← België

R. contra AFG BELGIUM INSURANCE nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2003 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030509.5 Rolnummer: C.01.0029.N Zaak: R. contra AFG BELGIUM INSURANCE nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-01-12 Raadplegingen: 440 - laatst gezien 2026-06-19 03:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter die in een redengeving van zijn beslissing verwijst naar de stelling van een partij dient niet aan te duiden of deze stelling mondeling is voorgedragen dan wel of zij blijkt uit een schriftelijke conclusie en desgevallend uit welke conclusie; de afwezigheid van een dergelijke verwijzing heeft niet tot gevolg dat de motivering onduidelijk of onregelmatig is. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Partij - Stelling - Verwijzing door de rechter - Verplichting - Afwezigheid - Gevolg - Motivering Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. C.01.0029.N R.P. eiser, vertegenwoordigd door mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het hof van Cassatie, kantoor houdende te 2800 Mechelen, Battelsesteenweg 95, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen AGF BELGIUM INSURANCE, naamloze vennootschap, verzekerings-maatschappij, met maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Lakenstraat 35, verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 september 2000 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof

  1. Eerste middel 1.
  2. Eerste onderdeel Overwegende dat de rechter die in de redengeving van zijn beslissing verwijst naar de stelling van een partij, niet dient aan te duiden of deze stelling mondeling is voorgedragen dan wel of zij blijkt uit een schriftelijke conclusie en desgevallend uit welke conclusie ; Dat de afwezigheid van een dergelijke verwijzing niet tot gevolg heeft dat de motivering onduidelijk of onregelmatig is ; Dat het onderdeel faalt naar recht ; 1.
  3. Tweede onderdeel Overwegende dat de appèlrechters, zonder daaromtrent te worden bekritiseerd, vaststellen dat de bestaande verzekeringspolis waarop de verhaalsvordering van verweerster steunt pas vanaf 24 september 1993 is onderworpen aan de bepalingen van de nieuwe modelpolis ; Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de vordering van verweerster is ingesteld op 18 maart 1993 en niet is betwist dat verweerster het gevorderde bedrag op deze datum had uitbetaald ; Overwegende dat ongeacht of de vordering van verweerster is ontstaan op de dag van het ongeval of op de dag van de uitbetaling der gelden aan derden, zij niet is onderworpen aan de bepalingen van de nieuwe modelpolis ; Dat het onderdeel, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk is ;
  4. Tweede middel 2.
  5. Eerste onderdeel Overwegende dat het arrest het verweer ten betoge dat erga omnes vaststond dat er geen verband was tussen de alcoholintoxicatie en de slagen en verwondingen, verwerpt en beantwoordt met de redenen van de eerste rechter dat het niet ter zake doende is dat eiser een aparte straf opgelegd kreeg wegens intoxicatie om te besluiten dat de door eiser begane overtredingen niet zwaar genoeg zijn om de vordering van verweerster in te willigen op grond van de verzekeringsovereenkomst ; Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist ; 2.
  6. Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel door elkaar verwijst naar een vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen gewezen op 26 oktober 1999, op 26 oktober 1994, en op 36 oktober 1994 ; Dat het onderdeel onduidelijk is en mitsdien niet ontvankelijk ;
  7. Derde middel 3.
  8. Eerste, tweede en derde onderdeel Overwegende dat de appèlrechters met de in het middel weergegeven redenen, de feitelijke gegevens aangeven waarop zij hun beslissing laten steunen ; Dat zij aldus de daarmede strijdige of andere feitelijke gegevens door eiser aangevoerd verwerpen en zijn conclusie beantwoorden ; Dat de onderdelen feitelijke grondslag missen ; 3.
  9. Vierde onderdeel Overwegende dat het onderdeel geen zelfstandige grief uitmaakt, maar is afgeleid uit het in de vorige onderdelen van het middel tevergeefs aangevoerde motiveringsgebrek ; Dat het onderdeel niet ontvankelijk is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van vierhonderd negenenvijftig euro zevenentachtig cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, de raadsheren Ernest Waûters, Greta Bourgeois, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van negen mei tweeduizend en drie uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030509.5 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120327.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.