← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.5 Rolnummer: P.04.0159.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2004-12-23 Raadplegingen: 597 - laatst gezien 2026-07-04 12:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Wanneer het Hof, krachtens artikel 426 Wetboek van Strafvordering, een beslissing vernietigt en de zaak, krachtens artikel 427 Wetboek van Strafvordering, verwijst naar een hof of rechtbank van dezelfde hoedanigheid als het hof of de rechtbank die het vernietigde arrest of vonnis gewezen heeft, worden de partijen teruggeplaatst in de toestand waarin zij waren voor de rechter die de vernietigde beslissing heeft gewezen, dit alles echter binnen de omvang van de cassatie; hieruit volgt dat wanneer de beslissing over de herstelvordering wordt vernietigd en de zaak over die betwisting naar een hof is verwezen, de stedenbouwkundige inspecteur voor de rechter op verwijzing in het geschil kan tussenkomen in dezelfde gevallen en onder dezelfde voorwaarden als voor de rechter die de vernietigde beslissing heeft gewezen, ook al is zijn cassatieberoep tegen de vernietigde beslissing in het geding waar hij geen partij was, niet ontvankelijk verklaard

(1)
(2).
(1)Zie Cass., 7 jan. 1987, AR 5157, nr 265; 13 dec. 1988, AR 2075, nr 221; 2 nov. 1994, AR P.94.0748.F ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941102.12, nr 468; 3 mei 2002, AR C.00.0655.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020503.12, nr 268.
(2)Zie Cass., 24 feb. 2004, AR P.03.1143.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040224.21, nr ... met concl. van advocaat-generaal De Swaef, voor wat betreft de mogelijkheid voor de stedenbouwkundige inspecteur om als belanghebbende partij toch een ontvankelijk cassatieberoep in te stellen, hoewel hij in de eerdere rechtspleging niet was opgetreden. In de zaak die aanleiding gaf tot het geannoteerde arrest werd een eerder cassatieberoep van de stedenbouwkundige inspecteur niet ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan betekening. Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Vernietiging met verwijzing VERWIJZING NA CASSATIE - STRAFZAKEN Stedenbouw Herstelvordering Stedenbouwkundige inspecteur geen partij in de rechtspleging waarbij beslist wordt over de herstelvordering Cassatieberoep van de stedenbouwkundige inspecteur niet ontvankelijk verklaard Vernietiging van de beslissing over de herstelvordering met verwijzing op het cassatieberoep van het openbaar ministerie Rechtspleging voor de verwijzingsrechter Mogelijkheid tot tussenkomst van de stedenbouwkundige inspecteur Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Stedenbouwkundige inspecteur geen partij in de rechtspleging waarbij beslist wordt over de herstelvordering Cassatieberoep van de stedenbouwkundige inspecteur niet ontvankelijk verklaard Vernietiging van de beslissing over de herstelvordering met verwijzing op het cassatieberoep van het openbaar ministerie Rechtspleging voor de verwijzingsrechter Mogelijkheid tot tussenkomst van de stedenbouwkundige inspecteur Tekst van de beslissing Nr. P.04.0159.N GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van provincie Antwerpen, met kantoor te Antwerpen, Copernicuslaan 1, bus 9, eiser, eiser tot herstel, met als raadsman Mr. Veerle Tollenaere, advocaat bij de balie te Gent, ter zitting bijgestaan door Mr. Van Bavegem tegen
  1. V. D. B. J. J. C. en zijn echtgenote,
  2. S. A. J. M. verweerders, beklaagden, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 19 december 2003 door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 4 februari
  3. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen Eiser stelt in een memorie twee middelen voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Niet-ontvankelijkheid van het middel Overwegende dat de verweerders de niet-ontvankelijkheid van het middel opwerpen omdat eiser geen belang erbij heeft aangezien hij enkel belang heeft bij het aanvechten van de beslissing op de herstelvordering en eiser niet aanvoert dat de appèlrechters, door te oordelen dat hij geen partij is in het geding, geen rekening hebben gehouden met zijn middelen met betrekking tot de herstelvordering die de appèlrechters onder al zijn aspecten hebben onderzocht; Overwegende dat eiser belang heeft aan te voeren dat zijn recht om in een rechtspleging als partij op te treden is miskend; Dat dergelijke miskenning impliceert dat de appèlrechters zich niet ertoe gehouden achten eisers middelen met betrekking tot de herstelvordering te beoordelen; dat de aanvoering van deze miskenning bijgevolg niet afhankelijk kan worden gesteld van de concrete bewering dat de appèlrechters geen rekening met eisers argumentatie zouden hebben gehouden; Dat de miskenning van dit recht evenmin ongedaan wordt gemaakt doordat de rechter de vordering van eiser onder al zijn aspecten heeft beoordeeld; Dat de grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen; B. Onderzoek van de middelen
  4. Eerste onderdeel van het eerste middel Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 26 september 2001 de door het openbaar ministerie uitgeoefende herstelvordering ongegrond heeft verklaard; - in de rechtspleging voor dit hof van beroep de gewestelijke stedenbouwkundig inspecteur niet als partij is tussengekomen; - het arrest van het Hof van 4 februari 2003 het cassatieberoep van eiser tegen het voormelde arrest van het hof van beroep, niet ontvankelijk verklaart en, op cassatieberoep van het openbaar ministerie, de beslissing op de herstelvordering vernietigt met verwijzing naar het Hof van Beroep te Gent; - eiser voor dit hof van beroep vrijwillig is tussengekomen; - het arrest op verwijzing beslist dat de vrijwillige tussenkomst van eiser niet ontvankelijk is, "afgezien van het antwoord op de vraag of de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur voor het Hof van Beroep te Antwerpen vrijwillig had kunnen tussenkomen", op grond dat het cassatieberoep dat eiser instelde tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen niet ontvankelijk was; Overwegende dat, wanneer het Hof, krachtens artikel 426 Wetboek van Strafvordering, een beslissing vernietigt en de zaak, krachtens artikel 427 Wetboek van Strafvordering, verwijst naar een hof of rechtbank van dezelfde hoedanigheid als het hof of de rechtbank die het vernietigde arrest of vonnis gewezen heeft, de partijen worden teruggeplaatst in de toestand waarin zij waren voor de rechter die de vernietigde beslissing heeft gewezen, dit alles echter binnen de omvang van de cassatie; Overwegende dat hieruit volgt dat wanneer de beslissing over de herstelvordering wordt vernietigd en de zaak over die betwisting naar een hof is verwezen, de stedenbouwkundige inspecteur voor de rechter op verwijzing in het geschil kan tussenkomen in dezelfde gevallen en onder dezelfde voorwaarden als voor de rechter die de vernietigde beslissing heeft gewezen, ook al is zijn cassatieberoep tegen de vernietigde beslissing in het geding waar eiser geen partij was, niet ontvankelijk verklaard; Overwegende dat de appèlrechters die anders beslissen, hun beslissing niet naar recht verantwoorden; Dat het onderdeel gegrond is; C. Overige grieven Overwegende dat de overige grieven geen antwoord behoeven; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest; Veroordeelt de verweerders in de kosten; Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van vierhonderd achtenzestig euro tweeënveertig cent, waarvan honderd drieënnegentig euro tweeënnegentig cent verschuldigd en tweehonderd vierenzeventig euro vijftig cent door eiser betaald. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Paul Van den Abbeel. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20101208.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19941102.12 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020503.12 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040224.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.