← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.3 Rolnummer: P.04.0933.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2004-12-23 Raadplegingen: 485 - laatst gezien 2026-07-05 02:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer eiser voor de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling heeft aangevoerd dat artikel 57, ,§ 3 Wetboek van Strafvordering geschonden werd, doordat het openbaar ministerie zonder toestemming van de onderzoeksrechter lasterlijke en foutieve mededelingen over de zaak aan de pers zou hebben medegedeeld en hij hieruit miskenning van het vermoeden van onschuld en van zijn recht van verdediging heeft afgeleid met de nietigheid van het gerechtelijk onderzoek tot gevolg, dan heeft eiser door dit verweer de regelmatigheid van de rechtspleging en van de ermee gepaard gaande strafvordering aangevochten; het arrest dat oordeelt dat dit verweer betrekking heeft op de bewijswaardering waarover de onderzoeksgerechten niet te oordelen hebben en op die grond oordeelt dat, wat dit verweer betreft, het hoger beroep niet beantwoordt aan de door artikel 135, ,§ 2 Wetboek van Strafvordering opgelegde voorwaarden en bijgevolg niet ontvankelijk is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht

(1).
(1)Zie Cass., 10 dec. 2002, AR P.02.1146.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021210.4, nr
  1. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: ONDERZOEKSGERECHTEN Kamer van inbeschuldigingstelling Verweer van de inverdenkinggestelde Verweer waarbij de regelmatigheid van de rechtspleging en de strafvordering wordt aangevochten Arrest dat oordeelt dat het verweer enkel betrekking heeft op de bewijswaardering Beslissing waarbij het hoger beroep op die grond niet ontvankelijk wordt verklaard Toepassing Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking door de raadkamer Kamer van inbeschuldigingstelling Verweer van de inverdenkinggestelde Verweer waarbij de regelmatigheid van de rechtspleging en de strafvordering wordt aangevochten Arrest dat oordeelt dat het verweer enkel betrekking heeft op de bewijswaardering Beslissing waarbij het hoger beroep op die grond niet ontvankelijk wordt verklaard Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.04.0933.N W. F., eiseres, inverdenkinggestelde, met als raadsman Mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel, tegen D. N., die woonst kiest bij advocaat L. De Pauw, Lombardenvest 22 te Antwerpen, verweerster, burgerlijke partij. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 24 mei 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiseres stelt in een memorie vier middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Afstand Overwegende dat Mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel, namens eiseres zonder berusting afstand van het cassatieberoep doet in zoverre dit gericht is tegen de beslissingen van het arrest waarbij uitspraak gedaan wordt over: - de afwezigheid van voldoende bezwaren en de verwijzing naar de correctionele rechtbank; - de schending van artikel 57, ,§ 3, Wetboek van Strafvordering, het vermoeden van onschuld en het recht van verdediging; - de regelmatigheid van de beschikking tot verwijzing; - de miskenning van het beroepsgeheim van de advocaat; - de miskenning van het beginsel van de wapengelijkheid; - de niet-ontvankelijkheid van de burgerlijke partijstelling. Overwegende dat het arrest, in zoverre het uitspraak doet of geroepen werd uitspraak te doen over de schending van artikel 57, ,§ 3, Wetboek van Strafvordering, de miskenningen van het vermoeden van onschuld en het recht van verdediging, de regelmatigheid van de beschikking tot verwijzing, het beroepsgeheim van de advocaat en het beginsel van de wapengelijkheid, zulks doet met toepassing van artikel 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering; dat tegen die beslissingen onmiddellijk cassatieberoep openstaat; Dat er in zoverre geen grond bestaat om de afstand te verlenen; B. Onderzoek van de middelen
  2. Eerste middel, eerste onderdeel Overwegende dat eiseres voor de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling heeft aangevoerd dat artikel 57, ,§ 3, Wetboek van Strafvordering geschonden werd doordat het openbaar ministerie zonder de toestemming van de onderzoeksrechter lasterlijke en foutieve mededelingen over de zaak aan de pers zou hebben medegedeeld; dat zij hieruit miskenning van het vermoeden van onschuld en van haar recht van verdediging heeft afgeleid met de nietigheid van het gerechtelijk onderzoek voor gevolg; Overwegende dat eiseres door dit verweer de regelmatigheid van de rechtspleging en van de ermee gepaard gaande strafvordering heeft aangevochten; Overwegende dat het arrest oordeelt dat dit verweer betrekking heeft op de bewijswaardering waarover de onderzoeksgerechten niet te oordelen hebben; dat het op die grond oordeelt dat, wat het bedoelde verweer betreft, het hoger beroep niet beantwoordt aan de door artikel 135, ,§ 2, Wetboek van Strafvordering opgelegde voorwaarden en bijgevolg niet ontvankelijk is; dat het aldus de beslissing niet naar recht verantwoordt; Dat het onderdeel gegrond is;
  3. Overige grieven Overwegende dat de grieven niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing, mitsdien geen antwoord behoeven; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verleent akte van de afstand zoals hierboven bepaald; Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het uitspraak doet over de ontvankelijkheid van de burgerlijke partijstelling; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; Veroordeelt eiseres in een derde van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Gezegde kosten begroot op de som van tweehonderd veertig euro zevenendertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Paul Van den Abbeel. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021210.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.