id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040615.16 Rolnummer: P.04.0457.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2004-12-20 Raadplegingen: 165 - laatst gezien 2026-07-03 15:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche De memorie die werd neergelegd buiten de termijn van twee maanden bepaald bij artikel 420bis strafvordering is niet ontvankelijk; de omstandigheid dat de datum van inschrijving van de zaak op de algemene rol niet kan worden afgeleid uit de wet en niet ter kennis werd gebracht is geen overmacht
(1).
(1)Zie Cass., 29 juni 1999, AR P.99.0801.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990629.5, nr
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Memorie Laattijdige neerlegging Overmacht Tekst van de beslissing Nr. P.04.0457.N I V. L. H., eiser, beklaagde. II D. S. L., eiser, beklaagde, met als raadsman Mr. D. Frejlich, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 13 februari 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eiser sub I stelt geen middel voor. De eiser sub II stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Ontvankelijkheid van de memorie Overwegende dat de memorie werd neergelegd buiten de termijn van twee maanden bepaald bij artikel 420bis Wetboek van Strafvordering, de zaak ingeschreven zijnde op de algemene rol van het Hof op 22 maart 2004; Overwegende dat de eiser sub II niet aanvoert dat hij of zijn raadsman op de griffie van het Hof geen kennis hebben kunnen nemen van de datum van inschrijving; dat de omstandigheid dat die datum niet kan worden afgeleid uit de wet en niet ter kennis van de eiser of diens raadsman werd gebracht, daaraan niet afdoet en geen overmacht is; Dat de memorie niet ontvankelijk is; Overwegende dat het middel dat niet de ontvankelijkheid van de memo-rie betreft, geen antwoord behoeft; B. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van honderd tweeënzestig euro tweeëntwintig cent, waarvan
- op het cassatieberoep van H. V. L.: eenentachtig euro elf cent verschuldigd, en
- op het cassatieberoep van L. D. S.: eenentachtig euro elf cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Dirk Debruyne, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van vijftien juni tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzit-ter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Paul Van den Abbeel. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040615.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990629.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060425.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div