← België

ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040924.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040924.4 Rolnummer: C.03.0228.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-01-14 Raadplegingen: 186 - laatst gezien 2026-07-03 15:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het doen wijzigen van de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie en de desbetreffende werken waartoe de in de wet bepaalde overheden het recht hebben, op kosten van de exploitant, sluit de wijziging van de werken aan de gasvervoerinstallatie in zonder wijziging van de ligging of het tracé ervan

(1).
(1)Zie R.P.D.B., Complément, T. IV, V° Energie électrique et gaz, nr 369. Thesaurus CAS: ENERGIE Vrije woorden: ENERGIE Gasvervoerinstallatie Wijziging Wettelijke bepalingen: Wet - 12-04-1965 - Art.9 Tekst van de beslissing Nr. C.03.0228.N FLUXYS, naamloze vennootschap, met vennootschapszetel te 1040 Brussel, Kunstlaan 31, ingeschreven in het handelsregister te Brussel, nummer 34.991, eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de minister-president, met kabinet gevestigd te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse Minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 4 juni 2002 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Greta Bourgeois heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middel Eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen &§9472; de artikelen 9 en 11 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, vóór hun wijziging door de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van verweerder gegrond, hervormt bijgevolg het vonnis uitgesproken in eerste aanleg en veroordeelt eiseres tot betaling aan verweerder van het bedrag van 9.172,53 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke moratoire intresten en met de gerechtskosten. Het bestreden arrest steunt op de volgende redenen : "(...) dat de bouwheer zijn vordering steunt op artikel 9 van de wet van 12 april 1965 nu de beschermingswerken, waarvoor 370.019 BEF kosten werden gemaakt, de permanente beveiliging van de leiding tot doel hadden en niet slechts voorzorgsmaatregelen waren tijdens de uitvoering van de werken in de omgeving ervan ; (...) dat artikel 9 van de wet van 12 april 1965 inderdaad betrekking heeft op een wijziging, niet alleen van de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie, maar ook van de desbetreffende werken, zoals de bescherming die boven deze leiding moet worden gelegd ; (...) dat uit de hierboven vermelde feiten zeer duidelijk blijkt dat de gasvervoerinstallatie, voorwerp van huidig geschil, werd opgericht op het openbaar domein van de Staat ; (...) dat de nieuw aan te leggen openbare weg én de openbare veiligheid vereisten dat de gasvervoerinstallatie permantent op een andere en grondiger wijze zou worden beveiligd dan tot dan toe het geval was ; (...) dat de kosten van deze wijziging aan de werken, die de gasvervoerinstallatie uitmaken, bijgevolg, met toepassing van artikel 9, derde lid, wet 12 april 1965, ten laste vallen van de gasvervoerexploitant". Grieven Krachtens artikel 11 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen leidt het aanleggen van een gasvervoerinstallatie op het openbaar of het privaat domein tot het vestigen van een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut, waarbij elke daad die schade kan berokkenen aan de installatie of exploitatie verboden is. Artikel 9 van dezelfde wet van 12 april 1965 bepaalt nochtans : Wanneer 's lands belang het vereist, heeft de Koning het recht de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie en de desbetreffende werken te doen wijzigen. De kosten van deze wijzigingen komen ten laste van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert. Ditzelfde recht bezitten ook de Staat, de provincie en de gemeente ten aanzien van de gasvervoerinstallaties op hun openbaar domein gericht. De aldus gerichte wijzigingen geschieden op kosten van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert, indien zij zijn opgelegd hetzij ter wille van de openbare veiligheid, hetzij ter wille van de vrijwaring van het landschapsschoon, hetzij in het belang van een openbare dienst of van de waterlopen, kanalen en openbare wegen, hetzij wegens verandering in de toegangen tot de eigendommen gelegen langs de openbare weg. In de andere gevallen komen de kosten ten laste van de Staat, de provincie of de gemeente ; deze laatste kunnen dan een voorafgaande prijsberekening vragen ; als er onenigheid is over de prijs van de uit te voeren werken, kunnen zij ze zelf uitvoeren". De Gewesten (die o.m. het Wegenfonds opvolgen) hebben dus het recht de ligging of het tracé van de leidingen op hun openbaar domein, alsmede de "desbetreffende werken" - m.a.w. de werken die betrekking hebben op de ligging of het tracé van deze zelfde leidingen-, te doen wijzigen (zie Memorie van toelichting, Kamer, 1964-1965, 899/1, p. 10 : "Dit artikel voorziet zekere gevallen, waar de schikkingen of het tracé van een installatie, evenals de werken die erop betrekking hebben, kunnen gewijzigd of verplaatst worden"). Deze kosten vallen ten laste van de exploitant van de gasvervoerinstallaties in de gevallen opgesomd in de tweede zin van het derde lid van artikel 9 van de wet van 12 april 1965 en o.m. indien de wijzigingen om veiligheidsredenen zijn opgelegd. In casu stelt het aangevochten arrest (p. 5, nr. 14) vast dat de wijziging aan de werken betrekking heeft op "de bescherming die boven deze (gas)leiding moet worden gelegd" en dat "de nieuw aan te leggen openbare weg en de openbare veiligheid vereisten dat de gasvervoerinstallatie permanent op een andere en grondiger wijze zou worden beveiligd dan tot dan toe het geval was". Door niet vast te stellen dat het om een wijziging gaat van de werken m.b.t. de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie, verantwoordt het aangevochten arrest zijn beslissing niet naar recht om de kosten van de "wijziging aan de werken" ten laste van eiseres te leggen. Hieruit volgt dat het arrest derhalve de artikelen 9 en 11 van de wet van 12 april 1965 schendt. IV. Beslissing van het Hof Overwegende dat het als geschonden aangewezen artikel 11 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, zoals te dezen van toepassing, geen verband houdt met de aangevoerde grief ; Dat het middel in zoverre niet ontvankelijk is ; Overwegende dat, krachtens artikel 9, eerste lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, zoals te dezen van toepassing, de houder van een gasvervoervergunning of toelating het recht heeft alle werken uit te voeren, onder, op of boven het openbaar domein, die nodig zijn voor de oprichting, de werking en het onderhoud in goede staat van de gasvervoerinstallaties ; deze werken moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van de algemene voorwaarden waarvan de tekst bij de vergunningsakte is gevoegd of onder de voorwaarden, die in de toelatingsakte zijn vermeld, en met inachtneming van alle ter zake geldende wets- en verordeningsbepalingen ; Overwegende dat, krachtens artikel 9, tweede lid, van dezelfde wet, de Koning, wanneer 's lands belang het vereist, het recht heeft de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie en de desbetreffende werken te doen wijzigen en de kosten van deze wijzigingen ten laste komen van degenen die de gasvervoerinstallaties exploiteert ; Dat, krachtens het derde lid van hetzelfde artikel, ook de Staat, de provincies en de gemeenten ditzelfde recht bezitten ten aanzien van de gasvervoerinstallaties op hun openbaar domein opgericht ; de aldus verrichte wijzigingen geschieden op kosten van degene die de gasvervoerinstallatie exploiteert, indien zij zijn opgelegd hetzij ter wille van de openbare veiligheid, hetzij ter wille van de vrijwaring van het landsschapsschoon, hetzij in het belang van een openbare dienst of van de waterlopen, kanalen en openbare wegen, hetzij wegens verandering in de toegangen tot de eigendommen gelegen langs de openbare weg ; Dat het doen wijzigen van de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallatie en de desbetreffende werken waartoe de in het tweede en derde lid bepaalde overheden het recht hebben, de wijziging van de werken aan de gasvervoerinstallatie insluit zonder wijziging van de ligging of het tracé ervan ; Dat het middel in zoverre faalt naar recht ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Verwerpt het cassatieberoep ; Veroordeelt eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van vijfhonderd negenennegentig euro negenenzestig cent jegens de eisende partij en op de som van honderd achtentwintig euro achtenzeventig cent jegens de verwerende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door raadsheer Ernest Waûters, waarnemend voorzitter, de raadsheren Greta Bourgeois, Eric Dirix, Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van vierentwintig september tweeduizend en vier uitgesproken door raadsheer Ernest Waûters, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040924.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.