← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040906.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040906.5 Rolnummer: S.04.0008.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2005-01-14 Raadplegingen: 681 - laatst gezien 2026-07-04 22:42 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het feit dat het ontslag zonder opzegging rechtvaardigt, is het feit met inachtneming van alle omstandigheden die daarvan een dringende reden kunnen uitmaken; de rechter moet rekening houden met de omstandigheden die in de ontslagbrief zijn aangevoerd om de erin opgegeven dringende redenen toe te lichten

(1).
(1)Cass., 3 juni 1996, AR S.95.0140.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960603.4, nr 205. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Ontslag om dringende reden Aangevoerd feit Fiche 2 Het ernstig karakter van de als dringende reden aangevoerde feiten kan blijken uit of gestaafd worden door voorheen in de ontslagbrief vermelde en gebeurde feiten; geen wetsbepaling legt enige termijn op binnen dewelke de ter verduidelijking van de dringende reden aangevoerde feiten moeten hebben plaatsgehad
(1).
(1)Cass., 3 juni 1996, AR S.95.0140.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960603.4, nr 205. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Ontslag om dringende reden Ontslagbrief Aangevoerd feit en aan het ontslag voorafgaand ingeroepen feit Tekst van de beslissing Nr. S.04.0008.N.- F. J.-M., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 2800 Mechelen, Battelsesteenweg 95, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen TOKHEIM BELGIUM, naamloze vennootschap, met vennootschapszetel gevestigd te 2300 Turnhout, Everdongenlaan 31, verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 oktober 2003 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. II. Rechtspleging voor het Hof Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat het feit dat het ontslag zonder opzegging rechtvaardigt, het feit is met inachtneming van alle omstandigheden die daarvan een dringende reden kunnen maken ; Dat de rechter rekening moet houden met de omstandigheden die in de ontslagbrief zijn aangevoerd om de erin opgegeven dringende reden toe te lichten ; Dat vroegere feiten een verduidelijking kunnen vormen van de grief die als dringende reden wordt aangevoerd ; dat geen wetsbepaling enige termijn oplegt binnen welke de ter verduidelijking van de dringende reden aangevoerde vroegere feiten moeten hebben plaatsgehad ; Dat voor het in aanmerking nemen van de aangevoerde omstandig-heden, het niet vereist is dat de als dringende reden ingeroepen feiten op zichzelf reeds een ernstige tekortkoming uitmaken die alle verdere professionele samenwerking onmogelijk maakt, wanneer juist aangevoerd wordt dat die feiten slechts een dringende reden tot onmiddellijk ontslag uitmaken door ze te beschouwen in het licht van de voorheen tussengekomen feiten die als verzwarende omstandigheid zijn aangevoerd ; Overwegende dat het arbeidshof in het tussenarrest van 23 mei 2002 oordeelde dat het tanken op 14 april 2000 van brandstof voor een privé-voertuig door eiser met de tankkaart van verweerster een tekortkoming was die op zichzelf niet volstond om iedere professionele samenwerking tussen partijen onmogelijk te maken, maar dat dit wel het geval zou zijn indien, zoals in de ontslagbrief aangevoerd, zich vroeger gelijkaardige feiten zouden hebben voorgedaan en verweerster eiser verwittigd had dat de zwaarste sanctie zou volgen bij de vaststelling van een nieuwe gelijkaardige inbreuk ; dat dit tussenarrest aan verweerster het getuigenbewijs toeliet van zulke feiten met verwittiging in november 1999 ; Overwegende dat het arrest aanneemt dat uit het getuigenverhoor is gebleken dat eiser zich in november 1999 aan gelijkaardige feiten heeft plichtig gemaakt en hem toen erop gewezen werd dat bij een herhaling van zulke feiten de zwaarste sanctie zou worden toegepast en oordeelt dat de als dringende reden aan gevoerde feiten van 14 april 2000 in het licht van die vroegere feiten en verwittiging een ernstige tekortkoming uitmaakten die alle verdere professionele samenwerking tussen de partijen onmogelijk maakten ; Dat het arrest aldus de aangewezen wetsbepalingen niet schendt ; Dat het middel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van tweehonderd eenentwintig euro drieëndertig cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waûters, Ghislain Dhaeyer, Greta Bourgeois en Eric Dirix, en in openbare terechtzitting van zes september tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040906.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2024:ARR.20241203.1 ECLI:BE:CTBRL:2025:ARR.20251126.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960603.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061120.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.