← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040511.31

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:A

Art.14

.7 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Strafzaken Algemeen rechtsbeginsel van het gezag van gewijsde in strafzaken Nieuwe veroordeling voor hetzelfde materiële feit Wettelijke bepalingen:

Art.14

.7 Vrije woorden: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Strafzaken "Non bis in idem" Nieuwe veroordeling voor hetzelfde materiële feit Wettelijke bepalingen:

Art.14

.7 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden: INTERNATIONALE VERDRAGEN Internationaal verdrag burgerrechten en politieke rechten Artikel 14.7 "Non bis in idem" Wettelijke bepalingen:

Art.14

.7 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Artikel 14.7 "Non bis in idem" Wettelijke bepalingen:

Art.14

.7 Fiche 6 De strafrechter oordeelt onaantastbaar of het materiële feit waarvoor een beklaagde wordt vervolgd, hetzelfde is als datgene waarvoor hij bij een vroeger vonnis definitief is veroordeeld; het Hof kan alleen nagaan of de strafrechter uit de vergelijking van het materiële feit van de vroegere veroordeling en dit van de nieuwe vervolging, geen hierdoor niet te verantwoorden gevolgtrekking afleidt

(1).
(1)Zie Cass., 11 april 1984, A.R. 3526, nr 464; 18 nov. 1986, A.R. 186, nr 173; DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, Kluwer, 3° Editie 2003, p. 137, nr 251. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Identiteit tussen het materiële feit waarvoor een beklaagde vervolgd wordt en waarvoor hij eerder veroordeeld werd Marginale toetsing door het Hof Fiches 7 - 8 De heling omschreven in artikel 505, 1°, Strafwetboek is, als aflopend misdrijf dat bestaat uit het in het bezit nemen van een zaak waarvan men de wederrechtelijke herkomst kent, een zelfstandig misdrijf dat onderscheiden is van het accijnsmisdrijf van het vervoer en voorhanden hebben van sigaretten zonder fiscale bandjes en niet gedekt door een document
(1).
(1)Zie Cass., 2 aug. 1880, Pas., 1880, I, 284; 4 maart 1997, AR P.96.0149.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970304.4, nr 118; DE NAUW, A., Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 4° ed., nr 406; zie ook Cass., 25 okt. 1988, AR 2283, nr 113, dat oordeelt dat heling een zelfstandig misdrijf is, dat onderscheiden is van de misdaad of het wanbedrijf waarin het bezit van de geheelde zaak zijn oorsprong vindt. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: DOUANE EN ACCIJNZEN Accijnsmisdrijf Vervoer en voorhanden hebben van sigaretten zonder fiscale bandjes Veroordeling Nieuwe veroordeling wegens heling van sigaretten Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 18-07-1977 - Artt.220en221 Thesaurus CAS: HELING Vrije woorden: HELING Zelfstandig misdrijf Heling van sigaretten Eerdere veroordeling wegens het vervoer en voorhanden hebben van sigaretten zonder fiscale bandjes Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 18-07-1977 - Artt.220en221 Tekst van de beslissing Nr. P.03.1705.N W. K., eiser, beklaagde, met als raadslieden Mr. Raf Verstraeten en Mr. Caroline De Baets, advocaten bij de balie te Brussel. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 27 november 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende, vooreerst, dat krachtens het algemeen rechtsbeginsel van het gezag van gewijsde in strafzaken niemand een tweede keer voor hetzelfde materiële feit kan worden veroordeeld, ongeacht de wetsomschrijving die men aan dat feit geeft en het opzet van de dader; Dat de strafrechter onaantastbaar oordeelt of het materiële feit waarvoor een beklaagde wordt vervolgd, hetzelfde is als datgene waarvoor hij bij een vroeger vonnis definitief is veroordeeld; Dat het Hof alleen kan nagaan of de strafrechter uit de vergelijking van het materiële feit van de vroegere veroordeling en dit van de nieuwe vervol-ging, geen hierdoor niet te verantwoorden gevolgtrekking afleidt; Overwegende dat het bestreden arrest: 1° overweegt: "dat volgens het neergelegde en in kracht van gewijsde gegane vonnis van de correctionele rechtbank van Turnhout van 26 februari 2001 be-klaagden (waaronder eiser) werden vervolgd om zich als dader, mededader of belanghebbende op 22 april 1998 te Vorselaar of elders in het rijk schuldig te hebben gemaakt aan 'het vervoer en het voorhanden hebben van 1.200 pakjes sigaretten van het merk Bastos, zonder fiscale bandjes en niet gedekt door een document, waarop de hieronder vermelde invoerrechten, accijns en bijzonder accijns verschuldigd zijn", misdrijf omschreven en strafbaar gesteld bij de arti-kelen 10, 13 en 17 van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, artikel 94 van het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, de artikelen 37 en 39 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijn-sproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daa-rop en de artikelen 220 en 221 AWDA; 2° eiser tot straf veroordeelt wegens "te Antwerpen tussen 17 juli 1997 en 23 april 1998, op niet nader te bepalen datum, ten nadele van (verweerder) 30.000 sigaretten van het merk Bastos NY Full Flavor, zijnde weggenomen, verduisterd of door een misdrijf of door een wanbedrijf verkregen zaken of een gedeelte ervan geheeld te hebben", misdrijf omschreven en strafbaar gesteld bij artikel 505, 1°, Strafwetboek; Overwegende dat de heling omschreven in artikel 505, 1°, Strafwetboek een aflopend misdrijf is dat bestaat uit het in het bezit nemen van een zaak waarvan men de wederrechtelijke herkomst kent; dat heling een zelfstandig misdrijf is dat onderscheiden is van het accijnsmisdrijf ter gelegenheid van het vervoer en het voorhanden hebben van sigaretten, wat daar ook de herkomst van is; Dat het bestreden arrest eerst vaststelt voor welk materieel strafbaar feit eiser vroeger werd veroordeeld en dan tegen hem een materieel feit bewezen verklaart dat naar de toepasselijke wetsbepalingen een ander materieel feit be-treft; Dat het arrest op grond van die feitelijke vaststellingen zijn beslissing naar recht verantwoordt; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van drieënzestig euro negenendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van elf mei tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040511.31 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970304.4 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990414.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.