id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 maart 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004
Artikel 62
Vrije woorden: Automatisch werkende snelheidsmeters - Multanova - Toestel goedgekeurd volgens de oude bijlagen van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 - Overgangsbepaling - Artikel 6, ministerieel besluit van 19 oktober 1999 - Opheffing van de overgangsbepaling - Gevolg Wettelijke bepalingen: MB 19 oktober 1999 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen - 19-10-1999 - Art. 6 - 35 ELI link Pub nr 1999014267 KB 26 september 2000 betreffende radio- en eindapparatuur en de erkenning van hun conformiteit - 26-09-2000 - Art. 24 - 34 ELI link Pub nr 2000014232 Fiche 2 Apparatuur die uitsluitend door een politiedienst wordt gebruikt om snelheidsovertredingen vast te stellen, valt onder de uitzondering van artikel 95, 1°, van de Wet van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en moet derhalve niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 93, § 3, 2°, van voormelde wet, dat bepaalt dat de apparatuur voorzien moet zijn van een CE-merkteken van overeenstemming en van de andere van toepassing zijnde voorschriften
(1).
(1)Eiser voerde zowel een schending aan van artikel 93, § 3, 2°, van de Wet van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, omdat het toestel geen CE-merkteken droeg, als een schending van artikel 95 van diezelfde wet, omdat artikel 95, volgens eiser, geen betrekking heeft op apparatuur van het type "Multanova". Het Hof oordeelt evenwel dat dergelijke apparatuur wel degelijk geniet van het uitzonderingsregime van artikel 95, 1°, van de Wet van 21 maart 1991, dat bepaalt dat artikel 93 van deze wet niet van toepassing is op apparatuur die uitsluitend gebruikt wordt door de overheid bij activiteiten die betrekking hebben op de openbare veiligheid, de defensie, de staatsveiligheid en de bestrijding van de criminaliteit. Thesaurus CAS: WEGVERKEER -
Artikel 62
Vrije woorden: Automatisch werkende snelheidsmeters - Multanova - Voorwaarden vereist door artikel 93, § 3, 2°, van de Wet van 21 maart 1991 - Verplichte vermelding van het CE-merkteken van overeenstemming - Uitzonderingen bedoeld in artikel 95, 1°, van de Wet van 21 maart 1991 - Toepasselijkheid Fiches 3 - 4 De richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften, waardoor de eerdere richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 23 maart 1983 werd ingetrokken, heeft niets uitstaande met het gebruik door de overheid, bij activiteiten die betrekking hebben op de openbare veiligheid, de defensie, de staatsveiligheid en de bestrijding van de criminaliteit, zelfs van een product waarvan, ter vrijwaring van de vrijheid van het goederenverkeer, het ontwerp voor een technisch voorschrift aan de Europese Commissie moet worden medegedeeld
(1).
(1)Eiser voerde een schending aan van de artikelen 28 en 30 van de geconsolideerde versie van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en van de richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 23 maart 1983 betreffende de informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften omdat de vrijstelling van vergunningsplicht bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen en de technische voorschriften van de bijlage aan het ministerieel besluit van 19 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen, niet werden medegedeeld aan de Europese Commissie. Thesaurus CAS: WEGVERKEER -
Artikel 62
Vrije woorden: Automatisch werkende snelheidsmeters - Multanova - Richtlijn 98/34/EG - Verplichting tot mededeling van ontwerpen van technische voorschriften aan de Europese Commissie - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften - 22-06-1998 - Artt. 8, eerste lid, en 13 - 42 Link Justel databank 19980622-42 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beleid Vrije woorden: Vrijheid van goederenverkeer - Richtlijn 98/34/EG - Verplichting tot mededeling van ontwerpen van technische voorschriften aan de Europese Commissie - Apparatuur gebruikt door de overheid - Gebruik voor openbare veiligheid, defensie, staatsveiligheid of criminaliteitsbestrijding - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften - 22-06-1998 - Artt. 8, eerste lid, en 13 - 42 Link Justel databank 19980622-42 Fiches 5 - 6 Het Hof is niet verplicht een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap, wanneer het antwoord op deze vraag geen weerslag kan hebben op zijn beoordeling van het middel en derhalve niet onontbeerlijk is om uitspraak te doen
(1).
(1)Zie Cass., 29 april 2003, AR P.02.1459.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.8, nr ... Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - PREJUDICIELE GESCHILLEN Vrije woorden: Verplichting voor het Hof van Cassatie - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 234 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Europese Unie - Verplichting voor het Hof van Cassatie - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 234 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Tekst van de beslissing Nr. P.03.1577.N N. C., eiseres, beklaagde, met als raadsman Mr. Alain Coulier, advocaat bij de balie te Veurne. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 23 september 2003 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Veurne. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie en aanvullende memorie zes middelen voor. Die memories zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat het middel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet en van de artikelen 163, 195 en 211 Wetboek van Strafvordering; Overwegende dat de rechters de redenen van de bij hen door het open-baar ministerie genomen conclusie tot de hunne maken; dat ze met deze over-wegingen en met de overwegingen die ze daaraan toevoegen, het door eiseres aangevoerde verweer beantwoorden en tevens oordelen dat het stellen van de opgeworpen prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie niet noodzakelijk is voor het wijzen van hun vonnis; Dat het middel feitelijke grondslag mist;
- Tweede middel Overwegende dat het middel schending aanvoert van artikel 121 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en van het ministerieel besluit van 19 oktober 1999 betref-fende de private radioverbindingen; Overwegende dat de rechters, door overneming van de redenen van de bij hen door het openbaar ministerie genomen conclusie, vaststellen dat de ge-bruikte multanova-snelheidsmeter werkte in de band 33,4-36 GHz; Overwegende dat de op het ogenblik van de vaststelling, namelijk 13 december 2001, toepasselijke tekst van artikel 6 van het vermelde ministerieel besluit bepaalde: "De goedkeuring op basis van de oude bijlagen wordt niet meer gegeven na 1 december
- Het in de handel brengen van toestellen voor radioverbindingen, goedgekeurd op basis van de oude bijlagen, is toege-laten tot 7 april 2001; Indien het gaat om eindapparatuur voor telecommunica-tie, goedgekeurd op basis van de oude bijlagen, dan is het in de handel bren-gen toegelaten tot 7 april 2001"; Dat dit artikel werd opgeheven door artikel 24 van het koninklijk be-sluit van 26 september 2000, dat in werking trad op 10 november 2000; Dat die opheffing alleen maar tot gevolg had dat door het verstrijken van de datum vanaf 10 november 2000 geen toestellen voor radioverbindingen of eindapparatuur voor telecommunicatie meer in de handel mogen worden ge-bracht, niet dat voordien regelmatig in de handel gebrachte toestellen of ein-dappatuur niet meer mogen worden gebruikt; Dat het middel faalt naar recht;
- Derde middel Overwegende dat het middel schending aanvoert van de artikelen 11 en 18 van de wet van 3 juli 2000 tot wijziging van de wet van 30 juli 1979 betref-fende de radioberichtgeving en de wet van 21 maart 1991 betreffende de her-vorming van sommige economische overheidsbedrijven, die de artikelen 93 en 121 van de laatstgenoemde wet wijzigen; Overwegende dat het middel de aangevoerde wetsschending als volgt formuleert: "Doordat de correctionele rechtbank stelde dat het toestel zou zijn goedgekeurd door het BIPT onder nr. RTT/LR/X0062 (...); Terwijl het BIPT bezwaarlijk een toestel kon goedkeuren dat bestond ten tijde van haar rechtsvoorganger; Terwijl werd voorbijgegaan aan het feit dat de verplichting bestaat tot vermelding van het goedkeuringsnummer op het toestel, hetgeen in casu geens-zins het geval was. Zodat het toestel niet kon worden gehouden noch gebruikt en als dus-danig niet kan dienen om wettige en regelmatige vaststellingen te doen aan de hand van de multanova"; Overwegende dat de rechters in feite en derhalve onaantastbaar vaststel-len dat de gebruikte snelheidsmeter door het Belgisch Instituut voor postdiens-ten en telecommunicatie werd goedgekeurd onder het nummer RTT/LR/X0062; Dat het middel in zoverre dat opkomt tegen de beoordeling van de fei-ten door de rechters, niet ontvankelijk is; Overwegende dat, voor het overige, geen van de door het middel als geschonden aangegeven wetsbepalingen de verplichting bevat om op het toestel het goedkeuringsnummer te vermelden; Dat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist;
- Vierde en vijfde middel Overwegende dat de middelen schending aanvoeren van artikel 93, ,§ 3, 2°, en van artikel 95 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; Dat artikel 93, ,§ 3, 2°, bepaalt dat onverminderd de bepalingen van ,§,§ 1 en 2 van het artikel, apparatuur slechts gehouden en gecommercialiseerd mag worden indien zij voldoet aan bepaalde voorwaarden, hier dat zij is voorzien van een CE-merkteken van overeenstemming en van de andere van toepassing zijnde voorschriften, waarvan de Koning, op voorstel van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie de nadere regels hieromtrent vastlegt; Dat artikel 95, 1°, bepaalt dat artikel 93 niet van toepassing is op appa-ratuur die uitsluitend gebruikt wordt door de overheid bij activiteiten die be-trekking hebben op de openbare veiligheid, de defensie, de staatsveiligheid en de bestrijding van de criminaliteit; Overwegende dat apparatuur die uitsluitend door een politiedienst wordt gebruikt om snelheidsovertredingen vast te stellen, onder de uitzonde-ring van artikel 95, 1°, van voormelde wet valt; Dat de middelen falen naar recht;
- Zesde middel Overwegende dat het middel schending aanvoert van de artikelen 28 (ex 30) en 30 (ex 34) van de geconsolideerde versie van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en van de richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 23 maart 1983 betreffende de informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en het Hof verzoekt aan het Hof van Justitie de prejudiciële vraag te stellen: "Of het vermogen van een toestel dient aan(ge)zien (te worden) als een technisch voorschrift dat aan een voorafgaande melding en goedkeuring van de Europese Commissie onderworpen is ?"; Overwegende dat ingevolge artikel 13 van de richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatie-procedure op het gebied van normen en technische voorschriften, die in wer-king is getreden de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, dit is de twintigste dag na 21 juli 1998 (Publicatieblad nr. L 204 van 21 juli 1998, bladzijden 0037-0048), de richtlijn 83/189/EEG sedert 20 augustus 1998 is ingetrokken; dat ar-tikel 8, eerste lid, van de nieuwe richtlijn evenwel de mededeling aan de Euro-pese Commissie van ieder ontwerp voor een technisch voorschrift handhaaft; Dat in aanhef van de nieuwe richtlijn, onder meer de verantwoording wordt gegeven: "dat het verbod van kwantitatieve beperkingen alsmede van maatrege-len van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen van het goederenverkeer een van de hoekstenen van de Gemeenschap is; dat handelsbelemmeringen die voortvloeien uit technische voorschriften met betrekking tot producten, slechts toegestaan zijn indien zij noodzakelijk zijn om aan dwingende eisen te voldoen en een doelstelling van algemeen be-lang beogen waarvoor zij de essentiële waarborg vormen"; Overwegende dat deze richtlijn derhalve niets uitstaande heeft met het gebruik door de overheid, bij activiteiten die betrekking hebben op de openbare veiligheid, de defensie, de staatsveiligheid en de bestrijding van de criminali-teit, zelfs van een product waarvan, ter vrijwaring van de vrijheid van het goe-derenverkeer, het ontwerp voor een technisch voorschrift aan de Europese Commissie moet worden medegedeeld; Overwegende dat krachtens artikel 234 (ex 177) van de geconsolideerde versie van het EG-verdrag het Hof van Justitie bevoegd is, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak te doen over de in het artikel vermelde materies, met dien verstande dat, indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen in een zaak aanhangig bij een nationale rechterlijke instantie waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep, die instantie gehouden is zich tot het Hof van Justitie te wenden; Overwegende dat het Hof evenwel niet verplicht is een voorgestelde prejudiciële vraag te stellen wanneer, zoals hier, het antwoord daarop geen weerslag kan hebben op zijn beoordeling van het middel en derhalve niet on-ontbeerlijk is om uitspraak te doen; Dat het middel faalt naar recht en het Hof de opgeworpen prejudiciële vraag niet stelt; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorges-chreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiseres in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van drieënvijftig euro negenenne-gentig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van drieëntwintig maart tweeduizend en vier, door afdeling-svoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040323.26 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div