← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040920.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040920.5 Rolnummer: S.04.0009.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2005-01-14 Raadplegingen: 514 - laatst gezien 2026-07-05 00:45 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter neemt een neergelegde conclusie inhoudende "repliek op het advies van het openbaar ministerie" alleen in aanmerking inzoverre zij antwoordt op het advies van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Motiveringsverplichting Conclusie waarop niet dient geantwoord Advies openbaar ministerie Schriftelijke repliek Conclusie Inhoudelijke beperking Wettelijke bepalingen: Wet - 10-10-1967 - Art.767 Tekst van de beslissing Nr. S.04.0009.N.- LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, erkende ziekteverzekeringsinstelling, met zetel gevestigd te 1031 Brussel, Haachtse-steenweg 579, bus 40, eiser, vertegenwoordigd door Mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen D. L., verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 24 oktober 2003 gewezen door het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof

  1. Eerste onderdeel Overwegende dat artikel 149 van de Grondwet dat de rechter verplicht zijn vonnis met redenen te omkleden, inhoudt dat de rechter de regelmatig voor hem aangevoerde middelen moet beantwoorden ; Overwegende dat een middel dat is aangevoerd in een conclusie slechts moet worden beantwoord, als deze conclusie zelf regelmatig is neergelegd overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek ; Overwegende dat artikel 767 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de partijen, na de sluiting van het debat, een conclusie kunnen neerleggen uitsluitend met betrekking tot het advies van het openbaar ministerie ; Dat deze conclusie alleen in aanmerking wordt genomen in zoverre zij antwoordt op het advies van het openbaar ministerie ; Overwegende dat het aanbieden in een conclusie "inhoudende repliek op het advies van het openbaar ministerie" van een getuigenbewijs omtrent een feit waarvan het openbaar ministerie in zijn advies gesteld heeft dat dit niet bewezen is, geen repliek op dit advies uitmaakt, maar neerkomt op een hervatting van het debat tussen de partijen na het sluiten ervan ; Overwegende dat het onderdeel dat ervan uitgaat dat zulk aangeboden getuigenbewijs opgenomen is in een regelmatig neergelegde conclusie, als repliek op het advies van het openbaar ministerie, niet kan worden aangenomen ;
  2. Tweede onderdeel Overwegende dat het onderdeel er geheel van uitgaat dat het bewijsaanbod van eiser regelmatig is gedaan ; Dat uit het antwoord op het eerste onderdeel blijkt dat het voormelde bewijsaanbod niet regelmatig is gedaan ; Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van honderd achtentwintig euro zevenentwintig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd negenentachtig euro drieënzeventig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Robert Boes, de raadsheren Ernest Waûters, Ghislain Dhaeyer, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van twintig september tweeduizend en vier uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van afgevaardigd adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040920.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230517.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051010.5 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180212.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.