id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:
Art.770
,eerste Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Uitspraak Bepaalde dag Taak van de rechter Wettelijke bepalingen:
Art.770
,eerste Fiches 3 - 5 Geen schending van het recht van verdediging of van artikel 6.1 E.V.R.M. valt af te leiden uit de enkele omstandigheid dat de rechter uitspraak doet voor de dag bepaald voor de uitspraak. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Uitspraak Bepaalde dag Vervroegde dag Wettelijke bepalingen:
Art.770
,eerste Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vonnis Uitspraak Bepaalde dag Vervroegde dag Wettelijke bepalingen:
Art.770
,eerste Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vonnis Uitspraak Bepaalde dag Vervroegde dag Wettelijke bepalingen:
Art.770
,eerste Fiche 6 Een heropening van het debat, na ontdekking door een verschijnende partij van een nieuw stuk of feit van overwegend belang tijdens het beraad, is niet meer mogelijk nadat het vonnis is uitgesproken. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Nieuw stuk Heropening van het debat Mogelijkheid Wettelijke bepalingen:
Art.772
Fiches 7 - 8 Nieuw, mitsdien niet ontvankelijk, is het middel gericht tegen de weigering het debat te heropenen ten einde een cassatiearrest over te leggen, dat een titel heeft vernietigd, in zoverre de eiser, op een aan dat arrest posterieure terechtzitting waarop het debat gesloten werd, niet heeft opgeworpen dat die titel ontbrak. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Nieuw middel Vrije woorden: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Nieuw middel Cassatiearrest Vernietiging Overlegging Heropening van het debat Weigering Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: CASSATIE - ALLERLEI Vrije woorden: CASSATIE - ALLERLEI Cassatiearrest Vernietiging Overlegging Heropening van het debat Weigering Cassatiemiddel Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. C.02.0385.N
- TRANSLINI, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met maatschappelijke zetel te 8600 Diksmuide-Woumen, Woumenweg 166, ingeschreven in het handelsregister te Veurne, nummer 36.023,
- V.L.
- V.N. eisers, vertegenwoordigd door Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 3080 Tervuren, Jezus Eiklaan 154, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- STATIONS HEITE, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met maatschappelijke zetel te 8900 Ieper, Diksmuidseweg 11,
- HEITE PETROLEUM, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met maatschappelijke zetel te 8900 Ieper, Rozendaalstraat 50, verweersters, in aanwezigheid van
- BETONFABRIEK GOUDEZEUNE, met maatschappelijke zetel te 8956 Kemmel, Vierstraat 41,
- V.C. partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 19 februari 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middel De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; artikel 6.1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950 te Rome en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955, hierna afgekort tot "EVRM" ; &§9472; de artikelen 20, 23, 26, 28, 770, eerste lid, 772, 1042 en 1110 van het Gerechtelijk Wetboek ; &§9472; het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging. Aangevochten beslissingen Het hof van beroep verklaarde eisers' hoger beroep ongegrond na onder meer te hebben vastgesteld wat volgt : "... De (eisers) beogen met het hoger beroep :
(1)de opheffing van het derdenbeslag van 9 juni 2000 gelegd op verzoek van (verweersters), lastens de (eiseres), in handen van de NV Betonfabriek Goudezeune (Heuvelland-Kemmel) ;
(2)de veroordeling van (verweersters) tot de betaling van een schadevergoeding wegens misbruik van beslagrecht aan de 1ste (eiseres) (van) 6.197,34 euro (= 250.000 BEF) en aan tweede en derde (eisers) (van) 2.478,94 euro (= 100.000 BEF), meer intrest en kosten. Tevens betrachten ze de afwijzing van de door (verweersters) gestelde tegenvordering tot de betaling van de som van 1.239,47 euro (= 50.000 BEF) meer intresten als schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding. 3. ... Het bestreden uitvoerend derdenbeslag van 9 juni 2000 werd gelegd krachtens drie arresten van de zevende kamer van dit hof van 3 februari 2000, gekend onder de nummers 1998/AR/244, 1998/AR/245 en 1998/AR/2679, gewezen tussen enkel (eiseres) en (verweersters) (...). 5. Ingevolge de manifeste wanbetaling vanwege (eiseres) hebben (verweersters) op volkomen correcte wijze, ter voldoening van hun materieelrechtelijke aanspraken, d.m.v. het beslag het retentierecht op het vermogen van hun debitrice uitgeoefend. De door (eisers) gevorderde veroordeling van de (verweersters) tot de betaling als schadevergoeding wegens misbruik van beslagrecht aan (eiseres) (van) de som van 6.197,34 euro (= 250.000 BEF) en aan (eisers) (van) de som van 2.478,94 euro (= 100.000 BEF), meer intresten, komt gelet op alles wat voorafgaat volkomen ongegrond voor. Anderzijds dient met de eerste rechter uit de voorliggende stukken en procedure(
- s)besloten te worden dat de handelingen van (eisers) een schoolvoorbeeld zijn van dilatoire procesvoering en dat zij onmiskenbaar het procesrecht afwenden van zijn doel en enkel beogen de uitvoering door hun schuldeisers te dwarsbomen. Hun proceshouding getuigt van een schuldige lichtzinnigheid die een normaal, voorzichtig en bedachtzaam persoon niet zou begaan. De dienaangaande door (verweersters) gevorderde en passend toegekende schadevergoeding t.b.v. 1.239,47 euro (= 50.000 BEF) is geenszins overdreven. De beslissing van de eerste rechter moet ook op dit punt worden bevestigd. Het hoger beroep is derhalve volkomen ongegrond" (p. 2-4 en 7-8). Grieven 1.1. Uit de aan het Hof voorgelegde stukken en uit het bestreden arrest blijkt : (
- a)dat het op 9 juni 2000 gelegde uitvoerend beslag onder derden, dat op 13 juni 2000 aan eiseres werd aangezegd, onder meer geschiedde krachtens drie arresten van het Hof van Beroep te Gent van 3 februari 2000, gewezen in de zaken AR nr. 98/244, 98/245 en 2679/98 ; (
- b)dat de twee eerstgenoemde arresten werden vernietigd bij arresten van het Hof van 8 februari 2002 (resp. C.00.0330.N en C.00.0332.N) omdat zij niet wettig eisers' verzoek tot herroeping van het debat hadden afgewezen op grond dat zij geen verschijnende partijen waren en dat zij geen enkel stuk hadden overgelegd om hun verzoek te staven, en dat eiseres tegen laatstgenoemd arrest op 17 december 2001 een cassatieberoep heeft ingesteld (zaak C.01.0588.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040624.14). (
- c)dat het hoger beroep van eisers tegen het vonnis van de beslagrechter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Ieper van 1 december 2000 de opheffing van voormeld uitvoerend beslag onder derden en de veroordeling van verweersters tot schadevergoeding wegens misbruik van beslagrecht tot voorwerp had. (
- d)dat volgens de vermeldingen van het zittingsblad van 12 februari 2002 (zie bijlage), onderhavige zaak, op die datum, na sluiting van het debat, in beraad werd genomen en dat ze voor uitspraak werd gesteld op de terechtzitting van dinsdag 26 februari 2002. (
- e)dat eisers op dat ogenblik nog geen kennis hadden van voornoemde vernietigingsarresten van het Hof, die pas per faxbericht van 22 februari 2002 aan hun raadsman werden meegedeeld (zie de bijlagen bij het verzoekschrift tot heropening van het debat). (
- f)dat deze laatste nog diezelfde dag een verzoekschrift tot heropening van het debat verzond naar de griffier van de 14-bis kamer van het Hof van Beroep te Gent, met in bijlage de drie vernietigingsarresten van het Hof als 'nieuwe en ter zake dienende stukken (...) die de rechten van partijen kunnen wijzigen', nu door deze vernietiging 'niet enkel een bestreden beslissing wordt vernietigd, maar ook alles wat daarop volgde, zoals alle uitvoeringshandelingen' (zie bijlage). (
- h)dat inmiddels evenwel, op een 'buitengewone terechtzitting van 19 februari 2002' het thans bestreden arrest reeds werd gewezen zonder dat de eisers of hun raadsman werden verwittigd van deze terechtzitting. (
- i)dat adjunct-griffier L.L. bij brief van 25 februari 2002 aan de raadsman van de eisers het verzoekschrift tot heropening van het debat met bijlagen terugzond nu het eindarrest reeds was geveld op 19 februari 2002. 1.2. Artikel 6.1 EVRM verleent aan eenieder het recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie. Uit deze regel en uit het algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging vloeit onder meer voort dat aan de procespartijen de mogelijkheid wordt geboden om elk stuk of elk betoog dat van aard is het oordeel van de rechter te beïnvloeden voor te leggen aan de rechter, in voorkomend geval via een verzoek om heropening van het debat. 1.3. Naar luid van artikel 772 van het Gerechtelijk Wetboek kan een verschijnende partij, indien zij gedurende het beraad een nieuw stuk of feit ontdekt, de heropening van het debat vragen zolang het vonnis niet uitgesproken is. Volgens artikel 770, eerste lid, van hetzelfde wetboek, bepaalt de rechter, wanneer hij de zaak in beraad houdt om het vonnis uit te spreken, de dag voor die uitspraak. 1.4. Uit de samenlezing van voormelde verdragsbepaling, voormeld algemeen rechtsbeginsel en deze wetsbepalingen, volgt dat ter vrijwaring van voormeld recht van elke gedingvoerende partij om tijdig een heropening van het debat te vragen teneinde aan de rechter een nieuw feit of stuk van overwegend belang te kunnen voorleggen wanneer de rechter, in aanwezigheid van partijen, het debat sloot, de zaak in beraad nam en ze voor uitspraak stelde op een welbepaalde datum, de rechter deze datum niet kan verschuiven naar een vroegere datum zonder de partijen hiervan vooraf in kennis te stellen. 1.5. Cassatie van een arrest in de zin van artikel 1110 van het Gerechtelijk Wetboek brengt vernietiging mee van de vonnissen die er het gevolg van zijn of wanneer tussen beide beslissingen een nauw verband bestaat, alsmede van alle daarop gegronde handelingen, zoals middelen van tenuitvoerlegging. Uit de samenlezing van de artikelen 20, 23, 26 en 28 van het Gerechtelijk Wetboek volgt dat door het Hof vernietigde rechterlijke beslissingen niet meer bekleed zijn met het gezag, noch met kracht van het rechterlijk gewijsde. Bijgevolg kon het hof van beroep niet wettig, na de door het Hof uitgesproken vernietiging, zijn beslissing steunen op deze vernietigde rechterlijke beslissingen en de eisers evenmin wettig veroordelen tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding. Besluit Hieruit volgt dat : (
- a)het hof van beroep, door eisers' hoger beroep ongegrond te verklaren op de 'buitengewone terechtzitting van 19 februari 2002', na de zaak op de terechtzitting van 12 februari 2002, in aanwezigheid van eisers' raadsman, in beraad te hebben genomen en voor uitspraak te hebben gesteld op de terechtzitting van 26 februari 2002, doch zonder eisers, noch hun raadsman vooraf te hebben verwittigd van deze buitengewone terechtzitting, de eisers de mogelijkheid heeft ontzegd om tijdig een heropening van het debat te vragen teneinde aan het hof van beroep nieuwe stukken of feiten van overwegend belang ontdekt gedurende het beraad, met name de vernietigingsarresten van het hof van 8 februari 2002, te kunnen voorleggen en aldus zowel eisers' recht op een eerlijk proces (schending van artikel 6.1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950 te Rome en goedgekeurd bij wet van 13 mei 1955) en hun recht van verdediging (schending van voormeld algemeen rechtsbeginsel), als hun recht om een heropening van het debat te vragen gedurende het beraad (schending van de artikelen 770, eerste lid, 772 en 1042 van het Gerechtelijk Wetboek) heeft miskend. (
- b)dat hof van beroep, door op de 'buitengewone terechtzitting van 19 februari 2002' eisers' hoger beroep ongegrond te verklaren, strekkende tot opheffing van het op 9 juni 2000 gelegde uitvoerend beslag onder derden, krachtens o.m. de arresten van het Hof van Beroep te Gent van 3 februari 2000, gewezen in de zaken AR nr. 98/244 en 98/245, die werden vernietigd bij arresten van het Hof van 8 februari 2002, niet wettig steunt op vernietigde rechterlijke beslissingen zonder gezag noch kracht van gewijsde (schending van de artikelen 20, 23, 26 en 28 van het Gerechtelijk Wetboek), de door het Hof uitgesproken cassatie miskent (schending van artikel 1110 van hetzelfde wetboek) en bijgevolg de eisers evenmin wettig veroordeelt tot een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding (schending van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek). IV. Beslissing van het Hof Middel Overwegende dat, krachtens artikel 770, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek wanneer de rechter de zaak in beraad houdt om het vonnis uit te spreken, hij de dag voor die uitspraak bepaalt en die uitspraak moet geschieden binnen een maand na het sluiten van het debat ; Dat dit artikel niet uitsluit dat de rechter op een vroegere dan de bepaalde dag uitspraak kan doen, noch de rechter verplicht de partijen vooraf van de vervroegde dag voor de uitspraak in kennis te stellen ; Overwegende dat, krachtens artikel 772 van hetzelfde wetboek indien een verschijnende partij gedurende het beraad een nieuw stuk of feit van overwegend belang ontdekt, zij, zolang het vonnis niet is uitgesproken, de heropening van het debat kan vragen ; Dat een heropening van het debat niet meer mogelijk is nadat het vonnis is uitgesproken ; Overwegende dat geen schending van het recht van verdediging of van artikel 6.1 EVRM valt af te leiden uit de enkele omstandigheid dat de rechter uitspraak doet vóór de dag bepaald voor de uitspraak ; Overwegende dat het arrest dat op 19 februari 2002 uitspraak heeft gedaan hoewel blijkens het zittingsblad van 12 februari 2002 de datum voor uitspraak op de terechtzitting van 26 februari 2002 was vastgesteld, geen van de aangewezen wetsbepalingen schendt noch het recht van verdediging miskent ; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen ; Overwegende voor het overige dat de arresten door het Hof van Cassatie werden uitgesproken op 8 februari 2002, dit is voor de terechtzitting van het hof van beroep van 12 februari 2002 ; Dat de eisers op die laatste terechtzitting niet hebben opgeworpen dat de titels waarop het beslag was gesteund ontbraken ; Dat het middel in zoverre nieuw is, mitsdien niet ontvankelijk ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten begroot op de som van vijfhonderd vijftien euro drieënzeventig cent jegens de eisende partijen. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Ivan Verougstraete, afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waûters, Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend en vier uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040617.6 Gerelateerde publicatie(
- s)citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040624.14 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180507.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div