← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.6 Rolnummer: P.04.0530.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2004-12-23 Raadplegingen: 616 - laatst gezien 2026-07-04 22:20 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het misdrijf misbruik van vertrouwen is voltrokken op het ogenblik dat degene aan wie roerende zaken of waarden toevertrouwd worden onder de verplichting ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden, niet meer in de mogelijkheid verkeert ze terug te geven of ze tot de overeengekomen bestemming te gebruiken, het is hierbij onverschillig dat de dader later nog handelingen stelt die bedoeld zijn om zijn straffeloosheid te waarborgen of om de benadeelde te doen geloven dat de roerende goederen of waarden nog steeds ter beschikking zijn

(1).
(1)Cass., 9 april 1991, AR 2941, nr 417; 29 maart 1994, AR 6315, nr 153; 1 maart 2000, AR P.99.1604.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000301.18, nr 149; R.P.D.B., Complément III, "abus de confiance", nr 91. Thesaurus CAS: MISBRUIK VAN VERTROUWEN Vrije woorden: MISBRUIK VAN VERTROUWEN Voltooiing van het misdrijf Tijdstip Latere handelingen vanwege de dader Invloed Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.491 Fiche 2 Het misdrijf misbruik van vertrouwen is niet voltrokken op het ogenblik dat de schade voor de benadeelde aan het licht komt, maar op het ogenblik dat de dader niet meer in de mogelijkheid verkeert de hem toevertrouwde roerende zaken of waarden terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken
(1).
(1)Cass., 13 juni 1955, Pas. 1955, I,
  1. Thesaurus CAS: MISBRUIK VAN VERTROUWEN Vrije woorden: MISBRUIK VAN VERTROUWEN Voltooiing van het misdrijf Tijdstip Ogenblik waarop de schade aan het licht komt Invloed Wettelijke bepalingen: Wet - 08-06-1867 - Art.491 Tekst van de beslissing Nr. P.04.0530.N I R. C., , eiser, burgerlijke partij, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  2. D. B. E. P. E., verweerster, beklaagde,
  3. FORTIS BANK nv, met zetel te Brussel, Warandeberg 3, verweerster, gedwongen tussenkomende partij, vertegenwoordigd door Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, II D. B. E. P. E., reeds vermeld, eiseres, beklaagde, met als raadsman Mr. Frans Baert, advocaat bij de balie te Gent, ter zitting bijgestaan door Mr. Bart Van Bavegem, advocaat bij de balie te Gent, voor Mr. Frans Baert, advocaat bij de balie te Gent, tegen R. C., reeds vermeld, verweerder, burgerlijke partij. I. Bestreden beslissing De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest, op 25 februari 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. III. Cassatiemiddelen De eiser sub I stelt in een memorie een middel voor. De eiseres sub II stelt in een verzoekschrift vier middelen voor. Die memorie en dit verzoekschrift zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. IV. Beslissing van het Hof A. Onderzoek van het middel van de eiser sub I
  4. Eerste onderdeel Overwegende dat het misdrijf misbruik van vertrouwen voltrokken is op het ogenblik dat degene aan wie roerende zaken of waarden toevertrouwd worden onder de verplichting ze terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden, niet meer in de mogelijkheid verkeert ze terug te geven of ze tot de overeengekomen bestemming te gebruiken; dat hierbij onverschillig is dat de dader later nog handelingen stelt die bedoeld zijn om zijn straffeloosheid te waarborgen of om de benadeelde te doen geloven dat de roerende goederen of waarden nog steeds ter beschikking zijn; Dat het onderdeel faalt naar recht;
  5. Tweede onderdeel Overwegende dat het misdrijf misbruik van vertrouwen niet voltrokken is op het ogenblik dat de schade voor de benadeelde aan het licht komt, maar op het ogenblik dat de dader niet meer in de mogelijkheid verkeert de hem toevertrouwde roerende zaken of waarden terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken; Dat het onderdeel faalt naar recht; B. Onderzoek van de middelen van de eiseres sub II
  6. Eerste en tweede middel Overwegende dat de middelen geheel opkomen tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of het Hof verplichten tot een onderzoek van feiten, mitsdien niet ontvankelijk zijn;
  7. Derde middel Overwegende dat het arrest eiseres wegens de bewezen verklaarde feiten veroordeelt tot een gevangenisstraf en een geldboete, met uitstel van de tenuitvoerlegging van die gevangenisstraf gedurende drie jaar; dat het tevens de redenen vermeldt waarom het die gevangenisstraf met uitstel en die geldboete uitspreekt; Overwegende dat het arrest aldus de redenen vermeldt waarom het eiseres het voordeel van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling weigert; Dat het middel niet kan worden aangenomen;
  8. Vierde middel Overwegende dat het arrest, op grond van de feitelijke gegevens die het vermeldt (blz. 6 tot blz. 10), oordeelt dat er meer dan afdoende met elkaar overeenstemmende vermoedens voorhanden zijn om met zekerheid te aanvaarden dat eiseres zich plichtig maakte aan het verduisteren of verspillen van waardepapieren toebehorende aan wijlen G. B., welke haar door deze laatste werden toevertrouwd om er het beheer van waar te nemen, doch welke zij ter beschikking stelde van wijlen H. T. die deze liet verzilveren; Dat het arrest aldus oordeelt dat het bewijs van de schuld van eiseres geleverd is en de beslissing naar recht verantwoordt; Dat het middel in zoverre niet kan worden aangenomen; Overwegende dat het middel, in zoverre het aanvoert dat het bewijs niet voorligt dat eiseres de titels van wijlen G. B. aan wijlen H. T. bezorgde, opkomt tegen het onaantastbare oordeel in feite van het arrest dat dit bewijs wèl geleverd is; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is; C. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt de cassatieberoepen; Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep; Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van zeshonderd vierendertig euro zevenenzeventig cent, waarvan
  9. op het cassatieberoep van C. R. : drieënveertig euro eenenveertig cent verschuldigd en vijfhonderd veertien euro vijfennegentig cent door eiser betaald en
  10. op het cassatieberoep van E. D. B. : zesenzeventig euro eenenveertig cent verschuldigd. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Etienne Goethals, Paul Maffei, Dirk Debruyne, en uitgesproken in openbare terechtzitting van veertien september tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Paul Van den Abbeel. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040914.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201201.2N.5 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250521.2F.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000301.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.