← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040527.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040527.8 Rolnummer: C.02.0530.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Handelsrecht Invoerdatum: 2005-06-02 Raadplegingen: 228 - laatst gezien 2026-07-03 15:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer de overdracht van een handelszaak plaatsvindt tegen een overname van schulden is het bedrag van de overgenomen schulden de maatstaf van de gehoudenheid van de overnemer voor de belastingschulden verschuldigd door de overlater. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST Vrije woorden: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST Overdracht van een handelszaak Fiscale schuld verschuldigd door de overlater Overnemer Hoofdelijke aansprakelijkheid Toepassing Thesaurus CAS: HANDELSZAAK Vrije woorden: HANDELSZAAK Overdracht tegen overname van schulden Fiscale schuld verschuldigd door de overlater Overnemer Hoofdelijke aansprakelijkheid Maatstaf van de gehoudenheid Tekst van de beslissing Nr. C.02.0530.N BELGISCHE STAAT, in de persoon van de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 14, op benaarstiging van de Ontvanger der Directe Belastingen te Antwerpen, twaalfde kantoor, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4, bus 1, eiser, vertegenwoordigd door Mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen FLANDERS SHIPPING AND TRADING, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met maatschappelijke zetel te 2000 Antwerpen, Amerikalei 215, verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 februari 2000 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guido Bresseleers heeft geconcludeerd. III. Feiten Bij overeenkomst van 26 augustus 1997 heeft de BVBA Atlantis-Nautic, voor vrij en onbelast in binnen en buitenland, de handelszaak gekend als "Atlantis" inhoudende een bevrachtingscontract met de firma Nedlloyd en het stalen motortankschip "Dario" samen met alle scheepstoebehoren aan verweerster overgelaten. De overnameprijs van de handelszaak werd vastgesteld op 5.818.000 BEF (144.224,45 euro), met het beding, wat de betalingsvoorwaarde betreft, dat verweerster de verplichtingen van de BVBA Atlantis Nautic zou overnemen, en bovendien een saldo van 250.000 BEF aan de overlater zou betalen. Dit saldo werd betaald op 3 oktober

  1. IV. Middel Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; In hoofdorde : artikel 442bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, in de tekst ingevoegd bij koninklijk besluit van 12 december 1996, genomen ter uitvoering van artikel 2, ,§1, en artikel 3, ,§1, 2° en 3°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, welke aldus eveneens geschonden worden ; &§9472; In bijkomende orde, de uitvoeringsmaatregelen van deze tekst, zijnde de artikelen 164 en 165 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (KB/W.I.B. 1992), zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 mei
  2. Aangevochten beslissingen Het arrest overweegt, na de feiten die tot het geschil aanleiding geven te hebben vermeld, waarbij vastgesteld werd dat het door artikel 442bis, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bedoelde certificaat niet werd aangevraagd of afgeleverd, en na geoordeeld te hebben dat deze betwisting de vervolging van de invordering van de directe belastingen betreft, die gerechtelijk is en behoort tot de bevoegdheid van de gewone rechtbanken : "dat de tekst van artikel 442bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 duidelijk is en niet vatbaar voor interpretatie ; dat, wanneer het niet gaat om een inbreng in een vennootschap, zoals in casu, de verhaalbaarheid van de fiscus op de overnemer voor de betaling van de door de overdrager verschuldigde belastingen beperkt is tot de bedragen die door de overnemer zelf zijn 'gestort' of via zijn kredietverlener zijn 'overgemaakt' ; Dat (eiser) ten onrechte voorhoudt dat hiermee bedoeld wordt de prijs van de overdracht en dat het deel van de prijs die voldaan werd door de overname van de schuld ten bedrage van 5.568.000 BEF dient beschouwd te worden als het overmaken van een bedrag in de zin van artikel 442bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 ; dat deze bepaling, waarbij derden hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor belastingschulden van anderen, beperkend dient uitgelegd en niet naar analogie kan worden toegepast ; dat er dan ook geen sprake kan zijn van hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer indien de overdracht gebeurt door overname van schulden, gezien dit geen storting van een bedrag uitmaakt ... ; dat appellante dan ook slechts gehouden is tot betaling van de door haar binnen de termijn van twee maanden na de registratie van de overeenkomst gestorte bedragen ; Dat er geen betwisting over bestaat dat (verweerster) op 3 oktober 1997, dus binnen de voormelde termijn, een bedrag van 250.000 BEF betaalde aan de overlater en aldus ten belope van dit bedrag hoofdelijk gehouden is tot de belastingschulden van de BVBA Atlantis-Nautic ; Dat uit geen enkel voorgebracht objectief element blijkt dat (verweerster) binnen de voormelde termijn nog andere stortingen verrichtte ; dat de beweringen van (eiser) met betrekking tot de stortingen die door (verweerster) zou zijn verricht aan de N.M.K.N. loutere hypothesen zijn die op geen enkel objectief gegeven gesteund zijn ; dat niet in het minst is aangetoond dat de vervaldag van de hypothecaire lening binnen de termijn van twee maanden viel, nog minder dat deze ook binnen deze termijn effectief werd betaald : dat een per kwartaal betaalbare termijn niet noodzakelijk steeds op de eerste dag van het jaarkwartaal dient betaald ; (...) dat (verweerster) dan ook slechts gehouden is ten belope van het door haar binnen de voorziene termijn betaalde bedrag van 250.000 BEF ; dat haar verzet dan ook gegrond is". Het arrest beslist dientengevolge : "Ontvangt het hoger beroep en verklaart dit gegrond ; Ontvangt het impliciet incidenteel beroep van (eiser) en verklaart dit deels gegrond in de hierna bepaalde mate ; Doet de bestreden beschikking te niet ; Opnieuw wijzend ; Verklaart zich bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen ; Ontvangt de vorderingen en verklaart deze gegrond in de hierna bepaalde mate ; Ontvangt het verzet tegen het dwangbevel betekend op 8 april 1998 door gerechtsdeurwaarder D.T. te Antwerpen en het dwangschrift van 24 maart 1998 en verklaart dit gegrond voor zover deze het bedrag van 250.000 BEF meer de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 1 mei 1998 overtreffen ; Zegt voor recht dat appellante t.o.v. geïntimeerde ingevolge artikel 442 bis van het W.I.B. 1992 tot niet meer gehouden is dan het bedrag van 250.000 BEF, meer de gerechtelijk intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 1 mei 1998". Grieven Krachtens het besproken artikel 422bis, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, is de overnemer van een universaliteit van goederen of van een tak van werkzaamheid binnen de perken en onder de in deze tekst omschreven voorwaarden, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de fiscale schulden van de overdrager. Hij kan zich van deze verplichting vrij maken mits het vervullen van de in de tekst omschreven formaliteiten, welke de tussenkomst omvatten van de ontvanger der directe belastingen van de woonplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager, ten einde vast te stellen dat op die datum geen enkele fiscale schuld door de overlater verschuldigd is. De doelstelling van dit artikel is het vermijden dat handelszaken worden overgedragen zonder dat de belastingschulden van de overdrager worden betaald. Volgens het in de tekst omschreven stelsel bestaat de aansprakelijkheid van de overnemer, ten belope van het bedrag dat reeds door hem werd gestort, of ten belope van het bedrag dat door de kredietinstelling of het kredietorganisme die in de financiering van de verrichting tussenkomt, overgemaakt is, of ten belope van het bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend. Deze in de wet opgesomde alternatieve betalingsmogelijkheden betekenen dat de wetgever de verschillende modaliteiten heeft willen in acht nemen die de belastingplichtige zou kunnen aanwenden om zijn insolvabiliteit te bewerkstelligen. Met de uitdrukking "heeft gestort" moet aldus de rechtstreekse betaling door de overnemer begrepen worden. De overname van de schulden, en meer bepaald, van de hypothecaire schulden van de overlater, moet begrepen worden als een vorm van betaling. Deze overname heeft immers, zowel tussen partijen als ten overstaan van de fiscale verplichtingen van de overlater, dezelfde rechtsgevolgen als een betaling. Enerzijds is daardoor de schuld van de overnemer jegens de overlater uitgedoofd, anderzijds is daardoor de solvabiliteit van de overnemer in dezelfde mate verminderd. Daaruit moet bijgevolg afgeleid worden dat de fiscale aansprakelijkheid van verweerder bepaald wordt door de in de overeenkomst bedongen overname van schulden, ten belope van 5.568.000 BEF, samen met het rechtstreeks betaalde bedrag van 250.000 BEF. Hieruit volgt dat door de betekenis van de uitdrukken "gestort", in het vermelde artikel 442bis, van het Wetboek van de Inkomstenbelasting van 1992, te beperken tot de materiele storting van 250.000 BEF, met uitsluiting van de overname van de schulden van de overlater, de wetgever aan de vermelde tekst een restrictieve en onjuiste draagwijdte heeft toegekend. Daardoor schendt het arrest, in hoofdorde, het vermelde artikel, en in bijkomende orde ook de andere in de aanhef van het middel aangeduide wetsbepalingen. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat overeenkomstig het te dezen toepasselijk artikel 442bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen

(1992), de overnemer hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de fiscale schulden verschuldigd door de overdrager bij de afloop van de in de eerste alinea van de bepaling bedoelde termijn, ten belope van het bedrag dat reeds door hem gestort is of door de kredietinstelling of het kredietorganisme die in de financiering van de verrichting tussenkomen, overgemaakt is, of tot beloop van het bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend voor de afloop van de voornoemde termijn ; Overwegende dat uit het verslag aan de Koning dat het koninklijk besluit van 12 december 1996 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)voorafgaat, blijkt dat deze bepaling tot doel heeft te verhinderen dat belastingplichtigen hun handelszaak overdragen zonder dat de belastingschulden zijn voldaan en hiertoe een hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer voor deze belastingschulden instelt tot beloop van de overnameprijs zoals die blijkt uit de betaling door de overnemer of zijn kredietverlener of uit de waarde van de met de overdrager geruilde aandelen ; Overwegende dat wanneer de overdracht van de handelszaak plaatsvindt tegen een overname van schulden, het bedrag van de overgenomen schulden overeenstemt met wat voor de handelszaak door de overnemer is betaald en aldus de maatstaf inhoudt van de gehoudenheid van de overnemer voor de belastingschulden ; Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat "(eiser) ten onrechte voorhoudt dat (met de storting) bedoeld wordt de prijs van de overdracht en dat het deel van de prijs die voldaan werd door de overname van de schuld ten belope van 5.568.000 BEF dient beschouwd te worden als het overmaken van een bedrag in de zin van artikel 442bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992); dat deze bepaling, waarbij derden hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor belastingschulden van anderen, beperkend dient uitgelegd en niet naar analogie kan worden toegepast ; dat er dan ook geen sprake kan zijn van hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer indien de overdracht gebeurt door overname van schulden, gezien dit geen storting van een bedrag uitmaakt" ; Dat zij zodoende artikel 442bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen
(1992)schenden ; Dat het middel gegrond is ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest ; Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Eric Diric, Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van zevenentwintig mei tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guido Bresseleers, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040527.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061020.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.