id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 26 september 2002 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2002:CONC.20020926.10 Rolnummer: C.00.0086.N Zaak: ALGEMENE ZIEKENHUIZEN SINT CAMILLUS-SINT c. LANDSBOND D Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2002-12-02 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-06-14 14:09 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020926.10 Fiche Het verbod op draaibomen of draaideuren aan de uitgangen van ziekenhuizen, waarin art. 3.4, lid 3, van de bijlage van het Koninklijk Besluit van 6 november 1979 tot vastlegging van de normen inzake beveiliging tegen brand en paniek in ziekenhuizen, voorziet, heeft een algemene draagwijdte en geldt ook voor draaideuren met een blokkeringssysteem, uitgerust met tussenschotten die te allen tijde naar voor kunnen worden geduwd in de evacuatierichting. De aanwezigheid van dergelijke draaideuren aan bedoelde uitgangen maakt een fout uit in de zin van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Ziekenhuizen - Beveiliging tegen brand en paniek - Verbod op draaideuren - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 KB 6 november 1979 tot vaststelling van de normen inzake beveiliging tegen brand en paniek waaraan ziekenhuizen moeten voldoen - 06-11-1979 - Art. 3.4, lid 3, bijlage 1 - 30 ELI link Pub nr 1979110601 Tekst van de conclusie C.00.0086.N CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL D. THIJS. I. DE FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN. De betwisting betreft de schadelijke gevolgen van de val van wijlen V.D.B. A. op 1O mei 1995 aan de uitgang van het ziekenhuis van eiseres in de buurt van een draaideur. Het bestreden arrest van het Hof van beroep te Antwerpen dd. 1O mei 1999 stelt terzake vast dat: - de omstreden val en de schadelijke gevolgen ervan werden veroorzaakt door het gebruik van de betrokken draaideur; - de aanwezigheid van bedoelde draaideur als een fout in de zin van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek aan eiseres toe te rekenen is nu luidens artikel 3.4, lid 3, van de bijlage bij het Koninklijk Besluit van 6 november 1979 tot vaststelling van de normen inzake beveiliging tegen brand en paniek in ziekenhuizen, het gebruik van draaibomen of draaideuren verboden is; - eiseres tot vergoeding van de schadelijke gevolgen van de val gehouden is. Dienvolgens verklaart het arrest de hogere beroepen gegrond, hervormt het het bestreden vonnis, en veroordeelt het eiseres tot betaling van een provisionele schadevergoeding ten bedrage van respectievelijk 321.317 Fr aan eerste verweerder en 5O.232 Fr aan de overige verweerders (erfgenamen van wijlen V.D.B. A.), te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 1O mei 1995 en met de gerechtelijke intresten. Alvorens verder recht te doen stelt het bestreden arrest een deskundige aan met als opdracht de door het slachtoffer "opgelopen letsels te beschrijven en advies te verstrekken omtrent de periodes en graden van tijdelijke invaliditeit, de consolidatiedatum en gebeurlijk de graad van blijvende invaliditeit." II. HET ENIG MIDDEL TOT CASSATIE. II. 1. In het eerste onderdeel verwijt eiseres het bestreden arrest de bewijskracht van de getuigenverklaringen te hebben miskend door uit de verklaringen van de getuigen af te leiden dat de heer V.D.B. niet zou zijn gevallen indien hij van de draaideur geen gebruik had gemaakt terwijl door geen enkele van deze ooggetuigen wordt verklaard dat de van van betrokkene te wijten was aan de draaideur. De appelrechter heeft op grond van de verklaringen van de getuigen evenwel niet geoordeeld dat het slachtoffer ten val is gekomen terwijl hij zich nog in de draaideur bevond, doch enkel "dat hij niet zou zijn gevallen indien hij van die draaideur geen gebruik had gemaakt". Getuige D. verklaarde overigens dat het slachtoffer "over zijn voeten is gestruikeld en gevallen op het ogenblik dat hij de draaideur verliet", hetgeen bevestigd wordt door de verklaringen van de getuigen S. en G. Appelrechter heeft dan ook van de getuigenverklaringen een uitlegging gegeven die met de bewoordingen ervan wel degelijk verenigbaar is zodat hij de bewijskracht ervan niet heeft miskend. Het onderdeel mist zodoende feitelijke grondslag. II.2. In het tweede onderdeel voert eiseres schending aan van artikel 149 van de Grondwet en verwijt de appelrechter inzonderheid niet te hebben geantwoord op haar in appelconclusie (p.7-8, nr. 3) gevoerd verweer dat de draaideur aan de uitgang van haar instelling ook als een "normale" deur kan worden gebruikt, zelfs bij een geblokkeerde draaimotor, waarbij de tussenschotten- losstaande vleugels- zonder inspanning naar voor kunnen geduwd worden, zodat dergelijke draaideur niet in strijd is met de ratio legis van het Koninklijk Besluit van 6 november 1979 tot vaststelling van de normen inzake beveiliging tegen brand en paniek in ziekenhuizen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag nu de appelrechter bedoeld verweer heeft beantwoord en verworpen. Op grond van artikel 3.4, lid 3 van de bijlage bij dat Koninklijk Besluit oordeelt het arrest immers dat "draaibomen of draaideuren verboden zijn, dit wil zeggen dat die draaideur aan die uitgang er niet mocht zijn", en verder "dat daaraan geen afbreuk wordt gedaan door het gegeven dat het betrokken verbod werd opgelegd uit bezorgdheid voor de veiligheid van het publiek bij brand of paniek" en "dat evenmin terzake relevant is het feit dat de betrokken draaideur uitgerust was met een blokkeringssysteem, nu vernoemd besluit daarvoor geen uitzondering op het verbod voorziet". II.3. In het derde onderdeel voert eiseres schending aan van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 3.4 van de bijlage 1 van het voormeld Koninklijk Besluit van 6 november 1979, en argumenteert met name dat uit de samenlezing van het tweede en derde lid van bedoeld artikel 3.4 en uit de ratio legis van die bepaling is af te leiden dat het verbod op draaibomen en draaideuren niet geldt als de uitgang van het gebouw is voorzien van deuren die openen in de evacuatierichting, zodat het arrest niet wettig beslist dat een dergelijke draaideur aan de uitgang van eiseres' ziekenhuis er niet mocht zijn. Krachtens artikel 3.4, tweede lid, van de bijlage bij voornoemd koninklijk besluit van 6 november 1979, moeten de uitgangen van de ziekenhuizen voorzien zijn van deuren die openen in de evacuatierichting, terwijl het derde lid van bedoeld artikel 3.4 bepaalt dat draaibomen of draaideuren verboden zijn. Het verbod op draaibomen of draaideuren, waarin de reglementering aldus voorziet, heeft een algemene draagwijdte nu geen uitzondering is voorzien voor draaideuren met een blokkeringssysteem, voorzien van tussenschotten die ten allen tijde naar voor kunnen worden geduwd in de evacuatierichting, hetgeen de appelrechter overigens niet is ontgaan (bestreden arrest, blz. 4, 5de alinea, in fine). Het onderdeel, dat er van uitgaat dat dit soort draaideuren niet onder het verbod vallen waarin artikel 3.4, derde lid, van de bijlage 1 van het Koninklijk Besluit van 6 november 1979 voorziet, faalt dan ook naar recht. Besluit: VERWERPING. PDF document ECLI:BE:CASS:2002:CONC.20020926.10 Gerelateerde publicatie(
- s)Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020926.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.