id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 september 2002 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020910.4 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021009.12 Rolnummer: P.01.0341.N Zaak: D. contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2003-03-19 Raadplegingen: 559 - laatst gezien 2026-06-19 00:57 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een authentieke akte zoals een akte van verklaring van hoger beroep in strafzaken levert volledig bewijs op van de vermeldingen die de openbare ambtenaar moet en kan vaststellen, tenzij het tegenbewijs ervan wordt geleverd na een valsheidsvordering; geen valsheidsvordering is vereist wanneer een vermelding wordt tegengesproken door een andere vermelding van dezelfde authentieke akte of door een andere authentieke akte of wanneer de valsheid blijkt uit het onderzoek van de akte zelf zonder dat een onderzoeksmaatregel hoeft te worden getroffen
(1).
(1)Zie Cass., 31 okt. 1968, A.C., 1968-69,
- Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht Vrije woorden: Authentieke akte - Akte van verklaring van hoger beroep - Tegenbewijs - Valsheidsvordering - Toepassingsgevallen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1319 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BETICHTING VAN VALSHEID Vrije woorden: Strafzaken - Bewijs door geschriften - Bewijskracht - Authentieke akte - Akte van verklaring van hoger beroep - Tegenbewijs - Valsheidsvordering - Toepassingsgevallen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1319 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.01.0341.N
- D. M. P., eiser, beklaagde en burgerlijke partij,
- TRANSPORT D. M., besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, eiseres, burgerlijke partij, vertegenwoordigd door Mr. René Bützler, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- RUSTHUIS KRUYENBERG, naamloze vennootschap, verweerster, burgerlijke partij,
- V. H. C., verweerster, beklaagde en burgerlijke partij, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 7 februari 2001 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Dendermonde. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Afstand Overwegende dat Mr. René Bützler, advocaat bij het Hof van Cassatie, namens de eerste eiser afstand zonder berusting doet van diens cassatieberoep in zoverre het werd ingesteld op de tegen eiser ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen behalve in zoverre uitspraak werd gedaan over het beginsel van aansprakelijkheid om reden dat het bestreden vonnis, gelet op wat het beroepen vonnis heeft beslist, geen eindbeslissing is; Overwegende dat het bestreden vonnis het door eiser ingestelde hoger beroep niet ontvankelijk verklaart; dat dit een eindbeslissing is ook al heeft het beroepen vonnis van de politierechter te Dendermonde van 24 september 1999 eiser veroordeeld tot het betalen van een provisionele vergoeding van één frank aan de eerste verweerster en van een provisionele vergoeding van 1.000.000 frank aan de tweede verweerster en voorts alvorens recht te doen een geneesheer-deskundige aanstelt teneinde de tweede verweerster te onderzoeken; Dat er geen grond is om akte te verlenen van de afstand; B. Onderzoek van het middel
- Eerste onderdeel Overwegende dat het bestreden vonnis het verweermiddel van een materiële misslag in de akte van hoger beroep als niet bewezen verwerpt en hierdoor de conclusie van de eisers beantwoordt; Overwegende dat, voor het overige, de in het onderdeel aangehaalde bewoordingen van het bestreden vonnis niet kunnen geïnterpreteerd worden in de zin dat de akte van hoger beroep een vergissing bevat; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
- Tweede onderdeel Overwegende dat overeenkomstig artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering hoger beroep wordt ingesteld door een verklaring daartoe op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, binnen de termijnen in deze wetsbepaling aangegeven; Overwegende dat overeenkomstig artikel 1319 Burgerlijk Wetboek een authentieke akte volledig bewijs oplevert van de vermeldingen die de openbare ambtenaar moet en kan vaststellen, tenzij het tegenbewijs ervan wordt geleverd na een valsheidsvordering; dat evenwel geen valsheidsvordering is vereist wanneer een vermelding wordt tegengesproken door een andere vermelding van dezelfde authentieke akte of door een andere authentieke akte of wanneer de valsheid blijkt uit het onderzoek van de akte zelf zonder dat een onderzoeksmaatregel hoeft te worden getroffen; Overwegende dat, zoals uit het antwoord op het eerste onderdeel blijkt, het bestreden vonnis oordeelt dat de beroepsakte geen materiële vergissing bevat; Overwegende dat het bestreden vonnis in die context wettig oordeelt dat het geen acht kan slaan op niet-authentieke stukken om de waarachtigheid van de vermeldingen van de beroepsakte te onderzoeken; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van tweehonderd vijfentwintig euro zesentachtig cent, waarvan zesenveertig euro acht cent verschuldigd en honderd negenenzeventig euro zevenenzeventig cent door de eisers betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van tien september tweeduizend en twee, door raadsheer Ghislain Dhaeyer, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020910.4 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190109.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3N.24 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div