← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040518.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040518.10 Rolnummer: P.03.1664.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2004-12-07 Raadplegingen: 468 - laatst gezien 2026-07-05 00:33 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit het onderlinge verband van de artikelen 28, ,§ 1, 4° en 34, ,§ 2 van de Wet van 5 aug. 1992 op het politieambt volgt dat een persoon die toegang heeft tot een plaats waar de openbare orde wordt bedreigd, niet enkel aan een veiligheidsfouillering kan worden onderworpen maar ook aan een identiteitscontrole

(1).
(1)Cass., 24 jan. 2001, AR P.00.1402.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010124.8, nr 45. Thesaurus CAS: POLITIE Vrije woorden: POLITIE Veiligheidsfouillering Identiteitscontrole Wettelijke bepalingen: Wet - 05-08-1992 - Artt.28,§1,4 Tekst van de beslissing Nr. P.03.1664.N G. Y., eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 5 november 2003 ge-wezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel Overwegende dat artikel 34, ,§ 2, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt bepaalt dat de politieambtenaren, overeenkomstig de richtlijnen en onder de verantwoordelijkheid van een officier van bestuurlijke politie, de identiteit kunnen controleren van ieder persoon die een plaats wenst te betreden die het voorwerp is van een bedreiging in de zin van artikel 28, ,§ 1, 3° en 4°; Dat artikel 28, ,§ 1, 4° van dezelfde wet bepaalt dat de politieambtena-ren bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke politie om zich ervan te vergewissen dat een persoon geen wapen draagt of enig voorwerp dat ge-vaarlijk is voor de openbare orde, een veiligheidsfouillering kunnen doen wan-neer een persoon toegang heeft tot plaatsen waar de openbare orde wordt be-dreigd; Dat uit het onderlinge verband van deze bepalingen volgt dat een per-soon die toegang heeft tot een plaats waar de openbare orde wordt bedreigd, niet enkel aan een veiligheidsfouillering kan worden onderworpen maar ook aan een identiteitscontrole; Overwegende dat het arrest vermeldt dat hij die toegang heeft tot plaat-sen waar de openbare orde wordt bedreigd, niet alleen aan een veiligheidsfouil-lering kan onderworpen worden maar ook aan een identiteitscontrole door elke politieambtenaar van bestuurlijke politie en dat het café waar beklaagde werd aangetroffen, een instelling is die dag en nacht open is en gekend is voor feiten van slagen, dronkenschap, diefstallen en andere misdrijven, feiten die in de ge-viseerde periode vrij frequent voorkomen, en een openbare plek is waar de openbare orde bedreigd wordt; Dat het arrest op grond van die vaststellingen en overwegingen beslist dat noch artikel 28 noch artikel 34 van de wet op het politieambt werden ges-chonden, dat het aldus zijn beslissing naar recht verantwoordt; Dat het middel niet kan worden aangenomen; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van zestig euro vijfentwintig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van achttien mei tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzit-ter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Paul Van den Abbeel. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040518.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010124.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.