEUS A., op.cit., p 191, "II existe une relation entre la théorie de l'étendue de la cassation et la conception que l'on se fait de la mission de la Cour."
(14)Procureur-generaal E. KRINGS, 1 september 1987, "Kritische kanttekeningen bij een verjaardag", A.C., 1987-88, nr. 33, p. 37.
(15)A. MEEUS, ibid.; de rede van procureur-generaal DUMON, van 3 september 1979, "Over de Rechtstaat", nr. 8 e.v.
(16)Procureur-generaal LENAERTS (2 september 1991, "Cassatierechtspraak vandaag", nr. 13) wees op "het aantal vernietigingen wegens vormgetrekon in de ruimste zin, motiveringentekortkomingen inbegrepen", om de vraag te stellen "of die gebreken (...) wel een determinerende invloed op de beslissingen hebben gehad. Is er dan wel voldoende reden om die gebreken met vernietiging te bestraffen?" Lees ook procureur-generaal R. HAYOIT DE TERMICOURT, "Propos sur l'article 95 de la Constitution", van 15 september 1954, p. 5 e.v.
(17)Cass. fr., 26 oktober 1995 en 7 december 1995, Bull. crim., nrs. 324 en 374, pp. 908 en 1095, en andere verwijzingen naar de Franse rechtspraak in de voetnoot sub. Cass., 17 februari 1998, A.C., 1998, nr. 95.
(18)FAUSTIN HELIE, op.cit., nr. 5391: "En ce qui concerne l’application de la peine, il faut (...) distinguer le cas où la cassation n'atteint qu'une peine accessoire ou une mesure du dispositif qui peut être efface sans toucher au jugement lui-même."
(19)De omstandigheid dat, na een gedeeltelijke cassatie, de rechter op verwijzing zich niet meer heeft uit te spreken over de schuld, zou overigens geen nieuwigheid uitmaken (de reeds geciteerde gevallen van gedeeltelijke cassatie van bijkomende straffen en maatregelen, of de herroeping van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling, waar de schuldvraag niet meer aan de orde komt – art. 13 Probatiewet. In de voorgenomen invoering van het zogenaamd snelrecht is ook voorzien de veroordeling en de straftoemeting los te koppelen).
(20)In eerder zeldzame gevallen, waar ondertussen de verjaring van de strafvordering zou zijn tussengekomen, of de redelijke termijn overschreden, zou de zaak penaal als afgedaan beschouwd worden enkel met de schuldigverklaring die reeds op regelmatige wijze was uitgesproken (Cass., 9 december 1997, nr. 543; ROZIE, J., "Schuldigverklaring bij overschrijding van de redelijke termijn", R.W, 1998-99, 2). PDF document ECLI:BE:CASS:2000:CONC.20000208.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000208.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.