id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 september 2004 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040924.5 Rolnummer: C.03.0239.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2005-07-26 Raadplegingen: 606 - laatst gezien 2026-07-05 01:33 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Degene die een goed verhuurt verplicht zich niet tot het verlenen van een zakelijk recht op dat goed noch draagt hij een eigen recht van genot van het goed dat hij in huur geeft aan de huurder over; hij verbindt zich ertoe de huurder het genot van het goed te doen hebben. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - ALGEMEEN Vrije woorden: HUUR VAN GOEDEREN - ALGEMEEN Verplichting van verhuurder Wettelijke bepalingen: Wet - 12-04-1965 - Art.1709 Fiche 2 Een huurovereenkomst is niet nietig door het enkele feit dat de verhuurder geen zakelijk recht heeft op het verhuurde goed of er niet zelf het genot van heeft of tot het verhuren van het goed geen toestemming heeft van degene die een recht op het goed of het genot ervan heeft; ook in die gevallen heeft degene aan wie in die overeenkomst het genot van het goed wordt verleend de hoedanigheid van huurder
(1)Zie Cass., 4 dec. 1941, Arr. Verbr., 1941-44, 250; zie ook DE PAGE H., Traité, T. IV, 3e ed., 1972, nr 509; STASSIJNS E., Pacht, A.P.R., Story-Scientia, 1997, nr 56; LA HAYE M. & VANKERCKHOVE J., Le louage des choses, I, Les baux en général, 2e ed., in: Les Novelles, Larcier, 2000, nr 72. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - ALGEMEEN Vrije woorden: HUUR VAN GOEDEREN - ALGEMEEN Rechten van de verhuurder Gevolg Huurder Hoedanigheid Wettelijke bepalingen: Wet - 12-04-1965 - Art.1709 Tekst van de beslissing Nr. C.03.0239.N D. R., eiser, vertegenwoordigd door Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen P & V VERZEKERINGEN, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met vennootschapszetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 151, verweerster. I. Bestreden beslissing Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 9 januari 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. II. Rechtspleging voor het Hof Raadsheer Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. III. Middelen Eiser voert in zijn verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. IV. Beslissing van het Hof 1. Derde middel Overwegende dat eiser aanvoert dat de appèlrechter bij de beoordeling van het al dan niet tijdig karakter van verweersters vordering tot nietigverklaring van de verzekeringsovereenkomst, niet artikel 34, ,§1, tweede lid, van de Wet van 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst maar wel artikel 1304 van het Burgerlijk Wetboek diende toe te passen, zonder aan te geven hoe en waardoor de tegenvordering van verweerster op grond van artikel 1304 van het Burgerlijk Wetboek laattijdig zou zijn ingesteld ; Dat het middel, bij gebrek aan nauwkeurigheid, niet ontvankelijk is ; 2. Eerste middel Eerste grief Overwegende dat, krachtens artikel 1709 van het Burgerlijk Wetboek, huur van goederen een contract is waarbij de ene partij zich verbindt om de andere het genot van een zaak te doen hebben gedurende een zekere tijd, en tegen een bepaalde prijs, die de laatstgenoemde zich verbindt te betalen ; Dat degene die aldus een goed verhuurt zich niet verplicht tot het verlenen van een zakelijk recht op het verhuurde goed noch een eigen recht van genot van het goed dat hij in huur geeft aan de huurder overdraagt ; dat hij zich ertoe verbindt de huurder het genot te doen hebben ; Dat een huurovereenkomst niet nietig is door het enkele feit dat de verhuurder geen zakelijk recht heeft op het verhuurde goed of er niet zelf het genot van heeft of tot het verhuren van het goed geen toestemming heeft van degene die een recht op het goed of het genot ervan heeft ; dat ook in die gevallen degene aan wie in die overeenkomst het genot van het goed wordt verleend, de hoedanigheid van huurder heeft ; Overwegende dat de appèlrechter vaststelt dat : 1. "uit het overgelegde afschrift van het strafdossier (...) blijkt (...) dat (eiser) helemaal geen huurrechten had voor het pand waarin (
- de)herberg was gevestigd" ; 2. "het pand eigendom (was) van de NV Mony (...) die het (...) in huur gaf aan de NV Brouwerijen Alken Maes" ; 3. "(eiser) zich (beroept) op de mondelinge toestemming van (P.) V. (die) geen enkel recht noch mandaat had om een overeenkomst van huur of onderhuur aan te gaan" ; Dat de appèlrechter oordeelt dat "niets (eiser) belette zich rekenschap te geven van de onbevoegdheid van (P.) V. om hem dat pand ten titel van huur ter beschikking te stellen" en dat "alleen reeds door zich voor te doen als huurder terwijl hij deze hoedanigheid niet had (eiser) een onjuiste voorstelling (heeft) gegeven van het risico dat hij beoogde te laten dekken" ; Dat de appèlrechter, door aldus te beslissen dat eiser zich bij het sluiten van de bedoelde verzekeringsovereenkomst als huurder heeft voorgedaan terwijl hij dit niet was en dat deze "verzwijging" of "valse verklaring" in de zin van artikel 9 van de Verzekeringswet van 11 juni 1874 leidt tot de nietigheid van de overeenkomst, het artikel 1709 van het Burgerlijk Wetboek schendt ; Dat het middel in zoverre gegrond is ; 3. Overige grieven Overwegende dat overige grieven niet tot ruimere cassatie kunnen leiden ; OM DIE REDENEN, HET HOF, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit beslist dat de tegenvordering tijdig is ingesteld ; Verwerpt het cassatieberoep voor het overige ; Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest ; Veroordeelt eiser in een derde van de kosten ; Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over ; Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. De kosten begroot op de som van vijfhonderd negenentachtig euro acht cent jegens de eisende partij. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door raadsheer Ernest Waûters, waarnemend voorzitter, de raadsheren Greta Bourgeois, Eric Dirix, Eric Stassijns en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van vierentwintig september tweeduizend en vier uitgesproken door raadsheer Ernest Waûters, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040924.5 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110523.1 ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130628.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div