id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juni 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040622.20 Rolnummer: P.04.0310.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2004-12-07 Raadplegingen: 581 - laatst gezien 2026-07-05 02:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De in België voor de beklaagde bestaande mogelijkheid om bij de strafrechter de overschrijding van de redelijke termijn, bepaald in artikel 6.1 E.V.R.M. en in artikel 14.3.c I.V.B.P.R., aan te voeren, biedt aan de beklaagde de door artikel 13 E.V.R.M. gewaarborgde daadwerkelijke rechtshulp. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Redelijke termijn Overschrijding Mogelijkheid om deze overschrijding aan te voeren voor de strafrechter Artikel 13 Daadwerkelijke rechtshulp Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Artikel 14 Artikel 14.3.c Redelijke termijn Overschrijding Mogelijkheid om deze overschrijding aan te voeren voor de strafrechter Artikel 13 E.V.R.M. Daadwerkelijke rechtshulp Fiche 3 Geen bepaling van het E.V.R.M. staat eraan in de weg dat de nationale wetgever of de nationale rechter het gevolg bepaalt welk aan het overschrijden van de redelijke termijn moet worden verleend, op voorwaarde dat dit gevolg passend is rekening houdend met de omstandigheden van de zaak; het Belgische recht laat de strafrechter onder meer toe in het overschrijden van de redelijke termijn, hetzij een verzachtende omstandigheid te vinden en de daaruit voortvloeiende wettelijke strafvermindering toe te passen, hetzij, bij toepassing van artikel 21ter, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek Strafvordering, de veroordeling bij eenvoudige schuldverklaring uit te spreken of een straf uit te spreken die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf
(1).
(1)Zie Cass., 27 mei 1992, AR 9727, nr 508; 13 okt. 1993, AR P.03.0389.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030916.8, nr 407. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Redelijke termijn Overschrijding Gevolg bepaald door de nationale wetgever of rechter Fiche 4 De artikelen 6.1 en 13 E.V.R.M. vereisen niet dat het recht op een daadwerkelijke rechtshulp erin zou bestaan dat bij overschrijding van de redelijke termijn te wijten aan het openbaar ministerie, de rechter dit openbaar ministerie zou moeten verbieden nog langer te vorderen
(1).
(1)Zie Cass., 1 feb. 1994, AR P.93.1466.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940201.11, nr 62; Cass., 27 mei 1992, AR 9727, nr 508; 13 okt. 1993, AR P.03.0389.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030916.8, nr 407. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Redelijke termijn Overschrijding te wijten aan het openbaar ministerie Artikel 13 Recht op daadwerkelijke rechtshulp Fiches 5 - 6 De feitenrechter die, in toepassing van artikel 65, tweede lid, Strafwetboek, enkel voor de feiten die bij hem aanhangig zijn en waarover de andere rechter nog niet heeft geoordeeld, een bijkomende straf uitspreekt indien hij oordeelt dat de aanvankelijke bestraffing voor het geheel van de reeds beoordeelde en de nog te beoordelen feiten niet streng genoeg is, berecht of bestraft de beklaagde geen tweede maal voor feiten waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht bij einduitspraak is veroordeeld of vrijgesproken, zodat het bepaalde in artikel 65, tweede lid, Strafwetboek niet strijdig is met artikel 14.7 I.V.B.P.R.
(1).
(1)Cass., 26 nov. 2002, AR P.01.1670.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021126.14, nr
- Thesaurus CAS: STRAF - SAMENLOOP - Gescheiden berechting Vrije woorden: STRAF - SAMENLOOP - Gescheiden berechting Veroordeling wegens eerdere feiten Nieuwe feiten die deze veroordeling voorafgaan Eenheid van opzet Straftoemeting Bijkomende straf Artikel 65, tweede lid, Sw. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Artikel 14.7 "Non bis in idem" Artikel 65, tweede lid, Sw. Verenigbaarheid Tekst van de beslissing Nr. P.04.0310.N V. R., eiser, beklaagde, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 15 januari 2004 gewe-zen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer; II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van de middelen
- Eerste middel Overwegende dat artikel 13 EVRM eenieder wiens rechten en vrijhe-den, welke in het Verdrag zijn vermeld, zijn geschonden, recht verleent op daadwerkelijke rechtshulp voor een nationale instantie, zelfs indien deze schending zou zijn begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie; dat deze verdragsbepaling aan de Verdragstaten overlaat in deze rech-tshulp te voorzien; Overwegende dat in België de beklaagde bij de strafrechter de overs-chrijding van de redelijke termijn, bepaald in artikel 6.1 EVRM en in artikel 14.3.c IVBPR kan aanvoeren; dat deze mogelijkheid de beklaagde de door ar-tikel 13 EVRM gewaarborgde daadwerkelijke rechtshulp biedt; Overwegende dat geen bepaling van het EVRM eraan in de weg staat dat de nationale wetgever of de nationale rechter het gevolg bepaalt welk aan het overschrijden van de redelijke termijn moet worden verleend, als maar dit gevolg passend is rekening houdend met de omstandigheden van de zaak; dat het Belgisch recht de strafrechter onder meer toelaat in het overschrijden van de redelijke termijn, hetzij een verzachtende omstandigheid te vinden en de daaruit voortvloeiende wettelijke strafvermindering toe te passen, hetzij bij toepassing van artikel 21ter, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Straf-vordering de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken of een straf uit te spreken die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf; Overwegende dat de artikelen 6.1 en 13 EVRM niet vereisen dat het recht op daadwerkelijke rechtshulp erin zou bestaan dat bij overschrijding van de redelijke termijn te wijten aan het openbaar ministerie, de rechter dit open-baar ministerie zou moeten verbieden nog langer te vorderen; Dat het middel faalt naar recht;
- Tweede middel Overwegende dat artikel 14.7 IVBPR bepaalt dat niemand voor een tweede keer mag worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of is vrijgesproken; Overwegende dat overeenkomstig artikel 65, tweede lid, Strafwetboek, de feitenrechter die vaststelt dat misdrijven die reeds het voorwerp waren van een in kracht van gewijsde gegane beslissing en andere feiten die bij hem aan-hangig zijn en aan die beslissing voorafgaan, samen met de eerste misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig op-zet, bij de straftoemeting rekening houdt met de reeds uitgesproken straffen, met dien verstande dat het geheel van de straffen uitgesproken met toepassing van dit artikel het maximum van de zwaarste straf niet mag te boven gaan; Overwegende dat de rechter in dat geval de beklaagde geen tweede maal berecht of bestraft voor feiten waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht bij einduitspraak is veroordeeld of vrijgesproken; dat hij en-kel voor de feiten die bij hem aanhangig zijn en waarover de andere rechter nog niet geoordeelt heeft, een bijkomende straf uitspreekt indien hij oordeelt dat de aanvankelijke bestraffing voor het geheel van de reeds beoordeelde en de nog te beoordelen feiten niet streng genoeg is; Dat het bepaalde in artikel 65, tweede lid, Strafwetboek bijgevolg niet strijdig is met artikel 14.7 IVBPR; Dat het middel faalt naar recht; B. Ambtshalve onderzoek Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorges-chreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep; Veroordeelt eiser in de kosten. Gezegde kosten begroot op de som van honderd en tien euro tweeënveertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van tweeëntwintig juni tweeduizend en vier, door afdeling-svoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Du-inslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040622.20 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091124.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940201.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021126.14 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030916.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060928.7 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180605.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div