id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040511.32 Rolnummer: P.04.0089.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2005-11-07 Raadplegingen: 162 - laatst gezien 2026-07-03 16:06 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Nu artikel 395, eerste lid, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, in de versie die toepasselijk was zowel op het ogenblik van de feiten als op het ogenblik van de bestreden beslissing, elke inbreuk op de bepalingen van deze wet, waardoor de milieutaks opeisbaar wordt, bestraft met een geldboete van tienmaal de in het spel zijnde milieutaks, zonder dat ze minder mag bedragen dan 250 euro en onverminderd de betaling van de milieutaks, verschilt de straf, ten tijde van de bestreden beslissing op het misdrijf bepaald, niet van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald; de omstandigheid, dat op het ogenblik van de sluikinvoer een hogere verpakkingsheffing verschuldigd was dan op het ogenblik van de uitspraak van het bestreden arrest, doet hieraan geen afbreuk, aangezien, ongeacht het onrechtstreekse gevolg van de bepaling van de verschuldigde verpakkingsheffing op de uiteindelijke hoogte van de geldboete, die bepaling niet behoort tot de uiteindelijke bestraffing, zodat artikel 2, tweede lid, Strafwetboek, hierop niet toepasselijk is
(1)
(2).
(1)Zie VAN DEN WYNGAERT, C., Strafrecht, Strafprocesrecht en Internationaal Strafrecht, Antwerpen/Apeldoorn, Maklu, 2003, 5° ed., p. 111.
(2)Ingevolge art. 11 van de wet van 30 dec. 2002 houdende diverse fiscale bepalingen op het stuk van milieutaksen en ecobonussen werd art. 371, ,§ 1 van de de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur gewijzigd en werd de vroegere verpakkingsheffing van 0,3718 euro per verpakking, die als grondslag dient voor de berekening van de uiteindelijke geldboete, gebracht op 11,6262 euro per hectoliter product die aldus is verpakt. De eiser, die ingevolge deze wetswijziging veroordeeld werd tot een hogere geldboete, voerde aan dat het meest gunstige tarief diende te worden toegepast. Thesaurus CAS: STRAF - ZWAARSTE STRAF Vrije woorden: STRAF - ZWAARSTE STRAF Milieutaks op verpakkingen Verpakkingsheffing als grondslag voor de berekening van de geldboete Ongewijzigde wijze van berekening van de geldboete Verhoging van de verpakkingsheffing tussen het ogenblik van het plegen van de feiten en de uitspraak Invloed op de uiteindelijke hoogte van de geldboete Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Werking in de tijd Milieutaks op verpakkingen Verpakkingsheffing als grondslag voor de berekening van de geldboete Ongewijzigde wijze van berekening van de geldboete Verhoging van de verpakkingsheffing tussen het ogenblik van het plegen van de feiten en de uitspraak Invloed op de uiteindelijke hoogte van de geldboete Artikel 2, tweede lid Sw. Toepasselijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.04.0089.N S. H., eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Harry Claes, advocaat bij de balie te Hasselt, ter terechtzitting bijgestaan door Mr. Meukens, advocaat bij de balie te Hasselt, voor Mr. Harry Claes, tegen MINISTER VAN FINANCIËN, met kabinet te Brussel, Wetstraat 14, op vervolging en vordering van de Directeur der douane en accijnzen, met kantoor te Hasselt, Voorstraat 41-43-45, verweerder, vervolgende partij. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 3 december 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat het middel zowel opkomt tegen de onaantastbare be-oordeling van feiten door de appèlrechters als een onderzoek van feiten vraagt, waartoe het Hof geen bevoegdheid heeft; Dat het middel niet ontvankelijk is;
- Tweede middel Overwegende dat krachtens het artikel 2, tweede lid, Strafwetboek in-dien de straf, ten tijde van het vonnis, verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald, de minst zware straf wordt toegepast; Overwegende dat het artikel 395, eerste lid, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, in de versie die toepasselijk was zowel op het ogenblik van de feiten als op het ogenblik van de bestreden beslissing, elke inbreuk op de bepalingen van deze wet waardoor de milieutaks opeisbaar wordt, bestraft met een geldboete van tienmaal de in het spel zijnde milieutaks zonder dat ze minder mag bedragen dan 250 euro en on-verminderd de betaling van de milieutaks; Overwegende dat derhalve de straf, ten tijde van het bestreden arrest op het misdrijf bepaald, niet verschilt van die welke ten tijde van het misdrijf was bepaald; dat hieraan geen afbreuk doet de omstandigheid dat op het ogenblik van de sluikinvoer een hogere verpakkingsheffing verschuldigd was dan op het ogenblik van de uitspraak van het bestreden arrest; Overwegende dat, ongeacht het onrechtstreekse gevolg van de bepaling van de verschuldigde verpakkingsheffing op de uiteindelijke hoogte van de geldboete, die bepaling evenwel niet behoort tot de eigenlijke bestraffing; Dat artikel 2, tweede lid, Strafwetboek hierop niet toepasselijk is; Dat het middel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorges-chreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van vijfentachtig euro vierendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van elf mei tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040511.32 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div