← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040621.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040621.4 Rolnummer: C.03.0168.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-01-14 Raadplegingen: 184 - laatst gezien 2026-07-03 15:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche Ontvankelijk is het cassatieberoep wegens een eigen belang van eiseressen om op te komen tegen de beslissing die hun verzekerde aansprakelijk verklaart, wanneer eiseressen partij waren in het bestreden arrest maar geen partij waren in het cassatieberoep waarover het Hof reeds uitspraak heeft gedaan en dit arrest niet bindend is verklaard aan eiseressen. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Eisers en verweerders Vrije woorden: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Eisers en verweerders Eisers partij in bestreden beslissing Geen partij in vorig cassatieberoep Eigen belang Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. C.03.0168.N.-

  1. KBC-VERZEKERINGEN, naamloze vennootschap, verzekeringsmaat-schappij, voorheen NV ASSURANTIE VAN DE BELGISCHE BOERENBOND, met vennootschapszetel gevestigd te 3000 Leuven, Waaistraat 6, ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder het nummer 121,
  2. DVV VERZEKERING, naamloze vennootschap, voorheen DE VOLKSVERZEKERING, verzekeringsmaatschappij, met vennootschapszetel gevestigd te 1000 Brussel, Livingstonelaan 6, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder het nummer 43.246,
  3. FIDEA, naamloze vennootschap, verzekeringsmaatschappij, met vennootschapszetel gevestigd te 2000 Antwerpen, Van Eycklei 14, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder het nummer 1.479, handelend als rechtsopvolgster van : - FIDELITAS, naamloze vennootschap, - NORWICH UNION FIRE INSURANCE SOCIETY LTD, naamloze vennootschap, - GOTHAER VERZICHERUNGS-BANK Vvag, naamloze vennootschap, eiseressen, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  4. KIMERLY-CLARK, naamloze vennootschap, in het bestreden arrest ten onrechte NV Kimberly-Clark Coördination Center genoemd, met vennootschapszetel gevestigd te 2570 Duffel, A. Stockletlaan 3, verweerster, vertegenwoordigd door Mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Vilain XIIII straat 17, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,
  5. a. R.A.,..., woonst gekozen hebbende bij haar raadsman, Mr. Guido Verdeyen, advocaat, wiens kabinet gevestigd is te 1050 Elsene, Camille Lemonnierstraat 68, en haar echtgenoot b. W.G.,..., woonst gekozen hebbende bij zijn raadsman, Mr. Guido Verdeyen, advocaat, wiens kabinet gevestigd is te 1050 Elsene, Camille Lemonnierstraat 68, verweerders,
  6. VEBEPAL, naamloze vennootschap, met vennootschapszetel gevestigd te 2840 Rumst, Doelhaagstraat 72, die op 29 december 1999 in vereffening werd gesteld en thans vertegenwoordigd wordt door haar vereffenaar, Mr. Robert Verdoodt, advocaat, wiens kabinet gevestigd is te 2800 Mechelen, 't Vlietje 16, verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 4 oktober 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Bij beschikking van de eerste voorzitter van 20 april 2004 werd deze zaak naar de derde kamer verwezen. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen De eiseressen voeren in hun verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof
  7. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Over de door verweerster sub 1 opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep : de eiseressen komen op tegen de beslissing dat hun verzekerde, de verweerster sub 3, aansprakelijk is voor het ongeval, terwijl een cassatieberoep tegen die beslissing reeds werd verworpen bij arrest van het Hof van 22 maart 2002 ; Overwegende dat de eiseressen partij waren in het bestreden arrest, maar geen partij waren in het cassatieberoep waarover het Hof bij arrest van 22 maart 2002 uitspraak heeft gedaan ; Dat dit arrest van het Hof niet bindend is verklaard aan de eiseressen ; Dat de eiseressen een eigen belang hebben om op te komen tegen de beslissing die hun verzekerde aansprakelijk verklaart ; Dat het middel van niet-ontvankelijk moet worden verworpen ;
  8. Eerste middel De onderdelen tesamen Overwegende dat het arrest oordeelt dat de bewering van verweerster sub 3 "dat haar personeel zou hebben gewerkt onder leiding, gezag en toezicht van gelegenheidsaansteller S. (d.i. verweerster sub 1) louter een bewering blijft die door niets wordt gestaafd ; dat louter uit het feit dat die aangestelden werkten volgens de richtlijnen die S. aan (verweerster sub 3) had gegeven in verband met de wijze van stockeren en het toezicht op de gestockeerde goederen, uit het feit dat S. de brandblusapparaten en twee van de vier heftrucks ter beschikking had gesteld van die aangestelden en uit de facturatie in functie van gepresteerde werkuren nog niet te besluiten is tot hun ondergeschiktheid aan S." ; Dat het arrest aldus de feitelijke gegevens aangeeft waarop de appèlrechters hun beslissing laten steunen, zodoende de door de eiseressen bij conclusie aangevoerde daarmede strijdige en andere feitelijke gegevens verwerpt, mitsdien haar conclusie beantwoordt ; Dat het middel feitelijke grondslag mist ;
  9. Tweede middel De onderdelen tesamen : Overwegende dat het arrest oordeelt dat : - "verweerster sub 3 faalt in het bewijs van het feit dat zij, los van de hoofdhuur, met S. een wilsovereenstemming zou hebben bereikt waarbij zij het tijdelijk gebruiksrecht van het van B. gehuurde magazijn, geheel of gedeeltelijk, aan S. zou hebben toegekend tegen betaling van een bepaalde of bepaalbare prijs" ; - "louter de vermelding 'huur' op een éénmalige factuur tussen handelaars enkel een feitelijk vermoeden van het bestaan van een overeenkomst en van de inhoud ervan oplevert ; dat die vermelding evenwel niet het bewijs oplevert van het bestaan van de feitelijke gegevens die de juridische kwalificatie die in die factuur aan die overeenkomst werd gegeven, dekken" ; - om de door S. aangehaalde en in het arrest weergegeven redenen aangenomen moet worden dat de vermelding "huur" en "onderhuur" in de door (verweerster sub 3) aangehaalde geschriften berust op een foutieve juridische kwalificatie van de overeenkomst die (verweerster sub 3) en S. in werkelijkheid hadden bedongen ; dat die overeenkomst geen onderverhuring tot voorwerp had ; - het bestaan van een door de verweerster sub 3 éénzijdig opgesteld ontwerp van huurcontract, dat door S. niet werd ondertekend en goedgekeurd, geen bewijs van het bestaan van een huurovereenkomst oplevert ; - uit de voorliggende gegevens enkel te besluiten is dat de verweerster sub 3 zich ten opzichte van S. ertoe had verbonden tegen vergoeding S. goederen te behandelen (transport en opslag) en te bewaren (stockbeheer) in dat magazijn ; Overwegende dat het arrest aldus de feitelijke gegevens aangeeft waarop de appèlrechters hun beslissing dat er geen onderhuur bestond laten steunen, zodoende de door de eiseressen en de verweerster sub 3 bij conclusies aangevoerde daarmede strijdige en andere feitelijke gegevens verwerpt, mitsdien hun conclusie beantwoordt ; Dat het middel feitelijke grondslag mist ;
  10. Derde middel 4.
  11. Eerste en tweede onderdeel Overwegende dat het arrest vaststelt dat, volgens diens bewering, S. de betrokken H. heftruck had gehuurd en tijdelijk ter beschikking had gesteld van het personeel van de verweerster sub 3 "ten behoeve van de aanzienlijke bijkomende activiteiten die de ontruiming van het magazijn Scansped met zich bracht" en om de verweerster sub 3 toe te laten vlotter te werken en de gehele operatie (ontruiming van het magazijn Scansped en de opslag van de goederen in het later door de brand geteisterde magazijn aan de Generaal De Wittelaan) rond te krijgen voor het zomerreces ; Overwegende dat het arrest oordeelt dat de brand werd veroorzaakt door fouten van de verweerster sub 3, door de afwezigheid van branddetectoren, door de afwezigheid van een sprinkler-installatie, door de afwezigheid van compartimentering in de bedoelde opslagplaats en door het verkeerde gebruik van de heftruck zonder vonkenvanger in die opslagplaats ; Dat de bekritiseerde overweging van het arrest, luidens welke nergens uit zou blijken of af te leiden is dat S. de betrokken heftruck ter beschikking van de verweerster sub 3 had gesteld voor gebruik in de betrokken opslagplaats van papier, geen belang vertoont ten aanzien van de beslissing dat S. niet aansprakelijk is voor de brand vermits het arrest niet het gebruik van die heftruck in de bedoelde opslagplaats als foutief in aanmerking neemt, maar wel de eigenmachtige beslissing van de aangestelden van de verweerster sub 3 tot het onoordeelkundig gebruik van de heftruck "zonder vonkenvanger" in een magazijn met meer dan 800 ton papier dat niet voorzien is van branddetectie, sprinklers en afdoende compartimentering" ; dat, volgens het arrest, "een goed en bedachtzaam huisvader in gelijkaardige omstandigheden die fout, nalatigheid en onvoorzichtigheid niet zou hebben begaan, en, integendeel, in de betrokken opslagplaats slechts gebruik zou hebben gemaakt van een tegen de uitstoot van gensters beveiligde heftruck" ; Dat de onderdelen geen belang vertonen, mitsdien niet ontvankelijk zijn ; 4.
  12. Derde onderdeel Overwegende dat het arrest aanneemt dat S. de betrokken H. heftruck had gehuurd en tijdelijk ter beschikking had gesteld van het personeel van de verweerster sub 3, maar oordeelt dat de verweerster sub 1 (S.) niet mede-aansprakelijk is voor de brand omdat de heftruck geen gebrek vertoonde en niet het gebruik op zichzelf van de heftruck in de opslagplaats een fout uitmaakt, maar wel het gebruik in de bedoelde opslagplaats door de aangestelden van de verweerster sub 3 van die heftruck zonder dat deze door het plaatsen van een vonkenvanger beveiligd was tegen de uitstoot van gensters ; Dat, gelet op deze beslissing, het arrest het bedoelde verweer, dat niet meer dienstig was, niet meer hoefde te beantwoorden ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ; 4.
  13. Vierde onderdeel Overwegende dat het arrest op grond van weergegeven feitelijke gegevens oordeelt dat enkel verweerster sub 3 als goederenbehandelaar, als huurster en als exploitante van de betrokken opslagplaats aansprakelijk te stellen is ; Dat het arrest, gelet op deze beslissing, niet meer diende te antwoorden op het niet meer dienstig verweer dat de veiligheidsadviseur van de verweerster sub 1 niet ter plaatse was geweest ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt de eiseressen in de kosten. De kosten begroot op de som van zevenhonderd eenenvijftig euro tweeënvijftig cent jegens de eisende partijen en op de som van honderd tweeënzestig euro negen cent jegens de verwerende partij Kimerly-Clark. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waûters, Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van eenentwintig juni tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040621.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.